Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8753

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
20/6247
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo afgewezen. Belang van uitzetting groter dan bijwonen van bewaringszitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 20/6808

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] ,

V-nummer: [#] ,

verzoeker,

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg, advocaat te Amsterdam),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. R. Jonkman, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Op 3 september 2020 is verzoeker bericht dat hij 7 september 2020 op 14:05 uur zal worden

uitgezet naar Marokko.

Op 4 september 2020 heeft verzoeker bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de feitelijke

uitzetting. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige

voorziening te treffen ter voorkoming van de door verweerder voorgenomen uitzetting

gedurende zijn lopende procedures.

Verweerder heeft op 4 september 2020 verweer gevoerd.

De rechtbank heeft het onderzoek op 4 september 2020 gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken nu de uitzetting van verzoeker staat gepland op 7 september 2020 om 14:05 uur.

2. Het bezwaar is gericht tegen de feitelijke uitzetting en dat betreft een handeling van verweerder die op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) met een besluit gelijk is gesteld.

De mogelijkheid tot het maken van bezwaar krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw tegen de feitelijke uitzetting is beperkt tot de wijze waarop van de bevoegdheid tot uitzetting gebruik wordt gemaakt. Daarnaast is bij uitzondering bezwaar krachtens die bepaling mogelijk, indien de situatie ten tijde van de feitelijke uitzetting dusdanig verschilt van die ten tijde van het besluit waaruit die bevoegdheid voortvloeit, dat niet langer onverkort van de rechtmatigheid van de feitelijke overdracht mag worden uitgegaan.

3. Verzoeker voert aan dat hij niet mag worden uitgezet omdat hij beroep heeft ingesteld tegen de toegangsweigering van 10 augustus 2020, de loungemaatregel van 10 augustus 2020 en de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw van 14 augustus 2020 (beroepen met zaaknummers: NL20.16421, NL20.15564 en NL20.16152). De beroepen staan gepland op de zitting van 7 september 2020 om 12:30 uur. Verzoeker wenst bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, maar is dus niet in staat om de zitting bij te wonen. Hierdoor is hij in zijn belangen geschaad. Hij zal immers niet zelf zijn standpunten aan de rechtbank kenbaar kunnen maken. Dit is in strijd met een eerlijk proces. Verzoeker meent dat zijn belang en het recht om bij de mondelinge behandeling van de beroepen aanwezig te zijn, zwaarder wegen dan het belang van verweerder om hem uit te zetten. Daarnaast zal de uitzetting leiden tot onomkeerbare gevolgen indien de rechtbank hem in het gelijk zal stellen en bepaalt dat hem de toegang tot Nederland zou moeten worden verschaft. In dit kader is tevens van belang dat indien verzoeker wordt uitgezet voordat de rechtbank uitspraak heeft kunnen doen, er van een daadwerkelijk en effectief rechtsmiddel geen sprake is.

3.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de uitzetting boven het bijwonen van de zitting gaat. Verweerder is ook gehouden de aan verzoeker opgelegde vrijheidsontnemende maatregel zo kort mogelijk te laten duren en dient voortvarend te werken aan de terugkeer van verzoeker. Zijn gemachtigde kan namens verzoeker op zitting toelichten waarom hij vindt dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.

3.2

De voorzieningenrechter is van oordeel, dat het belang van verweerder om tot uitzetting over te gaan zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om bij zijn zitting aanwezig te kunnen zijn. Daartoe is het volgende van belang. De vrijheidsontnemende maatregel staat niet in de weg aan verweerders bevoegdheid tot uitzetting over te gaan. Deze is overigens ook juist bedoeld ter fine van uitzetting. De toets die de bewaringsrechter aanlegt is ook een andere dan (het antwoord op) de vraag of verzoeker mag worden uitgezet. Voorts vervalt de grondslag van de bewaring met de uitzetting en wordt de maatregel dan opgeheven. En voorts kan, zoals verweerder heeft gesteld, de gemachtigde van verzoeker ter zitting namens hem het woord voeren in de procedures.

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

4 september 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.