Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11222

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-10-2021
Datum publicatie
14-10-2021
Zaaknummer
NL21.11562
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

veilig land van herkomst, Marokko

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.11562

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Partijen hebben niet gereageerd op het voornemen van de rechtbank om zonder zitting uitspraak te doen. De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Eiser stelt te zijn geboren op [Geb. datum] 1996 en afkomstig te zijn uit het deel van de Westelijke Sahara dat geannexeerd is door Marokko en waar Marokko feitelijk gezag uitoefent. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij Sahrawi is en daarom niet de Marokkaanse nationaliteit bezit, dat hij vanwege zijn afkomst uit de Westelijke Sahara meermaals problemen heeft ondervonden bij de politie en dat hij als gevolg van deze problemen ook lichamelijk letsel heeft opgelopen waaronder letsel aan zijn voet, gebitsproblemen en hoofdletsel. Verder stelt eiser ervoor te vrezen dat hij bij terugkeer zal worden mishandeld door de politie wegens zijn Sahrawi-achtergrond.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig geacht omdat eiser verwijtbaar geen identiteitsdocumenten heeft overlegd. Het asielrelaas van eiser wordt evenmin geloofwaardig geacht. Verweerder heeft met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Marokko in het algemeen een veilig land van herkomst is en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko ten aanzien van hem zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en daarom in zijn geval geen veilig land van herkomst is.

3. Eiser voert aan dat hij eerder niet de tegenwoordigheid van geest had om documenten ter onderbouwing van zijn asielaanvraag te verzamelen en dat hij daar nog mee bezig is. Daarnaast voert eiser aan dat zijn wijze van verklaren is veroorzaakt door een verkeerd soort ijver maar dat er geen opzet was tot misleiden.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Op 16 en 21 juli 2021 heeft eiser meegedeeld dat hij documenten ter onderbouwing van zijn asielaanvraag aan het digitale dossier zal toevoegen zodra hij deze heeft kunnen verkrijgen. Tot op heden heeft eiser hier echter geen gevolg aan gegeven.

5. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser niet geloofwaardig zijn geacht. Het is aan eiser om aannemelijk te maken wat zijn identiteit, nationaliteit en herkomst is en dat Marokko in zijn geval niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Eiser is daarin niet geslaagd. Eiser heeft niet alleen geen documenten overgelegd, hij heeft ook met zijn verklaringen zijn gestelde Sahrawi-herkomst en de gestelde problemen niet aannemelijk gemaakt. Zo heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser bij de politie heeft verklaard dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. Verweerder heeft voorts terecht overwogen dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de door hem gestelde gebeurtenissen en dat hij zich verder baseert op vermoedens en speculaties.

6. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.