Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9590

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-10-2020
Datum publicatie
20-10-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 6782
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om inzage persoonsgegevens ogv AVG. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2020/120
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/6782

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;Bestuursdienst;Juridische Zaken, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2009 (het primaire besluit) heeft verweerder naar aanleiding om een verzoek van eiser om informatie over zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) inzage gegeven in de persoonsgegevens die in de in het besluit genoemde en bijgevoegde documenten zijn gevonden.

Bij brief van 13 maart 2019 heeft eiser hiertegen een bezwaarschrift ingediend.

In aanvulling op voormeld besluit is bij schrijven van 17 april 2019 nog nadere informatie verstrekt.

Op 24 juni 2019 heeft een hoorzitting plaatsgevonden en op 25 oktober 2019 heeft de Adviescommissie bezwaarschriften een advies uitgebracht.

Bij besluit van 30 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder, onder verwijzing naar voormeld advies, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Vanwege de uitbraak van het coronavirus en de getroffen maatregelen om verdere uitbreiding daarvan te voorkomen, heeft de rechtbank partijen gevraagd of er voorkeur bestaat de zaak uit te stellen of dat de zaak kan worden afgedaan op de stukken. Beide partijen hebben toestemming gegeven om de zaak op de stukken af te doen.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser heeft bij schrijven van 27 december 2018 een verzoek ingediend om informatie over zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Verzocht is onder meer om inzicht in de verwerking van eisers persoonsgegevens door de gemeente Den Haag, waarbij specifiek is gevraagd om gegevens over dan wel verbonden aan het IP adres, serienummers en kenmerken van voertuigen/fietsen die door de gemeente zijn weggehaald en communicatie met personen werkzaam bij de gemeente. Naderhand is ook informatie gevraagd over zijn lidmaatschap bij het stembureau, de mutatie van de verhuizing uit Den Haag, de specificatie van de schoolgegevens de e-learnings die hij als stembureaulid heeft voltooid alsmede hoe uitslagen van zijn online verkiezingsexamen zijn verwerkt.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiser, overeenkomstig het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften, ongegrond verklaard.

3. Eiser is het met het bestreden besluit niet eens. Het door verweerder verstrekte overzicht van de persoonsgegevens is volgens eiser niet compleet. Eiser heeft aangevoerd dat sprake is van verwerking van zijn IP-adres en dat deze verwerking valt onder de AVG waardoor hem inzage moet worden gegeven. Ook dient verweerder inzage te geven in de emailcommunicatie die heeft plaatsgevonden tussen eiser en verweerder. Voorts zijn geen gegevens over het ophalen van een weggesleepte fiets bij het Fietsdepot Haaglanden, waarbij een pinbetaling is voldaan, verstrekt en wordt een bezwaarschrift dat in een andere bezwaarprocedure namens iemand anders door eiser is ingediend, niet bij de verstrekte stukken aangetroffen.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

5. Het inzagerecht in artikel 15 van de AVG is als volgt uitgewerkt:

1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:

a. de verwerkingsdoeleinden;

b. de betrokken categorieën van persoonsgegevens;

c. de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

(…)

3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.

6. De rechtbank ziet geen grond voor de conclusie dat het verwerkingsoverzicht van verweerder onvolledig is, dan wel dat de door verweerder verrichte zoekslag onvoldoende is geweest. Zoals volgt uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dient degene die stelt dat er méér persoonsgegevens moeten zijn, nadat het bestuursorgaan onderzoek naar die persoonsgegevens heeft gedaan en niet ongeloofwaardig heeft medegedeeld dat er niet meer persoonsgegevens zijn, aannemelijk te maken dat er wel meer persoonsgegevens dienen te zijn.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat binnen de gemeente Den Haag géén IP-adressen worden vastgelegd, opgeslagen en gekoppeld aan personen. Er is dan ook geen sprake van directe of indirecte herleidbaarheid naar personen. Daartoe is van belang dat verweerder heeft toegelicht dat IP adressen indirect herleidbaar kunnen zijn tot een persoon, maar dat daarvoor middelen moeten worden ingezet om dit te kunnen vaststellen. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat het ondoenlijk qua tijd en mankracht is om van alle burgers met wie gecommuniceerd wordt, de identificatie via een IP-adres te achterhalen. Daarbij is van belang dat de gemeente niet zelf over de gegevens om een koppeling te kunnen maken tussen een IP-adres en een burger beschikt, maar zijn er gegevens nodig van een Internet Service Provider. Nu de verwerking een excessieve inspanning van verweerder vergt, waardoor het gevaar voor identificatie in de praktijk onbeduidend is, kan het IP adres niet beschouwd worden als persoonsgegeven.

8. Ten aanzien van de gegevens over het ophalen van de fiets bij Fietsdepot Haaglanden, is van belang dat verweerder heeft aangegeven dat deze gegevens zijn geanonimiseerd in het systeem Perfect View. Daardoor zijn zij niet meer herleidbaar naar eiser. Verweerder heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat er geen gegevens van eiser meer worden verwerkt bij het fietsdepot. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat de door eiser aangehaalde pintransactie niet meer te achterhalen is.

9. Ten aanzien van de communicatie van eiser met de gemeente is van belang dat eiser reeds over de e-mails die hij zelf heeft gestuurd en de reactie van verweerder daarop beschikt. Voorts geeft artikel 15 van de AVG geen recht op verstrekking van een kopie van de fysieke of digitale stukken waarin de persoonsgegevens worden verwerkt. Stukken als zodanig zijn geen persoonsgegevens en nergens in de AVG wordt gesproken over het verstrekken van een kopie van de stukken waarin de persoonsgegevens zijn verwerkt. Het recht op inzage van persoonsgegevens betekent dan ook niet dat de betrokkene zonder meer recht heeft op inzage in of kopieën van de stukken of bestanden als zodanig als daarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Wel bestaat een recht op een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm, van alle persoonsgegevens. Dat wil zeggen in een vorm die de betrokkene in staat stelt kennis te nemen van zijn gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Voorts heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat binnen de gemeente Den Haag niet wordt geregistreerd met wie de gemeente communiceert. Als een proces voorschrijft dat een email bewaard dient te worden, dan wordt deze gearchiveerd in het Data Management Systeem.

10. Ten aanzien van het bezwaarschrift dat eiser namens een ander heeft ingediend, is van belang dat een overzicht van de bezwaarprocedure per mail van 10 juli 2019 aan eiser is verzonden, waardoor aan het verzoek van eiser is tegemoetgekomen en zijn beroepsgrond dient te falen.

11. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de mededeling van verweerder dat er niet meer persoonsgegevens aanwezig zijn geloofwaardig is.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Tijsma, griffier.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.