Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9213

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
C/09/598180 KG ZA 20-769
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De opdracht tot het verzorgen van een openbaar brandmeldingssysteem (OMS) werd voorheen door de Veiligheidsregio gegeven door middel van een aanbestedingsprocedure. Vanaf 1 januari 2021 wordt de markt vrijgegeven en is het aan aansluitplichtige partijen om zelf een OMS-aanbieder te contracteren. Voor de aansluitplichtigen die geen actie ondernemen heeft de Veiligheidsregio voorzien in een vangnet: die objecten blijven aangesloten bij de huidige aanbieder, die de contracten tussen de Veiligheidsregio en de aansluitplichtigen overneemt. In deze procedure gaat het om de vraag of de Veiligheidsregio met de wijze waarop zij de overgang heeft vormgegeven heeft gehandeld in strijd met het aanbestedingsrecht, aanbestedings-/mededingingsrechtelijke beginselen, algemene beginselen van behoorlijk bestuur dan wel onrechtmatig heeft gehandeld.

De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van schending van het aanbestedingsrecht. Het aanbestedingsrecht is niet van toepassing. Er is geen sprake van een overheidsopdracht, geen inkoop, geen bezwarende titel, geen tegenprestatie en er wordt geen exclusief exploitatierecht gegeven. De over te nemen contracten zijn op ieder moment opzegbaar en het staat de aansluitplichtigen vrij met iedere andere marktpartij een nieuw OMS-contract aan te gaan. Wel heeft de Veiligheidsregio in strijd met de zorgvuldigheid gehandeld door de aansluitplichtigen niet te informeren over alle bij haar bekende OMS-aanbieders. De Veiligheidsregio wordt veroordeeld dat alsnog te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2020/1483
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Handel, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/09/598180 KG ZA 20-769

Vonnis in kort geding van 18 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 21 augustus 2020,

advocaat mr. A. ter Mors te Deventer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN,

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. M.C. de Vries te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Veiligheidsregio worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is in overleg met partijen besloten dat de zaak zal worden behandeld bij de rechtbank Amsterdam, waarbij mr. H.C. Hoogeveen zal optreden als voorzieningenrechter-plaatsvervanger van de rechtbank Den Haag, gelijktijdig met de behandeling van de zaken die door [eiseres] aanhangig zijn gemaakt tegen de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (C/10/602692 KG ZA 20-751) en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Die laatste zaak is voorafgaand aan de behandeling ingetrokken. Het verzoek tot verwijzing van de onderhavige procedure naar de rechtbank Amsterdam heeft [eiseres] ter zitting ingetrokken.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling van 14 september 2020 heeft [eiseres] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en in de door haar ingediende incidentele vordering ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toegelicht. De Veiligheidsregio heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van de door haar vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend. Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de kant van [eiseres] : de heer [A] , directielid, en de heer [B] , bedrijfsjurist, bijgestaan door mr. Ter Mors en mr. J. Kooijman;

aan de kant van de Veiligheidsregio: [C] , directeur brandweerzorg, bijgestaan door mr. De Vries en haar kantoorgenote mr. J.E. Palm.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] maakt onderdeel uit van het Duitse elektronicaconcern [X GmbH] .

2.2.

De Veiligheidsregio is een openbaar lichaam dat – kort gezegd – is belast met onder meer de taken en bevoegdheden in het kader van de brandweerzorg, waaronder ook het instellen en in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer.

2.3.

Indien in een gebouw brand uitbreekt genereert de brandmeldinstallatie van dat gebouw een brandmelding. In het kader van brandveiligheid is het voor bepaalde gebouwen met een verhoogd veiligheidsrisico (zoals bijvoorbeeld hotels, ziekenhuizen en scholen) verplicht om een directe aansluiting te hebben naar de brandweer. Op deze gebouwen rust dus een aansluitplicht. De brandmeldinstallatie van die gebouwen staat in directe verbinding met de meldkamer van de brandweer/Veiligheidsregio. Dit systeem wordt Openbaar Meldsysteem (OMS) genoemd.

2.4.

De Veiligheidsregio’s zijn (thans nog) verplicht om te zorgen voor de beschikbaarheid van het OMS. Zij sluiten daartoe enerzijds een overeenkomst met aansluitplichtigen en anderzijds een overeenkomst met een door de Veiligheidsregio geaccrediteerde dienstverlener die het OMS levert, beheert en de aansluitingen verzorgt voor de hele regio. De kosten daarvan verdient de dienstverlener terug uit abonnementsgelden die de aansluitplichtigen dienen te voldoen. Deze overeenkomsten vormen een concessieopdracht, die door middel van een aanbestedingsprocedure werd vergeven. De laatste aanbestedingsprocedure was in 2010, waarbij een concessieopdracht is gegeven voor de periode van 2010 tot en met 2020.

2.5.

In de Aansluitvoorwaarden Openbaar Meldsysteem (OMS) van de Veiligheidsregio staat onder meer het volgende.

(…) 2.7 Looptijd van de overeenkomst vangt aan op de datum van het realiseren van de aansluiting, die schriftelijk wordt vastgelegd middels een oplevering. De minimale looptijd bedraagt één jaar. De overeenkomst wordt telkens stilzwijgend verlengd met één kalenderjaar. Na het eerste jaar kan het contract met inachtneming van de opzegtermijn van 3 maanden tussentijds, gedurende het lopende jaar, worden beëindigd. (…)

9.4

De Veiligheidsregio Haaglanden kan de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze voorwaarden geheel of gedeeltelijk overdragen aan derden. (…)

2.6.

De huidige concessiehouder voor de regio Haaglanden is KPN, die als onderaannemer ASB Security B.V. (ASB) heeft ingeschakeld, die in opdracht van KPN de doormeldfaciliteit van de aansluitplichtigen verzorgt.

2.7.

Op 31 december 2020 lopen alle OMS-concessies van de Veiligheidsregio’s in Nederland af en wordt de markt voor OMS-systemen geliberaliseerd.

2.8.

De Veiligheidsregio heeft de aansluitplichtigen bij brief van, naar de voorzieningenrechter begrijpt, 9 juli 2020 onder meer het volgende gestuurd.

2.9.

Bij brief van 14 augustus 2020 heeft [eiseres] de Veiligheidsregio geattendeerd op de juridische bezwaren die zij heeft tegen de handelswijze van de Veiligheidsregio en heeft zij de Veiligheidsregio verzocht de onnodige concurrentiebeperking te stoppen en voor zover mogelijk ongedaan te maken.

2.10.

De Veiligheidsregio heeft niet de door [eiseres] gewenste reactie gegeven, zodat [eiseres] deze procedure aanhangig heeft gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  1. de Veiligheidsregio te gebieden om de uitvoering van de overeenkomst met ASB te schorsen en geschorst te houden;

  2. de Veiligheidsregio te gebieden de adresgegevens van OMS-aansluitplichtigen te delen met [eiseres] (en geïnteresseerde OMS-dienstverleners), met het recht die te gebruiken in het kader van de verwerving van OMS-aansluitovereenkomsten, tenzij en voor zover op wettelijke grond niet toelaatbaar;

  3. de Veiligheidsregio te verbieden de rechten en verplichtingen van aansluitplichtigen die hun overeenkomst niet voor 30 september 2020 opzeggen over te dragen aan ASB;

  4. de Veiligheidsregio te gebieden aansluitplichtigen mee te delen dat wordt teruggekomen op de aan hen eerder gecommuniceerde automatische overdracht van hun contract met de Veiligheidsregio aan ASB en mee te delen dat de in dat kader genoemde datum vervalt, dat van automatische overdracht aan ASB niet langer sprake zal zijn en dat aansluitplichtigen zelf een keuze moeten gaan maken uit geaccrediteerde OMS-dienstverleners;

  5. de Veiligheidsregio te gebieden aan ASB mee te delen dat door ASB met onmiddellijke ingang moet worden gestopt met het benaderen van aansluitplichtigen en het aangaan van aansluitovereenkomsten met hen;

  6. de Veiligheidsregio te gebieden zich overigens te onthouden van elke onnodige mededingingsbeperking;

  7. de Veiligheidsregio te gebieden elke aanwezige onnodige mededingingsbeperking op te heffen;

  8. de Veiligheidsregio te gebieden haar handelswijze aan te passen in overeenstemming met het aanbestedingsrecht;

  9. de Veiligheidsregio te gebieden haar handelswijze aan te passen in overeenstemming met de Unierechtelijke beginselen van transparantie, gelijke behandeling en loyaliteit;

  10. de Veiligheidsregio te gebieden haar handelswijze aan te passen in overeenstemming met de (bestuursrechtelijke) beginselen van formele rechtszekerheid, zorgvuldigheid en gelijkheid;

subsidiair:

11. de Veiligheidsregio te gebieden maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter vermeent te behoren teneinde de onnodige beperking van de concurrentiepositie van [eiseres] en andere geïnteresseerde OMS-dienstverleners, naar de voorzieningenrechter begrijpt, op te heffen;

primair, subsidiair en meer subsidiair:

12. alles op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,-;

13. met veroordeling van de Veiligheidsregio in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] heeft ter toelichting op haar vorderingen – samengevat en voor zover van belang – het volgende gesteld. De markt voor OMS-systemen wordt vrijgegeven, maar de Veiligheidsregio heeft door haar handelwijze onterecht één partij bevoordeeld. Doordat de Veiligheidsregio kennelijk een afspraak met ASB heeft gemaakt dat alle aansluitplichtigen die niet voor 30 september 2020 hun overeenkomst met de Veiligheidsregio hebben beëindigd automatisch een overeenkomst met ASB aangaan, handelt de Veiligheidsregio in strijd met de Aanbestedingswet 2012 (Aw), althans de Europese aanbestedingsregels, met de Unierechtelijke en aanbestedingsrechtelijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, met het verbod op kunstmatige beperking van de mededinging uit het Werkingsverdrag van de Europese Unie (VWEU) en met de beginselen van behoorlijk bestuur, althans die afspraken zijn jegens [eiseres] onrechtmatig.

Het kan ook anders. De Veiligheidsregio’s Drenthe, Friesland en Groningen hebben bijvoorbeeld zelf de overeenkomsten met de aansluitplichtigen beëindigd en hebben hen erop gewezen dat zij een keuze moeten maken uit één van de geaccrediteerde OMS-dienstverleners. Daarbij hebben die Veiligheidsregio’s een lijst van bij hen bekende geaccrediteerde OMS-dienstverleners gevoegd. De aansluitplichtigen worden aldus niet beïnvloed in hun keuze.

3.3.

De Veiligheidsregio voert – samengevat en voor zover van belang – het volgende verweer. Van verlenging van de concessieovereenkomst dan wel van het aangaan van een nieuwe concessieovereenkomst is geen sprake. In de driehoeksconstructie tussen de aansluitplichtige, de Veiligheidsregio en de concessiehouder valt de Veiligheidsregio er simpelweg tussenuit. Van een aanbestedingsplichtige (concessie)opdracht is dan ook geen sprake. De Veiligheidsregio handelt verder evenmin in strijd met enig aanbestedingsrechtelijk beginsel dan wel beginsel van behoorlijk bestuur. De Veiligheidsregio heeft er bewust voor gekozen om niet zelf de overeenkomst te beëindigen, maar het initiatief daarvoor bij de aansluitplichtigen te leggen, om hen op die manier bewust(er) te maken van hun verantwoordelijkheid om vóór 1 januari 2021 een nieuwe OMS-dienstverlener naar eigen keuze te contracteren. Het kan echter toch voorkomen dat een aansluitplichtige geen actie onderneemt. Om te voorkomen dat de brandmeldcentrale van aansluitplichtige objecten per 1 januari 2021 niet meer is gekoppeld aan de regionale alarmcentrale, heeft de Veiligheidsregio voorzien in een vangnet – contractsoverneming door ASB op grond van artikel 6:159 BW – zodat de continuïteit van de doormelding is gewaarborgd. Op aansluitplichtige objecten rust immers niet voor niets een aansluitplicht. Het gaat onder meer om verzorgingstehuizen, kinderopvanglocaties, scholen en ziekenhuizen en het zou vanuit het oogpunt van brandveiligheid zeer onwenselijk zijn indien die gebouwen niet meer zouden zijn aangesloten op de regionale alarmcentrale.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De markt voor het instellen en beheren van OMS-meldsystemen wordt per 1 januari 2021 geliberaliseerd. De vraag die in deze procedure aan de orde is, is of voorshands aannemelijk is dat de Veiligheidsregio met de wijze waarop zij de overgang naar een geliberaliseerde markt heeft vormgegeven heeft gehandeld in strijd met het aanbestedingsrecht, aanbestedingsbeginselen of algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dan wel dat zij daarbij onrechtmatig heeft gehandeld.

Aanbestedingsrecht

4.2.

De eerste vraag die aan de orde is, is of in dit geval de (Europese) aanbestedingsregels van toepassing zijn. Overheidsopdrachten voor diensten met een geraamde waarde die de toepasselijke Europese drempelwaarde overstijgt zijn aanbestedingsplichtig overeenkomstig de Aanbestedingswet. Van een overheidsopdracht is ingevolge artikel 1.1 Aw sprake bij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tussen één of meer ondernemers en één of meer aanbestedende diensten tot, in dit geval, het leveren van diensten. In de aanbestedingsrichtlijn 2014/24, artikel 1 lid 2 is de volgende definitie van het begrip aanbesteding gegeven: Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop door middel van een overheidsopdracht van werken, leveringen of diensten door één of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers (…)

4.3.

De overdracht van contracten van de Veiligheidsregio aan ASB valt om een aantal redenen niet onder deze definities.

In de eerste plaats treedt de Veiligheidsregio in dit geval niet op als (aan)koper, maar eerder als verkoper. De Veiligheidsregio neemt geen diensten meer af, maar stoot juist dat onderdeel van het OMS-traject af. Zij valt er op die manier tussenuit en is alleen nog maar verantwoordelijk voor het ontvangen van meldingen en niet meer voor het instellen en beheren van het OMS-systeem. Verder is geen sprake van een bezwarende titel, omdat ASB geen tegenprestatie levert. ASB betaalt de Veiligheidsregio niet voor het overnemen van de contracten en levert ook niet op andere wijze een tegenprestatie. Voor zover [eiseres] heeft gesteld dat de tegenprestatie moet worden gezien in het belang van de Veiligheidsregio om het risico op niet-aangeslotenen te ondervangen, wordt daaraan voorbij gegaan. De Veiligheidsregio heeft met ASB alleen nog een mondelinge afspraak dat ASB de OMS-contracten van de aansluitplichtigen die geen keuze hebben gemaakt zal overnemen, maar er bestaat geen titel op grond waarvan ASB daartoe verplicht is. Dat kan ook niet anders, omdat op dit moment nog niet duidelijk is of en zo ja welke aansluitplichtigen door ASB zullen worden overgenomen.

De contractsoverneming van een deel van de aansluitplichtigen kwalificeert niet als concessieopdracht. Er wordt geen exclusief exploitatierecht overgedragen. De lopende OMS-contracten zijn op ieder moment opzegbaar, met een opzegtermijn van drie maanden. Het staat de overgedragen aansluitplichtigen vrij met iedere geaccrediteerde marktpartij een nieuw OMS-contract te sluiten, zowel vóór als na 31 december 2020, net als het iedere marktpartij die OMS-diensten aanbiedt vrij staat om de aansluitplichtigen te benaderen ter acquisitie.

Verder wordt ook de Europese drempelwaarde niet gehaald. [eiseres] heeft de waarde geraamd door het totaal aantal abonnees van de Veiligheidsregio’s Zuid-Holland Zuid, Haaglanden en Amsterdam-Amstelland bij elkaar op te tellen, maar dat gaat niet op. De Veiligheidsregio’s hebben in het verleden los van elkaar de concessies aanbesteed en hebben ook afzonderlijk hun aansluitplichtigen geïnformeerd. Uit de stukken blijkt dat er wel overleg heeft plaatsgevonden tussen de Veiligheidsregio’s Haaglanden en Zuid-Holland Zuid. Dat de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland daarbij betrokken was is niet gebleken. Zelfs als veronderstellenderwijs ervan uit zou worden gegaan dat het totaal aantal abonnees van de Veiligheidsregio’s Haaglanden en Zuid-Holland Zuid mogen worden meegerekend bij de raming, dan nog wordt het Europese drempelbedrag van € 5.350.000,- niet bereikt. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft 1.190 aansluitplichtigen en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid heeft er 250, waarbij volgens [eiseres] gerekend zou moeten worden met een bedrag van € 550,- per jaar, gedurende 4 jaar. Nu geen sprake is van een overheidsopdracht en de drempelwaarde niet wordt gehaald, behoeft het gestelde over het al dan niet aanwezig zijn van een grensoverschrijdend belang geen verdere bespreking. Gelet op het voorgaande is het (Europese) aanbestedingsrecht niet van toepassing op de voorgenomen contractsoverneming door ASB.

Unierechtelijke beginselen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur

4.4.

[eiseres] heeft verder gesteld dat de Veiligheidsregio in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het beginsel van zo groot mogelijke mededinging, die voortvloeien uit het Werkingsverdrag van de Europese Unie, en het loyaliteitsbeginsel, dat is vastgelegd in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4.5.

Dat de Veiligheidsregio een vangnet heeft willen verzorgen komt voort uit haar (wettelijke) taak inzake de brandveiligheid. De Veiligheidsregio heeft daarbij voor ASB gekozen omdat zij van KPN heeft begrepen dat ASB de enige aanbieder is die de doormelding kan continueren zonder dat enige medewerking van de aansluitplichtige is vereist. [eiseres] heeft dat betwist en stelt dat zij met precies dezelfde apparatuur werkt als ASB en dat alleen een IP-adres hoeft te worden gewijzigd. Wat hier ook van zij, voor de Veiligheidsregio heeft de mededeling van KPN een rol gespeeld bij de afweging om de contracten van de aansluitplichtigen die geen actie hebben ondernomen as is over te dragen aan ASB. Dat betekent dat de contracten op ieder moment, zowel vóór als na 31 december 2020, kunnen worden opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. Het stond en staat [eiseres] en iedere andere marktpartij vrij om vanaf het moment dat zij met de liberalisering van de markt bekend raakten (volgens de Veiligheidsregio was dat begin 2020) de aansluitplichtigen te benaderen om hen een aanbod te doen. Dat dat moeite kost, omdat [eiseres] niet beschikt over een lijst met aansluitplichtige objecten, is inherent aan marktwerking en is niet iets wat door de Veiligheidsregio moet worden geneutraliseerd. [eiseres] is een commerciële partij en het is aan haar om te bepalen hoeveel zij wil investeren in het betreden van de markt. Dat ASB in dit geval een voorsprong heeft valt niet te ontkennen. Dat komt echter voort uit de omstandigheid dat zij de huidige aanbieder is en niet uit het actief bevoordelen door de Veiligheidsregio. Overigens heeft [eiseres] een voordeel in andere Veiligheidsregio’s, waar zij de huidige aanbieder is.

Al met al is de afweging die de Veiligheidsregio heeft gemaakt om een vangnet te bewerkstelligen in de vorm van contractsoverneming van de overgebleven aansluitplichtigen gelet op het grote belang van brandveiligheid en de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio daarvoor, te rechtvaardigen.

4.6.

Aan de andere kant heeft de Veiligheidsregio onvoldoende gedaan om ervoor te zorgen dat ook andere partijen de kans hebben om de markt te betreden. De Veiligheidsregio heeft de aansluitplichtigen in haar brief van 9 juli 2020 noch op haar website gewezen op de namen en contactgegevens van andere geaccrediteerde OMS-dienstverleners, zoals in elk geval de Veiligheidsregio’s Groningen, Friesland, Drenthe en Zuid-Holland Zuid wel hebben gedaan. Door dat na te laten is mogelijk een beperking van het level playing field ontstaan. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel mag van de Veiligheidsregio worden verwacht dat zij die mogelijke beperking opheft. Dat gaat niet zover dat het de Veiligheidsregio zal worden verboden contracten over te dragen aan ASB. Zoals hiervoor overwogen is het willen verzorgen van een vangnet te rechtvaardigen. De vorderingen 1, 3, 4 en 5 zullen dan ook worden afgewezen. Het zelfde geldt voor de vorderingen 6 tot en met 10, die te onbepaald zijn om te worden toegewezen. Wel zal het subsidiair gevorderde in die zin worden toegewezen, dat de Veiligheidsregio zal worden veroordeeld om aan de aansluitplichtigen kenbaar te maken wie de bij haar bekende geaccrediteerde OMS-dienstverleners zijn door hen binnen drie een brief te sturen met een lijst van bij haar bekende geaccrediteerde OMS-dienstverleners, dan wel een verwijzing naar haar website, waarop die lijst is te vinden. Aan deze veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden, nu de Veiligheidsregio heeft verklaard vrijwillig aan een eventuele veroordeling te zullen voldoen.

4.7.

Ook de vordering betreffende het delen van adresgegevens van aansluitplichtige objecten zal worden afgewezen. De Veiligheidsregio heeft toegelicht dat zij als overheidsinstantie niet zonder toestemming van de betrokkenen adresgegevens wil vrijgeven voor commerciële doeleinden. Zij vindt het niet passen in haar publieke taak om gegevens die zij vanuit haar taak onder zich heeft te delen met commerciële partijen. Zoals de Veiligheidsregio terecht heeft opgemerkt zijn die gegevens (van onder meer verzorgingstehuizen, kinderopvanglocaties, scholen en ziekenhuizen, maar ook hotels en bepaalde bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan of verwerken) bovendien publiek beschikbaar in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, de website van de Rijksoverheid en internet en kan van [eiseres] verwacht worden dat zij die gegevens zelf boven water haalt als zij een rol wil spelen op de markt. Overigens heeft de Veiligheidsregio ook aan ASB niet een lijst met adresgegevens beschikbaar gesteld.

Incidentele vordering

4.8.

[eiseres] heeft gevorderd dat de Veiligheidsregio wordt veroordeeld tot afgifte van stukken die zij van belang acht om bewijs te kunnen leveren van haar stelling dat de Veiligheidsregio onrechtmatig heeft gehandeld. Voor het overleggen van de huidige concessieovereenkomst met KPN, die een looptijd heeft tot 31 december 2020 is geen plaats. De voorzieningen die [eiseres] vordert hebben betrekking op de wijze waarop de liberalisatie van de markt gaat plaatsvinden na afloop van de concessieovereenkomst. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de afspraak tussen de Veiligheidsregio en ASB een mondelinge is. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is van welke aansluitplichtigen het contract door ASB zal worden overgenomen en het juist het idee is dat er met ingang van 1 januari 2021 geen enkele overeenkomst meer is tussen de Veiligheidsregio en ASB, ligt het ook niet voor de hand dat er op dit moment een schriftelijke overeenkomst is tussen de Veiligheidsregio en ASB met betrekking tot de contractsoverneming. Los daarvan kan het overleggen van deze stukken, zo die al bestaan, niet leiden tot een ander oordeel, nu zoals hierboven uiteengezet voorshands niet aannemelijk is dat door de Veiligheidsregio, naast hetgeen onder 4.6 is overwogen, mogelijk onrechtmatig gehandeld is, zodat [eiseres] geen belang meer heeft bij haar vordering in het incident. Ook deze vordering wordt dus afgewezen.

4.9.

Aangezien elk van partijen als gedeeltelijk in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de Veiligheidsregio om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een brief te sturen naar alle aansluitplichtigen met daarin een lijst van de bij haar bekende geaccrediteerde OMS-dienstverleners (met contactgegevens) dan wel een verwijzing naar haar website waarop zij die lijst voor die tijd heeft gepubliceerd,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter-plaatsvervanger, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.1

Bij afwezigheid van mr. Hoogeveen, is dit vonnis ondertekend door

mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.

1 type: LO coll: