Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9797

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
20-10-2020
Zaaknummer
C/09/596051 / FA RK 20-4532
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming verhuizing afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank [woonplaats]

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 20-4532

Zaaknummer: C/09/596051

Datum beschikking: 25 september 2020

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 9 juli 2020 ingekomen verzoek van:

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: D.G. Bertsch te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift met zelfstandige verzoeken.

Op 21 augustus 2020 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de vader, ieder bijgestaan door hun advocaat, en de heer [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • -

    De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

  • -

    Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind
    [medewerker RvdK] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] .

  • -

    [voornaam minderjarige 1] is door de vader erkend.

  • -

    Het hoofdverblijf van [voornaam minderjarige 1] is bij de moeder.

  • -

    Bij beschikking van [datum beschikking 1] 2018 van deze rechtbank, hersteld bij beschikking van [datum beschikking 2] 2018, is laatstelijk – voor zover hier van belang – bepaald dat voortaan aan de ouders gezamenlijk het gezag zal toekomen en is een zorgregeling bepaald, waarbij [voornaam minderjarige 1] bij de vader is:

  • -

    om het weekend van vrijdag uit school tot maandag naar school en iedere woensdag uit school tot donderdag naar school;

  • -

    de helft van de vakanties, in onderling overleg door de ouders en onder regie van de jeugdbeschermer te verdelen.

  • -

    Bij beschikking van [datum beschikking 3] 2019 van de kinderrechter van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling over [voornaam minderjarige 1] voor het laatst verlengd van 13 juni 2019 tot 23 november 2019 en is de zorgregeling nog met een dag in de twee weken uitgebreid en – met wijziging in zoverre van de beschikking van [datum beschikking 2] 2018 – bepaald dat [voornaam minderjarige 1] bij de vader zal zijn: op de donderdag niet aansluitend bij - voorafgaand aan - het weekend dat [voornaam minderjarige 1] bij haar vader verblijft.

  • -

    De ouders zijn een “borgingsplan na ondertoezichtstelling”/ouderschapsplan overeengekomen, waarbij parallel solo-ouderschap is afgesproken. Communicatie verloopt via [naam] . Volgens dit plan is [voornaam minderjarige 1] bij de vader:

  • -

    in de even weken van woensdag uit school tot en met vrijdag uit school;

  • -

    in de oneven weken van woensdag naar school tot en met donderdag naar school en van vrijdag uit school tot en met maandag naar school.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] te verhuizen, alsmede toestemming voor verandering van school, omdat dit vanwege de verhuizing noodzakelijk is, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Verder heeft de vader zelfstandig verzocht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:

  • -

    de moeder te verbieden om met [voornaam minderjarige 1] te verhuizen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat zij ergens anders met [voornaam minderjarige 1] woonachtig is dan thans het geval is, met een maximum van € 100.000,-;

  • -

    de moeder te veroordelen in de door de vader in deze procedure gemaakte proceskosten;

  • -

    bij wijze van voorwaardelijke verzoeken indien het verzoek om vervangende toestemming om te verhuizen wordt afgewezen maar de moeder alsnog met [voornaam minderjarige 1] verhuist:

  • -

    te bepalen dat [voornaam minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft;

  • -

    een zorg- en contactregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] te bepalen, conform het verweerschrift;

  • -

    indien aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] te verhuizen en/of in te schrijven op een andere school: te bepalen dat de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, een latere ingangsdatum te bepalen dan de datum van de door de rechtbank af te geven beschikking, te weten drie maanden, althans een latere ingangsdatum dan de rechtbank geraden acht.

Beoordeling

De rechtbank heeft ter zitting een vergelijk tussen de ouders beproefd, hetgeen niet tot overeenstemming heeft geleid.

Vervangende toestemming tot verhuizing

Standpunt van de moeder

De moeder verzoekt toestemming om met [voornaam minderjarige 1] naar de grootvader moederszijde (hierna: opa) in [plaats] te verhuizen, samen met de andere twee kinderen van de moeder. Zij zal op korte termijn de woning van de grootmoeder moederszijde (hierna: oma) en haar partner moeten verlaten vanwege de verkoop van die woning. Oma en haar partner komen uit de schuldhulpverlening en zij kunnen de hypotheek niet meer betalen. De moeder kan dat ook niet. Sinds 2015 staat de moeder ingeschreven als woningzoekende, maar zij komt nog niet in aanmerking voor woonruimte in [woonplaats] . Ook de school van [voornaam minderjarige 1] kan de moeder niet helpen. Opa heeft aangeboden om zijn huis in [plaats] beschikbaar te stellen voor de moeder en haar kinderen. Deze woning kan worden ingericht zodat de moeder met [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] daar kan wonen. De zorgregeling kan worden voortgezet. [voornaam minderjarige 1] kan vanuit [plaats] met de metro gaan, waardoor de kosten ook meevallen. De moeder heeft dit voorstel voorgelegd aan de vader, maar hij kan niet instemmen. Hij geeft aan dat [voornaam minderjarige 1] dan haar hoofdverblijf bij hem zal moeten krijgen. De moeder is van mening dat de vader niet over zijn eigen belang heen kan stappen.

Standpunt van de vader

De vader is het uitdrukkelijk niet eens met de door de moeder verzochte verhuizing en inschrijving op een school. De vader acht een verhuizing naar [plaats] niet in het belang van [voornaam minderjarige 1] . [voornaam minderjarige 1] heeft het meest belang bij rust, haar huidige woonomgeving, school en haar vriendjes. De zorgregeling is bijna een 50/50-verdeling. Het is in het belang van [voornaam minderjarige 1] dat de huidige situatie, na jaren van procedures en ondertoezichtstellingen, wordt voortgezet. Door de vader worden de meeste activiteiten van [voornaam minderjarige 1] begeleid. Bij een verhuizing naar [plaats] kan de zorgregeling niet worden voortgezet gelet op de reistijd van 40 minuten van [wijk] naar [plaats] . Verder blijkt nergens uit dat de woning van oma verkocht is of te koop staat, zodat er geen noodzaak aanwezig is. Er is geen sprake van een goede voorbereiding van de verhuizing. In [plaats] zal [voornaam minderjarige 1] een kamer moeten delen met haar moeder en [voornaam minderjarige 2] . De vader zal door de verhuizing € 550,- extra kosten hebben en door de moeder wordt verder geen compensatie aangeboden. Er wordt door de moeder miskend wat een verhuizing met een kind kan doen, zeker bij een meisje van 10 jaar met een voorgeschiedenis.

Advies van de Raad

De Raad heeft ter zitting het volgende geadviseerd. Uit eerdere raadsrapporten komt naar voren dat [voornaam minderjarige 1] uit een zeer instabiele situatie komt, waarmee zij ook belast is geweest. Als [voornaam minderjarige 1] moet wisselen van school en woonomgeving door een verhuizing zal dat zeer ingrijpend zijn voor haar. Gelet op haar voorgeschiedenis heeft de Raad twijfels of een verhuizing in het belang van [voornaam minderjarige 1] is. De Raad is erdoor geschokt dat de moeder [voornaam minderjarige 1] heeft meegenomen naar de rechtbank en vindt het niet in het belang van [voornaam minderjarige 1] dat zij wordt betrokken in een geschil tussen de ouders. De Raad meent dat het cruciaal is dat er weer hulp komt en dat de speltherapie, die voor [voornaam minderjarige 1] heel belangrijk is, wordt voortgezet. Eventuele discussies tussen de ouders over financiën mogen niet ten koste van speltherapie voor [voornaam minderjarige 1] gaan. De Raad dringt er bij de vader op aan om die discussie opzij te zetten en gewoon voor de speltherapie te betalen. De Raad vindt het zeer zorgelijk dat er nu weer een conflict tussen de ouders is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de gezamenlijke uitoefening van het gezag over [voornaam minderjarige 1] meebrengt dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van [voornaam minderjarige 1] toestemming van de vader nodig heeft. Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901) zal de rechtbank bij haar beoordeling alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen. Hoewel het belang van [voornaam minderjarige 1] een overweging van eerste orde dient te zijn, neemt dat niet weg dat – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – andere belangen zwaarder kunnen wegen.

[voornaam minderjarige 1] heeft altijd in [woonplaats] gewoond en gaat daar naar school. Na het verbreken van de relatie zijn de ouders uiteindelijk na jarenlange procedures, ondertoezichtstellingen en een (vrijwillige) uithuisplaatsing er in geslaagd om, in samenwerking met de jeugdbeschermer en in het belang van [voornaam minderjarige 1] , een gelijkwaardige verdeling van de zorgtaken af te spreken. [voornaam minderjarige 1] ziet haar beide ouders nu regelmatig. De beoogde verhuizing naar [plaats] leidt tot ingrijpende wijzigingen in het dagelijks leven van [voornaam minderjarige 1] . Niet alleen zal dit betekenen dat zij uit haar vertrouwde omgeving in [woonplaats] zal worden gehaald, maar ook dat het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] vanwege de afstand tussen [wijk] en [plaats] zal worden beperkt tot hoogstwaarschijnlijk de weekenden en de schoolvakanties. Doordeweekse contactmomenten en (buiten)schoolse (sport)activiteiten van [voornaam minderjarige 1] met de vader zullen na de door de moeder gewenste verhuizing niet of bijna niet meer mogelijk zijn. Weliswaar heeft de moeder gesteld dat de huidige zorgregeling kan worden voortgezet, maar de rechtbank acht dit, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de vader, niet realistisch. Door de vader is onbetwist gesteld dat hij bijna alle activiteiten van [voornaam minderjarige 1] begeleidt, behalve yoga. Door de reisafstand is het voor de vader niet mogelijk om [voornaam minderjarige 1] op een voor haar acceptabel tijdstip in de ochtend naar school te brengen. Dat de vader dan ook maar naar [plaats] moet verhuizen, acht de rechtbank een onbegrijpelijke stelling van de moeder. De moeder stelt verder dat zij niet in staat is om bij een verhuizing van [voornaam minderjarige 1] reiskosten te betalen. Door de moeder wordt geen compensatie en geen ander alternatief aangeboden.

Onder bijzondere omstandigheden kunnen de ingrijpende gevolgen van een verhuizing eventueel nog gerechtvaardigd worden door een noodzaak aan de zijde van de moeder om te verhuizen. Uit vaste jurisprudentie komt naar voren dat naar alternatieven moet zijn gezocht en dat sprake moet zijn van een situatie waarin er geen alternatieven zijn of waarin is gebleken dat gevonden alternatieven het probleem niet kunnen oplossen. De moeder stelt in deze procedure dat oma en haar partner de woning - waar de moeder nu met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] woont – moeten verkopen, omdat zij niet in staat zijn om de hypotheeklasten te betalen. De rechtbank is er op basis van de door de moeder overgelegde stukken onvoldoende van overtuigd dat de moeder niet langer in de huidige woning kan blijven wonen. Door de moeder is weliswaar een waardebepaling van de woning overgelegd, maar de woning staat niet te koop. Het is onvoldoende duidelijk of de moeder in staat is een (bescheiden) bijdrage te leveren in de hypotheeklasten, zodat oma en haar partner, indien zij daadwerkelijk tot verkoop van de woning genoodzaakt zijn, de woning toch kunnen aanhouden en de moeder met de kinderen in de woning kan blijven wonen. De moeder woont al ruim vijf jaar in deze woning, zodat zij wist dat zij op termijn op zoek zou moeten naar vervangende woonruimte, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder onvoldoende met stukken onderbouwd of aangetoond dat zij er alles aan heeft gedaan om in die periode daadwerkelijk vervangende woonruimte in (de omgeving van) [woonplaats] te krijgen. Het overleggen van een e-mail aan school en een aantal reacties op woningen is daarvoor, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vader, onvoldoende. Ook is niet bekend of voor [voornaam minderjarige 1] dit schooljaar een plek beschikbaar is op [naam school] in [plaats] . Het feit dat de moeder, zoals zij ter zitting heeft gesteld, [voornaam minderjarige 2] al heeft ingeschreven op een school in [plaats] en [voornaam minderjarige 2] daar na de zomervakantie ook gaat beginnen, brengt niet mee dat er nu voor de moeder een noodzaak is om met [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] te verhuizen.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te krijgen voor een verhuizing van [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] moet worden afgewezen. Dat betekent dat ook het daarmee verband houdende verzoek van de moeder ten aanzien van een verandering van school wordt afgewezen.

Verhuisverbod

Het verzoek van de vader om de moeder een verbod op te leggen om te verhuizen, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Het is de moeder niet toegestaan om zonder toestemming van de vader of zonder vervangende toestemming van de rechtbank met [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] te verhuizen. Daar is geen verbod voor nodig. De rechtbank vertrouwt erop dat, gelet op wat ter zitting is besproken, de moeder niet zal handelen in strijd met deze beschikking.

Voorwaardelijk verzoeken van de vader

De voorwaardelijke verzoeken van de vader, voor het geval de moeder toch naar [plaats] zou willen verhuizen, zal de rechtbank eveneens afwijzen. Zou de moeder, ondanks de afwijzing van haar verzoek om vervangende toestemming, toch naar [plaats] willen verhuizen, dan zal dat zonder [voornaam minderjarige 1] zijn en dan ligt het in de rede dat [voornaam minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij de vader zou krijgen. Als die situatie zich gaat voordoen, dan zullen de ouders met elkaar, al dan niet onder professionele begeleiding van een derde, in overleg moeten gaan om nieuwe afspraken te maken over een verdeling van zorg- en opvoedingstaken die het meest in het belang van [voornaam minderjarige 1] is. De rechtbank acht een toewijzing van de voorwaardelijke verzoeken nu niet in het belang van [voornaam minderjarige 1] . De verhouding tussen de ouders moet niet verder op scherp worden gezet en de rechtbank kan niet vooruit lopen op toekomstige gebeurtenissen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

De omstandigheid dat, zoals de vader onbetwist heeft gesteld, er tussen 2016 en 2019 tien verschillende beschikkingen/vonnissen zijn geweest, onder andere omdat de moeder omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] weigerde en het gezamenlijk gezag niet toestond, dat de vader daarmee al tienduizenden euro’s aan proceskosten kwijt is, terwijl de moeder op basis van een toevoeging procedeert, en dat de moeder nu opnieuw een procedure is gestart om vervangende toestemming te krijgen voor een verhuizing naar [plaats] , brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de moeder nu in de proceskosten zou moeten worden veroordeeld. De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat niet te snel tot een kostenveroordeling ten laste van één van de partijen in een familierechtelijke aangelegenheid wordt overgegaan en van nodeloos procederen door de moeder is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval geen sprake.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de moeder en de vader af;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. A.M. van der Vliet, kinderrechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 september 2020.