Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9403

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-09-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
NL20.13262
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel Rusland. Het is de rechtbank onvoldoende duidelijk waarom het relaas van eiseres dat zij gedwongen opgenomen is geweest in een psychiatrische instelling met een politiek motief, niet als relevant element is aangemerkt. Toepassing art. 6:22.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.13262


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Brands),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Singh).


Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast is eiseres geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in samenhang met artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit 2000. Ook is haar geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vw.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. M.E. Muller, kantoorgenoot van de gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt de Russische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1983.

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij Rusland heeft verlaten, omdat zij vreest daar in een geestelijke gezondheidsinstelling te worden geplaatst vanwege haar politieke overtuiging en haar kennis over ontwikkelingen in de wereld. Eiseres stelt dat zij in de periode tussen 11 maart 2020 en eind mei 2020 door toedoen van haar tante vijf dagen gedwongen in een psychiatrische inrichting heeft doorgebracht. Hierbij zou verbaal en fysiek geweld zijn toegepast. Om uit de inrichting te worden ontslagen, moest eiseres verklaren dat zij van haar land houdt. Eiseres stelt dat zij dit op de vijfde dag heeft verklaard en toen is vrijgelaten. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat de medicatie die zij gebruikt in Rusland wordt beschouwd als drugs en dat deze daar niet beschikbaar is. Eiseres heeft verklaard een unieke, speciale medische behandeling nodig te hebben, welke voor zover zij weet enkel in Nederland beschikbaar is. Verder stelt eiseres politiek actief te zijn geweest in Rusland. Zij heeft verklaard in 2009 aan de creatie van een audioboek met betrekking tot het strafrechtelijke proces van [A] te hebben gewerkt. Daarnaast stelt eiseres actief te zijn geweest als verslaggeefster voor [mediabedrijf] . Eiseres stelt door haar politieke activiteiten het gevoel te hebben gehad dat elke stap haar laatste stap kon zijn. In 2009 is eiseres met haar politieke carrière gestopt en is zij gaan werken in de entertainmentsector.

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder het volgende relevante element: nationaliteit, identiteit en herkomst.

Verweerder acht de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder heeft de aanvraag evenwel afgewezen, omdat de politieke carrière en de daarmee samenhangende problemen van eiseres niet leiden tot gegronde vrees op Vluchtelingrechtelijke vervolging. Daartoe is - samengevat weergegeven - van belang dat eiseres voor het laatst in 2009, toen zij gestopt is met haar politieke carrière, politiek-gerelateerde problemen heeft ervaren in Rusland, terwijl ze daar nog tot 2012 heeft gewoond en daar ook sinds 2012 nog verschillende keren langdurig heeft verbleven. Nu eiseres zelf heeft verklaard sinds 2009 geen politiek-gerelateerde problemen meer te hebben ervaren, is door verweerder geconcludeerd dat geen reden bestaat om te veronderstellen dat de door eiseres gestelde vijfdaagse opname in een inrichting in 2020 een daad van vervolging zou zijn geweest op grond van haar politieke overtuiging. Eiseres is volgens verweerder niet te beschouwen als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Evenmin heeft verweerder reden gezien om de gestelde gedwongen opname verder te toetsen in het kader van subsidiaire bescherming, nu gedwongen opname in een geestelijke gezondheidsinstelling als zodanig niet reeds kan worden aangemerkt als ernstige schade in de zin van artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn. Tot slot heeft verweerder geconcludeerd dat geen reden bestaat om aan eiseres uitstel van vertrek te verlenen in de zin van artikel 64 van de Vw.

4. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en stelt zich op het standpunt dat verweerder haar asielrelaas verkeerd interpreteert. Eiseres is in 2009 gestopt met haar journalistieke werkzaamheden, welke voortvloeiden uit haar politieke overtuiging, vanwege het risico op vervolging. Echter, eiseres is met het staken van haar journalistieke werkzaamheden geenszins haar politieke overtuiging verloren. Eiseres heeft duidelijk verklaard over haar antipathie voor Rusland. Anders dan verweerder stelt wil eiseres deze overtuiging uiten en is het onmogelijk om deze politieke overtuiging voor zich te houden. Ook heeft eiseres problemen ondervonden door haar levensstijl en nationaliteit. Eiseres heeft een sterk vermoeden dat haar tante, die haar levensstijl en politieke mening

afkeurde, de reden is voor haar opname in de psychiatrische instelling. Er was geen medische aanleiding om eiseres op te laten nemen in de psychiatrische inrichting. Verweerder miskent dat eiseres problemen heeft ondervonden nadat zij voor de laatste keer terugkeerde naar Rusland. Dat eiseres eerder legaal het land kon uitreizen, in Rusland heeft gewoond en in 2014 bij de Olympische Spelen heeft gewerkt doet daar niet aan af.

Eiseres stelt dat in de psychiatrische inrichting sprake is geweest van fysiek geweld, omdat zij daar is vastgebonden en gedwongen medicatie toegediend heeft gekregen.

De stelling van verweerder dat geen sprake is van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan eiseres niet volgen. Iemand die gedwongen wordt opgenomen in een psychiatrische instelling en aldaar wordt vastgebonden en gedrogeerd en pas vrijgelaten wordt op het moment dat zij een verklaring ondertekent waarin zij haar liefde voor Rusland toegeeft, is een vluchteling in het kader van het Vluchtelingenverdrag. De vervolgingsgrond is haar politieke overtuiging, dan wel haar leefwijze. Van belang is dat psychiatrie gebruikt wordt als middel door Rusland om opponenten uit te schakelen. Eiseres verwijst hierbij naar overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk. Verweerder heeft de problemen die eiseres heeft ondervonden ten onrechte niet als relevant element aangemerkt en dus ook ten onrechte niet op geloofwaardigheid getoetst. Verder merkt eiseres op dat zij asiel heeft aangevraagd op het moment dat duidelijk werd dat zij enkel kon terugkeren naar Rusland. Er was, anders dan verweerder stelt, daarom geen noodzaak om eerder asiel aan te vragen.

Tot slot stelt eiseres dat zij gediagnostiseerd is met ADHD en borderline. Zij heeft door jarenlange ervaring ontdekt dat Ritalin het beste werkt voor haar ziektes. Deze medicatie is in Rusland echter verboden. Er zal daarom een medische noodsituatie op korte termijn ontstaan wanneer eiseres gedwongen moet terugkeren naar Rusland zonder beschikbaarheid van Ritalin.

5. Ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Vw kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw worden verleend aan de vreemdeling:

a. die verdragsvluchteling is; of

b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit:

1°. doodstraf of executie;

2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. De rechtbank stelt voorop dat uit het voornemen en het bestreden besluit – in samenhang bezien – blijkt dat verweerder heeft getoetst of eiseres met haar asielrelaas aannemelijk heeft gemaakt dat een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag bestaat, dan wel dat zij bij uitzetting een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank zal hierna de door verweerder uitgevoerde toetsing nalopen in het licht van de door eiseres daartegen aangevoerde gronden.

8.1

Ten aanzien van de toets aan de inwilligingsgrond onder artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw (vluchtelingschap) heeft verweerder terecht vastgesteld dat de algehele situatie in Rusland niet zodanig is dat asielzoekers uit dat land zonder meer als vluchteling zijn aan te merken, zodat eiseres aannemelijk dient te maken dat er voor haar persoonlijk betreffende feiten en omstandigheden bestaan die haar vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin rechtvaardigen.

8.2

Verweerder heeft beoordeeld of de verklaringen van eiseres over de door haar ondervonden problemen op grond van haar politieke overtuiging leiden tot vluchtelingschap. In dat kader heeft verweerder in het bestreden besluit overwogen dat de verklaringen van eiseres over haar politieke carrière tot en met 2009 en de problemen die zij daarbij heeft ervaren, zijn gevolgd en betrokken in de zwaarwegendheidsbeoordeling van de door eiseres gestelde vrees. De verklaringen leiden evenwel niet tot gegronde vrees voor Vluchtelingrechtelijke vervolging. De rechtbank kan verweerder daarin volgen.

8.3

Verweerder heeft daarbij niet ten onrechte van belang geacht dat eiseres heeft verklaard dat zij voor het laatst in 2009 problemen heeft gehad in Rusland in het kader van haar politieke overtuiging, zodat sprake is van een groot tijdsverloop sinds die problemen.

8.4

Voorts heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij nadien als gevolg van haar politieke overtuiging nog problemen in Rusland heeft ondervonden. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseres heeft verklaard dat zij tot 2012 in Rusland heeft gewoond en daarbij geen problemen heeft gehad. Voorts heeft verweerder gewicht kunnen toekennen aan de verklaring van eiseres dat zij tussen september 2013 en februari 2014 voor de Russische overheid heeft gewerkt bij de Olympische Spelen in Sotsji als site manager en niet is gebleken dat zij in die periode problemen heeft ondervonden. Daarnaast heeft verweerder kunnen meewegen dat uit het paspoort van eiseres is gebleken dat zij Rusland op 11 maart 2020 is ingereisd en zij heeft verklaard daarbij geen problemen te hebben ondervonden. Ten aanzien van de laatste uitreis uit Rusland overweegt de rechtbank dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres ook daar geen problemen heeft ondervonden. Hoewel eiseres heeft verklaard dat de grensovergang tussen Rusland en Wit-Rusland nooit heeft bestaan vóór Covid- 19 en dat zij de grensbeambte ervan heeft moeten overtuigen dat ze lang niet in Rusland heeft gewoond en gevaar loopt van de zijde van het systeem als ze daar langer blijft (p. 5 van het rapport nader gehoor), rechtvaardigt dat niet de conclusie dat sprake is geweest van een illegale uitreis. In dat kader heeft verweerder er terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres ook blijkt dat de grensbeambte haar identiteitsdocument heeft bekeken en haar heeft doorgelaten (p. 6 van het rapport nader gehoor). Dat verweerder hieraan de conclusie heeft verbonden dat sprake is geweest van een gecontroleerde en legale uitreis, kan de rechtbank volgen. Voorts heeft verweerder er niet ten onrechte op gewezen dat eiseres tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat zij geen problemen heeft gehad met de Russische autoriteiten of met anderen, dat zij niet wordt gezocht door die autoriteiten en in 2018 bij een paspoortaanvraag bij de Russische ambassade in Thailand geen problemen heeft ondervonden.

8.5

Tot slot heeft verweerder eiseres niet ten onrechte tegengeworpen dat zij niet direct na het verlaten van Rusland internationale bescherming heeft aangevraagd. Sinds de gestelde problemen in Rusland heeft eiseres volgens haar verklaringen meer dan 30 landen bezocht, maar heeft zij nooit ergens asiel aangevraagd. De stelling van eiseres dat het pas tijdens haar meest recente verblijf in Rusland duidelijk werd dat zij daar onmogelijk langer kon blijven, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft er niet ten onrechte op gewezen dat eiseres eerder de mogelijkheid heeft gehad om na haar meest recente verblijf in Rusland internationale bescherming aan te vragen. Als eiseres vrees heeft voor Vluchtelingrechtelijke vervolging, valt niet in te zien waarom zij niet direct bij aankomst in Nederland een verblijfsvergunning asiel heeft aangevraagd, maar in plaats daarvan is doorgereisd naar Mexico.

8.6

De rechtbank overweegt voorts dat verweerder in het bestreden besluit heeft opgemerkt dat eiseres thans geen blijk heeft gegeven van een fundamentele politieke overtuiging waarbij geen terughoudendheid van haar verwacht zou mogen worden. De rechtbank volgt verweerder hierin. Verweerder heeft daarbij niet ten onrechte van belang geacht dat eiseres er in 2009 voor heeft gekozen te stoppen met haar politieke carrière en verder te gaan met een carrière in de entertainmentsector. Hoewel eiseres stelt dat ze de insteek van haar carrière heeft veranderd omdat ze vreesde voor vervolging maar daarbij niet haar politieke overtuiging is verloren, blijkt uit de verklaringen van eiseres niet dat zij zich na 2009 terughoudend heeft moeten opstellen ten aanzien van het uiten van haar politieke overtuiging. Dat eiseres heeft verklaard dat zij in de periode dat zij in de entertainmentsector in Rusland werkte, te maken heeft gehad met machtsmisbruik door mannen waardoor het voor haar steeds moeilijker was haar werk te doen (p. 8 van het rapport nader gehoor), is daartoe onvoldoende. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat sprake is van een politieke overtuiging die voor eiseres zo belangrijk is dat zij deze overtuiging wil uiten of hiervoor politieke activiteiten wil verrichten. Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaringen van eiseres onvoldoende duidelijk wat de gestelde fundamentele politieke overtuiging inhoudt. De enkele verklaring van eiseres over haar antipathie voor Rusland is onvoldoende voor een ander oordeel. Evenmin wordt uit de verklaringen van eiseres helder wat haar leefwijze/levensstijl precies behelst als gevolg waarvan eiseres stelt problemen te hebben ondervonden. Uit hetgeen eiseres hierover ter zitting heeft toegelicht begrijpt de rechtbank dat eiseres hiermee doelt op – samengevat – haar onconventionele houding tegenover ‘het Russische systeem’. Verweerder heeft er naar het oordeel van de rechtbank terecht op gewezen dat – wat er van die leefwijze ook zij – eiseres in het nader gehoor heeft verklaard dat zij nooit problemen heeft ondervonden op grond van haar persoonlijke levenswijze en dat ook anderszins niet is gebleken dat eiseres hierdoor in de negatieve belangstelling is komen te staan van de Russische autoriteiten. De enkele stelling van eiseres dat haar tante haar levenswijze afkeurde en dat deze levenswijze niet wordt geaccepteerd, leidt niet tot een ander oordeel.

8.7

De rechtbank overweegt verder dat uit het voornemen blijkt dat verweerder gelet op de verklaringen van eiseres dat zij sinds 2009 geen politiek-gerelateerde problemen meer heeft ervaren, terwijl ze tot 2012 in Rusland heeft gewoond en ook sinds 2012 daar nog verschillende keren (langdurig) heeft verbleven, heeft geconcludeerd dat geen reden bestaat te veronderstellen dat de door eiseres gestelde vijfdaagse opname in een inrichting in 2020 een daad van vervolging zou zijn geweest op grond van haar politieke overtuiging. Verder heeft verweerder daarbij betrokken dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de daadwerkelijke oorzaak van haar opname. Enerzijds heeft eiseres verklaard dat haar tante haar heeft uitgeleverd aan de politie en aan de geestelijke gezondheidszorg zonder geldige reden (p. 8 van het rapport nader gehoor). Anderzijds heeft eiseres verklaard dat zij niet 100% zeker weet dat zij is opgenomen vanwege haar tante (p. 3 van de correcties en aanvulling bij het nader gehoor). De rechtbank kan verweerder in deze standpunten volgen. Dat onvoldoende bekend is over de gedwongen opname en eiseres daarom niet zeker kan weten of haar vermoeden klopt dat haar tante achter de opname zit, zoals eiseres in beroep heeft aangevoerd, verklaart niet waarom eiseres daarover tijdens het nader gehoor (en overigens ook in de correcties en aanvullingen bij het nader gehoor op p.2) zonder twijfel heeft verklaard.

8.8

Nu verweerder niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat de door eiseres gestelde vijfdaagse opname in een inrichting in 2020 een daad van vervolging is geweest op grond van haar politieke overtuiging, heeft verweerder voorts kunnen concluderen dat de gedwongen opname in een geestelijke gezondheidsinstelling als zodanig niet reeds kan worden aangemerkt als ernstige schade in de zin van artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn. Verweerder heeft daarbij waarde kunnen hechten aan de verklaringen van eiseres dat zij is opgenomen in een periode waarin zij te kampen had met geestelijke problemen. Hoewel eiseres dit in beroep betwist, blijkt uit haar relaas dat zij heeft verklaard vanwege zuurstofgebrek bij de geboorte te kampen met psychische problemen (p. 6 van het rapport nader gehoor). Voorts blijkt uit het rapport nader gehoor dat eiseres heeft verklaard dat zij na haar inreis in Rusland in maart 2020 enige tijd over een extra voorraad medicijnen vanuit Thailand heeft beschikt, maar dat deze voorraad daarna op was (p. 16 van het rapport nader gehoor). De rechtbank stelt vast dat eiseres op herhaalde vragen van de gehoormedewerker of haar voorraad medicijnen ten tijde van de gedwongen opname op was en of het zou kunnen dat de opname daarvan het gevolg was, niet adequaat heeft gereageerd (p. 16 van het rapport nader gehoor). Verder heeft eiseres verklaard dat zij bij het verlaten van de instelling haar Ritalin niet meer had, maar wel kalmerende middelen, een middel tegen angst verschijnselen en een soort voedingssupplement voor sporters met een vergelijkbaar effect (p. 16 van het rapport nader gehoor). De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres ten tijde van de opname te kampen had met geestelijke problemen. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat zij tijdens de gedwongen opname wel degelijk fysiek is mishandeld, overweegt de rechtbank het volgende. Dat eiseres gedwongen medicatie toegediend heeft gekregen en tegen haar wil vastgebonden is aan haar bed heeft eiseres ervaren als fysieke mishandeling. De rechtbank kan eiseres hierin volgen. Echter is niet gebleken dat hierbij de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Door eiseres is met haar verklaringen niet aannemelijk gemaakt dat in dit geval sprake is ernstige schade in de zin van artikel 15 van de kwalificatierichtlijn. Voorts heeft verweerder niet ten onrechte meegewogen dat het een relatief kortdurende opnameperiode betrof, dat de tante van eiseres bij wie zij tijdelijk inwoonde van de behandeling op de hoogte was en daarmee kennelijk in heeft gestemd en dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar behandeling is gedocumenteerd door de behandelende instelling.

8.9

Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees dat zij een groot risico loopt in de toekomst te worden opgesloten in een psychiatrische inrichting vanwege haar politieke overtuiging, niet nader heeft weten te staven met haar verklaringen of anderszins. Nu niet aannemelijk is geworden dat eiseres als gevolg van haar politieke overtuiging gedwongen opgenomen is geweest in een geestelijke gezondheidsinstelling, kan aan de door eiseres overgelegde brief van Vluchtelingenwerk Nederland voorts niet de waarde worden gehecht die eiseres daaraan toegekend wenst te zien. Uit de brief blijkt immers dat daarin informatie staat over het gebruik van psychiatrie tegen politieke opposanten.

8.10

Samengevat is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat eiseres geen gerechtvaardigd beroep toekomt op de inwilligingsgronden van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw.

9. In verband met de beroepsgrond van eiseres dat verweerder de gedwongen opname in een psychiatrische instelling als gevolg van haar fundamentele politieke overtuiging en/of leefwijze, ten onrechte niet als relevant element heeft aangemerkt, overweegt de rechtbank het volgende.

9.1

In paragraaf C1/4.4 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) wordt onder relevante elementen verstaan relevante gestelde gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling en relevante gestelde gebeurtenissen. Verder staat in Werkinstructie 2014/10 (WI 2014/10) vermeld dat een relevant element een feit of omstandigheid is dat of die raakt aan tenminste één onderwerp of verhaallijn en in verband staat met vluchtelingschap dan wel artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarbij is van belang om de kern van het asielverzoek te identificeren, welke bestaat uit de feiten, omstandigheden en/of gebeurtenissen die in verband staan met de definitie van vluchtelingschap dan wel vrees voor een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Ook is bepaald dat daarbij bedacht dient te worden dat een asielverzoek gebaseerd kan zijn op meerdere elementen, die al dan niet los van elkaar kunnen staan.

9.2

In het bestreden besluit heeft verweerder geconcludeerd dat de gedwongen opname niet raakt aan de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en voorts niet gekwalificeerd kan worden als ernstige schade in de zin van de Kwalificatierichtlijn. Daarbij is volgens verweerder van belang dat uit de eigen verklaringen van eiseres niet blijkt dat de door haar gestelde gedwongen opname gerelateerd is aan een verdragsgrond. Verweerder heeft de gedwongen opname daarom niet aangemerkt als relevant element en is daarom niet toegekomen aan een beoordeling van de geloofwaardigheid daarvan. Uit het bestreden besluit en de toelichting namens verweerder ter zitting is de rechtbank gebleken dat verweerder daarbij zwaar gewicht heeft toegekend aan de verklaring van eiseres dat zij sinds 2009 geen politiek-gerelateerde problemen meer heeft ervaren.

9.3

Het is de rechtbank onvoldoende duidelijk waarom het relaas van eiseres dat zij gedwongen opgenomen is geweest in een psychiatrische instelling met een politiek motief, niet als relevant element is aangemerkt. Dat eiseres zelf heeft verklaard dat zij sinds 2009 geen politiek-gerelateerde problemen meer heeft gehad en zij tegenstrijdig over de oorzaak van de opname heeft verklaard, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verweerder vorenstaande niet als relevant element had moeten aanmerken. Het relaas van eiseres bevat naar het oordeel van de rechtbank elementen die relevant kunnen zijn voor een beschermingsstatus. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de gestelde gedwongen opname in een psychiatrische instelling had moeten aanmerken als relevant element en de geloofwaardigheid daarvan had moeten beoordelen. De rechtbank voelt zich in dit oordeel gesterkt door de toelichting van de gemachtigde van verweerder ter zitting dat de beoordeling van verweerder niet “in de gebruikelijke volgorde” heeft plaatsgevonden. Indachtig de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:890, r.o. 7 en 7.1), waaruit volgt dat de bestuursrechter toetst of de besluitvorming die heeft geleid tot een standpunt dat een asielrelaas of een onderdeel daarvan ongeloofwaardig is, voldoet aan de eisen die het recht daaraan stelt, in het bijzonder wat betreft de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de inhoud en kenbaarheid van de motivering van dat besluit, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat.

9.4

Evenwel is de rechtbank van oordeel dat dit gebrek kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd laten weten dat de gedwongen opname als zodanig geloofwaardig wordt geacht. Verweerder acht echter niet geloofwaardig dat eiseres opgenomen is geweest als gevolg van haar politieke overtuiging. Daarom is de verklaring van eiseres over dat zij de instelling pas mocht verlaten nadat zij een verklaring had ondertekend waarin zij haar liefde voor Rusland toegeeft, niet geloofwaardig, aldus de gemachtigde van verweerder ter zitting.

Hoewel een en ander niet expliciet uit het bestreden besluit blijkt, volgt het naar het oordeel van de rechtbank wel uit de door verweerder beoordeelde gestelde vrees voor vervolging vanwege de fundamentele politieke overtuiging van eiseres (rechtsoverweging 8.2 e.v.). Nu verweerder, zoals de rechtbank hiervoor vaststelde, het relaas van eiseres heeft getoetst aan de inwilligingsgronden van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat eiseres is benadeeld door het geconstateerde gebrek.

10. Tot slot stelt eiseres zich op het standpunt dat verweerder vanwege haar medische toestand toepassing dient te geven aan artikel 64 van de Vw. Eiseres voert daartoe aan dat een medische noodsituatie zal ontstaan wanneer zij verplicht wordt om naar Rusland terug te keren, omdat de medicatie die zij gebruikt tegen ADHD en borderline daar verboden is. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

10.1

Bij een ambtshalve beoordeling van het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw is de vraag aan de orde of betrokkene medisch gezien in staat is om te reizen dan wel of er sprake is van een medische noodsituatie waarvoor geen behandelingsmogelijkheden zijn in het land van herkomst of een derde land waar betrokkene naar kan vertrekken. Het betreft dus een tijdelijke maatregel, gericht enkel op de opschorting van de uitzetting en/of de rechtsplicht om Nederland te verlaten.

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat van een dergelijke situatie geen sprake is.

10.2

Eiseres heeft weliswaar in beroep met medische stukken (een patiëntendossier en een ‘medical certificate’ van een Thaise ‘attending doctor’) onderbouwd dat zij Ritalin slikt, echter is niet onderbouwd dat deze medicatie voor eiseres noodzakelijk is en dat zij geen gebruik kan maken van alternatieve medicatie. De eigen stellingen van eiseres zijn in dit kader onvoldoende. Voorts is niet gebleken dat Nederland het meest aangewezen land is om eiseres te behandelen. Verweerder heeft in dat kader van belang kunnen achten dat niet is gebleken dat eiseres onder behandeling staat van een Nederlandse arts. Hoewel eiseres een brief van 25 augustus 2020 van de GGZ te [plaats] aan de Vreemdelingenpolitie heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij “onder psychiatrische behandeling” is en zij vanwege haar medische toestand niet in staat is om zich wekelijks te melden, heeft eiseres tijdens de zitting niet kunnen toelichten voor welke medische klachten zij in behandeling is en waaruit die behandeling bestaat. Ook is niet gebleken dat eiseres voorafgaand aan haar vertrek uit Rusland voor haar klachten onder behandeling stond van een arts. Gelet op wat is overgelegd door eiseres, heeft verweerder geen verder onderzoek hoeven doen naar de medische problematiek van eiseres, noch diende verweerder advies te vragen aan het BMA.

10.3

Verder heeft verweerder van belang kunnen achten dat eiseres tot 2012 in Rusland heeft gewoond en daar ook na 2012 verschillende keren (langdurig) heeft verbleven. Niet valt in te zien waarom eiseres van medio maart 2020 tot eind mei 2020 in Rusland heeft verbleven, terwijl medicijnen die voor haar naar eigen zeggen van levensbelang zijn, in Rusland niet beschikbaar zouden zijn. Gesteld noch gebleken is waarom verblijf in Rusland eerder wel mogelijk was terwijl nu binnen drie maanden een medische noodsituatie zou ontstaan op grond waarvan verblijf in Rusland niet langer mogelijk zou zijn. Eiseres heeft deze door verweerder aangevoerde omstandigheden in beroep onvoldoende weersproken.

10.4

Gelet op het voorgaande heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om aan eiseres uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vw.

11. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

12. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb ziet de rechtbank wel aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.050.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. van Limpt, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.