Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:9014

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 8083
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beëindiging ZW-uitkering na eerstejaars ZW-beoordeling. Medische en arbeidskundige gronden. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat eiseres meer dan 65% van het loon kan verdienen dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/8083

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L. Goudkade),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: C. Schravesande).

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die eiseres ontving ingevolge de Ziektewet (ZW) met ingang van 11 augustus 2019 beëindigd.

Bij besluit van 3 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres en verweerder hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft via een video-verbinding (Skype) plaatsgevonden op 30 juli 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. F.S.P. Wagemaker, collega van haar gemachtigde, en vergezeld van haar partner. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1

De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres was laatstelijk werkzaam als administratief medewerker voor 36,81 uur per week. Op 11 juli 2018 is zij voor dit werk uitgevallen met depressieve klachten en angst- en paniekklachten. Vervolgens is een ZW-uitkering aan eiseres toegekend met ingang van 24 april 2018, betaald door de werkgever als eigenrisicodrager.

1.2

In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling heeft verweerder een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bij eiseres verricht. Dit heeft geleid tot het primaire besluit.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd en de ZW-uitkering van eiseres per 11 augustus 2019 beëindigd. Dit berust op het standpunt dat eiseres meer dan 65% van het loon kan verdienen dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

3.1

Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij minder belastbaar is dan verweerder heeft aangenomen en acht zich niet in staat om de geduide functies te verrichten. Eiseres heeft dusdanige psychische klachten dat zij onder andere niet alleen het huis uit durft. Er ontstaan dan paniekklachten en angstaanvallen. Hiervoor is eiseres verwezen naar de GGZ. Zij verwijst hiertoe naar de in beroep ingebrachte medische informatie van psycholoog [psycholoog 1] van 22 januari 2020. Verweerder heeft ten onrechte geen urenbeperking aan de orde geacht nu uit de Standaard Duurbelastbaarheid in arbeid (de Standaard) volgt dat het ziektebeeld van eiseres aanleiding kan geven tot het opleggen van een urenbeperking. Ook heeft verweerder ten onrechte geen beperkingen aangenomen op een aantal beoordelingspunten in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

3.2

Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt een rapport ingebracht van verzekeringsarts [verzekeringsarts] ( [verzekeringsarts] ) van 20 april 2020. Eiseres wijst erop dat deze arts zich niet kan vinden in de conclusie van de verzekeringsartsen over de belastbaarheid van eiseres. In zijn rapport stelt [verzekeringsarts] dat er een medische reden is om bij eiseres aanvullende beperkingen op te nemen op beoordelingspunt 1.9.10 (overige specifieke voorwaarden voor het persoonlijk functioneren). Er mogen geen hoge eisen aan het concentratievermogen van eiseres worden gesteld. Eiseres mag daarom geen langdurig en complex werk verrichten. In de rubriek sociaal functioneren acht [verzekeringsarts] een beperking op beoordelingspunt 2.12.6 (overige specifieke voorwaarden voor het sociaal functioneren) aan de orde, met een toelichting dat eiseres geen functies mag verrichten in openbare ruimten met een drukke omgeving vanwege haar agorafobie. Voorts stelt [verzekeringsarts] dat er een medische reden is voor het aannemen van een urenbeperking. Volgens de Standaard voldoet eiseres aan het indicatiegebied om een urenbeperking aan te nemen vanwege een stoornis in de energiehuishouding. Eiseres heeft verschillende klachten die invloed hebben op haar slaappatroon. Zij heeft moeite met doorslapen en slaapt per nacht vier tot zes uur. De verzekeringsartsen hebben hier niet voldoende op doorgevraagd, aldus [verzekeringsarts] . Er is summier aangegeven dat er overdag niet werd geslapen. Tijdens het telefoongesprek met [verzekeringsarts] heeft eiseres aangegeven dat zij vanwege de vermoeidheid overdag wel ging slapen. Tot slot stelt [verzekeringsarts] dat de geduide functie productiemedewerker industrie niet passend is. In deze functie worden er in 2 tot 60 minuten circa 20 tot 500 componenten geplaatst. Er worden per dag 60 tot 70 printplaten met een hoge complexiteit verwerkt. Eiseres is niet geschikt voor deze functie vanwege haar psychopathologie waarbij haar mentale weerbaarheid en flexibiliteit verminderd is. Daarnaast vindt er ook overschrijding van het aantal werkuren plaats. In de andere geduide functies vindt overschrijding plaats in het aantal werkuren per dag, aldus [verzekeringsarts] .

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1

In artikel 19, eerste lid, van de ZW is bepaald dat iemand recht heeft op ziekengeld als hij als gevolg van ziekte of gebreken niet geschikt is voor het verrichten van het eigen werk. De ongeschiktheid om te werken moet rechtstreeks het gevolg zijn van ziekte of gebreken en dat moet objectief medisch vastgesteld kunnen worden.

4.2

Op grond van artikel 19aa ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte recht heeft op loon, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde:

a. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19 en

b. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

4.3

De rechtbank stelt voorop dat verweerder zijn besluiten over de mate van arbeidsongeschiktheid van een betrokkene mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Het is aan de betrokkene om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is.

4.4

Op 6 juni 2019 heeft de primaire verzekeringsarts eiseres op het spreekuur gezien en haar psychisch onderzocht. Aan de hand van zijn bevindingen heeft deze arts een FML opgesteld met de beperkingen van eiseres. Deze houden verband met haar psychische klachten. Eiseres is beperkt op de beoordelingspunten 1.9.4 (geen afleiding door activiteiten van anderen), 1.9.5 (voorspelbare werksituatie), 1.9.7 (werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken), 2.7 (eigen gevoelens uiten), 2.10 (vervoer), 2.12.1 (werk waarin meestal weinig of geen rechtstreeks contact met klanten), 2.12.2 (werk waarin meestal weinig of geen direct contact met patiënten) en 2.12.5 (werk dat geen leidinggevende aspecten bevat). Eiseres is sterk beperkt op beoordelingspunt 2.6 (emotionele problemen van anderen hanteren). Tot slot kan eiseres niet ’s nachts werken en is zij aangewezen op werk zonder wisselende werktijden.

4.5

Naar aanleiding van het bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) op 27 november 2019 een rapport uitgebracht, gebaseerd op de hoorzitting/het spreekuur op 27 september 2019, dossieronderzoek en de ingebrachte medische informatie van bedrijfsarts [bedrijfsarts] van 11 juni 2019, psycholoog [psycholoog 2] van 27 februari 2019 en psychotherapeut [psychotherapeut] van 8 juli 2019. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport opgenomen dat hij aanleiding ziet om aanvullende beperkingen op te nemen in de FML. Eiseres is door de verzekeringsarts b&b tevens beperkt geacht op de beoordelingspunten 1.9.8 (werk waarin geen hoog handelingstempo vereist is), 1.9.9 (werk zonder verhoogd persoonlijk risico) en 2.9 (samenwerken). Ook is eiseres sterk beperkt op beoordelingspunt 2.8 (omgaan met conflicten). De verzekeringsarts b&b heeft bij beoordelingspunt 1.9.9 toegelicht dat eiseres niet op hoogtes/kades kan werken in verband met verminderde alertheid. Ook heeft de verzekeringsarts b&b bij beoordelingspunt 2.10 (vervoer) toegevoegd dat eiseres niet alleen kan reizen.

4.6

Naar aanleiding van het door eiseres ingebrachte rapport van [verzekeringsarts] heeft de verzekeringsarts b&b op 22 juni 2020 een aanvullend rapport uitgebracht. In dit rapport stelt de verzekeringsarts b&b dat de ingebrachte medische informatie van de GGZ van 22 januari 2020 en het rapport van [verzekeringsarts] geen nieuwe medische feiten bevatten. De ingebrachte stukken geven daarom geen aanleiding om verdergaande beperkingen aan te nemen.

4.7

De rechtbank is van oordeel dat de medische onderzoeken op zorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. De primaire verzekeringsarts heeft dossieronderzoek verricht en eiseres psychisch onderzocht. De verzekeringsarts b&b heeft dossieronderzoek verricht, eiseres onderzocht en de in bezwaar ingebrachte medische informatie bij zijn oordeelsvorming betrokken. De in beroep ingebrachte medische informatie heeft de verzekeringsarts b&b in zijn aanvullend rapport besproken. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat alle klachten van eiseres in de beoordeling zijn betrokken. Er zijn geen klachten over het hoofd gezien en alle beschikbare informatie is meegenomen in de beoordeling.

4.8

De rechtbank is voorts van oordeel dat de beroepsgronden geen reden geven te twijfelen aan het medisch oordeel van de verzekeringsarts b&b. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de psychische beperkingen van eiseres op een zorgvuldige wijze en in voldoende mate in kaart gebracht. De verzekeringsartsen hebben afdoende gemotiveerd dat de klachten van eiseres niet dusdanig zijn dat sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Eiseres valt namelijk niet in één van de uitzonderingscategorieën van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Er is immers geen sprake van een opname in het ziekenhuis of instelling, bedlegerigheid, ontbrekende lichamelijke zelfredzaamheid, of een volledig onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren op grond van een ernstige psychische stoornis. Het feit dat geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid betekent dat benutbare mogelijkheden moeten worden aangenomen. Deze zijn vermeld in de FML. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat deze beperkingen van eiseres niet juist zouden zijn vastgesteld. Er zijn diverse beperkingen aangenomen voor de psychische klachten van eiseres in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren en werktijden. Niet gebleken is dat hiermee aan de psychische gesteldheid van eiseres tekort is gedaan. Met betrekking tot het door eiseres ingebrachte rapport van [verzekeringsarts] hecht de rechtbank waarde aan hetgeen de verzekeringsarts b&b hierover stelt. In zijn aanvullend rapport stelt de verzekeringsarts b&b dat [verzekeringsarts] volledig meegaat met de anamnestische gegevens zonder een eigen kritische beoordeling van de klachten/beperkingen. Tevens heeft [verzekeringsarts] geen fysieke of psychische beoordeling verricht, welke door het coronavirus niet mogelijk was. Ook bij een eigen beoordeling zouden de dan vastgestelde bevindingen niet voor de datum in geding gelden, aldus de verzekeringsarts b&b. Met betrekking tot de urenbeperking heeft [verzekeringsarts] niet nader gemotiveerd hoeveel uren eiseres volgens hem kan werken. Ten aanzien van de behoefte van eiseres om overdag te slapen, merkt de rechtbank nog op dat eiseres dit niet eerder heeft benoemd. De in beroep ingebrachte brief van de GGZ bevat geen nieuwe medische feiten. De verzekeringsarts b&b was al op de hoogte van de behandeling. De informatie van de GGZ laat zien dat er geen sprake is van een ernstig psychiatrisch beeld waarvoor medicamenteuze behandeling nodig is, intensieve dagbehandeling nodig is of een crisisinterventie aan de orde is. De verzekeringsarts b&b ziet wel beperkingen bij eiseres maar niet dusdanig dat er ook een urenbeperking nodig is. Het zuiver aanwezig zijn van ziektebeelden die in de Standaard staan, is niet voldoende voor het aannemen van urenbeperkingen. De ernst en mate van het ziektebeeld dient bij elk individu te worden vastgesteld en een urenbeperking is bij een forse expressie van de ziektebeelden aan de orde. Dit is bij eiseres niet het geval. Er ontbreken bij eiseres ziektebeelden waardoor er sprake is van een stoornis in de energiehuishouding of waardoor preventieve maatregelen dienen te worden aangegeven. Er is tevens geen behandeling waardoor eiseres verminderd beschikbaar zou zijn, aldus de verzekeringsarts b&b. Volgens deze arts zijn al zeer ruime en veelvuldige beperkingen aangenomen voor de psychische klachten van eiseres. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het oordeel van de verzekeringsarts b&b te twijfelen.

4.9

Het voorgaande betekent dat de medische component van het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden berust. De beroepsgronden hiervoor vermeld onder 3. treffen daarom geen doel.

4.10

De stelling van [verzekeringsarts] dat de functie productiemedewerker industrie niet passend is omdat sprake is van een hoge complexiteit, volgt de rechtbank niet. De rechtbank volgt de stelling dat geen van de geduide functies passend is omdat overschrijding in het aantal werkuren plaatsvindt, evenmin. De rechtbank overweegt hiertoe dat het tot de taak en de deskundigheid van de arbeidsdeskundige behoort om te oordelen of de geduide functies geschikt zijn met inachtneming van de beperkingen van de betrokkene. Aan het oordeel van [verzekeringsarts] over de geschiktheid van de functies komt daarom niet de betekenis toe die eiseres hieraan gehecht zou willen zien. De rechtbank ziet geen aanleiding voor twijfel aan de geschiktheid van de functies, die zijn geduid aan de hand van de beperkingen van eiseres in de FML.

5. Het voorgaande betekent dat verweerder de ZW-uitkering van eiseres terecht en op goede gronden met ingang van 11 augustus 2019 heeft beëindigd.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 27 augustus 2020 gedaan door mr. J.B. Wijnholt, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P.G. van Egeraat, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.