Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8255

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
C/09/595308 / FA RK 20-4163
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beroep tegen een crisismaatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/595308 / FA RK 20-4163

Datum beschikking: 27 augustus 2020

Beroep tegen een crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 24 juni 2020 ingediend beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. M.A. van de Weerd te ’s-Gravenhage.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 juni 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Gouda op 3 juni 2020 jegens hem opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel van 3 juni 2020;

- een op 3 juni 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juli 2020.

Bij die gelegenheid is op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende persoon gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

- de advocaat.

Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Het verzoek is aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.

De rechtbank heeft op 31 juli 2020 een brief ontvangen van de zijde van de burgemeester van de gemeente Gouda inhoudende de reactie op de door betrokkene aangevoerde gronden van het beroep.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft opnieuw plaatsgevonden op 21 augustus 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

- betrokkene;

- de advocaat;

- de [psychiater]

Verzoek en verweer

De burgemeester van de gemeente Gouda heeft zich in de brief van 31 juli 2020 – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat de burgemeester geen reden ziet om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek door de psychiater en dat de burgemeester mocht vertrouwen op de deskundigheid en de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater. De burgemeester van de gemeente Gouda heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

De betrokkene heeft aangegeven dat hij is opgepakt door de politie en dat hij lang op het politiebureau heeft gezeten. Daar heeft betrokkene eten en drinken geweigerd, omdat hij dacht zo weer vrij te zijn. Hij verwachtte een strafrechtelijke afdoening. Vervolgens is hij overbracht naar een psychiatrische kliniek en na de hongerstaking werd hij daar direct in een isoleercel gezet. Betrokkene vindt dat hij voor heel weinig in het psychiatrisch ziekenhuis terecht is gekomen. Volgens betrokkene had er in een regulier ziekenhuis naar zijn lichamelijke klachten gekeken moeten worden. Betrokkene heeft problemen met zijn blaas en prostaat en onderzoeken daarnaar zijn nog steeds bezig. Volgens betrokkene is hij geen gevaar voor zichzelf of voor anderen. Betrokkene heeft aangegeven dat nu hij ter zitting heeft gehoord dat de psychiater zich ingespannen heeft om zoveel mogelijk achtergrondinformatie te verzamelen, alvorens de medische verklaring af te geven en onder meer heeft geprobeerd bij zijn familie, politie en huisarts te informeren, het gevoel van onzorgvuldigheid, dat hij had ten tijde van het schrijven van het beroepschrift, wel een beetje wordt weggenomen. Zijn “rare”gedrag kwam volgens hem geheel door een somatische oorzaak. Betrokkene heeft tot slot aangegeven dat hij zijn eigen huis kan opruimen en dat hij graag zijn eigen boontjes wil doppen.

De advocaat heeft aangegeven dat de drie beroepsgronden van betrokkene, zoals genoemd in de brief van de burgemeester van de gemeente Gouda, correct zijn gedestilleerd uit het beroepschrift, dat betrokkene zelf heeft ingediend.

Deze punten zijn:

- de medische verklaring van de psychiater is onzorgvuldig tot stand gekomen;

- de feiten, waarnemingen en (medische) conclusies zoals die door de psychiater in de

medische verklaring zijn opgenomen zijn niet juist;

- er is geen noodzaak voor het opleggen een crisismaatregel.

De advocaat heeft voorts aangegeven dat volgens betrokkene vooral lichamelijke problematiek de reden is dat betrokkene ander gedrag vertoonde dan normaal, maar dat dit onvoldoende was voor een crisismaatregel. Volgens de advocaat blijft betrokkene dat standpunt herhalen. Alhoewel betrokkene het punt wat betreft de onzorgvuldigheid een beetje laat vallen, handhaaft hij wel de rest van de punten.

De psychiater heeft aangegeven dat zij betrokkene heeft bezocht in de politiecel. De psychiater heeft enige tijd in de deuropening gestaan en geprobeerd een gesprek te voeren met betrokkene, maar zij kon slecht begrijpen wat betrokkene zei. Dit gesprek heeft ongeveer tien minuten geduurd. De psychiater heeft zich voor en na het gesprek met betrokkene laten voorlichten door de politie. Van de politie heeft de psychiater gehoord dat er mensen waren die zich bedreigd voelden door betrokkene. Voorts heeft de psychiater betrokkene enige tijd op de camera gezien terwijl betrokkene in de cel was. Betrokkene heeft toen zijn ontlasting in de cel gesmeerd. De psychiater heeft voorts aangegeven dat betrokkene niet wilde meewerken met de arts van de politie en dat betrokkene deze arts heeft bespuugd.

De psychiater kan zich voorstellen dat betrokkene het een kort gesprek vond, maar voor de psychiater was het lang genoeg om tot de conclusie te komen dat betrokkene verward was. Door de psychiater is gevraagd of betrokkene een contactpersoon kon noemen, maar betrokkene kon op dat moment niet zeggen wie zijn contactpersoon was. Door recherche heeft de psychiater uiteindelijk wel de gegevens van de huisarts achterhaald en de assistente heeft verteld dat zij betrokkene niet in verwarde toestand kent.

De psychiater bevestigt dat betrokkene lang het arrestantenverblijf is geweest, omdat onduidelijk was of betrokkene in een medisch circuit of een strafrechtelijk circuit zat. Pas toen betrokkene niet meer strafrechtelijk in verzekering was gesteld kon de psychiater hem bezoeken, omdat anders een psychiater van het NIFP betrokken had moeten worden.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er op 3 juni 2020 sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, en een ernstig vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in welk kader onbekend, van betrokkene. Eveneens is gebleken dat het ernstig nadeel enkel door een crisismaatregel kon worden weggenomen, en dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat de gebeurtenissen voorafgaand aan de crisismaatregel voldoende vaststaan. Uit de medische verklaring en de politiemutaties blijkt dat betrokkene twee personen heeft bedreigd met een mes. Deze twee personen hebben aangegeven aangifte te willen doen tegen betrokkene. Daarnaast heeft betrokkene naar de politie en de GGD-arts gespuugd. Verder heeft betrokkene herhaaldelijk aangegeven zelfmoord te willen plegen en vanwege zijn verwarde gedrag was betrokkene kennelijk niet in staat om te eten of drinken. De onafhankelijke psychiater heeft geprobeerd een gesprek aan te gaan met betrokkene, echter was betrokkene zodanig verward dat een inhoudelijk gesprek op dat moment niet mogelijk was. De rechtbank is van oordeel dat, ondanks dat het gesprek in de ogen van betrokkene kort heeft geduurd, het onderzoek door de onafhankelijk psychiater niet onzorgvuldig is geweest. Uit de verklaring ter zitting is gebleken wat de onafhankelijk psychiater, naast een gesprek met betrokkene zelf, verder heeft ondernomen om tot een zo goed mogelijk oordeel over betrokkene te komen.

De rechtbank stelt vast dat de gedragingen van betrokkene leidden tot onmiddellijk ernstig nadeel voor betrokkene zelf in de vorm van levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en voor derden de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Alhoewel betrokkene heeft aangegeven dat zijn gedrag volgens zijn eigen inschatting komt vanwege een onderliggende lichamelijke oorzaak, is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het ernstig nadeel voortkwam uit een psychose. In welk kader de psychose geplaatst moest worden en of deze voortvloeide uit een onderliggend lichamelijke oorzaak was op het moment van het afgeven van de medische verklaring niet vast te stellen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de overwegingen van de onafhankelijk psychiater, zoals weergegeven in de medische verklaring, te twijfelen. Uit de toelichting van betrokkene is dit evenmin gebleken. De ter zitting door de psychiater gegeven mondelinge toelichting aan betrokkene over hetgeen zich allemaal rond zijn persoon op 3 juni 2020 heeft afgespeeld, heeft, zo begrijpt de rechtbank, voor betrokkene het geheel wat duidelijker gemaakt. Veel kon hij zich niet herinneren of wist hij niet.

Bij het afgeven van de crisismaatregel zijn de wettelijke bepalingen in acht genomen.

Gelet op het voorgaande zal het beroep ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 3 juni 2020 ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door

K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 augustus 2020.