Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8682

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
C/09/595901 / KG ZA 20-635
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een irreële inschrijving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/595901 / KG ZA 20-635

Vonnis in kort geding van 4 september 2020 (bij vervroeging)

in de zaak van

RPR STAKEHOLDERMANAGERS B.V.,

gevestigd te Reeuwijk,

eiseres,

advocaat mr. P.J. Velthuizen te Rotterdam,

tegen:

GEMEENTE WESTLAND,

zetelend te Naaldwijk,

gedaagde,

advocaat mr. I.J.M.I. Souren te Rotterdam,

waarin is tussengekomen:

MAANDAG INTERIM PROFESSIONALS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaten mrs. P.F.C. Heemskerk en E.L. Vos te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'RPR', 'de Gemeente' en 'Maandag'.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, dan wel voeging;

- de conclusie van antwoord van de Gemeente;

- de conclusie van antwoord van Maandag met producties;

- de op 31 augustus 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door RPR pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

Maandag heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen RPR en de Gemeente, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben RPR en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Maandag is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Gemeente heeft op 30 januari 2020 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd met het oog op het sluiten van een Raamovereenkomst voor de inhuur van technisch personeel. De aanbesteding is onderverdeeld in drie percelen.

3.2.

Voor zover hier van belang luidt het Beschrijvend Document:

"

1. Begrippenlijst

(…)

Nadere opdracht

Een binnen de bepalingen van de Raamovereenkomst gesloten opdracht tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer

(…)

Opdracht

De Opdracht die onderwerp is van de Raamovereenkomst.

(…)

3.3 Doel van de aanbesteding

Het doel van de aanbesteding is om op transparante wijze per perceel te komen tot Raamovereenkomsten met professionele, betrouwbare en ontzorgende partners, die tijdelijk technisch personeel kunnen leveren op basis van de in dit Beschrijvend Document omschreven eisen en voorwaarden. Contractvorming vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van dit Beschrijvend Document inclusief Bijlagen, de eventueel opgemaakte Nota('s) van Inlichtingen en de winnende Inschrijving(en). De Raamovereenkomst wordt opgemaakt conform de concept Raamovereenkomst die als Bijlage 9 bij dit Beschrijvend Document is toegevoegd.

Gemeente Westland heeft het voornemen de Raamovereenkomsten af te sluiten voor een periode van 3 jaar met de optie tot verlenging van tweemaal één jaar. De beoogde ingangsdatum is 18 mei 2020.

Gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst(en) sluit Gemeente Wesland Nadere Opdrachten met Opdrachtnemer(s) af. De wijze waarop dit gebeurt, is beschreven in dit Beschrijvend Document onder paragraaf 3.7.

3.4 Omschrijving en omvang van de Opdracht

(…)

In onderstaand overzicht is aangegeven welke percelen deze aanbesteding omvat, het aantal Inschrijvers waarmee Gemeente Westland voornemens is een Raamovereenkomst af te sluiten en de verwachte opdrachtwaarde op jaarbasis. Inschrijvers kunnen aan deze verwachtingen geen rechten ontlenen. Genoemde getallen zijn slechts indicaties en leiden nimmer tot een afnameverplichting. Wel maximeert Opdrachtgever de totale omvang van deze opdracht (initiële looptijd incl. verlengingsopties) op € 20.750.000,00.

Perceelnummer

Omschrijving

Aantal contractanten

1

Inhuur tijdens verkenning / studiefase

3

2

Inhuur tijdens realisatiefase

3

3

Inhuur tijdens beheerfase

3

De gemeente is op zoek naar leveranciers die ruime ervaring hebben met het leveren van personeel voor de hieronder genoemde functies. Volledigheidshalve wordt vermeld dat onderstaande lijst een globale inschatting geeft van de te vragen functies. Deze opsommingen zijn niet limitatief, maar omvatten ca. 90% van de omvang van de Opdracht:

Perceel 1 Inhuur tijdens verkenning / studiefase

Dit perceel betreft de initiatieven die zich bevinden in de Verkenningsfase en in de Studiefase. In de Verkenningsfase wordt de wenselijkheid en de haalbaarheid van een initiatief beoordeeld. Het betreft initiatieven die complex van aard zijn en niet passen binnen een bestemmingsplan/omgevingsplan en waarvoor geen duidelijk beleid is opgesteld. De haalbaarheid dient in brede zin te worden aangetoond. Hierbij komen ruimtelijke, juridische, technische en financiële haalbaarheid samen tot één integraal advies. In de Studiefase wordt het initiatief uitgewerkt in een projectopdracht waarna het als project kan worden vastgesteld. In deze studiefase worden overeenkomsten opgesteld, bestemmingsplannen vastgesteld en voorbereidingen getroffen voor de realisatiefase.

Dit perceel bestaat uit de onderstaande functies. De uitgebreide functieprofielen zijn opgenomen in Bijlage 13.

Functienaam

Geschatte omvang in uren op jaarbasis

- Senior projectleider I

- Senior projectleider II

- Projectleider

- Junior projectleider I

- Junior projectleider II

- Senior planeconoom I

- Senior planeconoom II

- Planeconoom

- Junior planeconoom I

- Junior planeconoom II

- Projectondersteuner

- Programmamanager ruimtelijke ontwikkeling en beheer

- Senior adviseur

- Adviseur

2700 uur

400 uur

400 uur

600 uur

600 uur

450 uur

450 uur

450 uur

450 uur

450 uur

1200 uur

1500 uur

1500 uur

1500 uur

(…)

3.6 Gunningscriterium

Het gunningscriterium voor deze aanbesteding is de Inschrijving met de beste prijs-kwaliteit verhouding. De Gemeente gaat Raamovereenkomsten aan met maximaal 3 inschrijvers per perceel, die het beste scoren op de gunningscriteria prijs, plan van aanpak, presentatie en SROI (voorzieningenrechter: 'Social Return on Investment').

(…)

3.9 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

(…)

Social return

Social return heeft als doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt als gunningscriterium bij aanbestedingen boven een bepaalde drempel verplicht gesteld.

Als u ervoor kiest om in te schrijven met een SROI verplichting, zal onder verwijzing naar het gestelde in het Protocol Social Return (Bijlage 8) de toe te passen SROI verplichting voor deze Opdracht minimaal 5% van de geraamde waarde van het perceel zijn, waarvoor Inschrijver inschrijft."

3.3.

Bijlage 8 van het Beschrijvend Document "Protocol Social Return" vermeldt onder meer:

" Wat houdt Social Return in?

Social Return is een manier om sociaal rendement te realiseren bij overheidsopdrachten. Dat wil zeggen dat u in ruil voor het uitvoeren van overheidsopdrachten iets terug doet voor de maatschappij door het creëren van werkgelegenheid, stage- en leerwerkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Wanneer geldt Social Return?

Social Return wordt toegepast bij Opdrachten voor diensten en werken. In de uitvraag voor deze Opdracht vindt u hoeveel SROI van u gevraagd wordt. Door het verklaren dat u inschrijft met SROI conformeert u zich aan de inhoud van dit Protocol, gaat u akkoord met de uitvoering hiervan en aanvaardt u de op u rustende verplichtingen.

Het is de bedoeling dat u bij de uitvoering van de Opdracht werkzoekenden en leerlingen inzet uit de doelgroep Social Return, zoals opgenomen in het bouwblokkenschema hieronder dat wordt gebruikt in de arbeidsmarktregio's Haaglanden en Zuid-Holland Centraal.

Bouwblokkenschema

In het schema hieronder vindt u voor welke waarde u iemand uit een bepaalde doelgroep mag meerekenen.

Met dit bouwblokkenschema kunt u zelf berekenen hoe u uw Social Return verplichting kunt invullen. U kunt zich ook laten adviseren door de accountmanager Social Return van het Werkgeversservicepunt Westland.

• Voor werkzoekenden van 55+ geldt een extra waarde van € 10.000 op jaarbasis

• Bij dienstverlening of productie door een SW-bedrijf geldt de waarde van de betaalde rekeningen

• Social return kan ook worden ingevuld door het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten

die bijdragen aan arbeidsparticipatie of het bevorderen van vakmanschap, bijvoorbeeld het

organiseren van een gastles, bedrijfsbezoek of snuffelstage. De waarde hiervan wordt in overleg

met het Werkgeversservicepunt bepaald. De maximale waarde per dag is € 1.000.

(…)

Boeteclausule

Er is een boeteclausule van toepassing. Indien de Opdrachtnemer zijn Social Return verplichting niet (volledig) nakomt, vindt een Inhouding plaats naar rato van de niet gerealiseerde Social Return. Deze boete wordt niet toegepast indien de Opdrachtnemer binnen een redelijke termijn alsnog de SROI-verplichting realiseert en hiervan bewijsstukken aanlevert.

Deze boete wordt ook niet toegepast indien de Opdrachtnemer kan bewijzen, dat hem geen verwijt treft voor het niet (volledig) realiseren van Social Return. Een reden kan zijn dat het - ondanks meerdere aantoonbare pogingen van Opdrachtnemer, waarbij minstens ook gebruik gemaakt is van bemiddeling door het werkgeversservicepunt Westland - niet is gelukt om acceptabele kandidaten voor de Opdracht te selecteren. De bewijslast berust bij de Opdrachtnemer.

3.4.

Blijkens de functieprofielen, zoals opgenomen in Bijlage 13 van het Beschrijvend Document, worden aan de in te huren kandidaten (onder andere) de volgende eisen/voorwaarden gesteld:

Afgeronde WO-opleiding: Minimale relevante werkervaring:

Senior Projectleider I 7 jaar

Senior Planeconoom I 7 jaar Programmamanager 5 jaar

Senior Adviseur 5 jaar

Afgeronde HBO-opleiding: Minimale relevante werkervaring:

Senior Projectleider II 7 jaar Projectleider 5 jaar

Junior Projectleider I 3 jaar

Junior Projectleider II 3 jaar

Senior Planeconoom II 7 jaar

Planeconoom 5 jaar

Junior Planeconoom I 3 jaar

Junior Planeconoom II 3 jaar

Adviseur (HBO/WO) 5 jaar

Afgeronde MBO-opleiding: Minimale relevante werkervaring:

Projectondersteuner 3 jaar

3.5.

In de (1e) Nota van Inlichtingen heeft de Gemeente vraag 51, luidend "U geeft aan dat inschrijvers met een hoger percentage dan 5 procent kans maken op de maximaal haalbare punten. Hoe voorkomt u dat inschrijvers tactisch met een hoog percentage inschrijven om het maximaal aantal punten te scoren en in de uitvoering de boete betalen in plaats van de SROI verplichting na te komen?" als volgt beantwoord:

"Indien wordt ingeschreven met een zeer hoog bedrag/percentage SROI verplichting, zal bij het verificatiegesprek een nadere toelichting gevraagd worden hoe de inschrijver dit wil realiseren.

Het niet nakomen van de SROI verplichting in de praktijk wordt als volgt bestraft: bijvoorbeeld, indien inschrijver met een SROI verplichting van 25% inschrijft voor perceel 1, heeft hij een jaarlijkse SROI verplichting van Eur 140.000,00. Indien deze inschrijver slechts Eur 5.000,00 daarvan realiseert, zal het boetebedrag voor dat jaar Eur 135.000,00 bedragen. Indien dit meermaals gebeurd, zal de inschrijver in gebreke worden gesteld en indien er geen verbetering plaatsvindt zal uiteindelijk het contract ontbonden worden."

3.6.

RPR heeft - samen met acht andere partijen - ingeschreven op perceel 1.

3.7.

Bij brief van 11 juni 2020 heeft de Gemeente aan RPR bericht dat RPR als vierde is geëindigd en dat zij voornemens is de opdracht betreffende perceel 1 te gunnen aan BMC Implementatie B.V., JS Consultancy Detachering B.V. en Maandag. Bij de brief zijn tabellen gevoegd waaruit de scores van de winnaars en van RPR zijn opgenomen. Hieruit blijkt dat voor wat betreft het criterium SROI aan de inschrijving van Maandag het maximale puntenaantal is toegekend (20) en aan die van RPR 8,13 punten.

3.8.

Bij brief van 23 juni 2020 heef RPR aan de Gemeente om opheldering gevraagd over de gunningsbeslissing. Hierop heeft de Gemeente op 25 juni 2020 gereageerd.

3.9.

Vervolgens heeft RPR - bij brief van 30 juni 2020 - aan de Gemeente bericht dat Maandag volgens haar een irreële inschrijving heeft ingediend voor wat betreft het criterium SROI. In reactie daarop heeft de Gemeente op 1 juli 2020 aangegeven dat zij een SROI-percentage van 15%, waarmee Maandag heeft ingeschreven, niet extreem hoog acht, zodat zij geen aanleiding heeft om de inschrijving van Maandag als irreëel te beschouwen en om die reden terzijde te leggen.

4 Het geschil

4.1.

RPR vordert - zakelijk weergegeven - de Gemeente, op straffe van verbeurte van een dwangsom:

primair

I. te gebieden de gunningsbeslissing voor perceel 1 in te trekken en de opdracht mede aan RPR te gunnen;

subsidiair

II. te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en - alvorens een nieuwe gunningsbeslissing te nemen - de inschrijving van Maandag voor wat betreft criterium SROI te verifiëren;

meer subsidiair

III. te verbieden de opdracht op basis van de onderhavige aanbesteding te gunnen en te gebieden over te gaan tot heraanbesteding;

een en ander met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

4.2.

Daartoe voert RPR - kort weergegeven - het volgende aan.

Maandag heeft voor wat betreft het criterium SROI een irreële inschrijving ingediend, die zij niet kan waarmaken. In verband hiermee dient haar inschrijving terzijde te worden gelegd, waarmee RPR zich schaart onder de drie winnaars van perceel 1. Voor zover RPR daarin niet kan worden gevolgd dient de Gemeente met betrekking tot de inschrijving van Maandag (alsnog) te voldoen aan haar verificatieplicht ex artikel 2.113a lid 2 van de Aanbestedingswet 2012 ('Aw'), aangezien getwijfeld moet worden aan de haalbaarheid van de door Maandag in haar inschrijving aangegeven SROI-verplichting. Indien ook dit subsidiaire standpunt geen stand houdt moet perceel 1 worden heraanbesteed voor zover de Gemeente die opdracht nog in de markt wil zetten, omdat de zinsnede "bij de uitvoering van de Opdracht" in Bijlage 8 van het Beschrijvend Document onduidelijk is en op verschillende manieren kan worden uitgelegd.

4.3.

De Gemeente en Maandag voeren verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4.4.

Maandag vordert de Gemeente te gebieden om verder te gaan met het verstrekken van de Raamovereenkomst betreffende perceel 1 aan haar, met veroordeling van RPR in de proces- en nakosten.

4.5.

Verkort weergegeven stelt Maandag daartoe dat zijn geen irreële inschrijving heeft ingediend en dat de Gemeente op goede gronden voornemens is de opdracht mede aan haar te gunnen.

4.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van de Gemeente en RPR met betrekking tot de vordering van Maandag hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

Met betrekking tot de vorderingen van RPR

5.1.

Maandag heeft ingeschreven op perceel 1 met een SROI-verplichting van 15% van de geraamde waarde van de opdracht. Volgens RPR is dat niet haalbaar, aangezien voor de uitvoering van de (detacherings)werkzaamheden, waarop de opdracht betrekking heeft, grotendeels hooggekwalificeerde krachten met veel werkervaring moeten worden ingezet en deze niet behoren tot de SROI-doelgroep zoals vermeld in het bouwblokkenschema in Bijlage 8 van het Beschrijvend Document. De Gemeente en Maandag bestrijden dat gemotiveerd. Volgens hen is het door Maandag opgegeven percentage allesbehalve exceptioneel. Maandag stelt haar aanbod zelfs eenvoudig te kunnen waarmaken.

5.2.

Vooropgesteld wordt dat - met de Gemeente en Maandag - moet worden geconcludeerd dat de door RPR tot nu toe ingenomen stellingen niet altijd consequent zijn (geweest).

5.2.1.

In haar brief van 23 juni 2020 voert RPR verschillende bezwaren aan tegen de gunningsbeslissing, maar geen enkele daarvan heeft betrekking op het criterium SROI. In haar brief van 30 juni 2020 stelt zij voor het eerst dat Maandag een irreële inschrijving heeft ingediend voor wat betreft het door haar (Maandag) aangeboden SROI-percentage. Hierbij gaat zij ervan uit, althans lijkt zij ervan uit te gaan, dat de SROI-doelgroep moet worden ingezet bij de uitvoering van de Nadere opdrachten binnen de Raamovereenkomst. Dit standpunt lijkt zij ook in te nemen in haar brief van 3 juli 2020 (prod. 11 bij de dagv.) en de inleidende dagvaarding. Blijkens haar stellingen op de zitting heeft zij echter onomwonden erkend dat de SROI-doelgroep breder kan worden ingezet, in die zin dat het daaronder vallende personeel (ook) mag worden ingeschakeld bij de uitvoering van de Raamovereenkomst. Terecht, in Bijlage 8 van het Beschrijvend Document is opgenomen dat het de bedoeling is dat werkzoekenden en leerlingen uit de doelgroep Social Return worden ingezet bij de uitvoering van de Opdracht, waarmee - blijkens de begrippenlijst in het Beschrijvend Document - de Raamovereenkomst wordt bedoeld. Hierover kan dus geen enkel misverstand bestaan.

5.2.2.

Voorts wijst het aanvankelijk door RPR ingenomen standpunt, zoals aangegeven in de dagvaarding en haar daaraan voorafgaande correspondentie, er op dat zij van mening is dat het te detacheren personeel uitsluitend mag worden geplaatst bij de Gemeente. Ook hierop is zij tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding (terecht) teruggekomen. Hiermee staat tussen partijen niet (langer) ter discussie dat de tot de SROI-doelgroep behorende krachten ook te werk kunnen worden gesteld binnen het bedrijf van de opdrachtnemer, mits de door hen te verrichten werkzaamheden betrekking hebben op de uitvoering van de Raamovereenkomst. Gelet op het vorenstaande moet ervan worden uitgegaan dat de aanbestedingsstukken ook op dat punt duidelijk zijn.

5.3.

Het voorgaande zou er op kunnen wijzen dat RPR de aanbestedingsstukken voor wat betreft het criterium SROI aanvankelijk verkeerd heeft gelezen, althans niet goed heeft begrepen. Een aanwijzing hiervoor is ook de door haar ingestelde meer subsidiaire vordering. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen - in het bijzonder voor zover het de door haar op de zitting naar voren gebrachte (gewijzigde) stellingen betreft - moet ervan worden uitgegaan dat zij zich op het standpunt stelt dat de aanbestedingsstukken niet onduidelijk zijn voor wat betreft het onderhavige criterium. Bezien in het licht hiervan valt niet (goed) in te zien waarom RPR de meer subsidiaire vordering heeft ingesteld. Deze komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

5.4.

Maandag heeft gemotiveerd aangevoerd dat zij het personeel dat zal worden ingezet bij de uitvoering van Raamovereenkomst enerzijds (in het kader van de nadere opdrachten) zal detacheren bij de Gemeente en anderzijds binnen haar eigen bedrijf, wat dus is toegestaan. Maandag stelt dat zij personeel uit de SROI-doelgroep met name zal inschakelen binnen haar eigen bedrijf, waarbij moet worden gedacht aan (ondersteunende) werkzaamheden bij (i) het werven en selecteren van geschikte kandidaten voor detachering bij de Gemeente (zoals het voeren van intakegesprekken, het verifiëren van relevante gegevens en werkervaring van kandidaten en het afnemen van assessments), (ii) het onderhouden van contacten met kandidaten, (iii) het begeleiden en coachen van geselecteerden en (iv) het evalueren van geëindigde detacheringen. Volgens Maandag is personeel uit de SROI-doelgroep daarvoor zeker geschikt. Voorts heeft Maandag - onweersproken - aangevoerd dat zij met het oog op gebruikelijke SROI-verplichtingen in tenders een intern traineeschip heeft ontwikkeld, waarmee op het criterium SROI kan worden gescoord. Aldus is volgens Maandag een SROI-verplichting van 15% zonder enige moeite haalbaar. Gelet op de onderbouwing ervan door Maandag, zoals hiervoor aangegeven, heeft RPR heeft dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet genoegzaam weerlegd.

5.5.

Daar komt bij dat als onbetwist is komen vast te staan dat Maandag aan de Gemeente een uitgebreide schriftelijke toelichting heeft verstrekt op haar inschrijving voor wat betreft het criterium SROI, nadat de Gemeente daarom - volgens haar onverplicht, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel in lijn met het antwoord op vraag 51 in de Nota van Inlichtingen - had gevraagd. De Gemeente stelt dat die toelichting - die overigens niet is verstrekt in het kader van een verificatie in de zin van artikel 2.113a Aw - haar heeft gesterkt in de overtuiging dat het aanbod van Maandag realistisch en haalbaar is.

5.6.

Voor zover RPR zich voor de juistheid van haar stellingen beroept op het antwoord op vraag 51 in de Nota van Inlichtingen, in het bijzonder voor zover daarin een SROI-verplichting van 25% wordt genoemd, moet daaraan worden voorbijgegaan. Anders dan RPR kennelijk meent volgt daaruit niet dat de Gemeente een dergelijk percentage als irreëel c.q. zeer hoog beschouwt. Dat percentage is in het antwoord enkel - als voorbeeld - genoemd het oog op de berekening van de boete die een opdrachtnemer verschuldigd is indien hij zijn SROI-verplichting verwijtbaar niet is nagekomen. In het antwoord ligt besloten dat de betreffende (fictieve) opdracht is gegund aan een inschrijver die een SROI-verplichting van 25% had aangeboden en dus niet - vanwege een irreële inschrijving - was uitgesloten.

5.7.

Op grond van het bovenstaande en nu een aanbestedende dienst in beginsel mag vertrouwen op de juistheid van een inschrijving moet worden geconcludeerd dat RPR in het bestek van dit kort geding niet aannemelijk heeft gemaakt dat Maandag een irreële inschrijving heeft ingediend, noch dat er gerede twijfel bestaat over het realiteitsgehalte van de inschrijving van Maandag op grond waarvan de Gemeente ingevolge artikel 2.113a lid 2 Aw gehouden is tot verificatie.

5.8.

De slotsom is dat de vorderingen van RPR zullen worden afgewezen.

5.9.

RPR zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de Gemeente, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

Met betrekking tot de vordering van Maandag

5.10.

In de stellingen van de Gemeente ligt besloten dat zij nog steeds voornemens is verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing zoals kenbaar gemaakt in haar brief van 11 juni 2020. Bij die stand van zaken heeft Maandag geen belang bij toewijzing van haar vordering. Deze zal dan ook worden afgewezen.

5.11.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Maandag in het kader van haar tegen de Gemeente gerichte vordering worden veroordeeld in de kosten van de Gemeente. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Gemeente als gevolg van die vordering extra kosten heeft moeten maken.

5.12.

Ondanks de afwijzing moet RPR in haar verhouding tot Maandag worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Maandag was immers te bewerkstelligen dat de gunningsbeslissing van 11 juni 2020 in stand blijft. Dat doel is bereikt. RPR zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Maandag, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI: NL:HR:2010: BL1116).

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

wijst de vorderingen van RPR af;

6.2.

wijst de vordering van Maandag af;

6.3.

veroordeelt Maandag voor wat betreft de door haar ingestelde vordering tegen de Gemeente in de kosten van de Gemeente, die worden begroot op nihil;

6.4.

veroordeelt RPR in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van zowel de Gemeente als Maandag (telkens) begroot op € 1.636,--, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat en € 656,-- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

6.5.

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2020.

jvl