Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9601

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
NL20.7602
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel, Oegandese, artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000, gestelde homoseksuele geaardheid en problemen als gevolg daarvan niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden, beroep ogg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.7602


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).


Procesverloop
Bij besluit van 21 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2020, samen met de behandeling van de voorlopige voorziening met zaaknummer NL20.7603. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en de zaak op 11 juli 2020 op een nadere zitting hervat. Eiseres is toen verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [naam 1] als tolk. Verweerder heeft zich weer laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1

Eiseres is van Ugandese nationaliteit en geboren op [geboortedatum].

1.2

Ze is met een geldig Schengenvisum naar Europa en vervolgens, op 11 juli 2017, naar Nederland gekomen. Ze heeft aangifte gedaan van mensenhandel en op 29 augustus 2017 is haar, als slachtoffer daarvan, een tijdelijke verblijfsvergunning verleend. Op 5 september 2018 heeft de officier van justitie besloten niet tot strafvervolging over te gaan. Daarop heeft verweerder de tijdelijke verblijfsvergunning van eiseres per die datum ingetrokken. Op 2 oktober 2018 heeft eiseres de huidige aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend.

2.1

Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij homoseksueel is en daardoor in Uganda problemen heeft gehad.

2.2

Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres wel, maar haar seksuele geaardheid en de problemen als gevolg daarvan niet geloofwaardig gevonden. Hij vindt haar verklaringen op onderdelen wisselend en vaag, op andere onderdelen ongerijmd en tegenstrijdig. Haar verklaringen over het Italiaanse Schengenvisum hebben bijgedragen aan de ongeloofwaardigheid. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d, e en h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

3. Eiseres voert in beroep aan dat verweerder haar homoseksualiteit en problemen als gevolg daarvan ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Zij heeft in haar verklaringen geput uit haar eigen ervaringen en persoonlijke belevingen. Zij stelt dat ze haar authentieke verhaal hierover heeft verteld. Het bestreden besluit is volgens haar niet zorgvuldig genomen en niet draagkrachtig gemotiveerd.

4.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over de ontdekking van haar homoseksuele gevoelens voor vrouwen en over haar aanvaarding van en zekerheid over haar homoseksualiteit vaag en summier zijn. Verweerder heeft daarbij in aanmerking genomen dat eiseres in de periode 2001-2007 heeft samengewoond met een man, een kind van hem kreeg en een relatie kreeg met [naam 2]. Eerst in 2007 heeft ze haar homoseksualiteit aanvaard. Gezien deze omstandigheden en het gegeven dat homoseksualiteit in Uganda een taboe en verboden is, kon verweerder van eiseres verwachten dat zij uitgebreider en persoonlijker over haar ervaringen kon verklaren en essentiële punten kon benoemen. Niet ten onrechte heeft verweerder gesteld dat het bevreemding wekt dat eiseres een relatie met [naam 2] is aangegaan zonder dat zij aanvaard had dat dit kon. Verweerder heeft ook niet ten onrechte gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar geloof en haar homoseksualiteit hem ongerijmd voorkomen. Blijkens de rapporten van de gehoren heeft eiseres enerzijds verklaard dat haar geloof homoseksualiteit niet accepteert en anderzijds dat God haar zo heeft gemaakt. Verweerder stelt niet ten onrechte dat eiseres niet duidelijk maakt hoe zij haar religie met haar gestelde geaardheid heeft weten te verenigen. Terecht heeft verweerder ook in aanmerking genomen dat eiseres wisselend heeft verklaard over het ontstaan van haar relatie met [naam 2]. Verweerder heeft het ook niet ten onrechte vreemd gevonden dat eiseres haar gevoelens voor [naam 2] heeft gedeeld in het openbaar, op een netbalveld, en dat eiseres sinds haar vertrek uit Oeganda geen contact heeft gehad met [naam 2], met wie zij een jarenlange relatie heeft gehad. Verweerder wijst er verder terecht op dat eiseres, zoals blijkt uit de rapporten van de gehoren, bij diverse onderwerpen herhaaldelijk is gevraagd om haar verklaringen te concretiseren, maar dit niet heeft gedaan.

4.2

Wat betreft de problemen die eiseres heeft ondervonden, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat, gelet op het taboe dat op homoseksualiteit rust in Oeganda, het hem onbegrijpelijk voorkomt dat eiseres zo’n groot risico nam door in het openbaar intiem te zijn met [naam 2], dat eiseres een man die zij altijd op de markt zag, maar niet goed kende, vertelde over haar probleem en om hulp vroeg, en vervolgens vier jaar lang bij deze man bleef, met hem samenwoonde en twee kinderen van hem kreeg, terwijl zij stelt lesbisch te zijn. Niet ten onrechte heeft verweerder de verklaring van eiseres hiervoor, namelijk dat zij onderdak nodig had en daarom geen keus had, niet bevredigend gevonden. Evenzeer niet ten onrechte heeft verweerder niet begrijpelijk gevonden dat eiseres zich heeft laten betrappen op het kijken naar een erotische homoseksuele film. En tot slot heeft verweerder niet ten onrechte gesteld dat niet is te volgen dat de Oegandese autoriteiten eiseres een week in detentie houden, haar vervolgens vrijlaten met de mededeling dat zij zich binnen twee weken dient te melden en daarbij slechts een kopie van haar paspoort innemen en zeggen dat zij het land niet mag verlaten. Verweerder stelt ook nog terecht dat het vertrek van eiseres via de internationale luchthaven van Entebbe niet is te rijmen met haar verklaring dat zij door de autoriteiten wordt gezocht.

4.3

De rechtbank concludeert dat verweerder niet ten onrechte de homoseksualiteit van eiseres en haar gestelde problemen in Oeganda op basis van haar eigen verklaringen niet geloofwaardig heeft gevonden. In wat eiseres aanvoert ziet de rechtbank geen gronden om te oordelen dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en zijn standpunt over de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres niet deugdelijk heeft gemotiveerd.

4.4

Nu eiseres met haar eigen verklaringen haar homoseksualiteit niet aannemelijk heeft gemaakt, kan ook geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de door haar overgelegde brief van [naam 3], en aan de foto’s die eiseres in de procedure en ook nog ter zitting heeft overgelegd. Haar deelname aan de bijeenkomsten van [naam 3] en de foto’s van eiseres en haar vriendin tonen nog niet aan dat zij homoseksueel is.

5.1

Uit de overwegingen hiervoor volgt dat verweerder de aanvraag van eiseres om een asielvergunning heeft kunnen afwijzen. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen over de problemen die zij heeft ondervonden door haar seksuele geaardheid kennelijk inconsequent en duidelijk onwaarschijnlijk zijn. Verweerder heeft ook niet ten onrechte geconcludeerd dat eiseres kennelijk inconsequent en tegenstrijdig heeft verklaard over het doel van haar visum. Immers bij het aanmeldgehoor heeft eiseres verklaard dat het doel was om naar Nederland te komen vanwege haar homoseksuele geaardheid. Uit informatie verkregen van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat eiseres door een Italiaans bedrijf was uitgenodigd om in Italië meubels te bezichtigen en eventueel te kopen. Uit informatie van de Koninklijke Marechaussee (KMar) blijkt dat eiseres op 11 juli 2017 heeft verklaard dat ze in Nederland voornamelijk ervaring op kwam doen met het maken en verkopen van meubels. In het eerste gehoor heeft eiseres hier in eerste instantie verklaard dat zij niet meubels zou hebben gezegd, maar voedsel. Vervolgens heeft eiseres verklaard dat zij van haar reisagent [naam 4] moest verklaren dat zij voor zaken in Nederland was. In het nader gehoor is aan eiseres gevraagd waarom zij geen asiel heeft aangevraagd op 11 juli 2017, toen zij in Nederland aankwam. Hierop heeft eiseres verklaard dat het de bedoeling was om asiel aan te vragen en dat zij destijds heeft verteld wat haar is overkomen in Uganda. Dit blijkt evenwel niet uit het proces-verbaal van de KMar. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaring van eiseres dat zij de regels van [naam 4] moest volgen niet afdoende is en dat niet valt in te zien dat eiseres in Nederland haar eigen behoefte aan bescherming opzij zette om die regels te volgen.

5.2

Nu artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw, een zelfstandige grond is voor het afwijzen van de aanvraag als kennelijk ongegrond, heeft verweerder de aanvraag op basis daarvan al kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De overige afwijzingsgronden bespreekt de rechtbank daarom niet.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S.O.L. Chung A Hing, griffier.

De uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.