Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9333

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
NL20.9409
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel. Ethiopische. Geschiktheid om te worden gehoord. Politieke activiteiten voor het OLF. Verslechterde veiligheidssituatie. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.9409


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).


Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.9410, plaatsgevonden op 26 augustus 2020. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1982, bezit de Ethiopische nationaliteit en behoort tot de Oromo-bevolkingsgroep.

2. In 2015 is eiser Nederland ingereisd en heeft hij asiel aangevraagd. Bij besluit van 2 september 2016 is eisers asielaanvraag afgewezen. In rechte staat onder meer vast1 dat ongeloofwaardig is dat eiser in Ethiopië actief is geweest voor het OLF.2

3. Op 30 september 2019 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in Nederland politiek actief is geworden voor het OLF. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers opvolgende asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw.3 Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten is komen te staan en dat de algemene situatie voor aanhangers van het OLF sinds het aantreden van premier Abiy Ahmed Ali in april 2018 is verbeterd. Daarnaast heeft verweerder bij het bestreden besluit tegen eiser een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van twee jaren.

4. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Geschiktheid om te worden gehoord

5. Eiser voert aan dat hij ten tijde van het gehoor opvolgende aanvraag vanwege zijn psychische toestand niet in staat was om te worden gehoord, zodat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door hem toch te horen.

6. Tijdens het gehoor opvolgende aanvraag op 30 september 2019 heeft verweerder besloten om het FMMU4 een advies te laten uitbrengen over eisers medische gesteldheid in relatie tot het horen en beslissen. Op 17 oktober 2019 heeft het FMMU in afwachting van medische stukken gerapporteerd dat eiser nog niet verder kon worden gehoord. Op een later moment is eiser opnieuw gezien door een FMMU-arts. Eiser heeft echter herhaaldelijk geweigerd om toestemming te geven voor het verstrekken van het nieuwe FMMU-advies aan verweerder. Verweerder heeft op 26 oktober 2019 het gehoor opvolgende aanvraag voortgezet. Eiser heeft verklaard dat de FMMU-arts heeft gezegd dat hij kon worden gehoord.5

7. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Het opvragen van een FMMU-advies getuigt veeleer van zorgvuldigheid, nu dit in het kader van een opvolgende asielaanvraag niet verplicht is.6 De enkele omstandigheid dat verweerder geen kennis heeft kunnen nemen van het nieuwe FMMU-advies komt voor rekening en risico van eiser en is onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel. De medische stukken die eiser heeft overgelegd zien niet op de tijdstippen waarop het gehoor opvolgende aanvraag heeft plaatsgevonden. Het rapport van het gehoor op 26 oktober 2019 geeft geen aanleiding om aan te nemen dat eiser niet goed uit zijn woorden kon komen. De rechtbank volgt eiser daarom ook niet in zijn stelling dat hij onvoldoende heeft kunnen verklaren over zijn gestelde vrees dat hij in zijn land van herkomst zal worden gezien als ‘buda’ (bezetene).

Activiteiten voor het OLF

8. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte diverse stukken die voorafgaand aan het voornemen aan het digitale dossier zijn toegevoegd niet bij de besluitvorming heeft betrokken. Daarbij wijst hij met name op het affidavit van het European Regional Office van het OLF van 26 februari 2018, waarin verslag wordt gedaan van zijn activiteiten voor het OLF. Ook voert eiser aan dat verweerder de video’s waarvan hij de vindplaats heeft overgelegd niet juist heeft gewaardeerd. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder niet betwist wat eiser hiermee wenst te onderbouwen, namelijk dat hij in Nederland politiek actief is geworden voor het OLF. Immers heeft verweerder zowel in de besluitvorming als ter zitting het standpunt ingenomen dat de door eiser verrichte politieke activiteiten voor het OLF niet zwaarwegend genoeg zijn voor het verlenen van een asielvergunning.

9. Eiser voert verder aan dat verweerder dit ten onrechte heeft overwogen. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten is komen te staan. Daarmee heeft verweerder echter niet onderkend dat hij, door niet te bestrijden dat eisers activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging, van eiser geen terughoudendheid mag verwachten bij het voortzetten van zijn politieke activiteiten na terugkeer naar Ethiopië.7 Nu in de twee rechterlijke uitspraken8 waarop verweerder ter zitting heeft gewezen niet van dit uitgangspunt is uitgegaan, kan het beroep daarop hem niet baten.

10. De rechtbank ziet zich dan ook voor de vraag gesteld wat eiser te wachten zou staan als hij na terugkeer in Ethiopië zijn activiteiten voor het OLF, waaronder demonstraties, zou voortzetten. In beroep heeft eiser gewezen op de landeninformatie die is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Naar het oordeel van de rechtbank komt uit deze bronnen een ander beeld naar voren van de veiligheidssituatie voor OLF-aanhangers dan het beeld dat door verweerder wordt geschetst. Bij wijze van voorbeeld wijst de rechtbank op het door eiser aangehaalde bericht van Crisis Group, waaruit blijkt dat de beweging waarbij aan het OLF meer ruimte is gegeven alweer op zijn retour is en dat er opnieuw sprake is van arrestatie en intimidatie van activisten.

Conclusie

11. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarmee is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.9 Het beroep zal gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit zal worden vernietigd, zodat ook de grondslag10 voor het tegen eiser uitgevaardigde inreisverbod komt te vervallen. Omdat het op de eerste plaats op de weg van verweerder ligt om de politieke activiteiten van eiser te beoordelen in het licht van de actuele veiligheidssituatie in Ethiopië, zal de rechtbank verweerder opdragen om een nieuw besluit op eisers asielaanvraag te nemen.

12. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.050,- bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1.

Beslissing


De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit;

 draagt verweerder op om een nieuw besluit op eisers asielaanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

 veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 1.050,- (duizendvijftig euro).


Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier.

Bijlage

Addis Standard, ‘News: Unlawful arrests reminiscent of Ethiopia’s unchanged politics: OLF

Chairman’, 6 maart 2020.

Crisis Group, ‘Coronavirus: Ethiopia’s opportunity to reboot its troubled transition’, 18 april 2020.

UN News, ‘Ethiopia urged to allow peaceful demonstrations, investigate protestor deaths’, 21 juli 2020.

Reuters, ‘Ethiopia: Opposition Figures Held Without Charge’, 15 augustus 2020.

Reuters, ‘Ethiopia protest clashes kill at least nine, most by gunshot, doctors say’, 20 augustus 2020.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, 4 mei 2017 (ECLI:NL:RBOVE:2017:1917); Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 juni 2017 (zaaknummers 201704414/1/V3 en 201704414/2/V3, niet gepubliceerd).

2 Oromo Liberation Front.

3 Vreemdelingenwet 2000.

4 Forensisch Medische Maatschappij Utrecht.

5 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, pagina 8.

6 Artikel 3.109, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 ziet uitsluitend op eerste asielaanvragen.

7 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1970).

8 Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, 10 oktober 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:11211); Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, 30 april 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:1721).

9 Algemene wet bestuursrecht.

10 Artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (wijziging van een reeds gegeven terugkeerbesluit).