Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8721

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-08-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2691
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ZW. De FML is in beroep aangepast. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de in beroep aangepaste FML. Uitgaande van de juistheid van deze FML ziet de rechtbank evenmin aanleiding te twijfelen aan de geschiktheid van eiseres voor de in beroep gehandhaafde functies. Het beroep is ongegrond. Met toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt de schending van artikel 7:12 van de Awb gepasseerd, omdat aannemelijk is dat eiseres door deze schending niet is benadeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/2691

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.J.G. Heemskerk),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: A.M. Snijders).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die eiseres ontving op grond van de Ziektewet (ZW) per 29 september 2018 beëindigd.

Bij besluit van 18 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst en bepaald dat de gemachtigde van verweerder de gelegenheid krijgt om een brief van de internist [internist 1] van 27 maart 2019 en de brief van de internist-endocrinoloog [internist 2] 12 september 2019 voor commentaar voor te leggen aan een verzekeringsarts.

Bij brief van 28 november 2019 heeft verweerder – onder verwijzing naar een rapport van gelijke datum van een verzekeringsarts – gereageerd op de medische stukken.

Bij brief van 19 december 2019 heeft eiseres hierop reactie gegeven en om een nadere zitting verzocht.

Partijen waren uitgenodigd voor een zitting op 25 mei 2020. In verband met de maatregelen rondom het coronavirus is die zitting niet doorgegaan. Partijen hebben toestemming gegeven om de zaak schriftelijk af te doen.

De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten.

Overwegingen


1. Eiseres, werkzaam als hoofdkassière voor 37,95 uren per week bij [B.V.] , heeft zich op 29 augustus 2017 met schildklierklachten ziek gemeld. Aan eiseres is na einde dienstverband per 1 oktober 2017 een ZW-uitkering toegekend. Vervolgens heeft een beoordeling plaatsgevonden in verband met de zogeheten Eerstejaars ZW-beoordeling.

2.1.

In verband met de Eerstejaars ZW-beoordeling heeft er een verzekerings-geneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De primaire verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht en daarnaast is eiseres bij de primaire verzekeringsarts op het spreekuur geweest. Deze arts heeft van haar bevindingen op 2 augustus 2018 een rapport opgemaakt. In dit rapport staat vermeld dat de primaire verzekeringsarts (naar objectieve maatstaven gemeten) concludeert dat bij eiseres geen sprake is van een ernstige lichamelijke of psychische ziekte. Volgens de primaire verzekeringsarts is er geen aanleiding om een medische urenbeperking aan te nemen. Wel acht de primaire verzekeringsarts eiseres beperkt voor zware fysieke werkzaamheden. Eiseres haar beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).

2.2.

De primaire arbeidsdeskundige heeft hierna onderzoek verricht en de bevindingen neergelegd in een rapport van 21 augustus 2018. Op basis van de FML van de primaire verzekeringsarts zijn de volgende functies geschikt geacht voor eiseres: Boekhouder, kassier, loonadministrateur (SBC-code 515070), Archiefmedewerker (SBC-code 315132) en Productiemedewerker (samenstellen van producten (SBC-code 111180). Naast deze functies zijn de functie Administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en Medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (SBC-code 111010) als reservefunctie geselecteerd.

2.3.

Bij het primaire besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat is beoordeeld wat de mogelijkheden van eiseres op 28 augustus 2018 zijn om te werken. Eiseres haar ZW-uitkering wordt beëindigd, omdat zij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Verweerder heeft hieraan voornoemde rapporten van de primaire verzekeringsarts en arbeidsdeskundige ten grondslag gelegd.

3.1.

Naar aanleiding van de bezwaren van eiseres heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) eiseres op 11 maart 2019 tijdens de hoorzitting gezien. Daarnaast heeft deze verzekeringsarts dossierstudie verricht en informatie opgevraagd en ontvangen van de internist van 23 juli 2018 en van de Maag-Darm-Leverarts (MDL-arts) van
28 februari 2019. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport van 11 maart 2019 onder meer geconcludeerd dat hij het niet volledig eens is met de door de primaire verzekeringsarts opgestelde FML. Vanwege eiseres haar refluxklachten, ten gevolge van haar galblaasoperatie, is eiseres ook beperkt voor langer aaneengesloten gebogen werk. De verzekeringsarts b&b heeft de belastbaarheid van eiseres opgenomen in een nieuwe FML.

3.2.

Vervolgens heeft verweerder onderzoek door de arbeidsdeskundige b&b laten verrichten. In het rapport van 15 maart 2019 staat vermeld dat de heroverweging in bezwaar geen aanleiding geeft om anders te concluderen dan de primaire arbeidsdeskundige. De functie Loonadministrateur is niet geduid en eiseres is met haar opleidingsniveau in staat om een interne opleiding gesprekstechnieken te volgen. Tot slot is er in geen van de functies sprake van langer aaneengesloten voorovergebogen actief zijn in een hoek van 60 graden of meer, zodat geen sprake is van een overschrijding op dat punt.

3.3.

Verweerder heeft het bezwaar van eiseres tegen voornoemde achtergrond ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Het bestreden besluit berust aldus eveneens op het standpunt dat eiseres op 28 augustus 2018 meer dan 65% van het maatmanloon kan verdienen. Om die reden heeft verweerder de ZW-uitkering van eiseres met inachtneming van een uitlooptermijn van een maand en één dag, per 29 september 2018, beëindigd. Verweerder heeft hieraan bovengenoemde rapporten van de verzekeringsarts b&b en de arbeidsdeskundige b&b ten grondslag gelegd.

4.1.

Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij voert – samengevat weergegeven – aan dat haar gezondheidsklachten zijn onderschat. Het is voor haar onbegrijpelijk dat de verzekeringsarts b&b geen rekening heeft gehouden met de vermoeidheidsklachten en klachten ten gevolge van de galblaasoperatie. Daarnaast kampt eiseres met eczeem- en allergieklachten. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres medische informatie van de dermatoloog en huisarts overgelegd. Tot slot betoogt eiseres dat zij ongeschikt is voor vier van de vijf geduide functies.

4.2.

Naar aanleiding van eiseres haar beroepsgronden heeft een verzekeringsarts b&b op 11 juli 2019 nogmaals gerapporteerd. De verzekeringsarts b&b komt tot de conclusie dat

er vanwege de eczeem- en allergieklachten van eiseres aanleiding is om verdergaande beperkingen op te nemen in de FML.

4.3.

Ook de arbeidsdeskundige b&b heeft nogmaals gerapporteerd. Doordat de FML in beroep is aangepast concludeert de arbeidsdeskundige dat de functie Medewerker tuinbouw (SBC-code 111010) komt te vervallen, omdat eiseres daarbij in aanraking komt met stuifmeelpollen. Daarnaast geeft het standpunt van eiseres dat zij vanwege de beperking op het hanteren van emotionele problemen van anderen ongeschikt is voor de functie Boekhouder, kassier (SBC-code 515070), de arbeidsdeskundige b&b aanleiding om deze functie te laten vervallen. De functies Archiefmedewerker (SBC-code 315132), Productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en Administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) blijven gehandhaafd. Met deze functies kan eiseres meer dan 65% verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

4.4.

Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat er geen aanleiding is om het standpunt te herzien. Met de drie geduide functies is eiseres onverminderd in staat meer dan 65% van het maatmanloon te verdienen.

4.5.

Nadat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst heeft de verzekeringsarts b&b op 28 november 2019 opnieuw gerapporteerd. De twee medische stukken die aan hem zijn voorgelegd geven hem geen aanleiding van zijn eerdere conclusies af te wijken. De verzekeringsarts b&b stelt zich op het standpunt dat de schildkieraandoening bekend was en dat eiseres vanwege deze klachten verminderde mogelijkheden heeft ten aanzien van zwaardere dynamische handelingen en statische houdingen. Volgens de verzekeringsarts b&b is met deze beperkingen in de FML in voldoende mate rekening gehouden met eiseres haar schildklieraandoening. Verweerder ziet op basis van het nadere rapport van de verzekeringsarts b&b geen aanleiding zijn standpunt te herzien.

4.6.

Eiseres kan zich niet vinden in het rapport van de verzekeringsarts b&b van
28 november 2019. Dat eiseres een galblaasoperatie heeft ondergaan (waarbij haar gal is verwijderd) wordt wederom buiten beschouwing gelaten. De bijwerkingen van deze operatie in combinatie met haar schildklieraandoening zorgt ervoor dat de vermoeidheidklachten nog altijd voortduren.

Medische beoordeling

5.1.

De rechtbank stelt allereerst vast dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat de FML in beroep is aangepast. In geschil is of verweerder met de aangepaste FML in beroep in voldoende mate rekening heeft gehouden met de schildklieraandoening, de vermoeidheidsklachten en de klachten ten gevolge van de galblaasoperatie.

5.2.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de in beroep aangepaste FML. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. De verzekeringsarts b&b heeft navolgbaar uiteengezet waarom de FML in voldoende mate rekening houdt met de beperkingen van eiseres ten gevolge van de schildklieraandoening. Anders dan eiseres heeft betoogd ziet allereerst de primaire verzekeringsarts en vervolgens de verzekeringsarts b&b geen aanleiding om vanwege deze aandoening een urenbeperking op te nemen in de FML. De rechtbank kan dit volgen en acht van belang dat daarbij informatie van de behandelend sector (van de internist van 23 juli 2018, 27 maart 2019 en 12 september 2019) is betrokken. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van de vermoeidheidsklachten door eiseres en haar daar serieus in neemt, kan het hebben van klachten binnen het wettelijk kader van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet automatisch tot de conclusie leiden dat er dus ook (ernstigere) beperkingen voor arbeid moeten worden opgenomen in de FML. De beleving van deze klachten, hoe bepalend ook voor het dagelijks functioneren, kan volgens vaste rechtspraak niet beslissend zijn bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen zijn vast te stellen.

5.3.

Het betoog van eiseres dat de klachten ten gevolge van de galblaasoperatie buiten beschouwing worden gelaten, volgt de rechtbank niet. In het rapport van de primaire verzekeringsarts wordt melding gemaakt van het verwijderen van galstenen door middel van een operatie. Ten tijde van de heroverweging in bezwaar is door de verzekeringsarts b&b medische informatie opgevraagd bij de MDL-arts. De informatie die is ontvangen dateert van 28 februari 2019. Op basis van deze informatie heeft de verzekeringsarts b&b aanleiding gezien om eiseres beperkt te achten op het langer aaneengesloten gebogen werk vanwege refluxklachten ten gevolge van de galblaasoperatie. Eiseres heeft niet (met nieuwe medische stukken) aannemelijk gemaakt dat verweerder meer beperkingen had moeten aannemen ten gevolge van de galblaasoperatie.

Arbeidsdeskundige beoordeling

5.4.

De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige b&b vanwege de aanpassing van de FML in beroep aanleiding heeft gezien de functie Medewerker tuinbouw te laten vervallen. De arbeidsdeskundige b&b heeft tevens aanleiding gezien de functie Boekhouder, kassier te laten vervallen. De rechtbank dient te beoordelen of eiseres geschikt is voor de onder punt 4.3. gehandhaafde functies.

5.5.

Uitgaande van de juistheid van de in beroep aangepaste FML ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de geschiktheid van eiseres voor de in beroep gehandhaafde functies. De rechtbank neemt bij dit oordeel in overweging dat de arbeidsdeskundige b&b in zijn nadere rapport inzichtelijk en navolgbaar heeft uiteengezet waarom er geen grond is voor de conclusie dat eiseres ongeschikt is voor de gehandhaafde functies. De arbeidsdeskundige b&b heeft daarbij de beroepsgronden van eiseres betrokken en voldoende duidelijk gemotiveerd waarom de belastbaarheid van eiseres bij de gehandhaafde functies niet wordt overschreden. De rechtbank ziet tegen deze achtergrond in hetgeen in beroep is aangevoerd geen aanleiding verweerder hierin niet te volgen.

6. Het voorgaande leidt tot de volgende conclusies. Hoewel de FML in beroep is aangepast en twee functies in beroep zijn komen te vervallen, blijft het zo dat eiseres geen recht heeft op een ZW-uitkering. Zij kan op 28 augustus 2018 namelijk meer dan 65% verdienen van het maatmanloon. Gelet op de gewijzigde medische en arbeidsdeskundige motivering in beroep moet wel gezegd worden dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Deze schending van artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd, omdat aannemelijk is dat eiseres door deze schending niet is benadeeld. Ook als dit gebrek zich niet zou hebben voorgedaan, zou immers een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen. Dit leidt ertoe dat het beroep ongegrond is. Wel ziet de rechtbank hierin aanleiding om verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te laten vergoeden. Daarnaast zal de rechtbank verweerder veroordelen in de door eiseres gemaakt proceskosten voor het instellen van beroep. De proceskosten van eiseres stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.050,- (1 punt voor indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,00 en wegingsfactor 1).

Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.050,-;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 47,- te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 7 augustus door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Lemmen, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.