Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9830

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-07-2020
Datum publicatie
22-10-2020
Zaaknummer
C/09/548442 / FA RK 18-1286
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en wijziging voorlopige voorzieningen. Opname echtscheidingsconvenant. Opname ouderschapsplan met wijzigingen. Door de moeder is geen verweer gevoerd tegen (atypisch) afspraken in ouderschapsplan over uitgekleed gezag; formeel blijven ouders belast met het gezamenlijk gezag. De in het ouderschapsplan opgenomen zorgregeling wordt wel gewijzigd. Artikel t.a.v. kinderalimentatie wordt niet gewijzigd, nu door de vrouw onvoldoende concreet gesteld is dat en waarom zij dit geval in mediation onopzettelijk door onjuist inzicht of onjuiste gegevens van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken. Ook geen sprake van dwang en/of misbruik van omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2021/43.23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekest- en zaaknummers:

  • -

    C/09/548442 en FA RK 18-1286 (echtscheiding)

  • -

    C/09/570151 en FA RK 19-1992 (verdeling)

  • -

    C/09/591878 en FA RK 20-2539 (wijziging voorlopige voorzieningen)

Datum beschikking: 14 juli 2020

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en wijziging voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 20 februari 2018 ingekomen verzoekschrift in de bodemprocedure en op het op 21 april 2020 ingekomen verzoekschrift in de procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen van:

[X] ,

de vrouw/de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J.S. Muijsson te Nieuwegein.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de man/de vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. N.M. van Leeuwen te Gouda.

Procedures

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    de verzoekschriften van de vrouw in beide procedures;

  • -

    het bericht van 29 juni 2018 van de vrouw;

  • -

    het bericht van 7 augustus 2018 met bijlagen van de vrouw;

  • -

    het verweerschrift tevens verzoekschrift van de man, ingekomen op 5 december 2018;

  • -

    het formulier Verdelen en verrekenen van de vrouw, ingekomen op 13 februari 2019;

  • -

    het formulier Verdelen en verrekenen van de man, ingekomen op 19 maart 2019;

  • -

    het bericht van 1 juli 2019 van de man, met als bijlage een door beide partijen ondertekend echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan, tevens gewijzigd verzoekschrift van de man;

  • -

    het bericht van 20 juli 2019 van de vrouw;

  • -

    het bericht van 16 oktober 2019 van de man;

  • -

    het bericht van 12 december 2019 van de vrouw;

  • -

    het bericht van 22 mei 2020 met bijlagen van de man;

  • -

    het bericht van 23 mei 2020 tevens gewijzigd verzoekschrift met bijlagen van de man;

  • -

    het bericht van 29 mei 2020 met bijlagen van de vrouw;

  • -

    het verweerschrift tevens verzoekschrift in de voorlopige voorzieningen procedure van de man, ingekomen op 1 juni 2020;

  • -

    het bericht van 2 juni 2020 met bijlagen van de vrouw.

Op 3 juni 2020 heeft een gecombineerde behandeling ter zitting plaatsgevonden van alle samenhangende verzoeken. Ter gecombineerde zitting zijn verschenen: beide ouders, ieder bijgestaan door zijn/haar advocaat, en namens de Raad voor de Kinderbescherming mevrouw [medewerkster RvdK] . De man was ter zitting via een Skypeverbinding aanwezig, omdat hij tijdens de zitting door coronamaatregelen nog op het vliegveld [plaats] in Zwitserland was.

Ter zitting heeft de advocaat van de vrouw nog een extra productie ingediend.

Feiten

  • -

    De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] 2008 te [plaats huwelijk] .

  • -

    Zij zijn de ouders van de volgende drie nu nog minderjarige kinderen;

  • -

    [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1]

  • -

    [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ;

  • -

    [naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013 te [geboorteplaats 3] , Thailand.

  • -

    De kinderen verblijven bij de (ouders van de) man in [woonplaats 2] .

  • -

    De vrouw heeft de Thaise nationaliteit en de man heeft de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.

  • -

    Deze rechtbank heeft op [datum beschikking] 2018 voorlopige voorzieningen getroffen:

  • -

    de kinderen zullen voorlopig aan de man worden toevertrouwd;

  • -

    de vrouw is voorlopig gerechtigd om de kinderen iedere woensdagmiddag en vrijdagmiddag na school in de echtelijke woning in [woonplaats 2] dan wel nabij de echtelijke woning tot na het avondeten bij zich te hebben;

  • -

    de vrouw dient voorlopig als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen een bedrag van € 50,- per maand te verstrekken;

  • -

    de man en de vrouw zijn verwezen naar mediation voor de bodemprocedure.

Verzoeken

De verzoeken van de vrouw in de bodemprocedure strekken naar de rechtbank begrijpt na intrekking van al haar overige eerdere verzoeken ter zitting nu nog tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:

  • -

    vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens de schoolweken zoals voorgesteld door de vrouw in afwijking van het ondertekende ouderschapsplan;

  • -

    schrapping van de bepaling over de verblijfoverstijgende kosten van het ondertekende ouderschapsplan,

  • -

    alles voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De verzoeken van de vrouw in de procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen strekken na intrekking van al haar overige eerdere verzoeken ter zitting naar de rechtbank begrijpt nu nog tot:

  • -

    vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens de schoolweken zoals voorgesteld door de vrouw in afwijking van het ondertekende ouderschapsplan;

  • -

    schrapping van de bepaling over de verblijfoverstijgende kosten van het ondertekende ouderschapsplan,

  • -

    alles voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man verzoekt naar de rechtbank begrijpt onder intrekking van al zijn overige zelfstandige verzoeken ter zitting nu nog zelfstandig om in de bodemprocedure de echtscheiding uit te spreken en om daarbij het ondertekende echtscheidingsconvenant van 24 juni 2019 met als bijlage het ondertekende ouderschapsplan van 20 maart 2019 geheel in de beschikking op te nemen, alles zoveel mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Late producties van de vrouw

De advocaat van de man heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de late indiening van de vele extra producties door de advocaat van de vrouw kort voor de zitting en tegen de ter zitting nog ingediende extra productie. De man heeft geen kennis kunnen nemen van deze stukken en de advocaat heeft daarover niet inhoudelijk met de man kunnen overleggen.

De rechtbank is van oordeel dat, ondanks dat de extra producties erg laat zijn ingediend, geen sprake is van strijd met de goede procesorde. Ter zitting is gebleken dat de advocaat van de man tegen de inhoud van al deze late producties ruim voldoende verweer kon voeren.

Echtscheiding

Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.

Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan dient te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van beide ouders over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).

Het is de rechtbank ter zitting gebleken dat de ouders in mediation uiteindelijk een door de twee mediators opgesteld ouderschapsplan hebben ondertekend. De rechtbank begrijpt dat de advocaat van de vrouw zich op het standpunt stelt dat de inhoud van het ouderschapsplan op twee onderdelen “in strijd is met de Nederlandse wet”. Daarom is alsnog een zitting in de bodemprocedure gelast. De rechtbank zal daarover hierna inhoudelijk beslissen.

Nu aan de (overige) wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank de vrouw en de man ontvangen in hun wederzijdse verzoeken tot echtscheiding.

Vaststaat dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De wederzijdse verzoeken tot echtscheiding zullen, als op de wet en de feiten gegrond, worden toegewezen.

Ouderschapsplan en echtscheidingsconvenant

De man en de vrouw zijn in de voorlopige voorzieningen procedure verwezen naar mediation ten behoeve van de bodemprocedure. De man heeft doen stellen dat via het mediationbureau van de rechtbank is gekozen voor de twee mediators mevrouw drs. [naam mediator 1] en mevrouw [naam mediator 2] . Op 18 december 2018 hebben partijen het eerste mediationgesprek gehad en op 24 juni 2019 is het mediationtraject succesvol afgesloten, aldus de man en zijn advocaat.

Echtscheidingsconvenant

Door de vrouw is geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de man tot opname van het echtscheidingsconvenant in de beschikking. De rechtbank zal bepalen dat het gehele echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van deze beschikking en zal het echtscheidingsconvenant daartoe in kopie aan de beschikking hechten.

Ouderschapsplan

Door de vrouw is verzocht een meer uitgebreide zorgregeling vast te stellen tussen haar en de kinderen en de afspraak over de verblijfoverstijgende kosten te schrappen uit het ouderschapsplan. De advocaat van de vrouw stelt primair dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder voortschrijdend inzicht. Subsidiair stelt de advocaat van de vrouw dat sprake is van dwang en/of misbruik van omstandigheden. De advocaat van de man heeft die primaire en subsidiaire stellingen ter zitting betwist.

Gezag

De ouders hebben in mediation in het ouderschapsplan opgenomen dat het in het belang van de kinderen is dat het gezag grotendeels bij de vader komt te liggen, althans dat aan de vader de beslissingsbevoegdheid toekomt ten aanzien van de in het ouderschapsplan genoemde onderwerpen. In het ouderschapsplan zijn de ouders ook overeengekomen dat de moeder alle bevoegdheden die uit het gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van de kinderen aan de vader delegeert, onder de voorwaarde dat de vader de moeder zal informeren in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding. Ook staat in het ouderschapsplan: indien de moeder meer dan twee weken niet bereikbaar is en/of haar medewerking niet verleent en/of niet reageert, zal de vader een procedure starten tot het omzetten van het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag.

Ter zitting hebben de vrouw en haar advocaat geen relevant verweer gevoerd tegen deze atypische bepalingen in het ouderschapsplan over het gezag. De vrouw gaat er blijkbaar dus mee akkoord dat de man feitelijk alle beslissingen kan nemen over de kinderen.

De rechtbank overweegt als volgt. Een wijziging van het ouderlijk gezag staat niet geheel ter vrije bepaling van partijen en de rechtbank zal deze atypische bepalingen in het ouderschapsplan over het gezag daarom ambtshalve toetsen. Omdat de vrouw echter geen verweer heeft gevoerd tegen het ‘uitgekleed gezag’ en ook gelet op het daartoe strekkende mondelinge advies van de RvdK ter zitting, zal de rechtbank de onder begeleiding van twee mediators overeengekomen atypische bepalingen over het gezag alles afwegende nu in stand houden. De rechtbank stelt wel vast dat de ouders ondanks deze atypische bepalingen in het ouderschapsplan formeel met het gezamenlijk gezag over hun kinderen blijven belast.

Zorgregeling

De ouders hebben in mediation in het ouderschapsplan van 20 maart 2019 door de mediators geformuleerde afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling). Die in mediation overeengekomen zorgregeling houdt naar de rechtbank begrijpt voor de schoolweken van de kinderen onder meer in dat de vrouw gerechtigd is de kinderen iedere woensdagmiddag en vrijdagmiddag aan de [adres] te [woonplaats 2] (dat is de woning van de man en zijn ouders) “te ontmoeten”. Een andere middag kan in overleg gekozen worden als de woensdagmiddag of vrijdagmiddag “niet passen”, en voorts nog meer atypische bepalingen over de zorgregeling voor de moeder tijdens de schoolweken.

De vrouw en haar advocaat stellen naar de rechtbank begrijpt ter zitting van 3 juni 2020 primair dat sprake is van relevante wijzigingen van omstandigheden, waardoor de overeengekomen zorgregeling voor de schoolweken uit het ouderschapsplan van 20 maart 2019 moet worden gewijzigd. De vrouw ziet de kinderen aldus allang heel weinig en wil meer contact. De man is in januari 2020 ook weer vertrokken naar het buitenland en heeft de kinderen opnieuw achtergelaten bij zijn ouders in [woonplaats 2] . De vrouw woont nu nog bij haar vriend in [woonplaats 1] , maar is op zoek naar een geschikte eigen woonruimte in of nabij [woonplaats 2] . Bij haar vriend in [woonplaats 1] is voldoende slaapruimte voor de drie kinderen. Ter zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij er vooralsnog niet op uit is om de hoofdverblijfplaats van de kinderen in [woonplaats 2] te wijzigen. Zij wil vooral meer tijd met de kinderen kunnen doorbrengen dan ruim een jaar geleden in het ouderschapsplan is overeengekomen, en ook zonder toezicht van de man en/of zijn ouders in [woonplaats 2] .

De man en zijn advocaat voeren daartegen verweer. De vrouw blijft de moeder en ze is altijd welkom om de kinderen in [woonplaats 2] te bezoeken op woensdag, vrijdag en in het weekend, maar ze komt te vaak niet opdagen. In het verleden is dat tot teleurstelling van de kinderen vaak gebeurd. De man wil dat de kinderen in de voor hen stabiele en vertrouwde omgeving van [woonplaats 2] blijven. De man voert verweer tegen een overnachting bij de vrouw. Er zijn bij hem enorme zorgen over de opvoedcapaciteiten van de vrouw en over haar thuissituatie. Het is onduidelijke welke activiteiten in die woning in [woonplaats 1] plaatsvinden. Daarnaast moeten de kinderen iedere zondag naar de kerk in [woonplaats 2] .

- de verzochte gewijzigde woensdag en vrijdag

De rechtbank overweegt als volgt. De zorgregeling voor de schoolweken ten aanzien van de woensdag en de vrijdag zal nu grotendeels worden gehandhaafd. Door de vrouw is echter verzocht om te bepalen dat zij op die dagen voortaan zelf de kinderen uit school in [woonplaats 2] mag ophalen en die dagdelen voortaan niet meer als hoofdregel in de woning in [woonplaats 2] van de man en zijn ouders moet doorbrengen. Hoewel ter zitting is gebleken dat de vrouw al meerdere keren niet is komen opdagen op woensdag en/of vrijdag, ziet de rechtbank aanleiding om de vrouw nu toch een kans te geven om zich in het belang van de kinderen te gaan inzetten om een sterkere zelfstandige band met de kinderen te gaan opbouwen en om hen voortaan niet meer teleur te stellen door op het laatste moment afspraken af te zeggen zonder goede redenen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de in het ouderschapsplan opgenomen zorgregeling al zeer minimaal is en dat ook gebleken is dat de man (die sinds januari 2020 opnieuw niet meer in Nederland is) de vrouw niet of nauwelijks eigen ruimte kan en/of wil gunnen in het leven van de kinderen. De rechtbank begrijpt dat zich in het verleden veel narigheid tussen de ouders heeft afgespeeld en dat het tijd zal kosten om het vertrouwen in elkaar als ouders te herstellen, maar de rechtbank gaat er van uit dat deze twee ouders uiteindelijk het belang van hun kinderen voorop kunnen stellen en zich hiervoor alsnog in zullen kunnen gaan zetten en kunnen stoppen met hun onderlinge strijd en wantrouwen. De rechtbank is van oordeel, mede gelet op het mondelinge advies van de RvdK ter zitting, dat de vrouw juist meer eigen ruimte moet gaan krijgen om alsnog haar eigen verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen althans gedeeltelijk te kunnen gaan nemen.

De rechtbank zal daarom het ouderschapsplan wijzigen, in die zin dat de vrouw de kinderen voortaan op woensdag en vrijdag uit school in [woonplaats 2] haalt en na het avondeten, uiterlijk om 20.00 uur, bij de woning van de vader en zijn ouders in [woonplaats 2] zal terugbrengen. In afwijking van het ouderschapsplan is de vrouw dus niet meer verplicht om deze tijd met de kinderen in de woning in [woonplaats 2] door te brengen. De vrouw zal er wel voor moeten zorgen dat zij altijd op tijd bij school aanwezig is en zij zal deze regeling iedere week structureel moeten nakomen. Zij kan de kinderen dus niet op haar laten wachten op het schoolplein of de regeling op het laatste moment zonder goede reden afzeggen, omdat zij – bijvoorbeeld - de nacht daarvoor ‘slecht heeft geslapen’ of ‘oorpijn heeft’, zoals zij dat tot dusver volgens de bewijsstukken van de man wel meerdere keren heeft gedaan. Ter zitting heeft de vrouw echter toegezegd dat zij er voor zal zorgen dat dit niet meer voorkomt.

- de verzochte weekendregeling van een weekend per maand

Door de man is ter zitting uiteindelijk ingestemd met een zaterdag per maand na de hockey tot 21.00 uur. Hij kan na interventie van zijn advocaat uiteindelijk instemmen met het zelf brengen van de kinderen op eigen kosten naar de vrouw op zaterdag na de hockey, maar de vrouw moet de kinderen dan volgens hem op zaterdag om 21.00 uur weer thuisbrengen. Tegen een overnachting van de kinderen bij de vrouw heeft de man grote bezwaren.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die aan het gaan overnachten van de kinderen bij hun moeder in de weg staan. Niet of onvoldoende gesteld of gebleken is dat de geestelijke en/of lichamelijke veiligheid van de kinderen in gevaar zou komen door één overnachting per maand bij de vrouw. De vrouw en de kinderen moeten een kans krijgen om hun band te versterken, buiten het bijzijn van de man en zijn familie. Het wekelijkse kerkbezoek in [woonplaats 2] op zondag heeft geen voorrang boven één overnachting per maand van de kinderen bij hun moeder van zaterdag op zondag. Door de vrouw is ter zitting aangegeven dat de huidige woning in [woonplaats 1] geschikt is voor overnachtingen. Als de man de kinderen zelf naar de vrouw in [woonplaats 1] brengt, dan kan de man meteen ook de huidige woning van de vrouw en haar vriend in [woonplaats 1] en de slaapplekken van de kinderen daar met eigen ogen zien ter geruststelling van zijn zorgen daarover. Ter zitting is gebleken dat de grootouders aan vaderszijde door de vrouw al zijn uitgenodigd om de huidige woning van de vrouw in [woonplaats 1] te komen bekijken. De rechtbank gaat er van uit dat die uitnodiging ook voor de man geldt.

De rechtbank zal zoals ter zitting besproken voor dat vaste korte weekend per maand een brengregeling instellen, zodat beide ouders een gelijk aandeel krijgen in het vervoer en de kosten daarvan en vooral zodat de kinderen als het goed is de emotionele toestemming van de ene ouder kunnen gaan voelen om bij de andere ouder te mogen zijn. Indien de man dan niet in Nederland is wegens werkverplichtingen of andere omstandigheden, dan zal hij er voor moeten zorgen dat de kinderen door een voor de kinderen vertrouwde derde uit zijn familienetwerk naar de vrouw worden gebracht.

De rechtbank zal alles afwegende beslissen dat de kinderen in afwijking van het ouderschapsplan voortaan ook ieder eerste weekend van de maand, met ingang van 1 augustus 2020, bij de vrouw zullen zijn vanaf zaterdag na de hockey tot zondag 17.00 uur. De man moet de kinderen dan op eigen kosten naar de vrouw (doen) brengen en de vrouw moet de kinderen dan op zondag voor het eten om 17.00 uur weer bij de woning van de man en zijn ouders in [woonplaats 2] (doen) terugbrengen.

Indien de vrouw werkelijk een grotere zelfstandige rol wil gaan spelen in het leven van de kinderen, dan zal zij toch een woning in of nabij [woonplaats 2] moeten zien te vinden, omdat de kinderen daar nu eenmaal al jaren sterk geworteld zijn en daar vanaf 2015 in deze atypische situatie tot dusver grotendeels feitelijk zijn verzorgd en opgevoed door de ouders van de man (de grootouders aan vaderszijde) en dus niet door hun ouders zelf.


Voor wat betreft de schoolvakanties en de verjaardagen zal de rechtbank de ook atypische afspraken daarover in het ouderschapsplan nu in stand laten, vooral omdat de vrouw en haar advocaat daar zitting geen relevant bezwaar tegen hebben ingebracht.


Kinderalimentatie

De ouders hebben in mediation in het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De vrouw betaalt met ingang van 1 januari 2019 aan de man een kinderalimentatie van € 50,- per maand. Verder zijn zij in het ouderschapsplan in mediation overeengekomen dat de verblijfoverstijgende kosten waaronder – doch niet uitsluitend – de kosten voor de verjaardagen van de kinderen, medische ingrepen (zoals orthodontie, audicien, bril), psychologische hulp die niet vergoed wordt door de verzekering, schoolkosten, excursies, kamp, aanschaf laptop of fiets etc. door beide ouders bij helfte worden gedragen. Bijzondere uitgaven vinden in overleg plaats.

De vrouw en haar advocaat zijn primair van mening dat deze afspraak “in strijd is met de wettelijke norm”, zo bleek ter zitting. De vrouw is alleen in staat om € 50,- per maand te betalen voor de kinderen. Alle andere kosten gaan haar draagkracht te boven. Zo hebben de ouders van de man haar bijvoorbeeld verzocht om de forse kosten van de hockey en de psycholoog te betalen. Dat heeft de vrouw gedaan om problemen met haar ex-schoonouders te voorkomen, maar de vrouw kan deze kosten eigenlijk helemaal niet betalen, aldus de advocaat van de vrouw. Subsidiair stelt de advocaat van de vrouw dat er bij de afspraak over de verblijfoverstijgende kosten sprake was van dwang en/of misbruik van omstandigheden.

Door de man en zijn advocaat is daartegen gemotiveerd verweer gevoerd. De vrouw heeft in mediation zelf aangeboden om mee te betalen aan de verblijfoverstijgende kosten. Zo heeft de vrouw zelf aangeven dat ze € 180,- voor de gitaarlessen wilde betalen. Ook zou ze een schoonmaker betalen voor haar ex-schoonouders als ze een kopie van de paspoorten van de kinderen zou krijgen. De vrouw is in de gegeven omstandigheden gehouden aan het door haar ondertekende ouderschapsplan, aldus samengevat de advocaat van de man.

De vrouw betwist dat zij zelf heeft aangeboden om van alle verblijfoverstijgende kosten van de kinderen de helft te betalen. De man had haar verteld dat die bepaling alleen ging om de kosten voor de verjaardagen van de kinderen en ze was bereid om daaraan mee te betalen.

De rechtbank begrijpt deze primaire stelling van de vrouw aldus dat de atypische bepaling over de verblijfoverstijgende kosten in het ouderschapsplan in mediation is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven, althans de rechtbank zal het verzoek (ook nu zij op grond van de wet ambtshalve verplicht is de rechtsgronden aan te vullen) aan deze grondslag toetsen. Op grond van artikel 1:401, vijfde lid, BW kan een overeenkomst betreffende levensonderhoud worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Daarvan kan sprake zijn als er een duidelijke wanverhouding bestaat tussen de onderhoudsbijdrage waartoe de rechter zou hebben beslist en die welke partijen zijn overeengekomen. Het gaat dan om gevallen waarin partijen onopzettelijk door onjuist inzicht of onjuiste gegevens van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken.

De rechtbank overweegt als volgt. In het ouderschapsplan zijn de ouders overeengekomen dat de vrouw naast een bijdrage van € 50,- per maand ook de helft van de verblijfoverstijgende kosten van de kinderen zal betalen. In het ouderschapsplan zijn deze kosten gedefinieerd door de ouders. Volgens het Tremarapport zijn verblijfoverstijgende kosten de ‘vaste lasten’ en wordt de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft geacht deze al deze kosten te voldoen, dat is in dit geval dus de vader. Vaste lasten zijn bijvoorbeeld schoolgeld, contributie voor sport, kleding en dergelijke. De ouders hebben in het ouderschapsplan nog enkele andere specifieke verblijfoverstijgende kosten vermeld en anders dan volgens het systeem van de alimentatienormen zonder nadere toelichting afgesproken dat beide ouders alle verblijfoverstijgende kosten bij helfte zullen betalen.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw gelet op het gemotiveerde verweer van de man niet of onvoldoende concreet heeft gesteld dat en waarom de ouders in dit geval in mediation onopzettelijk door onjuist inzicht of onjuiste gegevens van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken.

Ook de subsidiaire stelling namens de vrouw ter zitting dat er op dit financiële punt sprake was van dwang en/of misbruik van omstandigheden is mede gelet op het gemotiveerde verweer daartegen niet of onvoldoende concreet onderbouwd.

Daarom zal de rechtbank alles afwegende het verzoek van de vrouw tot schrapping van deze atypische bepaling over de verblijfoverstijgende kosten in het ouderschapsplan afwijzen.

Overigens wijst de rechtbank er gelet op het partijdebat ter zitting nog op dat de vrouw haar helft van die kosten als hoofdregel alleen aan de man hoeft te betalen en dus niet aan de ouders van de man. De rechtbank merkt in dat verband ook nog op dat de bedragen voor kindgebonden budget en kinderbijslag die de man van overheidswege ontvangt zijn bestemd voor de kinderen en dus niet om privé schulden van de man af te lossen.

Opname en wijziging ouderschapsplan

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking en zal het ouderschapsplan aan de beschikking hechten, met wijziging echter van de zorgregeling voor de schoolweken zoals de rechtbank hierna zal beslissen.

Wijziging voorlopige voorzieningen

Ter zitting heeft de advocaat van de vrouw de verzoeken in de procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen, met uitzondering van de verzoeken over de zorgregeling en de verblijfoverstijgende kosten, ingetrokken. De rechtbank heeft in het voorgaande in de bodemprocedure daarover al geoordeeld. Nu in de bodemprocedure uitspraak wordt gedaan en deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, heeft de vrouw geen belang meer bij haar verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw tot wijziging van de voorlopige voorzieningen daarom afwijzen.

Beslissingen

De rechtbank:

in de bodemprocedure:

- spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, gehuwd op [datum huwelijk] 2008 te [plaats huwelijk] ;

- bepaalt dat het in kopie aangehechte echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking, met wijziging echter van artikel B. VERZORGING / OPVOEDING onder het tweede tot en met het zevende opsommingsteken in het ouderschapsplan voor wat betreft de zorgregeling tijdens de schoolweken van de kinderen als volgt:

  • -

    de vrouw haalt de kinderen iedere week op woensdag en vrijdag uit school in [woonplaats 2] en brengt de kinderen dan na het avondeten, uiterlijk om 20.00 uur, terug bij de woning van de man en zijn ouders in [woonplaats 2] ;

  • -

    met ingang van 1 augustus 2020 zijn de kinderen voortaan ook ieder eerste weekend van de maand bij de vrouw vanaf zaterdag na de hockey, waarbij de man de kinderen dan telkens naar de vrouw moet (doen) brengen, inclusief overnachting tot zondag voor het eten om 17.00 uur, waarbij de vrouw de kinderen dan om 17.00 uur weer bij de woning van de man en zijn ouders in [woonplaats 2] moet (doen) terugbrengen;

- verklaart deze beschikking, met uitzondering van de uitspraak tot echtscheiding, tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af al hetgeen in de bodemprocedure nog meer of anders is verzocht;

in de procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen:

- wijst na de voorgaande beslissingen in de bodemprocedure bij gebrek aan belang de verzoeken van de vrouw tot wijziging van de voorlopige voorzieningen af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H Wien, rechter en kinderrechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
14 juli 2020. De griffier is nu buiten staat om deze beschikking mede te ondertekenen.