Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8079

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-08-2020
Datum publicatie
07-09-2020
Zaaknummer
NL20.15092
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijheidsbeperkende maatregel grensprocedure. De toegangsweigering ligt niet ter beoordeling voor. Ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.15092


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. Luscuere),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).


Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2020 is aan eiseres op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd. Bij besluit van 5 augustus 2020 (het bestreden besluit) is aan eiseres op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding toe te kennen.

Verweerder heeft op 6 augustus 2020 de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven omdat eiseres is uitgezet.

Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen.

Eiseres heeft op 17 augustus 2020 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 18 augustus 2020 een reactie ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Singaporaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1981.

2. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, indien de maatregel al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de maatregel, aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. Eiseres heeft zich – kortgezegd – op het standpunt gesteld dat de grensdetentie, volgend op de toegangsweigering, een rechtmatige grondslag ontbeert nu de toegangsweigering om verschillende redenen niet rechtmatig was. Eiseres bestrijdt de overwegingen van de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 augustus 2020 (AWB 20/6226).

4. De rechtbank overweegt als volgt.

5. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot toegangsweigering is uitgereikt, het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in onder meer artikel 6 van die wet geacht mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering te omvatten.

6. Omdat in dit geval aan eiseres geen vrijheidsontnemende, maar een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw is opgelegd, mist artikel 94, tweede lid, van de Vw toepassing en moet tegen het besluit tot toegangsweigering afzonderlijk administratief beroep bij verweerder worden ingesteld. Zie daartoe de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 augustus 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2728).

Dit heeft eiseres, tezamen met het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, gedaan. Op 5 augustus 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats ’s Hertogenbosch (AWB 20/6226), het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep afgewezen.

7. Hetgeen eiseres in beroep heeft aangevoerd ziet op de toegangsweigering. Nu nog niet is beslist op het administratief beroep tegen de toegangsweigering, dient de rechtbank bij de beoordeling van dit beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel uit te gaan van de rechtskracht en dus de rechtmatigheid van de toegangsweigering. De rechtbank overweegt voorts dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan haar niet de maatregel van artikel 6, eerste lid, van de Vw, mocht worden opgelegd. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsbeperkende maatregel ten onrechte is opgelegd. Indien in de procedure in administratief beroep mocht worden geconcludeerd dat eiseres ten onrechte de toegang is geweigerd, dan kan eiseres in die procedure om schadevergoeding verzoeken of opnieuw beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel instellen.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier.

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is gedaan op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.