Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:10607

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
29-09-2021
Zaaknummer
NL21.6356
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder moet de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele geaardheid opnieuw te beoordelen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.6356


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

[V-Nummer]

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.D. Alberda).


Procesverloop
Bij besluit van 21 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk in de Engelse taal is verschenen L. Totosashvili. Ook waren [naam partner] (de gestelde partner van eiser) en [naam] van LGBT Asylum Support op de zitting aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Achtergrond

1. Eiser heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1998. Hij heeft verklaard dat hij Nigeria in 2015 heeft verlaten. Hij heeft in 2016 in Italië asiel aangevraagd. In juni 2017 heeft hij Italië verlaten. Via Frankrijk en België is hij in januari 2018 Nederland ingereisd. Eiser heeft met ingang van 10 april 2018 een reguliere verblijfsvergunning ‘humanitair tijdelijk’ gekregen, omdat hij aangifte had gedaan als slachtoffer van mensenhandel. Hij heeft verklaard dat hij in Italië werd gedwongen om zich te prostitueren. Deze verblijfsvergunning is met ingang van 1 november 2018 ingetrokken, omdat het openbaar ministerie had besloten om niet tot vervolging over te gaan. Op 20 februari 2019 heeft eiser zijn asielaanvraag ingediend.

Asielrelaas

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. Hij merkte dit voor het eerst op dertien- of veertienjarige leeftijd, toen hij gevoelens kreeg voor zijn [klasgenoot] . Toen hij zestien was kreeg hij een relatie met zijn [schoolgenoot] . Op 1 augustus 2015 heeft de islamitische politie [schoolgenoot] betrapt tijdens seksuele handelingen met een andere jongen. De politie trof berichten, foto's en filmpjes van eiser aan op de telefoon van [schoolgenoot] . De politie is samen met een menigte naar eisers huis gekomen. Ze hebben daar [schoolgenoot] gestenigd en eisers ouders vermoord. Eiser kon ontsnappen en is naar Abuja gevlucht. Na een paar dagen werd hij aangesproken door een vrouw die hem mee heeft genomen naar Europa. Bij terugkeer in Nigeria vreest eiser vermoord te worden door de politie of door zijn gemeenschap.

Bestreden besluit

3.1.

Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

  1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

  2. eisers homoseksuele geaardheid;

  3. eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksuele geaardheid.

3.2.

Verweerder heeft het eerste element geloofwaardig geacht en de andere twee elementen ongeloofwaardig geacht. Daarom heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen.

Beroepsgronden

4. Eiser voert aan dat verweerder zijn asielrelaas ten onrechte niet geloofwaardig heeft bevonden. Eiser heeft uitgebreid en gedetailleerd verklaard over zijn worsteling met zijn homoseksuele gevoelens, zijn proces van zelfacceptatie, zijn gevoelens voor [klasgenoot] en de problemen die hij in Nigeria heeft ondervonden. Daarnaast heeft verweerder een aantal onderdelen van eisers verklaringen als ‘authentiek’ aangemerkt. Verweerder heeft daarom op zijn minst twijfels moeten hebben over de geloofwaardigheid van eisers geaardheid. Om die reden had verweerder eisers huidige partner moeten horen over hun relatie.

Beoordeling door de rechtbank

Eisers problemen in Nigeria

5.1.

De rechtbank zal eerst de geloofwaardigheidsbeoordeling van het derde element beoordelen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiser gestelde problemen in Nigeria ongeloofwaardig zijn geacht. De rechtbank geeft daarvoor de volgende redenen.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid aan eiser mocht tegenwerpen dat hij bevreemdingwekkend en vaag heeft verklaard over hoe hij vanuit zijn huis kon zien wat de politie buiten op een telefoon aan zijn ouders heeft laten zien. Eiser heeft verklaard dat hij kon zien waar de politieagenten naar wezen, maar hij heeft bijvoorbeeld niet kunnen vertellen op welke afstand de politie en zijn ouders van hem afstonden. Daarnaast mocht verweerder aan eiser tegenwerpen dat hij niet heeft kunnen vertellen hoe zijn oom erachter is gekomen dat zijn ouders en [schoolgenoot] door de politie en de menigte zijn gedood. Verweerder mocht de verklaring van eiser dat hij in dezelfde wijk woont onvoldoende concreet vinden. Verder mocht verweerder ook aan eiser tegenwerpen dat het afbreuk doet aan de geloofwaardigheid dat hij niet heeft kunnen uitleggen hoe het is gekomen dat foto’s van hem op sociale media zijn verspreid en hoe zijn oom daar achter is gekomen. Ten slotte mocht verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling betrekken dat eiser niet over documenten beschikt om het overlijden van zijn familieleden aan te tonen of om aan te tonen dat hij, zoals hij stelt, door de Nigeriaanse politie wordt gezocht. Verweerder mocht daarom de door eiser gestelde problemen in Nigeria ongeloofwaardig achten.

Eisers homoseksuele geaardheid

6.1.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig is. De rechtbank geeft daarvoor de volgende redenen.

6.2.

Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser onvoldoende concreet heeft verklaard over de acceptatie van zijn homoseksualiteit. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat eiser weliswaar uitgebreid heeft verklaard over zijn worsteling en zelfhaat als gevolg van zijn homoseksuele gevoelens, maar niet duidelijk heeft kunnen maken hoe hij daarna tot acceptatie van deze gevoelens is gekomen. De rechtbank overweegt dat uit eisers relaas echter blijkt dat de liefdesverklaring door [schoolgenoot] in december 2014 een keerpunt voor eiser was om zijn homoseksualiteit voor zichzelf te accepteren. Verweerder heeft deze liefdesverklaring en de reactie van eiser daarop als authentiek aangemerkt. Eiser heeft verklaard dat hij na die gebeurtenis tegen zichzelf in de spiegel praatte en tegen God praatte en hij ging accepteren dat het niet lukte om van zijn gevoelens af te komen.1 Hij is toen gestopt met bidden, omdat het niets had geholpen en hij besloot om in zijn eigen kracht te gaan geloven. Ook heeft eiser verklaard dat hij in januari 2015 zijn gevoelens aan [schoolgenoot] heeft kunnen vertellen en dat dat het begin van hun relatie was. Op die dag hebben ze gezoend en dat heeft ervoor gezorgd dat hij zichzelf beter kon accepteren.2 Verder heeft eiser verklaard dat hij in maart 2015 zijn eerste seksuele contact met [schoolgenoot] heeft gehad en dat dat heeft bijgedragen aan zijn zelfacceptatie.3 Eiser heeft eveneens verklaard dat hij in Nederland tijdens de Gay Pride met een politieagent over zijn geaardheid kon spreken en dat dat nog verder heeft bijgedragen aan zijn zelfacceptatie. Hij heeft verklaard dat hij zich daardoor ook vrij voelde om aan de buitenwereld zijn homoseksualiteit te kunnen laten zien en dat hij niet meer stiekem hoefde te doen.4 Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom uit deze verklaringen onvoldoende een proces van zelfacceptatie blijkt.

6.3.

Daarnaast heeft verweerder niet in redelijkheid aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij algemeen en summier heeft verklaard over zijn gevoelens voor [klasgenoot] en over wat het met hem deed dat hij deze gevoelens niet kon uiten. Eiser heeft verklaard dat hij het fijn vond om dichtbij [klasgenoot] te komen en dat hij zich seksueel en emotioneel aangetrokken tot hem voelde. Elke keer als eiser [klasgenoot] onder de douche zag na het voetballen had hij zin om met hem te vrijen.5 Eiser heeft verklaard dat hij er niet blij en gelukkig mee was dat hij [klasgenoot] niet over zijn gevoelens kon vertellen, maar dat het nou eenmaal zo was omdat hij dat voor zijn eigen veiligheid niet durfde. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze gevoelens van eiser als algemeen en summier worden aangemerkt. De rechtbank betrekt hierbij dat eiser destijds een dertien- of veertienjarige puber was en dat verweerder niet gemotiveerd heeft waarom het onaannemelijk is dat eiser zich nu van die periode vooral gevoelens van lust en aantrekkingskracht herinnert. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het niet overtuigend is dat eiser er niet blij en gelukkig mee was dat hij zijn gevoelens niet aan [klasgenoot] kon vertellen. De rechtbank betrekt hierbij dat verweerder het wel authentiek vindt dat eiser een voetbalshirt van Sadig kreeg en hier heel blij mee was.

6.4.

Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het onwaarschijnlijk is dat een gesprek met een politieman bij de Gay Pride veel indruk op eiser heeft gemaakt. Eiser heeft in het nader gehoor uitgelegd dat deze politieman tegen hem heeft gezegd dat hij trots moest zijn als homo, omdat iedereen in Nederland hem beschermt. Eiser heeft uitgelegd dat hij door deze opmerking zich vrijer voelde om zich publiekelijk als homo te laten zien en dat het hem hielp om zich veilig te voelen als homo in Nederland. In Nigeria had hij zichzelf alleen maar stiekem geaccepteerd, maar niet publiekelijk. Verweerder heeft niet duidelijk gemaakt waarom deze gebeurtenis en eisers gevoelens daarover bevreemdingwekkend zouden zijn voor een Nigeriaanse homoseksuele man die op dat moment nog niet lang in Nederland was.

6.5.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen waarde wordt gehecht aan de verklaringen van derden. Het is juist dat het allereerst aan de vreemdeling zelf is om geloofwaardig over zijn gevoelens en ervaringen te verklaren. In Werkinstructie 2019/17 staat echter dat in het bestreden besluit moet worden gemotiveerd welke waarde aan de verklaringen van derden wordt gehecht. Blijkens het bestreden besluit is dat in het geval van eiser onvoldoende gebeurd.

6.6.

Over de verklaring van eisers gestelde partner [naam partner] , overweegt verweerder in het voornemen dat hierin slechts gesteld wordt dat eiser en [naam partner] een relatie hebben en dat wordt gesproken over enkele persoonlijke eigenschappen van eiser. Volgens verweerder ziet dit niet op de homoseksualiteit van eiser. De rechtbank kan zonder nadere toelichting van verweerder niet volgen hoe een relatie met een man in Nederland niet zou zien op de homoseksualiteit van eiser en waarom deze brief niet kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele geaardheid.

6.7.

Daarnaast werpt verweerder tegen dat uit de brieven van COC Groningen-Drenthe en LGBT Asylum Support uitsluitend blijkt dat eiser aan activiteiten deelneemt en dat door de brievenschrijvers geen oordeel wordt gegeven over de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele geaardheid. In Werkinstructie 2019/17 staat echter dat verweerder alleen waarde hecht aan steunbetuigingen van derden die feitelijke informatie bevatten, zoals waarnemingen over gedragingen van de vreemdeling. Verweerder zal daarom moeten motiveren hoe de feitelijke informatie dat eiser deelneemt aan activiteiten van COC en LGBT Asylum Support wordt gewogen in de gehele geloofwaardigheidsbeoordeling van eisers geaardheid. Verweerder heeft dit in het voornemen en het bestreden besluit onvoldoende toegelicht.

Conclusie

7.1

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De aanvraag is ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat het aan verweerder is om de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele geaardheid opnieuw te beoordelen. Verweerder zal daarbij ook de op de dag voor de zitting door eiser ingediende rapportage van LGBT Asylum Support moeten betrekken. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

7.2.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1). Als aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing


De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op eisers asielaanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. F.P. van Straelen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Zie pagina acht van het nader gehoor.

2 Zie pagina’s acht en veertien van het nader gehoor.

3 Zie pagina acht van het nader gehoor.

4 Zie pagina’s zestien en zeventien van het nader gehoor.

5 Zie pagina twaalf van het nader gehoor.