Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9805

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
20-10-2020
Zaaknummer
C/09/596628 / FA RK 20-4814
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging hoofdverblijfplaats. Door de jaren heen zijn verschillende vormen van vrijwillige hulpverlening ingezet, waaronder Kinderen uit de Knel, maar die hulpverlening heeft geen structurele verbetering gebracht in de communicatie tussen de ouders. De ouders lijken niet in staat om het tussen hen bestaande patroon te doorbreken. De aanhoudende onderlinge strijd tussen de ouders blijft het probleem. Wijziging van de hoofdverblijfplaats zal niet tot de oplossing leiden. Ouders worden verwezen naar mediation (SCHIP-methode) en verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 20-4814

Zaaknummer: C/09/596628

Datum beschikking: 2 september 2020 (bij vervroeging)

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 24 juli 2020 ingekomen verzoek van:

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. W.R. Arema te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. mr. C.M. Emeis te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift;

  • -

    het bericht van 13 augustus 2020 met bijlage van de moeder.

Op 14 augustus 2020 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de ouders, bijgestaan door hun advocaat, en namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) mevrouw [naam medewerkster RvdK] .

Feiten

  • -

    De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

  • -

    Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind:
    [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , hierna: [voornaam minderjarige] .

  • -

    De vader heeft [voornaam minderjarige] erkend.

  • -

    De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [voornaam minderjarige] .

  • -

    In het proces-verbaal van de rechtbank Gelderland van [beschikkingsdatum 1] 2015 zijn voorlopige afspraken neergelegd van de ouders over – onder andere – het voorlopige verblijf van [voornaam minderjarige] bij de moeder in [woonplaats 1] , toestemming voor school in [woonplaats 1] en de zorgregeling. Door de rechtbank is aan de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een onderzoek te doen naar de invulling van het gezag, de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] en de zorgregeling.

  • -

    Bij beschikking van [beschikkingsdatum 2] 2015 van de rechtbank Gelderland is de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader bepaald en is een zorgregeling vastgesteld, waarbij [voornaam minderjarige] bij de moeder is drie weekenden per maand van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur en de helft van de vakanties en feestdagen. De overdracht zal plaatsvinden op station [plaats] en alleen de ouders en [voornaam minderjarige] zullen daarbij aanwezig zijn.

  • -

    Bij beschikking van [beschikkingsdatum 3] 2016 van het Hof Arnhem-Leeuwarden is de Raad verzocht nader onderzoek te doen naar onder meer welke hoofdverblijfplaats en welke zorgregeling het meest in het belang is van [voornaam minderjarige] . De behandeling van de zaak is vervolgens aangehouden in afwachting van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

  • -

    Bij beschikking van [beschikkingsdatum 4] 2017 van het Hof Arnhem-Leeuwarden is de beschikking van de rechtbank Gelderland van [beschikkingsdatum 2] 2015 bekrachtigd.

  • -

    Bij beschikking van [beschikkingsdatum 5] 2019 van deze rechtbank is het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] afgewezen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:

  • -

    vervangende toestemming te verlenen aan de moeder voor een verhuizing van [voornaam minderjarige] naar [woonplaats 1] en aldaar te worden ingeschreven op het adres van de moeder, met machtiging deze beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm;

  • -

    te verklaren voor recht dat [voornaam minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft in [woonplaats 1] , met machtiging deze beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm;

  • -

    vervangende toestemming te verlenen aan de moeder voor het inschrijven van [voornaam minderjarige] op de [naam school] in [woonplaats 1] , danwel indien er geen plek mocht zijn op deze school een andere basisschool in [woonplaats 1] ;

  • -

    een zorgregeling vast te stellen, in die zin dat [voornaam minderjarige] twee weekenden per maand bij haar vader verblijft van vrijdag na school tot zondagavond 18.00 uur (op dat tijdstip retour in [woonplaats 1] );

  • -

    met veroordeling van de vader in de kosten van dit geding.

De vader voert verweer. Dat verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Verzoek van de moeder

De moeder verzoekt om de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] te wijzigen naar [woonplaats 1] . De vader had toegezegd mee te werken en de ouders zijn zelfs naar een school in [woonplaats 1] gaan kijken, maar hij weigert nu om [voornaam minderjarige] in [woonplaats 1] te laten wonen. [voornaam minderjarige] is meegegaan naar school, had zich geestelijk voorbereid op de verhuizing en nu wordt alles geblokkeerd. Met [voornaam minderjarige] gaat het goed en ze is vrolijk. Door haar naar [woonplaats 1] te laten verhuizen, zal zij uit de strijd van haar ouders worden gehaald. De communicatie tussen de ouders wordt steeds slechter en verloopt tussen de moeder en de familie van de vader. Er komen zorgmeldingen over [voornaam minderjarige] vanwege huiselijk geweld bij de vader thuis. Veilig Thuis is betrokken. De relatie tussen de vader en zijn voormalige partner is verbroken, waarna [voornaam minderjarige] volledig bij haar oma (grootmoeder vaderszijde) is gaan wonen. Het is niet meer in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft. Hij verzorgt haar niet. Ook heeft de moeder zorgen over de psychische draagkracht van de vader. Hij doet uitingen over suïcide.

Verweer van de vader

De relatie tussen de vader en zijn ex-partner is verbroken, waardoor de vader erg verdrietig was. Hij heeft er daarom voor gekozen om [voornaam minderjarige] even tot rust te laten komen bij haar oma, waar zij regelmatig verblijft. Er is geen sprake van suïcidale gedachten en evenmin van huiselijk geweld. Met [voornaam minderjarige] gaat het goed. Ze doet het goed op school en heeft een hoge CITO-score gehaald. De tekentherapie wordt na de zomervakantie doorgezet. Bij de vader is verder geen hulpverlening betrokken. Tussen de ouders is sprake van een langdurige strijd. De vader wilde deze strijd proberen weg te halen door te kijken of [voornaam minderjarige] bij de moeder kon wonen. Er werden afspraken gemaakt over wederzijds respect, maar de moeder kon zich daar niet aan houden. Dat heeft consequenties gehad voor de relatie met zijn inmiddels ex-partner. De vader is op zoek naar handvatten om beter te leren omgaan met de emoties die voortkomen uit de strijd met de moeder. Daarvoor heeft hij een afspraak met een GGZ-therapeut. Het is van belang dat [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk stabiliteit heeft. De communicatie tussen de ouders moet worden verbeterd. Door Veilig Thuis is het SCHIP-traject geadviseerd.

Advies van de Raad

[voornaam minderjarige] is pas 9 jaar en heeft al veel meegemaakt. Er zijn meerdere juridische procedures gevoerd en recent heeft nog een raadsonderzoek plaatsgevonden. Het verzoek tot ondertoezichtstelling is afgewezen, omdat de ouders weer in overleg waren. De evaluatie van Kinderen uit de Knel was nog niet beschikbaar. Tijdens het raadsonderzoek hebben de ouders veel ongenoegen geuit naar de onderzoekers. De Raad had zorgen over de spanningen tussen de ouders. De ouders willen allebei iets anders, interpreteren het welzijn van [voornaam minderjarige] verschillend en hebben daarbij het belang van [voornaam minderjarige] onvoldoende voor ogen. Voor [voornaam minderjarige] is de situatie nu onduidelijk. Hulpverlening is niet toereikend. De SCHIP-methode en parallel ouderschap kunnen werken, maar dan moet eerst de situatie van [voornaam minderjarige] duidelijk zijn. Ook is een NIFP-onderzoek mogelijk, waarbij gekeken wordt naar [voornaam minderjarige] , de dynamiek tussen de ouders en de beperkingen van de ouders. De huidige situatie kan tot het onderzoek start worden voorgezet. Een raadsonderzoek is nu misschien onvoldoende.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 1:253a, eerste lid BW kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van het tweede lid van genoemd artikel kan de rechtbank eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

De rechtbank ziet geen aanleiding het door de Raad gesuggereerde NIFP-onderzoek te laten uitvoeren. Er is relatief recent onderzoek gedaan door de Raad en de conclusies die de Raad aan dat onderzoek heeft verbonden zijn voor de rechtbank duidelijk. Sindsdien hebben zich naar het oordeel van de rechtbank geen wezenlijke wijzigingen in de situatie van [voornaam minderjarige] voorgedaan. De rechtbank verwacht dan ook dat nader onderzoek geen nieuwe inzichten, maar wel opnieuw onrust en onduidelijkheid voor [voornaam minderjarige] en haar ouders oplevert. Dat is niet in het belang van [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] woont in ieder geval sinds 16 december 2015 bij de vader in [woonplaats 2] . Beide ouders geven aan dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] ; zij uiten geen grote zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Ze doet het goed op school en is vrolijk. Verder volgt zij tekentherapie.

Uit het meest recente raadsonderzoek, dat ten grondslag heeft gelegen aan het verzoek tot ondertoezichtstelling, zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit kan worden geconcludeerd dat [voornaam minderjarige] niet op haar plaats is bij haar vader. Ook uit hetgeen in deze procedure door de moeder naar voren is gebracht volgt die conclusie niet. Op korte termijn heeft de relatiebreuk van de vader impact gehad op de vader en op [voornaam minderjarige] . De vader heeft er daarom voor gekozen [voornaam minderjarige] een korte periode bij zijn moeder te laten verblijven en [voornaam minderjarige] op die manier niet met zijn emoties te belasten. Daarnaast heeft hij een afspraak gemaakt bij een GGZ-psycholoog. De rechtbank ziet hierin geen aanwijzing dat sprake is van zorgelijke instabiliteit van de vader, zoals door de moeder is aangevoerd. Inmiddels verblijft [voornaam minderjarige] weer bij de vader. Naar het oordeel van de rechtbank onderschrijft de handelwijze van de vader dat hij in staat is zijn eigen beperkingen te onderkennen en in het belang van [voornaam minderjarige] passende maatregelen te nemen en hulp te zoeken. Er zijn geen zorgen (geuit) over het netwerk van vader. Ook zijn er geen zorgen over de opvoedkwaliteiten van de vader.

Het probleem dat steeds is benoemd, zowel in de eerder gewezen beschikkingen als in de raadsrapporten, is de aanhoudende onderlinge strijd tussen de ouders. Die strijd is nog steeds gaande. Er zijn verschillende vormen van vrijwillige hulpverlening ingezet, waaronder Kinderen uit de Knel, maar die hulpverlening heeft geen structurele verbetering gebracht in de communicatie tussen de ouders. De ouders lijken niet in staat om het tussen hen bestaande patroon te doorbreken.

De rechtbank ziet niet in hoe de wijziging van de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij kan dragen aan de oplossing van het communicatieprobleem en de strijd van de ouders en zal het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats daarom afwijzen.

Zolang de ouders niet samen achter de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] kunnen staan en de strijd daarover blijven voortzetten, blijft het voor [voornaam minderjarige] onrustig. De ouders zullen het belang van [voornaam minderjarige] bij een stabiele woonsituatie voorop moeten gaan stellen en een modus moeten vinden om met de situatie om te gaan en het gezamenlijk ouderschap en de onderlinge communicatie vorm te geven. Het voorgestelde mediationtraject – de SCHIP methode – zou voor de ouders behulpzaam kunnen zijn. Mediation met een dergelijke aanpak kan zeer constructief zijn voor de ouders. De ouders hebben ter zitting verklaard een dergelijk traject te willen volgen. De rechtbank zal de ouders daarom verwijzen naar mediation. Het mediationbureau van de rechtbank zal partijen behulpzaam zijn bij het vinden van een mediator.

Proceskostenveroordeling

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er in onderhavige zaak geen aanleiding om de vader in de proceskosten te veroordelen, zodat het verzoek hiertoe zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de moeder af;

verwijst de ouders naar de voor hen, via het mediationbureau, bekende mediator om te trachten hun geschil ten aanzien van de communicatie en de verdere invulling van hun ouderschap door middel van mediation tot een oplossing te brengen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
2 september 2020.