Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8264

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
28-08-2020
Zaaknummer
NL20.15237
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen de vrijheidsbeperkende loungemaatregel. Gronden enkel gericht tegen de toegangsweigering waartegen administratief beroep tegen openstaat. beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.15237


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. F. Fonville),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Remerie).


Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2020 (het bestreden besluit) is aan eiseres op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding toe te kennen.

Verweerder heeft de vrijheidsbeperkende maatregel op 10 augustus 2020 opgeheven.

De rechtbank heeft partijen vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in verband met het coronavirus verzocht in te stemmen met het achterwege blijven van een zitting. Daarbij is een termijn voor reactie gegeven. Partijen hebben ingestemd. De rechtbank heeft daarom met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat de behandeling van het beroep op de zitting achterwege blijft. Eiseres heeft op 18 augustus 2020 beroepsgronden ingediend en verweerder heeft op 21 augustus 2020 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten op 24 augustus 2020.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Georgische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] .

2. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, indien de maatregel al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de maatregel, aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. In beroep voert eiseres aan dat haar geen schriftelijk ondertekende toegangsweigering is uitgereikt. Blijkens het besluit toegangsweigering is het alleen digitaal ondertekend op 8 augustus 2020 om 22:48 uur door Daan Z. Verschuren. In het proces-verbaal van bevindingen van 8 augustus 2020 staat dat haar om 20:30 uur een “een ondertekend formulier conform Bijlage V van de SGC (is) uitgereikt”. Er kan haar dus op dat moment geen ondertekende toegangsweigering zijn uitgereikt. Verder is niet gebleken dat ze voor ontvangst heeft getekend en er is geen vervangende verklaring indien ze zou hebben geweigerd te ondertekenen. De vrijheidsbeperkende maatregel die op de toegangsweigering is gebaseerd is daarom onrechtmatig en verweerder dient haar om die reden een schadevergoeding toe te kennen.

3.1

De rechtbank stelt vast dat eiseres alleen beroep heeft ingesteld tegen de vrijheidsbeperkende maatregel terwijl de beroepsgrond alleen ziet op de toegangsweigering. Zoals verweerder heeft betoogd, valt de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegangsweigering buiten het kader van deze procedure. Tegen de toegangsweigering staat eerst administratief beroep open (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2728). Omdat eiseres geen administratief beroep heeft ingesteld tegen de toegangsweigering moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid daarvan en is er geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsbeperkende maatregel ten onrechte is opgelegd.

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier.

De uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.