Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8490

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
15-09-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 5084
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een waarnemingstoelage ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een belangrijke aanwijzing dat eiseres de functie in volle omvang heeft uitgevoerd. Verweerder heeft echter terecht getoetst conform het regime van de RAAF.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/5084

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. drs. M. Hendriks),

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: J. Wegen).

Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om toepassing te geven aan de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF) afgewezen.

Bij besluit van 23 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft via videoverbinding plaatsgevonden op 21 juli 2020. De gemachtigden van partijen hebben deelgenomen.

Op 3 augustus 2020 heeft eiseres een verzoek gedaan om heropening van het onderzoek.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is op 1 december 2001 in dienst getreden bij de (rechtsvoorganger van de) Nationale Politie.

Bij besluit van 13 januari 2011 heeft verweerder eiseres een tijdelijke waarnemingstoelage toegekend omdat zij van 1 januari 2011 tot 1 januari 2012 gedeeltelijk wordt belast met werkzaamheden die behoren bij de functie van coördinator DIV.

Bij besluit van 8 mei 2012 heeft verweerder eiseres een tijdelijke waarnemingstoelage toegekend omdat zij van 1 januari 2012 tot 1 januari 2013 gedeeltelijk wordt belast met werkzaamheden die behoren bij de functie van coördinator DIV.

Bij besluit van 4 december 2012 heeft verweerder de waarnemingstoelage die eiseres is toegekend omdat zij gedeeltelijk werd belast met werkzaamheden die behoren bij de functie van coördinator DIV met een jaar verlengd.

Bij besluit van 16 januari 2014 heeft verweerder de waarnemingstoelage die eiseres is toegekend omdat zij gedeeltelijk werd belast met werkzaamheden die behoren bij de functie van coördinator DIV met een jaar verlengd.

Bij besluit van 13 oktober 2014 heeft verweerder de waarnemingstoelage die eiseres is toegekend omdat zij gedeeltelijk werd belast met werkzaamheden die behoren bij de functie van coördinator DIV met een jaar verlengd.

Bij brieven van 19 januari 2016 en 12 juli 2016 heeft verweerder eiseres belast met de waarneming van de functie van gespecialiseerd medewerker C voor de periode van 1 januari 2016 tot 31 december 2016. Tijdens deze waarneming, en gelet op het bepaalde in artikel 17 van het Besluit bezoldiging politie (Bbp), werd aan eiseres een maandelijkse toelage toegekend.

Bij besluit van 26 januari 2017 heeft verweerder eiseres belast met de waarneming van de functie van gespecialiseerd medewerker A voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017. Tijdens deze waarneming, en gelet op het bepaalde in artikel 17 van het Bbp, werd aan eiseres een maandelijkse toelage toegekend.

Eiseres is sinds 1 juli 2016 aangesteld in de (LFNP-)functie administratief secretarieel medewerker, gewaardeerd op schaal 6. Zij heeft met een aanvraag van 3 januari 2018 verzocht om te worden geplaatst in de functie van gespecialiseerd medewerker A, Informatiebeheerder Team DIV, gewaardeerd op schaal 7.

Het bestreden besluit

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder verwezen naar het advies van de Bezwaaradviescommissie HRM (de commissie) van 28 juni 2019.

De commissie is van mening dat met het toekennen van een waarnemingstoelage niet gegeven is dat eiseres ook daadwerkelijk de gewenste functie van gespecialiseerd medewerker A in volle omvang (zoals beschreven in de kern van de LFNP-functiebeschrijving) heeft uitgevoerd. Een volledige waarnemingstoelage kan hiervoor weliswaar een belangrijke aanwijzing zijn, maar op grond van de RAAF dient tevens getoetst te worden of de feitelijk door eiseres uitgevoerde werkzaamheden ten minste in overwegende mate voldoen aan alle niveaubepalende elementen van de gevraagde functie. Dit dient door eiseres bovendien aannemelijk gemaakt te worden met bewijsstukken die aantonen dat eiseres binnen de referteperiode deze werkzaamheden heeft verricht. Het enkel verwijzen naar de toekenningsbesluiten van waarnemingstoelagen is daarvoor naar de mening van de commissie gezien de RAAF niet afdoende.

Het betoog van eiseres

3. Eiseres heeft aangevoerd dat is voldaan aan de eis van artikel 2, eerste lid, van de RAAF omdat verweerder haar een volledige waarnemingstoelage op grond van artikel 17, eerste lid, van het Bbp heeft toegekend. Door die toekenning heeft verweerder vastgesteld dat in plaats van de eigen functie het volledige samenstel van werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend. Het geeft geen pas om eiseres te vragen dat te bewijzen.

Tijdens de zitting heeft eiseres zich op de hardheidsclausule beroepen, omdat volgens haar door de uitleg van verweerder niemand aan de criteria van het RAAF kan voldoen.

Juridisch kader

4. Het juridisch kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Het oordeel van de rechtbank

5. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft een waargenomen functie geen LFNP-functie te zijn. Zij verwijst daartoe naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3395. Hoewel in die uitspraak staat dat de tijdelijk verrichte werkzaamheden per 1 juli 2016 naadloos zijn overgegaan in een LFNP-functie, kan hieruit niet worden afgeleid dat een waarnemingstoelage in de zin van artikel 17, eerste lid, van het Bbp alleen kan worden toegekend als de werkzaamheden van een LFNP-functie worden verricht. Dat een samenstel van werkzaamheden als functie kan worden gekwalificeerd, kan blijkens de betreffende uitspraak ook volgen uit een vacaturetekst. Verweerder heeft toegelicht dat met de inrichting van de Nationale Politie niet structureel het (daarvoor ontwikkelde) instrument ‘Process-flow’ is ingezet en dat gevolg daarvan is dat (LFNP-)functies in teams zijn ingericht zonder dat het LFNP als functiestructuur aan de basis van deze inrichting heeft gestaan. Gevolg hiervan en van de nog relatieve onbekendheid met het werken met LFNP-functies is dat door leidinggevenden werkzaamheden worden toebedacht (en resultaten worden afgesproken) aan functies terwijl de strekking van de niveaubepalende elementen van de betreffende functie niet hiermee in overeenstemming is. Verweerder heeft erkend dat het niet wenselijk is dat er een verschil bestaat tussen een in een team aanwezig ‘samenstel van werkzaamheden’ en de ‘niveaubepalende elementen van een LFNP-functie’. Maar dit neemt niet weg dat dit verschil kan bestaan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de volledige waarnemingstoelage een belangrijke aanwijzing is dat eiseres de functie van gespecialiseerd medewerker A in volle omvang, zoals beschreven in de kern van de LFNP-functiebeschrijving, heeft uitgevoerd. Verweerder heeft echter terecht conform het regime van de RAAF getoetst of de feitelijk door eiseres uitgevoerde werkzaamheden ten minste in overwegende mate voldoen aan alle niveaubepalende elementen van de functie van gespecialiseerd medewerker A.

Verweerder heeft vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan de niveaubepalende elementen van de functie van gespecialiseerd medewerker A:

- het zelfstandig toepassen van beleidsproducten;

- het participeren in bestaande netwerken ten behoeve van de gezamenlijke aanpak van beleidsproducten en het maken van afstemmingsafspraken;

- het doen van verbetervoorstellen;

- het geven van instructies en handreikingen aan collega’s.

Eiseres heeft deze vaststelling als zodanig niet bestreden. Gelet hierop heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat haar feitelijke werkzaamheden wezenlijk afwijken in de zin van de RAAF.

6. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. In de toelichting op artikel 1 van het RAAF (Stcrt. 2016, nr. 38696) staat dat de ambtenaar in beginsel moet kunnen aantonen dat aan alle niveaubepalende elementen van de andere functie is voldaan. Dit is een strenge toets, maar niet gebleken is dat niemands aanvraag wordt toegewezen. Verweerder heeft tijdens de zitting gezegd dat 15 tot 20% van de aanvragen wordt toegewezen. Ook is niet gebleken van onbillijkheid in de situatie van eiseres.

7. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank het verzoek om heropening afgewezen. Voor de beoordeling van het beroep is niet doorslaggevend geweest of de transitiefase betekent dat de feitelijke werkzaamheden in overeenstemming worden gebracht met de werkzaamheden die tot de betreffende LFNP-functie behoren.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. M.W.J. Sloots, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Bijlage

Op grond van artikel 1, aanhef en onder r, van het Bbp wordt in dit besluit verstaan onder functie: het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP.

Op grond van artikel 6, negende lid, van het Bbp kan de ambtenaar een aanvraag indienen bij het bevoegd gezag wanneer zijn feitelijke werkzaamheden ten minste één jaar wezenlijk afwijken van zijn huidige, aan hem opgedragen LFNP functie, om de feitelijke werkzaamheden overeen te laten komen met een andere LFNP functie. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld.

Op grond van artikel 17, eerste lid, van het Bbp kan aan de ambtenaar die bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent die bij toepassing van artikel 6, tweede lid, zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, voor de duur van die waarneming een toelage worden toegekend. Onder waarneming wordt verstaan het krachtens een daartoe strekkende aanwijzing van het bevoegd gezag tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van de ambtenaar zelf.

Op grond van artikel 17, derde lid, van het Bbp is bij volledige waarneming van de functie, bedoeld in het eerste lid, het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat de ambtenaar zou genieten, wanneer de salarisschaal met het hogere maximumsalaris met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen, voor hem zou hebben gegolden. Onder volledige waarneming wordt verstaan een zodanige waarneming dat in plaats van de eigen functie het volledige samenstel van werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend.

Ter uitvoering van artikel 6, negende lid, van het Bbp heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de RAAF vastgesteld.

Op grond van artikel 1, aanhef en onder i, van de RAAF wordt in deze regeling verstaan onder wezenlijk afwijken: in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van een andere functie als omschreven in het onderdeel ‘kern van de functie’ van de desbetreffende functie, dan wel overeenkomen met de definitie van het werkterrein, het aandachtsgebied of de specifieke functionaliteit behorende bij de huidige functie opgenomen in de bijlage 4, horende bij artikel 3, vierde lid, van de Regeling vaststelling LFNP.

Op grond van artikel 3, eerste lid, van de RAAF wijst het bevoegd gezag de aanvraag toe, indien de feitelijke werkzaamheden, bedoeld in artikel 2:

  1. (…);

  2. (…);

  3. wezenlijk afwijken van de huidige functie dan wel van een werkterrein, een aandachtsgebied of een specifieke functionaliteit van de ambtenaar, en

  4. (…).

Op grond van artikel 7 van de RAAF kan het bevoegd gezag in individuele

gevallen waarin deze regeling niet voorziet een bijzondere regeling treffen.

Op grond van artikel 1, aanhef en onder d, van de Regeling vaststelling LFNP wordt verstaan onder functie: functie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel r, van het Bbp.