Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9605

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
09-900223-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

De voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel zou op korte termijn van rechtswege eindigen. Beslissing tot hervatting van de dwangverpleging na eerdere beslissing tot verlenging van de TBS-maatregel. Mede vanwege overtreding van voorwaarden en hoog recidiverisico, dat in de nabije toekomst niet zal veranderen. De dwangverpleging wordt direct voorwaardelijk beëindigd omdat het huidige risicomanagement adequaat en toereikend is. Het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd) is in dit geval geen afdoende alternatief voor het tbs-kader omdat bij een rechterlijke machtiging de noodzakelijke handhavingsmogelijkheden ontbreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JGz 2021/9 met annotatie van Beintema, H.J.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Parketnummer: 09/900223-06

Raadkamernummer: 20/1500

Beslissing van 1 september 2020

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 24 februari 2020 (onder intrekking van de vordering van
10 februari 2020), tot hervatting van de verpleging van overheidswege en na de tussenbeslissing van deze rechtbank van 26 mei 2020 in de zaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

verblijvende in: [adres] ,

(hierna: de terbeschikkinggestelde).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 12 mei 2020 en - na de tussenbeslissing van 26 mei 2020 - op 18 augustus 2020 ter zitting behandeld.

Op 18 augustus 2020 is de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman

mr. V. Nolet (namens mr. S. Marjanovic), gehoord. Tevens zijn de officieren van justitie

mr. S.R.C. Polderman en mr. A.F. Baas gehoord. Daarnaast zijn J. Nijkamp (reclasseringswerker) en T.J. de Vries (Manager Behandeling bij Trajectum) als deskundige gehoord. Alle procespartijen waren fysiek ter zitting aanwezig.

De tussenbeslissing van 26 mei 2020

Bij tussenbeslissing van deze rechtbank van 26 mei 2020 (hierna: de tussenbeslissing) is de termijn van de terbeschikkingstelling (na voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging) met één jaar verlengd, is de beslissing met betrekking tot de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege aangehouden voor ten hoogste drie maanden en is de officier van justitie opgedragen: (a) bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een aanvraag/verzoek te doen tot het voorbereiden van een zorgmachtiging voor de terbeschikkinggestelde op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) en (b) een deskundige van Trajectum, locatie Ravenswoud, dan wel een andere deskundige te laten onderzoeken of het huidige regime van de terbeschikkinggestelde (zoals dat vorm heeft gekregen in de voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging) kan worden gecontinueerd in het kader van de Wzd en daarover te laten rapporteren. De officier van justitie heeft aan beide opdrachten voldaan.

In de tussenbeslissing heeft de rechtbank vastgesteld dat de stoornissen van de terbeschikkinggestelde nog steeds aanwezig zijn en dat het recidiverisico onverminderd hoog is.

De vraag die thans voorligt is of het aanwezige recidiverisico ook in voldoende mate kan worden beperkt door minder ingrijpende maatregelen dan door hervatting van de dwangverpleging (met aansluitend voorwaardelijke beëindiging). Deze vraag is aan de orde, omdat de huidige terbeschikkingstelling (na voorwaardelijke beëindiging) in beginsel in maart 2021 van rechtswege zal aflopen.

Het advies van psychiater Maksimovic

Uit het pro Justitia rapport van 11 december 2019, het e-mailbericht van 26 april 2020 en zijn verklaring ter zitting van 12 mei 2020 komt – samengevat – het volgende naar voren.

De psychiater adviseert de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te continueren. Bij het wegvallen van een extern kader en een beschermde en structurerende omgeving wordt het recidiverisico op zijn minst als matig/hoog ingeschat. Het risicomanagement moet bestaan uit voortzetting van de huidige hoge mate van structurering en toezicht binnen de setting van zorgboerderij Ravenswoud, met uitsluitend begeleide vrijheden en voortzetting van het gebruik van libido- en dwangremmende medicatie. Het risicomanagement is optimaal binnen het huidige kader. Een civiel kader biedt minder mogelijkheden om beperkende maatregelen op te leggen met betrekking tot bijvoorbeeld de bewegingsvrijheid en het medicatiegebruik. Het komende jaar is er ruimte voor de voortzetting van het huidige kader. Na dit jaar moet worden uitgezocht of een zorgmachtiging in het Wvggz-kader (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) voldoende houvast biedt om het nodige risicomanagement en vrijhedenbeleid onveranderd voort te zetten.

Het advies van de reclassering

Uit het advies van 20 januari 2020, het e-mailbericht van 7 mei 2020, de voortgangsverslagen van 7 mei 2020 en 13 augustus 2020 en de verklaring van deskundige Nijkamp ter zitting van 12 mei 2020 komt – samengevat – het volgende naar voren.

De reclassering adviseert tot hervatting van de dwangverpleging. Het continueren van de gedwongen behandeling en het verblijf in een desnoods semi-gesloten setting met toezicht en controle worden noodzakelijk geacht door zowel het behandelteam van Trajectum als de reclassering. Na hervatting van de dwangverpleging kan de dwangverpleging direct voorwaardelijk worden beëindigd. Hierdoor vervalt de maximale termijn van negen jaar van de voorwaardelijke beëindiging en kan op die manier het huidige, strikt noodzakelijke risicomanagement op gelijke wijze worden voortgezet. Een civiel kader biedt niet de mogelijkheden tot (direct) ingrijpen die een strafrechtelijk kader biedt. Anders dan in een civiel kader is in het tbs-kader het risicomanagement gewaarborgd, omdat er zo nodig direct kan worden ingegrepen. Gelet op het hoge recidiverisico is een lichter kader dan het huidige niet toereikend.

De terbeschikkinggestelde heeft zich in de afgelopen periode niet geheel gehouden aan zijn voorwaarden. Op 29 mei 2020 heeft hij een berisping gekregen vanwege het (voor korte tijd) in bezit hebben van een spy-bril en pen, beide met mogelijke opname- en/of camerafunctie. Op 13 augustus 2020 heeft hij een officiële waarschuwing gekregen, omdat hij ongeveer een half jaar in het bezit bleek te zijn geweest van de gebruikersnaam en inloggegevens van een ex-bewoner, en omdat hij deze gegevens had gedeeld met een medebewoner met een lager internetfilter. Het voorgaande illustreert dat een streng kader noodzakelijk blijft om potentieel risicovol (delict)gedrag te voorkomen.

Deskundige Nijkamp heeft ter zitting van 18 augustus 2020 gepersisteerd bij het advies van de reclassering tot hervatting van de dwangverpleging en aanvullend verklaard dat bij hervatting van de dwangverpleging met aansluitend de voorwaardelijke beëindiging, de bestaande voorwaarden aan de terbeschikkinggestelde kunnen worden opgelegd. Bij een rechterlijke machtiging zullen strengere voorwaarden/maatregelen dan de bestaande aan de terbeschikkinggestelde moeten worden opgelegd om recidive te voorkomen.

Het advies van Trajectum

Uit het advies van juni 2020 komt – samengevat – het volgende naar voren.

Ten aanzien van de vraag of het huidige regime van de terbeschikkinggestelde, zoals dat vorm heeft gekregen in de voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging (hierna: het tbs-kader), kan worden gecontinueerd in het kader van de Wzd via een rechterlijke machtiging (hierna: de Wzd-RM) het volgende.

Binnen het tbs-kader kunnen beperkingen worden opgelegd gebaseerd op ruimere gronden, bijvoorbeeld ter voorkoming van strafbare feiten, zoals een contactverbod met minderjarigen, maar dat kan niet bij de Wzd-RM. In het tbs-kader is de bewegingsvrijheid en het mobiele telefoongebruik van de terbeschikkinggestelde beperkt, maar deze beperkingen kunnen niet worden opgelegd bij de Wzd-RM. De terbeschikkinggestelde krijgt nu bij wijze van depot libidoremmende medicatie, vallend onder ‘gedwongen medicatie’. Bij de Wzd-RM zou dat mogelijk kunnen vallen onder de categorie ‘off label gebruik medicatie’. Hieruit blijkt dat de voorwaarden die nu in het tbs-kader aan de terbeschikkinggestelde zijn opgelegd niet of in mindere mate bij de Wzd-RM kunnen worden opgelegd. Van belang is verder dat bij overtreding van een voorwaarde in het tbs-kader de dwangverpleging kan worden hervat, terwijl bij de Wzd-RM een delict moet zijn gepleegd om te kunnen ingrijpen. De handhaving in het tbs-kader geschiedt door de reclassering, die naast het waarborgen van het risicomanagement, een waarschuwing of berisping kan geven. Bij de Wzd-RM kan alleen ingegrepen worden met de mogelijkheden van onvrijwillige zorg. Binnen een tbs-kader kan een structureel kader worden afgesproken, nu de terbeschikkinggestelde het huidig risicomanagement de rest van zijn leven nodig zal hebben om terugval in delictgedrag te voorkomen, terwijl dit bij een Wzd-RM alleen mogelijk is als er sprake is van (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel.

Gezien de ernst van de problematiek en de moeilijkheid om deze te bewerken, heeft de terbeschikkinggestelde zijn leven lang begeleiding en controle nodig om niet te recidiveren. De risico-inschatting ten aanzien van het indexdelict op grond van de risicoanalyse is hoog. Met begeleiding en controle en passend risicomanagement, zoals geboden in de setting van Ravenswoud, is het risico matig. Zonder deze begeleiding en controle is het risico hoog. Het risico op hands-on delicten binnen een minder gedwongen kader is eveneens hoog. Als de terbeschikkinggestelde de vrije beschikking zou hebben over het internet is het risico op het downloaden van kinderpornografisch materiaal (ongeacht waar hij verblijft) hoog.

Zelfs binnen de huidige setting met een hoge zorgintensiteit en een hoge mate van toezicht, is het risico op terugval in delict(gerelateerd) gedrag hoog. Deze zorgintensiteit is vooralsnog voldoende gebleken om terugval te voorkomen. Het behandel-/veranderplafond van de terbeschikkinggestelde is al geruime tijd bereikt. Duidelijk is dat afschaling van zorg en toezicht (hoe klein ook) direct zal leiden tot een groter recidiverisico. Bij het wegvallen van de forensische zorg kan de mate waarin de terbeschikkinggestelde specifieke behandeling en bejeging ontvangt rondom zijn immer nog bestaande ernstige perverse seksuele delictgerelateerde belevingen niet meer gewaarborgd worden. Het is dan geen kwestie van of en in welke mate hij terugvalt, maar wanneer. Terugval in soortgelijk fors seksueel grensoverschrijdend gedrag als bij het indexdelict zal zich zeer snel gaan voordoen, gezien de gehele behandelgeschiedenis en de beperkte mate waarin zijn ziektebesef en –inzicht zich heeft ontwikkeld.

Uit al het voorgaande blijkt dat het kader van de Wzd-RM niet toereikend is om het huidige risicomanagement te kunnen waarborgen. Er is een forensisch kader nodig om maatregelen te kunnen opleggen. Het continueren van de gedwongen behandeling en verblijf binnen het huidige tbs-kader en binnen de huidige setting met toezicht en controle wordt daarom noodzakelijk geacht om het risico op terugval in delict(gerelateerd) gedrag te voorkomen. Een ander kader dan het tbs-kader zal zorgen voor een ander risicomanagement wat zal leiden tot een groter recidiverisico.

Deskundige De Vries heeft ter zitting van 18 augustus 2020 gepersisteerd bij het advies van Trajectum en in aanvulling en ter toelichting daarop het volgende naar voren gebracht.

Het belangrijkste verschil tussen het tbs-kader en de Wzd-RM is de handhaving. In beide kaders kunnen beperkingen/voorwaarden aan de terbeschikkinggestelde worden opgelegd, in het tbs-kader ter beperking van het recidiverisico en bij de Wzd-RM om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Anders dan in het tbs-kader kunnen overtredingen van de beperkingen/voorwaarden in het kader van de Wzd-RM niet gesanctioneerd worden. Onder de Wzd-RM kunnen slechts nieuwe (vrijheids)beperkingen worden opgelegd specifiek gericht op het verminderen van ernstig nadeel, zoals minder contact met medebewoners, of internetgebruik alleen onder toezicht. Het is lastig om bij iedere overtreding van een voorwaarde/beperking te moeten bedenken welke aanvullende vrijheidsbeperkingen opgelegd kunnen worden om het risico op ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Met dergelijke beperkingen wordt de vrijheid van de terbeschikkinggestelde bovendien structureel ernstig ingeperkt, wat een zware impact op de kwaliteit van leven kan hebben.

In het tbs-kader kunnen sancties zoals berispingen en officiële waarschuwingen worden gegeven door de reclassering die belast is met de handhaving, en in het uiterste geval kan de dwangverpleging worden hervat. Bij de Wzd-RM is de zorgverantwoordelijke belast met de controles; die is eindverantwoordelijk.

Bij de Wzd-RM kunnen voorts enkel beperkingen/voorwaarden worden opgelegd die in direct verband staan met het specifieke probleemgedrag van de betrokkene en moet het criterium van het ‘ernstig nadeel’ daarbij goed worden onderbouwd. De gronden op basis waarvan voorwaarden opgelegd kunnen worden in een tbs-kader zijn daarmee ruimer dan bij de Wzd-RM. Gezien de persoonlijkheid van de terbeschikkinggestelde is het van belang om bij een vroegsignalering al de mogelijkheid te hebben om in te grijpen; het gaat om kleine subtiele gedragingen van de terbeschikkinggestelde waar alert op gereageerd moet kunnen worden. Bij de Wzd-RM is dat niet mogelijk; er moet eerst een strafbaar feit zijn gepleegd voordat ingegrepen kan worden. De terbeschikkinggestelde heeft geen intern geweten, maar een extern geweten wat maakt dat hij de druk van buitenaf en dus van een ander nodig heeft en de mogelijkheid dat hem sancties kunnen worden opgelegd om zich aan de regels en voorwaarden te kunnen houden. Het gedrag van de terbeschikkinggestelde wordt bepaald door impulsen en behoeften en het enige wat hem goed kan beteugelen, is de angst voor negatieve consequenties. De Wzd-RM is geen passend alternatief voor een tbs-kader in het geval van de terbeschikkinggestelde, gezien het hoge recidiverisico.

Het advies van CIZ aan het Openbaar Ministerie ex artikel 28a Wzd van 17 juli 2020

Het CIZ concludeert dat aan de criteria van onvrijwillige opname is voldaan. De terbeschikkinggestelde valt onder de reikwijdte van de Wzd. Hierbij geeft de medisch adviseur van het CIZ aan dat de begeleiding zal moeten aansluiten op de verstandelijke vermogens, wat maakt dat de verstandelijke beperking van de terbeschikkinggestelde voorliggend is. Opgemerkt wordt dat er geen geldige Wlz-indicatie is en hier ook geen aanvraag voor is gedaan.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard dat hij na al die jaren in de tbs af wil van het stempel van de terbeschikkingstelling. Hij wil in Ravenswoud blijven onder dezelfde voorwaarden als nu, maar dan in een civiel kader. Hij heeft geen behoefte aan meer vrijheden, maar hij wil wel de kans krijgen om zich te kunnen bewijzen. De terbeschikkinggestelde heeft verder verklaard dat het juist is dat hij recent een berisping en een officiële waarschuwing van de reclassering heeft gekregen, wegens overtreding van de voorwaarden. Hij heeft erkend de voorwaarden te hebben overtreden en heeft verklaard dat had hij dat niet had mogen doen.

De raadsman heeft ter zitting afwijzing van de vordering bepleit en daartoe aangevoerd dat de vordering prematuur is. Omdat de termijn van de terbeschikkingstelling al met één jaar is verlengd bij tussenbeslissing van 26 mei 2020, duurt de voorwaardelijk beëindigde terbeschikkingstelling – met een adequaat risicomanagement – in ieder geval nog tot maart 2021. Op dit moment wordt niet voldaan aan de voorwaarden/criteria voor hervatting van de dwangverpleging ex artikel 6:6:10, eerste lid, onder d, van het Wetboek van Strafvordering. Het huidige risicomanagement is toereikend, waardoor aan het gestelde gevaarscriterium niet wordt voldaan. Ook heeft de terbeschikkinggestelde geen voorwaarden overtreden die tot hervatting van de dwangverpleging zouden moeten leiden. De recente incidenten die hebben geleid tot een berisping/officiële waarschuwing liggen niet ten grondslag aan de vordering tot hervatting en deze incidenten zijn ook niet van dien aard dat deze de hervatting, althans de voortzetting van de tbs maatregel na 2021, zouden kunnen rechtvaardigen. Het op dit moment hervatten van de dwangverpleging met directe voorwaardelijke beëindiging daarvan zou daarom een oneigenlijke toepassing van de wet opleveren.

Daarbij komt dat deze constructie niet in overeenstemming is met het vonnis van

20 december 2006, waarbij aan de terbeschikkinggestelde een tbs met voorwaarden werd opgelegd, wetende dat deze aan een maximumtermijn is gebonden. Doordat in 2012 alsnog de dwangverpleging werd bevolen en deze direct voorwaardelijk werd beëindigd is die termijn al met negen jaar verlengd. Onder het huidige recht geldt er geen maximumtermijn meer voor voorwaardelijke beëindiging, zodat bij een hervatting van de dwangverpleging met gelijktijdige voorwaardelijke beëindiging de terbeschikkinggestelde waarschijnlijk levenslang onder de paraplu van tbs zal blijven. Dat is gezien de oorspronkelijke uitspraak en het feit dat thans minder vergaande alternatieven mogelijk zijn, niet proportioneel. De Wzd biedt voldoende mogelijkheden om het huidige risicomanagement voort te zetten.

De resterende tijd van de tbs moet daarom benut worden voor de voorbereiding van een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd, zodat na afloop van de tbs-maatregel in maart 2021 de zorg voor en toezicht op de terbeschikkinggestelde overgaat in het kader van de Wzd. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wzd kunnen beperkingen en voorwaarden worden opgelegd. Dat maakt het mogelijk om de bestaande voorwaarden in het kader van onvrijwillige zorg op de terbeschikkinggestelde toe te passen. De rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is dan ook een goed alternatief voor de tbs-maatregel, zodat voortzetting van de tbs-maatregel in strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat het niet mogelijk zou zijn om sancties op te leggen in het kader van de Wzd doet niet ter zake, omdat de terbeschikkinggestelde wil blijven wonen in de zorgboerderij te Ravenswoud bij Trajectum onder de bestaande voorwaarden en hij intrinsiek gemotiveerd is zich aan deze voorwaarden te houden; ook de terbeschikkinggestelde zelf wil immers recidive voorkomen.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft ter zitting primair gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot hervatting van de dwangverpleging en voorts gevorderd de dwangverpleging direct voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair is enkel de hervatting van de dwangverpleging gevorderd, voor het geval de rechtbank geen aanleiding ziet tot directe voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Het Openbaar Ministerie heeft het volgende aangevoerd. Het recidivegevaar is nog steeds onverminderd hoog en zal hoog blijven. Op dit punt is in de nabije toekomst geen verandering/verbetering te verwachten. Dat maakt dat de vordering tot hervatting niet prematuur is. Het Openbaar Ministerie acht het, met de reclassering, van groot belang dat de voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel niet afloopt na de maximale termijn van negen jaar. Het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de voortduring van de tbs-maatregel ook na komend jaar. Daarmee wordt voldaan aan het gevaarscriterium. Reeds uit de tussenbeslissing volgt dat daarvan sprake is. Hervatting van de dwangverpleging met directe voorwaardelijke beëindiging daarvan is gevorderd, zodat het huidige, strikt noodzakelijke risicomanagement op gelijke wijze kan worden voortgezet met de reclassering erbij. Zowel bij enkel de hervatting van de dwangverpleging als bij een voorwaardelijke beëindiging kan de terbeschikkinggestelde op de huidige plek in Ravenswoud blijven.

De rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is geen alternatief voor de tbs-maatregel in het geval van de terbeschikkinggestelde. Er kunnen voorwaarden worden opgelegd in het kader van een rechterlijke machtiging, maar de controle en de forensische expertise van de reclassering om goed en snel te kunnen ingrijpen, ontbreken in dat kader. Forensisch toezicht met veel waarborgen, ruimte voor controle en mogelijkheden om in te grijpen als het nodig is (forensische beperkingen) zijn van belang om de maatschappij maximaal te kunnen beschermen. Het risico op een hands-on zedendelict binnen een minder gedwongen kader is immers hoog. Bij een rechterlijke machtiging kan pas worden ingegrepen als sprake is van een strafbaar feit, terwijl in een tbs-kader vele opties door de reclassering en het Openbaar Ministerie kunnen worden ingezet. Gelet op het hoge recidiverisico mag de beslissing tot terugkeer in maatschappij niet in handen van een civiele rechter worden gelegd. De vaak korte duur van een rechterlijke machtiging en de voor de terbeschikkinggestelde gewenste en noodzakelijke levenslange structuur, begeleiding en toezicht spreken elkaar volledig tegen.

Het oordeel van de rechtbank

De vraag die thans voorligt is of is voldaan aan de eisen die worden gesteld aan een hervatting van de dwangverpleging en of het aanwezige recidiverisico ook in voldoende mate kan worden beperkt door minder ingrijpende maatregelen dan door hervatting van de dwangverpleging (met aansluitend een voorwaardelijke beëindiging).

Hervatting dwangverpleging

Gelet op het bepaalde in artikel 6:6:10, eerste lid, onder d, van het Wetboek van Strafvordering is de rechter bevoegd te beslissen dat de dwangverpleging wordt hervat, indien (a) de terbeschikkinggestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of (b) anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist.

De rechtbank is van oordeel dat aan beide vereisten wordt voldaan.

In de tussenbeslissing heeft de rechtbank al vastgesteld dat het recidiverisico onverminderd hoog is. Uit het advies van Trajectum blijkt dat zelfs binnen de huidige setting met een hoge zorgintensiteit en een hoge mate van toezicht, het risico op terugval in delict(gerelateerd) gedrag hoog is. Anders dan de raadsman stelt, is de rechtbank dan ook van oordeel dat aan het gevaarscriterium wordt voldaan.

Hoewel de recente incidenten in mei 2020 en augustus 2020, waarvoor de terbeschikkinggestelde een berisping/officiële waarschuwing heeft gekregen, dateren van na de vordering tot hervatting, blijkt hieruit zonder meer dat de terbeschikkinggestelde de gestelde voorwaarden niet heeft nageleefd, hetgeen op zichzelf een hervatting van de dwangverpleging zonder voorwaardelijke beëindiging zou kunnen rechtvaardigen. Dat de terbeschikkinggestelde zegt de overtredingen van de voorwaarden te hebben erkend en in te zien dat dit niet had mogen gebeuren, doet in het licht van zijn problematiek niet af aan de ernst ervan.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot hervatting niet prematuur is. In dit verband is van belang dat uit de adviezen van de psychiater, de reclassering en Trajectum volgt dat het bestaande hoge recidiverisico in de nabije toekomst niet zal veranderen/verbeteren. De rechtbank neemt die conclusie over. In maart 2021, wanneer de huidige terbeschikkingstelling in beginsel van rechtswege zal aflopen, zal het recidiverisico onverminderd hoog zijn.

Nu in wezen aan beide genoemde vereisten van artikel 6:6:10, eerste lid, onder d, van het Wetboek van Strafvordering wordt voldaan en de vordering niet prematuur is, zal de rechtbank beslissen tot hervatting van de dwangverpleging, zodat ook na maart 2021 de beveiliging van de maatschappij kan worden gewaarborgd.

Voorwaardelijke beëindiging

Gelet op het primaire standpunt van het Openbaar Ministerie, de adviezen van de reclassering, de psychiater en Trajectum ziet de rechtbank aanleiding om de dwangverpleging gelijktijdig voorwaardelijk te beëindigen, onder de thans geldende voorwaarden. De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard dat hij in Ravenswoud wil blijven onder dezelfde voorwaarden die nu gelden. Uit alle adviezen en ook uit het standpunt van de terbeschikkinggestelde blijkt dat het huidige risicomanagement adequaat en toereikend is en dat het van belang is dat de terbeschikkinggestelde in de huidige setting blijft, met toezicht van de reclassering. Uit de verklaring van de terbeschikkinggestelde leidt de rechtbank af dat hij bereid is zich aan de voorwaarden – zoals hierna genoemd in het dictum en die identiek zijn aan de bestaande voorwaarden – te houden.

Het kader van de Wzd

Met het Openbaar Ministerie, de reclassering en Trajectum is de rechtbank van oordeel dat het kader van de Wzd in dit geval geen afdoende alternatief is voor het tbs-kader. Bij een rechterlijke machtiging kunnen wel beperkingen en voorwaarden worden gesteld, maar ontbreken de hier noodzakelijke handhavingsmogelijkheden, waardoor bij overtreding van de beperkingen/voorwaarden geen sancties kunnen worden opgelegd. Uit de omstandigheid dat de terbeschikkinggestelde ondanks het huidige strikte kader zeer recent voorwaarden heeft overtreden, blijkt des te meer dat handhaving zeer van belang is ter beperking van het recidiverisico. Uit de verklaring van deskundige De Vries ter zitting blijkt dat de angst voor sancties essentieel is om ervoor te zorgen dat terbeschikkinggestelde zich aan gestelde voorwaarden houdt. Ook de mogelijkheid tot gepast ingrijpen in het geval van vroegsignalering is van belang, hetgeen onvoldoende mogelijk is in het kader van de Wzd. Het kader van de Wzd is dan ook niet toereikend om het huidige risicomanagement te kunnen waarborgen. Duidelijk is dat afschaling van zorg en toezicht (hoe klein ook) direct zal leiden tot een hoger recidiverisico. Het aanwezige recidiverisico kan derhalve niet in voldoende mate worden beperkt door een minder ingrijpende maatregel dan door hervatting van de dwangverpleging (met aansluitend een voorwaardelijke beëindiging).

De toepasselijke wetsartikelen

Deze beslissing is gebaseerd op artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    wijst de vordering van de officier van justitie toe;

  • -

    beveelt de hervatting van de verpleging van overheidswege;

- beëindigt de verpleging van overheidswege onder de volgende voorwaarden:

  1. De terbeschikkinggestelde pleegt geen strafbare feiten.

  2. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering en onderhoudt contact met de reclassering in een door haar te bepalen frequentie.

  3. De terbeschikkinggestelde heeft de inspanningsverplichting de reclassering op de hoogte te houden van problemen en incidenten die zijn functioneren en behandeling kunnen belemmeren.

  4. De terbeschikkinggestelde verblijft op Zorgboerderij Ravenswoud van Stichting Trajectum, of een soortgelijke instelling, en zal niet veranderen van zorginstelling, noch verhuizen, zonder overleg met en toestemming van het behandelteam en de reclassering.

  5. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan een overplaatsing naar een soortgelijke kliniek of begeleide/beschutte woonvorm, indien geïndiceerd door het behandelteam en de reclassering.

  6. De terbeschikkinggestelde conformeert zich aan het behandelplan en zorgplan van de kliniek en woonvorm, waaronder (libido remmende) medicatie, vrijhedenbeleid en de huis- en gedragsregels.

  7. De terbeschikkinggestelde is altijd bereikbaar voor de kliniek, woonvorm en de reclassering en voorziet hen van actuele contactgegevens.

  8. De terbeschikkinggestelde zal zich niet in het buitenland begeven zonder toestemming van de reclassering en de officier van justitie.

  9. De terbeschikkinggestelde geeft inzage in zijn computergebruik en andere geheugendragers, waaronder gsm, aan de medewerkers van Ravenswoud (of soortgelijke instelling), de politie en de reclassering. Dit kan middels kamercontrole, fysieke controle van zoekgeschiedenis op zijn computer en een controlerend computerprogramma zoals Snitch. Wisprogramma’s, zoals CCleaner, op computer en geheugendragers, waaronder gsm, zijn niet toegestaan.

  10. De terbeschikkinggestelde zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en geeft openheid over zijn sociale contacten. Hij geeft toestemming aan de reclassering deze contacten te screenen.

  11. De terbeschikkinggestelde heeft geen contact met (zijn) minderjarige kinderen, behalve na overleg met en toestemming van Jeugdzorg, de kliniek en de reclassering.

  12. De terbeschikkinggestelde zal geen alcohol gebruiken, behalve na toestemming van het behandelteam en de reclassering, en de terbeschikkinggestelde zal geen drugs gebruiken en zal meewerken aan controle hierop.

  13. De terbeschikkinggestelde stelt zich begeleidbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om met instanties en personen informatie uit te wisselen (zoals Trajectum, familie, sociale contacten, wijkagent, enzovoort).

  14. Indien geïndiceerd door de reclassering, zal de terbeschikkinggestelde meewerken aan een time-out in FPK de Beuken van Trajectum te Boschoord of een soortgelijke instelling. Deze time-out duurt maximaal tweemaal zeven weken.

Aldus beslist te Den Haag door:

mr. M.P.M. Loos, voorzitter,

mr. J.C. U-A-Sai, rechter,

mr. M.S. Neervoort, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. R. Moese, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2020.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 december 2006, waarbij de terbeschikkingstelling met voorwaarden werd gelast;

  • -

    de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 maart 2012, waarbij de dwangverpleging alsnog werd bevolen en waarbij ook direct de dwangverpleging voorwaardelijk werd beëindigd;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Den Haag van 10 april 2018, waarbij de terbeschikkingstelling met twee jaar is verlengd;

  • -

    het advies van de reclassering (ten behoeve van Tbs voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging) van 20 januari 2020;

  • -

    het advies van de reclassering (ten behoeve van Tbs proefverlof), van 12 maart 2020;

  • -

    voortgangsverslagen toezicht aan opdrachtgever van de reclassering van 21 juni 2018, 21 september 2018, 4 februari 2019, 7 juni 2019, 25 oktober 2019, 7 mei 2020 en 13 augustus 2020;

  • -

    het advies op grond van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering van psychiater I. Maksimovic van 11 december 2019;

  • -

    de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 24 februari 2020;

  • -

    het e-mailbericht van de raadsvrouw mr. S. Marjanovic van 31 maart 2020, met als bijlagen het voorlopige standpunt van de verdediging en aanvullende vragen aan de psychiater;

  • -

    het e-mailbericht van de officier van justitie van 31 maart 2020 aan de psychiater, inhoudende onder meer de vragen van de officier van justitie en de raadsvrouw aan de psychiater;

  • -

    het e-mailbericht van de psychiater van 26 april 2020, inhoudende de beantwoording van de vragen van de officier van justitie en de raadsvrouw;

  • -

    het e-mailbericht van de reclassering van 7 mei 2020, inhoudende onder meer de beantwoording van de aanvullende vragen van de raadsvrouw;

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank Den Haag van 12 mei 2020;

  • -

    de tussenbeslissing van de rechtbank Den Haag van 26 mei 2020, waarbij de terbeschikkingstelling laatstelijk met één jaar is verlengd en de beslissing met betrekking tot de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege is aangehouden voor een periode van ten hoogste drie maanden;

  • -

    het adviesrapport Trajectum van juni 2020, opgemaakt door J.A.T. Verheijen, gz-psycholoog, ingekomen bij het Openbaar Ministerie op 26 juni 2020;

  • -

    het verzoekschrift rechterlijke machtiging met toepassing van artikel 2.3 Wfz van
    7 augustus 2020, met als bijlagen: (1) het advies van CIZ van 17 juli 2020, (2) het pro Justitia rapport van psychiater I. Maksimovic van 11 december 2019, (3) het voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van de reclassering van 7 mei 2020, (4) het Informatierapport CM/ZM van 28 mei 2020 en (5) het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de terbeschikkinggestelde van 28 mei 2020;

  • -

    het e-mailbericht van de officier van justitie van 10 augustus 2020, inhoudende het voorlopige standpunt van het Openbaar Ministerie;

  • -

    een officiële waarschuwing van de reclassering aan de terbeschikkinggestelde van 13 augustus 2020;

  • -

    het e-mailbericht van de raadsvrouw mr. S. Marjanovic van 14 augustus 2020, met als bijlagen het voorlopige standpunt van de verdediging en vragen aan J.A.T. Verheijen van Trajectum.