Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9970

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
09-997106-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Schadevergoedingsuitspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Schadevergoedingsverzoek ex art. 530 Sv. Verzoeker was verdachte in een langlopend en omvangrijk opsporingsonderzoek. De rechtbank kent een vergoeding van ruim 349.000 euro toe. Overwegingen o.a. over bijstand door meerdere raadslieden, het uurtarief van de raadslieden, afstemming met raadslieden van medeverdachten, keuze voor een eigen raadsman en kosten gemaakt na het vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Parketnummer: 09/997106-14

Raadkamernummer: 20/659

Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] ,

voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van zijn advocaten
mrs. J.F. Rense en E. Neve, Weena 800, 3014 DA te Rotterdam.

Inleiding

Verzoeker was één van de zeven verdachten in het opsporingsonderzoek genaamd [onderzoeksnaam] . Dit onderzoek van de inlichtingen- en opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit betrof een onderzoek naar mogelijke fraude in de vorm van valsheid in geschrifte en oplichting bij het aanvragen van subsidie voor innovatieve kassenbouw.

Bij vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 6 december 2019 is verzoeker vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.

Op 28 februari 2020 ontving de rechtbank een verzoekschrift van verzoeker.

De procedure in raadkamer

De rechtbank heeft dit verzoek op 15 september 2020 in raadkamer behandeld en heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

Verzoeker is - hoewel daartoe goed opgeroepen - niet in raadkamer verschenen. Aanwezig was zijn advocaat, mr. J.F. Rense. Tevens is de officier van justitie mr. H.C. Vermaseren gehoord.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 348.867,76. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door meerdere raadslieden. De werkzaamheden van de raadslieden bestonden uit het onderhouden van contact met het onderzoeksteam, de officier van justitie en de rechter-commissaris, het doen van feitenonderzoek en analyseren van een verweerpositie, het standpunt van verzoeker onder de aandacht van het Openbaar Ministerie brengen, het voorbereiden en bijwonen van getuigenverhoren, het bestuderen van het dossier, het voeren van besprekingen en het onderhouden van contact met verzoeker en de raadslieden van de andere verdachten, het opstellen van pleitnotities en het bijwonen van de zitting. Deze werkzaamheden waren met het oog op de complexiteit van de zaak en een behoorlijke verdediging noodzakelijk, aldus verzoeker. Daarnaast wordt verzocht om een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het uurtarief van mr. Rense redelijk is en dat niet duidelijk is wat het uurtarief van de andere raadslieden is die aan de zaak hebben gewerkt en dus ook niet toetsbaar is of deze tarieven billijk zijn. De officier van justitie merkt op dat er een grote verwevenheid van zaken is, omdat de verdenkingen tegen de rechtspersoon en de natuurlijke personen min of meer gelijke feiten betroffen. De officier van justitie wijst daarnaast op de dubbele werkzaamheden die hebben plaatsgevonden, omdat er meerdere raadslieden aan de zaak hebben gewerkt, die zich (telkens) moesten inlezen. Verder is er ook overleg met de raadslieden van medeverdachten gedeclareerd, welke kosten volgens de officier van justitie niet zijn te kwalificeren als kosten die verband houden met de verdediging in de strafzaak van verzoeker. De kosten die zijn gedeclareerd na het onherroepelijk worden van de zaak op 23 december 2019 en de kosten voor catering komen niet voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast is niet toetsbaar waarop de kosten zien onder de post ‘conferentie buiten kantoor’. Er dient daarom een billijkheidscorrectie plaats te vinden, zodanig dat maximaal € 70.000,- voor vergoeding in aanmerking komt, aldus de officier van justitie. Ten slotte stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift kan worden toegewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte, wiens strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman. Ingevolge artikel 534 Sv heeft toekenning van een vergoeding plaats indien en voor zover gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Aard van de zaak

De rechtbank stelt voorop dat het opsporingsonderzoek [onderzoeksnaam] een langlopend en omvangrijk onderzoek is geweest. De eerste onderzoekshandelingen dateren van begin 2014, terwijl de zaak pas eind 2019 is geëindigd. Het einddossier besloeg zo’n 2500 pagina’s. Bovendien ging het om complexe, administratief financiële en technische materie. Dat maakt dat er veel uren en dus ook aanzienlijke kosten gemoeid zijn geweest met het verlenen van rechtsbijstand aan de gewezen verdachten in dit onderzoek. De aard van de zaak betrekt de rechtbank bij de vraag of en in hoeverre vergoeding van de gevraagde kosten billijk is.

Uurtarief

De rechter dient het in rekening gebrachte uurtarief van een advocaat terughoudend te toetsen. Slechts wanneer een uurtarief wordt gehanteerd dat zodanig afwijkt van wat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is, kan dit leiden tot een correctie van dat uurtarief. De gedeclareerde uurtarieven van de raadslieden van verzoeker bedroegen 240 tot 350 euro per uur. Die tarieven komen de rechtbank niet onredelijk voor, mede in aanmerking genomen de aard en complexiteit van de zaak, die een bijzondere specialisatie van de raadslieden vergde.

Bijstand door meerdere raadslieden

Verzoeker heeft zich door meerdere raadslieden laten bijstaan. Dat stond hem uiteraard vrij en de rechtbank acht dit ook begrijpelijk, gelet op de aard, omvang en duur van de zaak. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de verschillende raadslieden elkaar aanvullende werkzaamheden hebben verricht. Dit heeft tot gevolg gehad dat er tussen de raadslieden overleg heeft moeten plaatsvinden en dat elke raadsman enige tijd heeft moeten besteden aan het zich inlezen in het dossier. De rechtbank acht het in dit geval niet onbillijk om ook de daarmee gemoeide kosten volledig te vergoeden. Daarbij komt dat het bij een langlopend onderzoek niet ongewoon is dat er meer uren aan dossieronderzoek worden besteed, omdat een raadsman zich tot op zekere hoogte opnieuw moet inlezen nadat het onderzoek – zoals in deze zaak – een tijd heeft stilgelegen.

Afstemming met raadslieden medeverdachten

In het onderzoek [onderzoeksnaam] is vervolging ingesteld tegen zeven natuurlijke en rechtspersonen. Tussen de raadslieden van de verschillende gewezen verdachten heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden en zij hebben op verschillende momenten hun werkzaamheden op elkaar afgestemd, aangezien de verdenking tegen alle gewezen verdachten betrekking had op hetzelfde feitencomplex. Voor zover tussen de raadslieden werkzaamheden zijn verdeeld, zoals het indienen en onderbouwen van onderzoekswensen, het stellen van vragen aan getuigen en het voorbereiden en voordragen ter terechtzitting van verweren, is aannemelijk geworden dat dit heeft geleid tot efficiëntie en tijdsbesparing en daarmee uiteindelijk juist kostenbesparing. De rechtbank acht het dan ook billijk om ook de kosten gemoeid met overleg met de raadslieden van de medeverdachten te vergoeden.

Verwevenheid van zaken

De verdachten in het onderzoek [onderzoeksnaam] betroffen rechtspersonen en natuurlijke personen. Tot die natuurlijke personen behoorden de feitelijk leidinggevenden van die rechtspersonen. Hoewel sommige rechtspersonen en hun leidinggevenden aanvankelijk dezelfde raadsman hadden, hebben alle verdachten er uiteindelijk voor gekozen om zich te laten bijstaan door hun eigen raadslieden. Dat stond hun uiteraard vrij; iedere verdachte heeft immers recht op een eigen raadsman, waarbij een vrije advocaatkeuze geldt. De rechtbank acht de keuze voor een eigen raadsman in deze zaak ook zonder meer begrijpelijk. Niet op voorhand viel immers uit te sluiten dat de rechtspersonen en hun leidinggevenden uiteenlopende of zelfs tegenstrijdige belangen zouden hebben. Hun procespositie is ook per definitie verschillend, nu de strafmodaliteiten en afdoeningswijzen voor rechtspersonen en natuurlijke personen verschillen. De rechtbank ziet hierin dan ook geen reden om de gevraagde kosten te matigen.

Cateringkosten

De cateringkosten à € 38,- die op 19 november 2019 in rekening zijn gebracht, komen naar het oordeel van de rechtbank niet voor vergoeding in aanmerking, omdat deze kosten niet zijn gemaakt in het kader van de verdediging van verzoeker in de strafzaak.

Kosten na onherroepelijk worden vonnis

Tot slot zijn er kosten gedeclareerd na het onherroepelijk worden van het vonnis. Deze kosten komen naar het oordeel van de rechtbank niet voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 530 Sv. De rechtbank kan zich voorstellen dat er na een uitspraak nog contact is tussen een gewezen verdachte en zijn raadslieden om bijvoorbeeld te bespreken of het openbaar ministerie hoger beroep zal instellen; de daarmee gemoeide kosten zouden nog wel voor vergoeding in aanmerking komen. Dat geldt echter niet voor kosten die zijn gemaakt na het onherroepelijk worden van het vonnis. De rechtbank zal deze kosten (24 minuten x uurtarief € 350 + 21% BTW =) € 169,40 in mindering brengen op het verzochte bedrag.

Tussenconclusie

De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker een bedrag toe te kennen als vergoeding voor de kosten van een raadsman. Gelet op enerzijds de aard, omvang en complexiteit van de zaak en anderzijds de onderbouwing van de gevraagde kosten, acht de rechtbank het billijk om het verzochte bedrag grotendeels toe te wijzen, te weten

€ 348.660,36.

Kosten procedure ex artikel 530 en 533 Sv

Voorts acht rechtbank gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker voor de kosten van indiening en behandeling van het verzoek ex artikel 533 Sv (kenmerk RK 20/658) en het verzoek ex artikel 530 Sv het gebruikelijke bedrag van € 550,- toe te kennen.

Conclusie

Uit het bovenstaande volgt dat een totaal bedrag van (€ 348.660,36 + € 550,- =) € 349.210,36 voor vergoeding in aanmerking komt.

Beslissing

De rechtbank:

- kent aan verzoeker toe ten laste van de Staat een bedrag van in totaal € 349.210,36 (zegge: driehonderdnegenenveertigduizendtweehonderdtien euro en zesendertig cent), en bepaalt dat voormeld bedrag dient te worden voldaan op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] onder vermelding van ‘vergoeding 530 Sv’;

- wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gedaan te Den Haag door mr. E.C. Kole, voorzitter, mrs. N.I.S. Wallet en B.W. Mulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Haalem, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2020.

Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter. De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing en mitsdien de betaling ten laste van de Staat der Nederlanden door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van € 349.210,36 (zegge: driehonderdnegenenveertigduizendtweehonderdtien euro en zesendertig cent), en bepaalt dat voormeld bedrag dient te worden voldaan op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] onder vermelding van ‘vergoeding 530 Sv’.

Den Haag, 29 september 2020

Mr. E.C. Kole, voorzitter