Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9087

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
21-09-2020
Zaaknummer
SGR 20 / 5902
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Demonstratie op Prinsjesdag. De extra veiligheidsmaatregelen rondom Prinsjesdag maken het niet mogelijk voor verzoekster om op de gewenste locatie te demonstreren. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/5902

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 september 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), te Utrecht, verzoekster

(gemachtigde: mr. M. van Duijn),

tegen

de burgemeester van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. R.W.I. Alkema).

Procesverloop

Op 9 september 2020 heeft verzoekster aan verweerder een kennisgeving gedaan van een manifestatie op dinsdag 15 september 2020 van 12:00 tot 12:30 uur. Verzoekster wil een alternatieve troonrede laten voorlezen door haar “president” van de schoonmakers op de locatie Rond de Grote Kerk in Den Haag. Zij verwacht dertig personen. Er zal een troon worden meegenomen en wat vlaggen op een pvc stok.

Bij besluit van 11 september 2020 heeft verweerder de beperking opgelegd dat de demonstratie van verzoekster dient plaats te vinden op het Plein.

Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de manifestatie kan plaatsvinden op de locatie Rond de Grote Kerk of een andere locatie daar dicht in de buurt.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft per Skype-verbinding plaatsgevonden op 14 september 2020. Verzoekster is vertegenwoordigd door [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en de heer [B] van de politie. Tevens is verschenen [C] , persvoorlichter van verzoekster.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op grond van artikel 5 van de Wet openbare manifestaties (Wom) de beperking opgelegd dat de betoging op een andere locatie moet plaatsvinden ter voorkoming en bestrijding van wanordelijkheden. De betoging vindt plaats op Prinsjesdag en de troonrede wordt, vanwege het coronavirus, voorgedragen in de Grote Kerk. Rondom de Grote Kerk worden extra veiligheidsmaatregelen getroffen vanwege de openbare orde en veiligheid en het gebied rondom de Grote Kerk is niet voor iedereen toegankelijk. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van de politie van 3 september 2020.

2. Verzoekster acht de beperking niet noodzakelijk en disproportioneel. Prinsjesdag is een belangrijke politieke gebeurtenis, waarbij ook ruimte moet zijn voor protest tegen het regeringsbeleid. Verweerder heeft vanwege corona al vroeg opgeroepen om niet naar Den Haag te komen. Er zal dan ook niet veel publiek zijn. De manifestatie is primair gericht tot de volksvertegenwoordigers en de leden van de regering en subsidiair tot het grote publiek dat via de pers bij de Grote Kerk zal worden bereikt. Dit kan niet worden bereikt door een manifestatie op het Plein. Dat de manifestatie niet Rond de Grote Kerk, aan de zijde van de Groenmarkt, kan worden gefaciliteerd blijkt nergens uit. Er is geen grond om de manifestatie te beperken. Er is geen reëel gevaar voor ernstige wanordelijkheden. Verzoekster zal de coronamaatregelen in acht nemen. De manifestatie duurt maar 30 minuten, vindt plaats aan de achterkant van de Grote Kerk en gaat vooraf aan het officiële programma.

3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4. Voorop staat dat het recht op betoging een grondrecht is. De Wom biedt regels waaronder beperkingen kunnen worden opgelegd.

Ingevolge artikel 2 van de Wom kunnen de bij of krachtens de bepalingen uit deze paragraaf aan overheidsorganen gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging en het recht tot vergadering en betoging, slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wom kan de burgemeester naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder c kan een verbod slechts worden gegeven indien een van de in artikel 2 genoemde belangen dat vordert.

Verweerder heeft in het Demonstratiebeleid gemeente Den Haag ten aanzien van het kernwinkelgebied opgenomen dat demonstratieve optochten en grote stationaire demonstraties door/in het kernwinkelgebied niet worden toegestaan, omdat het in het kernwinkelgebied erg druk is met bezoekers, toeristen, winkelend publiek en openbaar vervoer. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit beleid niet op voorhand onredelijk of onrechtmatig is, zoals eerder geoordeeld in de uitspraak van 15 maart 2019 (AWB 19/1753).

Het recht op betoging kan worden beperkt ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Om dit te rechtvaardigen moet verweerder in dit geval voldoende aannemelijk maken dat de door verzoekster gewenste locatie niet mogelijk is, er een gerechtvaardigde vrees voor wanordelijkheden bestaat en de beperking noodzakelijk is om deze wanordelijkheden beheersbaar te houden.

5.1

Verzoekster wil op Prinsjesdag een manifestatie houden vlakbij de Grote Kerk, waar vanwege corona de Troonrede door de Koning wordt uitgesproken in plaats van de Ridderzaal. De Grote Kerk is gelegen in het kernwinkelgebied van het centrum van Den Haag. Gelet hierop worden bij de Grote Kerk extra veiligheidsmaatregelen genomen. Daarbij is betrokken dat een nationaal evenement als Prinsjesdag risico’s meebrengt voor de openbare orde en veiligheid. Het gebied rondom de Grote Kerk is niet toegankelijk voor publiek. Het gebied is afgezet met afgezeilde hekken en personeel om het zicht op de genodigden weg te nemen. Verder moet het gebied ruimte houden voor de politie en hulpdiensten om bij ongeregeldheden of calamiteiten doorgang te bieden.

5.2

De politie heeft voor Prinsjesdag geadviseerd publiekstrekkende activiteiten in het centrum van Den Haag te beperken. Daarbij wordt rekening gehouden met (onaangekondigde) demonstraties, dit jaar in het bijzonder gezien de huidige maatschappelijke onrust. Eventuele demonstraties moeten de anderhalve-meter afstand kunnen hanteren. Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat rondom de Grote Kerk er gelet op de veiligheidsmaatregelen en de geplaatste hekken onvoldoende ruimte is om te demonstreren.

5.3

De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat voor een veilige uitvoering van Prinsjesdag die wordt bezocht door leden van het parlement, de regering en leden van het Koninklijk Huis het noodzakelijk is om maatregelen te treffen zoals het plaatsen van hekken rondom de Grote Kerk. Als gevolg van de veiligheidszone om de Grote Kerk bieden de ter zitting besproken locaties Rond de Grote Kerk of aan de Dagelijkse Groenmarkt onvoldoende ruimte voor verzoekster om haar manifestatie te houden. Daarbij is er onvoldoende ruimte voor de dertig betogers om anderhalve-meter afstand te houden. De locaties liggen bovendien in het kernwinkelgebied, waardoor de manifestatie een aanzuigende werking kan hebben en een ongewenste vermenging kan plaatsvinden met passanten of andere (onaangekondigde) demonstranten. In het geval de politie moet optreden is een vrije doorgang en werkruimte voor de politie van groot belang. Dat geldt evenzeer voor de hulpverleningsdiensten. Deze werkruimte komt in gevaar wanneer verzoekster de manifestatie op de door haar gewenste locatie mag uitvoeren.

5.4

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter andere mogelijke locaties rondom de route van het Binnenhof naar de Grote Kerk naar voren gebracht. Partijen hebben over de locaties hun standpunten naar voren gebracht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de genomen veiligheidsmaatregelen, werkruimte van hulpverleners en de benodigde ruimte voor de manifestatie, met zich brengen dat verweerder in redelijkheid deze locaties niet heeft hoeven aanwijzen als alternatief.

5.5

Verzoekster heeft betoogd dat geen sprake is van een gevaar voor wanordelijkheden. De voorzieningenrechter volgt het betoog van verweerder dat voor het criterium ‘ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden’ de inhoud kan worden beïnvloed door de context. De plaats waar de betoging wordt gehouden kan van betekenis zijn. De mate van orde en rust welke naar algemeen inzicht op een bepaalde plaats behoort te heersen bepaalt mede wanneer de grens van wanordelijkheden wordt overschreden. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1361) en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 2 van de Wom (Kamerstukken II 1985/86, 19 427, nr. 3, blz. 17). Nu verzoekster de manifestatie wil houden op Prinsjesdag vlakbij de Grote Kerk, waar de Troonrede plaatsvindt midden in het kernwinkelgebied en waarbij extra veiligheidsmaatregelen genomen moeten worden, heeft verweerder in deze context in redelijkheid de betoging mogen beperken ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

5.6

Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat het recht op betoging door de opgelegde beperking van locatie niet onevenredig wordt beperkt. Niet kan worden geoordeeld dat de beperking het recht op betogen te niet doet. Met de alternatieve locatie op het Plein kan verzoekster haar boodschap aan een groot publiek kenbaar maken.

5.7

Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekster de wens heeft om haar manifestatie zo dicht mogelijk bij de Grote Kerk te houden en zij niet twijfelt aan de intentie en het vermogen van de deelnemers de manifestatie zo ordelijk mogelijk te laten verlopen, maken alle omstandigheden bij elkaar dat een demonstratie bij de Grote Kerk niet mogelijk is en dat verweerder doorslaggevend belang heeft mogen hechten aan het veilig stellen van de openbare orde.

6. Het verzoek komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2020.

de rechter is verhinderd te

ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.