Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9281

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
28-09-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 5171
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Urgentieverklaring verleend en met toepassing hhc geldig voor 6 mnd ivm corona-maatregelen. Eiser heeft niet medisch onderbouwd waarom niet kan worden volstaan met het tijdens de hoorzitting aangescherpte zoekprofiel en aantal slaapkamers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 20/5167 HUISV en SGR 20/5171 HUISV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2020 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder

(gemachtigde: L. Voogelaar).

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder naar aanleiding van de aanvraag van eiser op grond van de Huisvestingsverordening Zoetermeer 2019 (Huisvestingsverordening) een urgentieverklaring verleend voor twee personen in de regio met een bepaald zoekprofiel. Met toepassing van de hardheidsclausule is bepaald dat de urgentieverklaring geldt voor de periode 16 april 2020 tot 16 oktober 2020.

Bij besluit van 30 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (SGR 20/5167 HUISV). Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (SGR 20/5171 HUISV).

Het onderzoek ter zitting via Skype heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2020. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1.

De voorzieningenrechter acht in beginsel spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de gevraagde voorziening aanwezig.

Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Awb niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

1.2.

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft verweerder eiser bijzondere bijstand voor woonkosten op grond van de Particiatiewet toegekend met ingang van 22 maart 2020, in principe tot en met 21 september 2020. Aan de verstrekking van de woonkostentoeslag is de verplichting verbonden om te zoeken naar passende woonruimte tegen een huur waarbij hij in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Van de Toetsingscommissie ontvangt eiser bericht over, onder meer, voor welke categorie woonruimte de voorrangspositie wordt verleend. Indien de voorrangspositie niet of onvoldoende wordt benut, dan kan dit gevolgen hebben voor de voortzetting van de woonkostentoeslag.

1.3.

Bij het primaire besluit heeft verweerder naar aanleiding van de aanvraag van eiser een urgentieverklaring verleend voor twee personen in de regio met als zoekprofiel: flatwoning met lift, flat zonder lift, portiekwoning en seniorenwoning, met 1 slaapkamer. Met toepassing van de hardheidsclausule is bepaald dat de urgentieverklaring geldt voor 6 maanden (in de periode 16 april 2020 tot 16 oktober 2020), in plaats van de gebruikelijke duur van drie maanden, omdat als gevolg van de landelijke corona-maatregelen minder woningen beschikbaar komen.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder volgt hierbij het advies van de Commissie Bezwaarschriften (de commissie) van 29 juni 2020.

3. Eiser heeft - samengevat - aangevoerd dat, gelet op zijn medische beperkingen en die van zijn echtgenote, een woonruimte met minder dan twee slaapkamers en zonder lift niet geschikt is. Hij heeft in dit kader verwezen naar verklaringen van zijn huisarts van

21 februari 2020 en 28 juni 2020.

4. Het juridisch kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage is onderdeel van de uitspaak.

5.1.

De gronden van eiser zijn hoofdzakelijk gericht tegen het zoekprofiel bij de urgentieverklaring. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft toegelicht dat het aan eiser toegekende zoekprofiel in zijn specifieke situatie niet betekent dat van eiser wordt verwacht dat hij reageert op woningen op een verdieping zonder lift. Wel dient eiser in voldoende mate te reageren op alle overige woningen binnen zijn zoekprofiel. Dit is vermeld in het advies van de commissie van

29 juni 2020. De voorzieningenrechter overweegt dat eiser niet medisch heeft onderbouwd waarom het tijdens de hoorzitting aangescherpte zoekprofiel, voor wat betreft de aanwezigheid van een lift, niet zou kunnen volstaan. Hetgeen eiser op dit punt heeft gesteld treft geen doel.

5.2.

Voor wat betreft het aantal slaapkamers heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat in de verklaring van de huisarts van 21 februari 2020 is vermeld dat eiser en zijn echtgenote medisch gezien in een zeer zwakke situatie verkeren en dat de huisarts aangeeft dat een urgentieverklaring medisch geïndiceerd is, eventueel voor een seniorenwoning. Eiser heeft last van ernstige rugklachten en kan daardoor heel moeizaam lopen. Zijn vrouw heeft hartklachten. Door spanningen nemen hun klachten toe. Verweerder wijst er op dat het zoekprofiel reeds het woningtype seniorenwoning bevat. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze verklaring van de huisarts niet ziet op de medische noodzaak voor een bepaald aantal slaapkamers. Verweerder heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat in de verklaring van de huisarts van 28 juni 2020 alleen is vermeld dat een gedeelde slaapkamer voor eiser en zijn echtgenote, om medische redenen, niet mogelijk is. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verweerder dat door de huisarts niet is onderbouwd waarom de medische klachten van eiser en zijn echtgenote vereisen dat zij ieder een eigen slaapkamer zouden moeten hebben. Eerst ter zitting heeft eiser gesteld dat zij last hebben van slapeloosheid en dat zij door geluid of bewegingen van elkaar wakker worden. Op grond van een enkele, niet onderbouwde, stelling kan een medische noodzaak echter niet worden aangenomen. Daarbij valt niet in te zien waarom de een niet in de woonkamer zou kunnen slapen, terwijl de ander in de slaapkamer ligt.

5.3.

Voor zover is betoogd dat meer slaapkamers nodig zijn in verband met bezoek van kinderen en kleinkinderen en dat het voor eisers echtgenote van belang is om een woning te krijgen in Zoetermeer, waar hun kinderen wonen, volgt de voorzieningenrechter het standpunt van verweerder dat sprake is van een woonwens.

Dat sprake is van mantelzorg is niet onderbouwd en daarbij ontbreekt een verklaring van het WMO-loket op dit punt.

5.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat het huisvestingsprobleem van eiser kan worden opgelost met de toegekende urgentieverklaring en het daarbij behorende zoekprofiel. Verweerder heeft erop gewezen dat eiser louter reageert op woningaanbod buiten het zoekprofiel, namelijk op woningaanbod met meer dan 1 slaapkamer. Wanneer eiser alsnog binnen zijn zoekprofiel gaat reageren, kan hij spoedig aan andere woonruimte komen.

6. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

7. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

3 september 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

BIJLAGE

Huisvestingsverordening Zoetermeer 2019 (Huisvestingsverordening)

Artikel 4:3

1. De urgentieverklaring bevat een zoekprofiel voor passende woonruimte.

2. Het zoekprofiel geeft aan welke woonruimte voor deze aanvrager passend wordt geacht.

3. Het zoekprofiel van een urgentieverklaring dat is toegewezen op grond van artikel 4:6 en artikel 4:7, eerste en tweede lid, bevat qua grootte en aard de meest eenvoudige woningtypen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het oplossen van het huisvestingsprobleem.

4. Een urgentieverklaring die is toegewezen op grond van artikel 4:7, derde lid, zal de hierbij passende woningtypen bevatten.

5. Het zoekprofiel bevat het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring geldig is.

6. De urgentieverklaring bevat naast het zoekprofiel de volgende informatie:

a. de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager;

b. het in artikel 4:2, vijfde lid, onder a, bedoelde inschrijfnummer van de aanvrager;

c. de periode gedurende welke de urgentieverklaring geldig is;

d. voor hoeveel leden van het huishouden de urgentieverklaring geldig is.

Artikel 4:4

1. Een urgentieverklaring is geldig in de regio.

2. Burgemeester en wethouders kunnen in beleidsregels het gebied waarin de urgentieverklaring geldig is beperken.

Artikel 4:7, voor zover hier van belang:

2. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4.5, onder a tot en met l, genoemde omstandigheden voordoet en indien een woningzoekende een door burgemeester en wethouders toegewezen woonkostentoeslag ontvangt die structureel is en noodzaakt tot verhuizing;

Beleidsregels urgentieverklaringen Zoetermeer 2019 (Gemeenteblad 18 juli 2019, nr.

177039)

Artikel 2.2.4 Nadere uitwerking artikel 4:7, tweede lid, van de verordening

Het gaat in dit artikel om woningzoekenden die woonkostentoeslag ontvangen en in het kader daarvande verplichting hebben om op korte termijn te verhuizen. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie indelen, indien er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5, onder a tot en met l en de aanvrager een afschrift van de beschikking (van het college) heeft waaruit blijkt:

  1. dat de aanvrager de woonkostentoeslag ontvangt;

  2. voor welke periode de woonkostentoeslag is toegekend;

  3. er een verplichting is verbonden aan de woonkostentoeslag om de urgentieverklaring aan tevragen ter verkrijging van woonruimte met een bij het inkomen passende huurprijs.

Paragraaf 3.1 Nadere uitwerking van artikel 4:3 en 4:4 van de verordening

De voorrangspositie die een urgentieverklaring biedt is uitsluitend van toepassing op aangewezen categorieën woonruimten die minimaal noodzakelijk zijn om de noodsituatie van de aanvrager op te lossen. Een urgentieverklaring is bedoeld als uiterste redmiddel bij een acuut woonprobleem en nietbedoeld voor het maken van een wooncarrière of het verwezenlijken van woonwensen. Op welke categorieën woonruimten de urgentieverklaring toeziet is vastgelegd in een zoekprofiel. Het door het college af te geven zoekprofiel is afgestemd op de omstandigheden van de aanvrager en diens woonbehoefte, maar wordt beperkt tot minder schaarse woningtype van de lokale woningvoorraad.

Artikel 3.1.1 Inhoud zoekprofiel

1. Het zoekprofiel bevat standaard de woningtypen: flat met lift, flat zonder lift, Hat-woning of portiekwoning;

2. In aanvulling op het eerste lid kunnen afwijkende woningtypen zijn opgenomen in het zoekprofiel:

a. indien er op basis van een bereikbaarheidsadvies, een medische noodzaak bestaat voor een traploos of zonder lift te bereiken woning, kan het woningtype “benedenwoning” en/of“seniorenwoning” worden toegevoegd;

b. indien op basis van een medisch advies is gebleken dat een aangepaste woning noodzakelijkis kan dit in het zoekprofiel worden opgenomen;

c. indien de herstructureringskandidaat 65 jaar of ouder is wordt het woningtype“benedenwoning” en “seniorenwoning” toegevoegd;

d. indien het huishouden van de herstructureringskandidaat bestaat uit 5 of meer personen,van wie ten minste 2 kinderen jonger dan 12 jaar dan kan het woningtype “eengezinswoning”worden toegevoegd. Dit type woning is uitgesloten bij zoekprofielen van andere urgentiecategorieën;

3. In aanvulling op het woningtype bevat het zoekprofiel het aantal slaapkamers. Het aantal slaapkamers in het zoekprofiel is gekoppeld aan de huishoudgrootte van de urgentwoningzoekende. Hierbij geldt een een bepaalde verdeling, zoals vermeld in de hier opgenomen tabel.

In de tabel is vermeld dat voor 1p- of 2p huishoudens het aantal slaapkamers is vastgesteld op 1.

4. In aanvulling op het woningtype en het aantal slaapkamers bevat het zoekprofiel ook het zoekgebied (met de gemeenten) waarin de urgentieverklaring geldig is. Het zoekgebied wordt als volgt ingevuld:

a. in beginsel zijn de urgentieverklaringen geldig in alle wijken en buurten van de gemeentenvan de woningmarktregio Haaglanden. Gelet op het spoedeisend karakter van de noodsituatieen de drukte op deze woningmarkt wordt van de woningzoekende verwacht hier optimaalgebruik van te maken;

b. voor een urgentieverklaring op grond van mantelzorg beperkt het college het gebied van de urgentieverklaring tot 5 km van de woning waar de mantelzorg wordt ontvangen;

c. de reden om de voorrangspositie voor een beperkt gebied te laten gelden, kan samenhangen met sociale en/of zorgnetwerken waarvan de aanvrager of de leden van zijn huishoudenafhankelijk zijn.