Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8241

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
28-08-2020
Zaaknummer
AWB 19/7244
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Nareis; verbroken relatie, gen gezinsband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/7244

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 21 augustus 2020 in de zaak tussen

[appellante] , eiseres,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. F.M. Holwerda),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).

Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor verblijf bij haar partner, afgewezen.

Bij besluit van 29 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 1 april 2020 een verweerschrift ingediend. Bij brief van 19 mei 2020 heeft eiseres nog stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verder zijn [referente] en als tolk [tolk] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en is van [nationaliteit] nationaliteit. Eiseres beoogt verblijf bij haar gestelde partner [referente] (referente) die in Nederland woont. Eiseres en referente stellen sinds 2010 een relatie te hebben. Na het vertrek van referente uit [herkomstland] in 2013 verloren zij het contact, maar in januari 2018 is het contact tussen eiseres en referente weer hersteld.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat er geen sprake meer is van een duurzame, exclusieve relatie tussen eiseres en referente en de feitelijke gezinsband tussen hen is verbroken. Zij hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij niet eerder met elkaar in contact hadden kunnen komen. Ook hebben eiseres en referente beiden een andere relatie en andere seksuele contacten gehad sinds het vertrek van referente uit [herkomstland] .

3. Eiseres voert aan dat verweerder bezwaarlijk kan tegenwerpen dat de feitelijke gezinsband is verbroken enkel omdat de zoektocht lang heeft geduurd. Ter onderbouwing van haar zoektocht via landgenoten heeft referente in beroep twee verklaringen ingebracht. Verder voert eiseres aan dat een kortstondige relatie met een ander onvoldoende reden is om de feitelijke gezinsband als verbroken te beschouwen. Eiseres moest vluchten, die scheiding was onvrijwillig en eiseres wilde de relatie met referente niet verbreken. Hierdoor kan verweerder niet stellen dat de gezinsband met referente is verbroken. Bovendien is het contact tussen eiseres en referente hersteld en hebben zij nog steeds toekomstplannen en de wens in gezinsverband samen te leven. De kortdurende relatie van eiseres heeft hier geen enkele invloed op.

4. De rechtbank moet beoordelen of verweerder terecht heeft geconcludeerd dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referente is verbroken. Daarbij is in geschil of door het aangaan van een andere relatie, de relatie tussen eiseres en referente als verbroken moet worden beschouwd.

4.1

Niet in geschil is dat er op het moment van het vertrek van referente uit [herkomstland] een gezinsband was tussen eiseres en referente. Vaststaat dat eiseres en referente na dat vertrek gedurende een periode van vijf jaar (tussen januari 2013 en januari 2018) geen contact hebben gehad met elkaar. In 2016 is eiseres een relatie aangegaan met iemand anders. Deze relatie heeft vijf maanden geduurd.

4.2

De rechtbank overweegt dat verweerder terecht doorslaggevend heeft gevonden dat eiseres, na de vlucht van referente naar Nederland in januari 2013 en een periode van zo’n drie jaar waarin zij geen contact hebben gehad, een relatie is aangegaan met een andere vrouw. In de omstandigheid dat deze na vijf maanden is beëindigd, heeft verweerder geen reden hoeven zien deze relatie niet als een serieuze relatie te beschouwen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op grond van deze periode zonder contact tussen eiseres en referente en deze nieuwe relatie van eiseres kunnen vaststellen dat er geen duurzame exclusieve relatie meer bestond tussen eiseres en referente en dat de gezinsband tussen hen daarmee als verbroken kan worden beschouwd. Dat de scheiding tussen eiseres en referente onvrijwillig was en dat zij niet wisten of zij elkaar ooit nog zouden zien, maakt de situatie niet anders en brengt ook niet mee dat verweerder de relatie niet als verbroken mocht beschouwen. Datzelfde geldt voor de verklaring van referente dat zij de relatie nooit als beëindigd heeft gezien en de omstandigheid dat eiseres en referente weer contact en toekomstplannen samen hebben.

4.3

Verder overweegt de rechtbank dat verweerder niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze niet eerder in contact heeft kunnen komen met referente. Referente heeft immers eerst vanaf 2017 kunnen onderbouwen dat zij contact heeft gezocht met eiseres. En uit het dossier blijkt niet dat eiseres pogingen heeft gedaan contact te zoeken met referente tot het moment in 2017 dat een briefje van referente haar bereikte.

4.4

Omdat de relatie tussen eiseres en referente is verbroken, is er geen duurzame relatie meer tussen hen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn (Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging) en is eiseres geen gezinslid meer als bedoeld in deze richtlijn. Anders dan eiseres heeft betoogd, ziet de rechtbank dan ook geen grond om te oordelen dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 16 en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft rechter, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.