Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9578

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3422
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Mondelinge usp. Chavez. Zorgtaken en afhankelijkheid onvoldoende aangetoond. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/3422

V-nummer: [V-nummer]

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 14 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: [naam] ),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [naam] ).

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was [naam] , eisers partner, op de zitting aanwezig.

Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op de zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

1. Eiser heeft verweerder verzocht hem op grond van artikel 20 van het VWEU1en het arrest Chavez-Vilchez2 verblijf toe te staan bij zijn minderjarige dochter [naam] ( [naam] ). [naam] is geboren op [geboortedatum] en heeft de Nederlandse nationaliteit.

2. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen, omdat niet is gebleken dat hij, al dan niet samen met zijn echtgenote, daadwerkelijk zorgtaken verricht ten aanzien van [naam] . Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat tussen eiser en [naam] niet een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat, als eiser moet vertrekken uit Nederland, zij met hem mee zou moeten.

3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Vooropgesteld wordt dat eiser de vader is van [naam] en alleen daarom al heel belangrijk voor haar is, maar dat is onvoldoende om het gevraagde verblijfsrecht toe te kennen. Eiser moet onderbouwen en aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk voor [naam] zorgt en dat zij echt van hem afhankelijk is in de zin van voornoemd Chavez-Vilchez arrest. Hierin is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd. Eiser heeft onder meer verklaringen overgelegd van het kinderdagverblijf, de oma van [naam] en een aantal foto’s. Uit die stukken kan worden afgeleid dat eiser in het leven van [naam] aanwezig is, maar niet dat hij ook daadwerkelijk voor [naam] zorgt en dat zij van hem afhankelijk is in de zin van het Chavez-Vilchez arrest. De enkele omstandigheid dat eiser met [naam] en zijn partner drie maanden heeft samengewoond, leidt niet tot een ander oordeel. Dit geldt ook voor eisers betoog dat hij, na zijn vertrek naar Engeland, intensief contact met [naam] heeft onderhouden via Facetime en bezoeken. Dit is onvoldoende onderbouwd.

4. De rechtbank is verder van oordeel dat geen sprake is van schending van de hoorplicht. Afgezet tegen de afwijzingsgronden van het primaire besluit, zijn in bezwaar geen stukken overgelegd of is niet een dusdanige toelichting gegeven dat verweerder niet heeft kunnen oordelen dat sprake was van een kennelijk ongegrond bezwaar.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

mr. M.J.S. Kempers

griffier

mr. A.K. Mireku

rechter

afschrift verzonden op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

1 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2 het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.