Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:8053

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-06-2020
Datum publicatie
09-09-2020
Zaaknummer
8445331 RP VERZ 20-50225
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

In deze zaak is het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegewezen. Dat is gebeurd onder toekenning van een billijke vergoeding (ter hoogte van € 300.445,50,- bruto) omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1087
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

RvV/CD

Zaak-/rolnummer: 8445331 RP VERZ 20-50225

Uitspraakdatum: 8 juni 2020

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mecanoo Architecten B.V.,

gevestigd te Delft,

verzoekende partij,

verder te noemen: Mecanoo,

gemachtigde: mr. I.H. Castenmiller-van Hoorn,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

verder te noemen: [verweerster] ,

gemachtigde: mr. M. Warmenhoven.

1 Het procesverloop

1.1.

Mecanoo heeft de kantonrechter in een verzoekschrift, dat bij de griffie op 9 april 2020 is ingekomen, verzocht de tussen Mecanoo en [verweerster] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden. [verweerster] heeft daarna een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 11 mei 2020 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Deze mondelinge behandeling heeft digitaal plaatsgevonden via Skype vanwege de afgekondigde maatregelen door de overheid als gevolg van de uitbraak van het nieuwe coronavirus. Namens Mecanoo zijn [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] verschenen, bijgestaan door mr. I.H. Castenmiller-van Hoorn. Verder zijn [verweerster] en haar gemachtigde verschenen. Door Mecanoo is tijdens de digitale zitting een pleitnotitie naar de griffier gemaild. Van al het overige dat partijen tijdens de digitale zitting ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht, heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen bevinden zich in het procesdossier. Voorafgaande aan de mondelinge behandeling heeft Mecanoo nog een aanvullende productie ingebracht.

1.3.

De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Mecanoo is een architectenbureau dat in 1984 is opgericht. Zij werkt aan zowel nationale als internationale projecten.

2.2.

[verweerster] is geboren op [geboortedag] 1961. Zij is op 14 augustus 1995 in dienst getreden bij Mecanoo. Op dit moment is zij 32 uur per week werkzaam in de functie van Senior Architect. Op de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst voor Architectenbureaus (hierna: de cao) van toepassing.

2.3.

Artikel 21 van de cao bepaalt aan de hand van salaristabellen welk loon de werknemer minimaal dient te ontvangen bij een 40-urige werkweek. In de salaristabellen zijn twaalf functieniveaus opgenomen (van B tot N; waarbij N het hoogste functieniveau is) en negen salarisschalen (van 1 tot 9; waarbij 9 de hoogste schaal is). Het loon dat [verweerster] ontvangt, bedraagt € 5.160,- bruto per maand (inclusief 8% vakantietoeslag). Het salaris van [verweerster] valt daarmee sinds 2011 in het hoogste functieniveau (N) van de cao.

2.4.

Op of omstreeks 28 juni 2017 heeft er tussen partijen een ‘Result & Development-gesprek’ – lees: functioneringsgesprek – plaatsgevonden. Dat is ook gebeurd op of omstreeks 9 april 2018. In de verslagen van beide gesprekken is te lezen dat [verweerster] volgens Mecanoo voldoet aan “het verwachte niveau” (niveau 3 van de 4). In het verslag dat is gemaakt van het gesprek dat op 28 juni 2017 heeft plaatsgevonden, is verder te lezen dat Mecanoo “blij” is met [verweerster] , maar dat Mecanoo wel verwacht dat [verweerster] meedoet in de “change van het bureau”. Ook is daarin opgenomen dat Mecanoo als tip aan [verweerster] meegeeft om zich op een meer proactieve manier in te zetten voor “BD” (de afdeling binnen Mecanoo die zich bezighoudt met de acquisitie van projecten). In het verslag van 9 april 2018 is daarnaast te lezen dat Mecanoo als verbeterpunt aan [verweerster] meegeeft: “meer tijd voor netwerken (…) plus Business Development”.

2.5.

Op 3 april 2019 heeft er (wederom) een gesprek plaatsgevonden. In het verslag van dat gesprek is het volgende, voor zover relevant, te lezen:

“(…)

Rijks: draaien we echt verlies, omdat het budget te laag is. Samenwerking niet goed met manager en installatie adviseur functioneert niet.

(…)

[verweerster] zit in een isolement in het bureau, veel collega’s willen niet met [verweerster] werken. Te duur en werkwijze die niet bevalt. [verweerster] moet zelf zorgen voor acquisitie, is hoogste prioriteit voor haar bureau.

(…)”

Partijen hebben tijdens dit gesprek ook afgesproken om op korte termijn een vervolggesprek te voeren. Dit vervolggesprek heeft op 23 april 2019 plaatsgevonden. In het verslag van dat gesprek staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…)

BD veel concreter krijgen, veel gestructureerder.

(…) Er moet meer standaardisatie in de indieningen komen. En er komt weinig uit, beter actief in de markt zijn.

(…)”

2.6.

Op 1 juli 2019 heeft er tussen partijen opnieuw een gesprek plaatsgevonden. Van dat gesprek heeft Mecanoo ook een verslag gemaakt. Daarin is het volgende, voor zover relevant, opgenomen:

“(…)

Vandaag is er een nieuw gesprek gepland omdat er weinig verbetering zichtbaar is tov vorige maanden. [verweerster] is nog steeds onzichtbaar binnen het kantoor, associate partners willen niet met haar samenwerken, (te duur, te weinig toegevoegde waarde). Ontwerpkwaliteiten ontbreken en projecten lopen vaak chaotisch en vaak verliesgevend. Deze eigenschappen passen niet bij de verantwoordelijkheden van iemand met een N9 positie, een van de hoogste posities binnen Mecanoo.

(…)

Samenwerking binnen Mecanoo

  • -

    [betrokkene 5] stelt dat associate partners [betrokkene 6] en [betrokkene 7] sowieso niet met [verweerster] willen samenwerken. [verweerster] heeft zelf al enkele jaren geleden aangegeven niet met partner [betrokkene 8] te willen werken.

  • -

    [verweerster] stelt dat [betrokkene 9] , [betrokkene 10] en [betrokkene 11] mogelijk wel graag met haar samenwerken. (…) Dit moet worden aangetoond. (…)

  • -

    Over het algemeen, stelt [betrokkene 12] , vormt [verweerster] een eiland en is ze geen zichtbare trekker binnen Mecanoo. Er zijn geen rechtstreekse acquisities via het netwerk van [verweerster] , en persoonlijke relaties die Mecanoo verder kunnen helpen.

N9 en kwaliteiten [verweerster]

Als N9 medewerker is het de bedoeling dat je effectief leiding kan geven aan verschillende projectteams en/of samen acquisities tot een goed einde kan brengen. Beide kwaliteiten komen bij [verweerster] nu niet tot uitdrukking.

(…)

Conclusie

  • -

    [betrokkene 5] ziet op dit moment dat [verweerster] haar N9 positie niet waar maakt binnen Mecanoo. Zowel op interne samenwerking als op productiviteit zijn er grote gebreken.

  • -

    [verweerster] denkt daar anders over, ziet wel een rol voor haar weggelegd binnen Mecanoo.

(…)”

2.7.

Op 13 juli 2019 heeft [verweerster] een schriftelijke reactie verzonden aan Mecanoo. In haar reactie heeft [verweerster] – kort gezegd – bestreden dat zij ondermaats functioneert. Daarnaast heeft [verweerster] in die reactie aan Mecanoo te kennen gegeven dat een verbetertraject niet aan de orde is, zolang Mecanoo niet met concrete voorbeelden aan kan geven op welke punten zij niet voldoet aan de gestelde functie-eisen.

2.8.

Op 5 augustus 2019 heeft Mecanoo een brief verzonden aan [verweerster] . In die brief staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…)

We hebben met je besproken dat jouw functieniveau bij Mecanoo N9 is. Aan dit functieniveau zijn diverse competenties en andere functie-eisen verbonden. Ik verwijs je naar bijgaande functie-omschrijving waarin een en ander concreet is opgenomen. (…)

Het is duidelijk, zoals wij op 1 juli 2019 met jou bespraken, dat je niet voldoet aan de functie eisen van het niveau N9 bij Mecanoo. N9 is partner- en directie niveau. Daarvoor moet je onder andere effectief leidinggeven aan verschillende projectteams en samen met collega’s in het bureau acquisities tot een goed einde brengen. (…) Verschillende projecten waaraan je werkte zijn gestopt (o.a. Ede-Wageningen en Rijndam), de school in Appingedam heb je verloren en de school in Nijmegen (een verliesgevend project voor Mecanoo) is thans in de uitvoerende fase.

We hebben gezamenlijk afgesproken – omdat je nauwelijks declarabel werk meer had – je je voor wat je bijdrage aan de bureautaken op Business Development zou focussen. Het acquisitie project in Heiloo bijvoorbeeld (…) Dit project is (…) gewonnen, dit is een mooi resultaat. Echter, (…), is de acquisitie als proces chaotisch en dramatisch verlopen. (…) Naar nu blijkt achteraf uit de terugkoppeling van het gesprek met [betrokkene 10] dat hij ernstige kritiek heeft op de wijze waarop jij, onnodig complex en met te weinig eigen productieve toegevoegde waarde en met veel te veel uren, aan deze acquisitie hebt bijgedragen. Daardoor is er ten aanzien van het geplande acquisitiebudget onnodig al 24.632 euro door jou en Ryan (…) besteed. Het gevolg van de opgedane ervaringen met jou is dat [betrokkene 10] niet meer met jou wil samenwerken in dit project Heiloo. (…)

Jij geeft in jouw brief van 13/7/2019 aan dat door mij niet zou worden onderbouwd waarom jij niet goed functioneert. Welnu, hier wordt direct duidelijk waar je tekortschiet en bij jezelf niet wilt onderkennen: jij produceert niet zelf als architect, bent zelf niet creatief in de bijdrage aan het project (de acquisitie in dit geval) en je besteedt veel te veel tijd. En je maakt de aanpak van acquisities en projecten onnodig complex. Met andere woorden je levert binnen Mecanoo zelf geen directe bijdrage op N9 niveau.

(…)

In jouw brief van 13/7 geef je (…) aan dat je in je langdurige dienstverband bij Mecanoo succesvol winstgevende projecten voor Mecanoo als projectleider hebt weten te realiseren. (…) Ik wijs er op dat vele van jouw projecten in het verleden onder de verantwoordelijkheid vielen van de partners [betrokkene 13] , [betrokkene 14] en [betrokkene 15] . Deze drie partners zijn twee jaar geleden vertrokken bij Mecanoo. Sinds die tijd komt tot uitdrukking dat jij zelfstandig het N9 niveau van het leiden van diverse teams en het winnen van acquisities in het bureau niet weet waar te maken, terwijl dit wel de voornaamste onderdelen zijn van je functie.

(…)

Jij zegt ook dat je al jarenlang – naar jouw eigen mening – gewaardeerd wordt bij Mecanoo en op senior niveau functioneert. Daar kan ik me niet in vinden: N9 niveau = directie- en partnerniveau bij Mecanoo. De belangrijkste functie-eisen zijn het leiden van verschillende projectteam en acquisities succesvol beëindigen. (…)

Op dit moment voldoe je hier niet aan. Daarom spraken we over het disfunctioneren, en over het feit dat je onvoldoende werk hebt en binnenhaalt. (…)”

2.9.

Op 7 augustus 2019 hebben partijen wederom met elkaar gesproken over het functioneren van [verweerster] . In het gespreksverslag is – kort gezegd – te lezen dat Mecanoo zich op het standpunt stelt dat [verweerster] niet goed functioneert en dat [verweerster] betwist dat zij disfunctioneert. Tijdens dit gesprek is aan [verweerster] een concept overhandigd van een verbeterplan. In dat concept is het volgende, voor zover relevant, te lezen:

“(…)

Aanleiding

Tijdens het R&D gesprek op 3 april 2019 is aangegeven dat [verweerster] niet op het niveau presteert zoals van haar mag worden verwacht (N9). Zowel in de externe markt, als in de interne markt (binnen Mecanoo) functioneert zij niet naar behoren. In haar projecten produceert zij niet zelf, heeft ze (te) zware medewerkers nodig, waardoor projecten duur worden, soms chaotisch verlopen en vaker verliesgevend zijn, daarbij komt dat in de projecten haar ontwerpkwaliteiten ontbreken (= produceert niet zelf). Daarbij is [verweerster] een steeds kleiner wordend eiland in het bureau. Zij heeft onvoldoende contacten met de overige Mecanoo’s in (associate)partner rollen. Hiermee voldoet ze niet aan de verantwoordelijkheden van iemand met een N9 positie bij Mecanoo.

Verbeterpunten

Samenwerking associate partners/senior architects verbeteren

Associate partner [betrokkene 6] wil niet met [verweerster] samenwerken. [verweerster] heeft zelf al enkele jaren geleden aangegeven niet met partner [betrokkene 8] te willen werken.

Voor de bedrijfsvoering binnen een bureau als Mecanoo is het van belang dat [verweerster] de samenwerking met in ieder geval Rick, [betrokkene 10] , [betrokkene 7] en [betrokkene 11] oppakt en verbetert zodat [verweerster] niet langer als eiland opereert.

Ontwerpkwaliteiten

Weinig creativiteit en vernieuwing. [verweerster] kan zelf geen productie draaien, kan niet worden ingezet als ontwerper bij projecten.

Acquisities

Geen projecten binnengehaald. [verweerster] heeft o.a. gewerkt aan station Ede-Wageningen (gestopt), Rijndam (gestopt) en Appingedam (verloren), school Nijmegen ( [betrokkene 16] doet de uitvoering) en heeft interesse in een sector – scholen & zorg – waar Mecanoo beperkt actief is, omdat het een zeer competitieve martk is. Er zijn geen rechtstreekse acquisities via het netwerk van [verweerster] , en persoonlijke relaties die Mecanoo verder kunnen helpen. Het is belangrijk dat [verweerster] zich actief inzet om tenders te winnen.

Projectorganisatie

Op dit moment lukt het [verweerster] niet (…) zelfstandig en efficiënt een project te draaien (zorgproject Heiloo: (…) veel onnodig werk is verricht. Budget van €9000 is ruim overschreden, teller staat nu op €24.632) Geen effectief leiderschap laten zien. Daarnaast belandt [verweerster] af en toe in strijd met opdrachtgevers/projectmanagers, zoals bijvoorbeeld bij het Rijks.

Zichtbaarheid kantoor

[verweerster] is in het bureau geïsoleerd geraakt, functioneert op een eiland en is ze geen zichtbare trekker binnen Mecanoo.

Afspraken

[verweerster] maakt uiterlijk op 1 september a.s. een Plan van Aanpak aan de hand van de verbeterpunten:

1) samenwerking associate partners verbeteren

2) ontwerpkwaliteiten tot uitdrukking laten komen in eigen producties

3) acquisities tot een succes brengen

4) projectorganisatie eenvoudig en passend bij het project inrichten en

5) zichtbaarheid kantoor vergroten, en stelt daarbij in overleg met Mecanoo 5 concrete doelen. [verweerster] en [betrokkene 5] / [betrokkene 12] maken afspraken hoe deze doelen te behalen.

Suggesties hiervoor:

  • -

    Associate partners sluiten vanaf 1 september 2019 aan bij evaluatiemomenten

  • -

    [verweerster] gaat enkele tenders leiden met inzet op winst

  • -

    [verweerster] gaat een cursus gericht op samenwerking met collega’s doen

  • -

    [verweerster] zorgt ervoor dat ze binnen kantoor zichtbaarder wordt, met associate partners overlegt/samenwerkt.

(…)”

2.10.

[verweerster] heeft zich op of omstreeks 16 augustus 2019 ziek gemeld. [verweerster] heeft daarna het spreekuur van de bedrijfsarts bezocht. De bedrijfsarts heeft toen vastgesteld dat [verweerster] volledig arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk. Verder adviseert de bedrijfsarts in zijn schriftelijke terugkoppeling aan partijen om met behulp van een onafhankelijke derde partij een gesprek te laten plaatsvinden om de arbeidsgerelateerde factoren te bespreken.

2.11.

Nadien hebben er tussen partijen drie gesprekken plaatsgevonden onder leiding van een bedrijfsmaatschappelijk werker. Partijen hebben toen de mogelijkheid besproken om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan.

2.12.

Mecanoo heeft [verweerster] begin november 2019 een vaststellingsovereenkomst aangeboden om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Op 20 november 2019 heeft de gemachtigde van [verweerster] per brief gereageerd op het voorstel van Mecanoo. In de brief is [verweerster] ook uitvoerig ingegaan op de door Mecanoo genoemde verbeterpunten.

2.13.

Daarna hebben (de gemachtigden van) partijen schriftelijk met elkaar gecorrespondeerd. Ook heeft er tussen partijen een mediationtraject plaatsgevonden. Tot overeenstemming over bijvoorbeeld een beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft dat evenwel niet geleid.

3 Het verzoek

3.1.

Mecanoo verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, g of i, BW, met de veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan dit verzoek legt Mecanoo het navolgende – samengevat – ten grondslag.

3.3.

[verweerster] is werkzaam als Senior Architect / Associate en is ingeschaald in het hoogste functieniveau N. [verweerster] is in haar functie verantwoordelijk voor het acquireren, ontwerpen en aansturen van grote projecten. Dit vergt niet alleen bouwtechnische kennis, maar ook commerciële vaardigheden en managementcapaciteiten. Ook goed samenwerken is daarbij van belang. Mecanoo stelt zich op het standpunt dat [verweerster] de afgelopen jaren niet voldoet aan de gestelde functie-eisen en dat [verweerster] daarom ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid. In dit kader heeft Mecanoo naar voren gebracht dat [verweerster] niet of nauwelijks werk acquireert en dat de projecten waarin [verweerster] werkzaam is, veelal verliesgevend zijn. Verder stelt Mecanoo dat [verweerster] op een eiland werkt en dat verschillende ‘associate partners’ van Mecanoo niet met [verweerster] willen samenwerken. Mecanoo heeft [verweerster] tijdig en meermalen in kennis gesteld van het feit dat zij niet goed functioneert. Daarnaast heeft Mecanoo [verweerster] voldoende in de gelegenheid gesteld om haar functioneren te verbeteren. Ten aanzien hiervan heeft Mecanoo aangevoerd dat zij [verweerster] vanaf april 2019 mogelijkheden heeft geboden om aan de kritiekpunten te werken. Ook heeft Mecanoo een verbeterplan opgesteld met concrete verbeterpunten en einddoelen. [verweerster] heeft geweigerd om hieraan mee te werken. Mecanoo stelt zich daarom op het standpunt dat sprake is van een voldragen ontslaggrond in de zin van artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW (de ‘d-grond’). Volgens Mecanoo speelt hierbij ook een rol dat aan een werknemer op het niveau van [verweerster] hoge(re) verwachtingen mogen worden gesteld in het kader van het verbeteren van haar functioneren en weegt mee dat [verweerster] niet openstaat voor kritiek.

3.4.

Ten aanzien van de subsidiaire ontslaggrond (de ‘g-grond’) heeft Mecanoo naar voren gebracht dat zij, na de ziektemelding van [verweerster] in augustus 2019, een bedrijfsmaatschappelijk werktraject heeft ingezet om [verweerster] te ondersteunen. Tot een werkbare oplossing tussen partijen heeft dat echter niet geleid. Dat is ook niet gelukt na een drie maanden durend mediationtraject. Volgens Mecanoo is er daarom op dit moment sprake van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat het in redelijkheid niet van Mecanoo gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

3.5.

Wat betreft de meer subsidiaire ontslaggrond (de ‘i-grond’) heeft Mecanoo aangevoerd dat alle omstandigheden die Mecanoo heeft aangevoerd in het kader van de primaire en subsidiaire ontslaggrond tezamen voldoende zijn voor toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

4 Het verweer

4.1.

[verweerster] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van Mecanoo en heeft van haar kant het navolgende – samengevat – aangevoerd.

4.2.

Tot april 2019 heeft Mecanoo nooit aan [verweerster] te kennen gegeven dat zij ontevreden was over het functioneren van [verweerster] . Dat Mecanoo van mening was dat [verweerster] niet goed functioneerde, kwam daarom voor [verweerster] als een complete verrassing. [verweerster] betwist ook dat zij niet geschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid. In dit kader heeft [verweerster] in de eerste plaats aangevoerd dat zij geen samenwerkingsproblemen heeft. Met vier van de vijf bij Mecanoo werkzame ‘associate partners’ heeft [verweerster] nooit, althans niet in de afgelopen jaren, samengewerkt. Met de vijfde partners ( [betrokkene 10] ) heeft [verweerster] in het Heiloo-project weliswaar niet vlekkeloos samengewerkt, maar dit was een momentopname en lag ook aan de manier waarop [betrokkene 10] één en ander heeft aangepakt. [verweerster] was bij dit project ook niet in haar gebruikelijke rol van projectverantwoordelijke werkzaam, maar als projectleider. [verweerster] stelt zich verder op het standpunt dat zij wel goed in teamverband kan werken. Dat zij volgens Mecanoo steeds meer ‘op een eiland’ werkzaam is geraakt, komt door het feit dat [verweerster] niet in bureau-overleggen wordt betrokken. Hierdoor wordt de groep met wie [verweerster] samenwerkt steeds kleiner. Tevens betwist [verweerster] dat haar ontwerpkwaliteiten ondermaats zijn en dat haar projecten veelal verliesgevend zijn. Op twee projecten na ontwerpt en realiseert [verweerster] al 25 jaar winstgevende projecten voor tevreden klanten. Ten aanzien van het verwijt dat [verweerster] niet zelf projecten binnen heeft gehaald, heeft [verweerster] naar voren gebracht dat de acquisitie de voorgaande vijftien jaar verliep via de afdeling Business en Development (BD). [verweerster] was alleen betrokken bij de uitwerking van de acquisitie in de latere (tweede) acquisitierondes. Het kan daarom niet (plotsklaps) van [verweerster] verwacht worden dat zij verantwoordelijk is om opdrachten volledig zelfstandig binnen te halen. In dit kader heeft [verweerster] ook aangevoerd dat zij in het recente verleden wel opdrachten – zoals het Heiloo-project, het Rijks-project en verschillende projecten voor onderwijsinstellingen – zelf heeft binnengehaald. [verweerster] betwist daarnaast dat zij voldoende in de gelegenheid is gesteld om haar functioneren te verbeteren. De toon van de gesprekken die hebben plaatsgevonden, was niet vriendelijk en de gesprekken verliepen eenzijdig en beschuldigend. Het door Mecanoo aangeboden verbeterplan was bovendien niet voldoende concreet en bevatte onjuistheden. Vanwege deze onjuistheden en omdat [verweerster] het niet eens was met de stelling dat zij onvoldoende functioneerde, kon het niet van [verweerster] verwacht worden dat zij het aangeboden verbeterplan accepteerde.

4.3.

Wel erkent [verweerster] dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig verstoord is geraakt dat een terugkeer bij Mecanoo niet meer mogelijk is. Dat er sprake is van een onoverbrugbare verstoring in de arbeidsverhouding is volgens [verweerster] echter volledig aan Mecanoo te wijten omdat Mecanoo [verweerster] ongefundeerd en plotseling heeft beticht van het feit dat zij niet goed functioneerde. Ook heeft Mecanoo in de gesprekken nooit open gestaan voor wederhoor, is [verweerster] genegeerd en is zij door Mecanoo in de steek gelaten.

4.4.

Omdat Mecanoo heeft gezorgd voor een onoverbrugbare verstoring in de arbeidsverhouding door [verweerster] ongefundeerd en plotseling te betichten van het feit dat [verweerster] niet goed functioneerde, heeft Mecanoo ernstig verwijtbaar gehandeld. [verweerster] stelt daarom dat zij recht heeft op een billijke vergoeding. Deze vergoeding begroot [verweerster] op een bedrag van € 350.000,-. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft [verweerster] aangevoerd dat zij een oudere werknemer is met een lang en eenzijdig dienstverband bij Mecanoo. De kans dat [verweerster] ooit nog bij een vergelijkbare werkgever aan de slag kan, is volgens [verweerster] zeer klein. [verweerster] stelt daarom dat Mecanoo de inkomstenschade ad € 345.720,- bruto dient te vergoeden die [verweerster] lijdt vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd. Verder dient volgens [verweerster] in dit kader mee te wegen dat [verweerster] 25 jaar zeer goed heeft gefunctioneerd en dat het gedrag van Mecanoo bestraft moet worden.

4.5.

Tot slot heeft [verweerster] gesteld dat zij recht heeft op een transitievergoeding en dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden.

5 De beoordeling

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst

5.1.

Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

5.2.

Voorop wordt gesteld dat tussen partijen vaststaat dat het onderhavige verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.

5.3.

Omdat [verweerster] heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van [verweerster] niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer.

Ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten van Mecanoo

5.4.

Artikel 7:671b lid 9, onderdeel a, BW bepaalt dat, indien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Bovendien kan op grond van onderdeel c van het hiervoor genoemde wetsartikel aan de werknemer dan een billijke vergoeding worden toegekend. Partijen verschillen van mening over de vraag of de verstoring in de arbeidsverhouding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten van Mecanoo.

5.5.

Artikel 7:671b lid 9 BW definieert het begrip ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten’ niet en ook de parlementaire geschiedenis geeft geen sluitend antwoord op de vraag wanneer sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) volgt dat het gaat om uitzonderlijke situaties en dat sprake kan zijn van ernstig verwijtbaar handelen van een werkgever als een werkgever “grovelijk” de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat (zie: Kamerstukken II 2013/2014, 33818, nr. 3, p. 34).

5.6.

Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ligt het op de weg van [verweerster] om haar stelling, dat Mecanoo ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en/of nagelaten, met feiten en omstandigheden te onderbouwen. [verweerster] beroept zich namelijk op het rechtsgevolg van deze stelling (onder andere de toekenning van een billijke vergoeding). Het ligt vervolgens op de weg van Mecanoo om de stelling van [verweerster] gemotiveerd te betwisten.

5.7.

[verweerster] heeft aangevoerd dat Mecanoo haar na 24 jaar goed functioneren als complete verrassing en ten onrechte heeft beticht van disfunctioneren. Tijdens de gesprekken over het disfunctioneren heeft Mecanoo volgens [verweerster] onvoldoende wederhoor toegepast. Ook heeft Mecanoo een onvoldoende concreet verbeterplan aan [verweerster] voorgelegd. Mecanoo heeft volgens [verweerster] niet zorgvuldig gehandeld en zich niet als goed werkgever gedragen. De arbeidsverhouding is als gevolg daarvan onherstelbaar verstoord geraakt. Hierdoor is sprake van ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten aan de zijde van Mecanoo.

5.8.

Mecanoo heeft in reactie op de stelling van [verweerster] aangevoerd dat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en/of nagelaten. Volgens Mecanoo is zij zorgvuldig en geduldig met [verweerster] omgegaan. Het kan voor [verweerster] niet als verrassing zijn gekomen dat Mecanoo niet tevreden was over haar functioneren. Mecanoo heeft in dit verband gewezen op het functiehandboek dat hoort bij de cao en de functiebeschrijving die is opgenomen in het hoofdstuk van functiefamilie N. Volgens Mecanoo is hierin te lezen aan welke functie-eisen [verweerster] dient te voldoen. Zo is hierin opgenomen dat [verweerster] in haar functie verantwoordelijk is voor het acquireren, ontwerpen en aansturen van grote projecten. Aan die functie-eisen voldoet [verweerster] volgens Mecanoo al enige tijd niet meer. Mecanoo heeft in 2017 al geconstateerd dat [verweerster] niet zelfstandig in staat bleek om op haar eigen niveau te functioneren en dit is destijds in het functioneringsgesprek voor het eerst aan [verweerster] te kennen gegeven. Vervolgens heeft Mecanoo deze verbeterpunten nogmaals herhaald in het functioneringsgesprek van 2018 en geconcretiseerd in het functioneringsgesprek van 3 april 2019. Daarnaast is het slechte functioneren ook aan de orde gekomen in de gesprekken die [verweerster] heeft gevoerd met [betrokkene 17] (van mei 2013 tot en met juni 2019 werkzaam als financieel directeur bij Mecanoo). Als reactie ten aanzien van het inhoudelijke verweer dat [verweerster] heeft gevoerd tegen de stelling van Mecanoo dat [verweerster] ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid, heeft Mecanoo nog naar voren gebracht dat naast [betrokkene 10] ook een tweede associate partner van Mecanoo (te weten: [betrokkene 9] ) heeft laten weten niet goed met [verweerster] samen te kunnen werken. Verder heeft Mecanoo gesteld dat de projecten, waarvan [verweerster] meent dat zij die heeft binnen gehaald, [verweerster] in werkelijkheid niet zelf verantwoordelijk was voor de acquisitie en dat de omzetten van die projecten niet persoonlijk aan [verweerster] zijn toe te rekenen.

5.9.

Partijen verschillen aldus van mening over de vraag wat de aanleiding is geweest voor de verstoring in de arbeidsrelatie (die op haar beurt heeft geleid tot een toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst). Meer in het bijzonder twisten partijen in dit kader (1) over de vraag of [verweerster] al dan niet geschikt was tot het verrichten van de bedongen arbeid, (2) over de vraag of Mecanoo [verweerster] in voldoende mate in de gelegenheid gesteld om haar functioneren te verbeteren en (3) over de vraag of Mecanoo zorgvuldig heeft gehandeld en zich als goed werkgever heeft gedragen.

5.10.

Het staat in deze procedure vast dat [verweerster] in 1995 (formeel) in dienst is getreden bij Mecanoo. Vanaf waarschijnlijk 1998 is [verweerster] al werkzaam als senior architect, haar huidige functie. Haar inhoudelijke functie is niet gewijzigd toen zij in 2011 werd ingedeeld in haar huidige functieniveau/beloningsniveau (niveau N) en evenmin toen haar functie enige tijd later – vooral ten behoeve van internationale contacten – werd aangeduid als "associate senior architect" . In april 2017 en april 2018 hebben er functioneringsgesprekken plaatsgevonden. In de verslagen van die gesprekken is te lezen dat Mecanoo [verweerster] als tip meegeeft om zich op een meer proactieve manier in te zetten voor “BD” (de afdeling binnen Mecanoo die zich bezighoudt met de acquisitie van projecten). Ook staat daarin dat Mecanoo verwacht dat [verweerster] meedoet in de “change” van het bureau. In het functioneringsverslag van 2018 is daarnaast opgenomen dat [verweerster] meer tijd moet nemen om te netwerken. Tot een neutrale of negatieve beoordeling hebben deze kanttekeningen van Mecanoo in zowel 2017 als 2018 echter niet geleid. In beide jaren is het functioneren namelijk als positief beoordeeld (in beide jaren is zelfs nog gesproken over een extra ‘financiële waardering’ voor [verweerster] ). [verweerster] kon er dan ook tot in ieder geval april 2019 van uitgaan dat zij volgens Mecanoo geschikt was tot het verrichten van de bedongen arbeid.

5.11.

Vanaf 3 april 2019 heeft Mecanoo aan [verweerster] te kennen gegeven dat zij niet tevreden was over haar functioneren. Aan de hand van welke concrete eisen – zoals de functiebeschrijving uit het functiehandboek – Mecanoo het functioneren van [verweerster] op dat moment als onvoldoende heeft beoordeeld, is echter niet duidelijk, althans dat volgt niet uit de door Mecanoo overgelegde verslagen van de gesprekken die hebben plaatsgevonden op 3 en 23 april 2019. Zo volgt uit de verslagen weliswaar (1) dat Mecanoo van mening was dat de samenwerking van [verweerster] niet goed ging, (2) dat [verweerster] in een isolement zit op het bureau en (3) dat [verweerster] zelf moet zorgen voor acquisitie, maar aan welke functie-eisen [verweerster] niet voldeed blijkt niet (duidelijk) uit die verslagen. Mecanoo had dat echter van meet af aan wel duidelijk moeten maken aan [verweerster] . In het functieniveau van [verweerster] was immers sinds 2011 niets noemenswaardig gewijzigd en het functioneren van [verweerster] in 2017 en 2018 nog positief is beoordeeld, terwijl er op die momenten ook al kanttekeningen door Mecanoo werden geplaatst bij (bijvoorbeeld) de acquisitie-vaardigheden van [verweerster] .

5.12.

Dat [betrokkene 17] vóór april 2019 herhaaldelijk heeft gesproken met [verweerster] over haar functioneren in relatie tot de verwachtingen van Mecanoo en opdrachtgevers, wordt door Mecanoo weliswaar gesteld, maar door [verweerster] gemotiveerd betwist. Deze stelling heeft Mecanoo ook niet met stukken onderbouwd. De kantonrechter heeft dan ook niet kunnen vaststellen wat er tijdens deze gesprekken is besproken. Bovendien geldt dat, zelfs als [betrokkene 17] [verweerster] heeft aangesproken op bepaalde punten in haar functioneren, dit voor [verweerster] nog geen aanleiding hoefde te zijn de inhoud van deze gesprekken aan te merken als een waarschuwing dat Mecanoo niet tevreden was over haar functioneren. Deze gesprekken hebben immers niet geleid tot een slechte(re) beoordeling. Integendeel, het functioneren van [verweerster] in 2017 en 2018 is door Mecanoo, zoals eerder is overwogen, als positief beoordeeld.

5.13.

Op 1 juli 2019 heeft vervolgens een derde ‘functioneringsgesprek’ plaatsgevonden. Mecanoo heeft [verweerster] op dat moment wederom laten weten dat zij niet tevreden was over het functioneren van [verweerster] . Ook zou [verweerster] op dat moment geen verbetering hebben laten zien ten opzichte van de maanden daarvoor. Uit het verslag van dit gesprek valt echter wederom niet op te maken aan de hand van welke concrete functie-eisen Mecanoo het functioneren van [verweerster] op dat moment als onvoldoende heeft beoordeeld. Dat [verweerster] tot juli 2019 volgens Mecanoo weinig verbetering heeft laten zien, kan Mecanoo [verweerster] daarom niet met vrucht tegenwerpen. Als immers niet duidelijk is aan welke concrete functie-eisen het functioneren van een werknemer niet voldoet, kan een werkgever niet verwachten dat een werknemer uit zichzelf verbetering laat zien.

5.14.

Pas in de brief van 5 augustus 2019 heeft Mecanoo duidelijk gemaakt aan welke functie-eisen zij het functioneren van [verweerster] toetst om te beoordelen of sprake is van geschiktheid voor de bedongen arbeid. Toen heeft Mecanoo namelijk expliciet gewezen op de gestelde functie-eisen van functieniveau N zoals die zijn te lezen in het functiehandboek dat hoort bij de cao. Ook heeft Mecanoo toen met voorbeelden concreet onderbouwd waar het disfunctioneren van [verweerster] uit bestaat. De gelegenheid die Mecanoo aan [verweerster] tijdens het daaropvolgende gesprek van 7 augustus 2019 heeft gegeven – lees: het verbeterplan dat Mecanoo heeft aangeboden – om haar functioneren te verbeteren, acht de kantonrechter echter niet serieus en reëel (vgl. HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933, rov. 4.1.3.). In het verbeterplan is weliswaar opgenomen op welke punten [verweerster] volgens Mecanoo tekortschiet (zoals ook uitvoerig is te lezen in de brief van 5 augustus 2019), maar Mecanoo is in haar verwijten daarin niet erg concreet. In de voorbeelden die Mecanoo noemt, maakt zij niet duidelijk wat het nu precies is dat [verweerster] verkeerd zou hebben gedaan. Zo noemt Mecanoo dat projecten waaraan [verweerster] werkte zijn gestopt of verloren, maar zij legt niet uit waardoor en in hoeverre dat aan [verweerster] te wijten is. Hetzelfde geldt voor de verwijten dat de acquisitie van het project Heiloo chaotisch en dramatisch zou zijn verlopen en dat [verweerster] onnodig complex en met te veel uren aan deze acquisitie zou hebben bijgedragen. Mecanoo noemt geen concrete acties van [verweerster] die te complex of overbodig zouden zijn geweest. Ook het verwijt aan [verweerster] dat anderen niet met haar willen samenwerken wordt niet concreet gemaakt. Wat Mecanoo precies van [verweerster] in haar functie verwacht en op welke wijze of met welke instrumenten Mecanoo verwacht dat de beoogde verbetering concreet moet worden bereikt, heeft zij niet benoemd. Dat had wel van Mecanoo verwacht mogen worden omdat partijen op dat moment al drie functioneringsgesprekken hadden gevoerd en zij toen al ruim vijf maanden waren beland in een ‘welles-nietes-discussie’ over de vraag of [verweerster] ongeschikt was tot het verrichten van de bedongen arbeid.

5.15.

Mecanoo heeft [verweerster] ook verweten dat zij niet het N9-niveau weet waar te maken, omdat zij niet in staat is tot het leiden van diverse teams en het zelfstandig winnen van acquisities. Dat is gebleken in de periode na 2017, in welk jaar enkele belangrijke partners van Mecanoo het bureau hebben verlaten. [verweerster] werkte tot dan veel onder de verantwoordelijkheid van deze partners. [verweerster] heeft aangevoerd dat voorheen nooit van haar werd verlangd dat zij zelfstandig aan acquisitie deed. Dat was de verantwoordelijkheid van de partners en de associate partners. De kantonrechter constateert dat in de functiegids bij het N9-niveau wel staat vermeld dat acquireren tot de functie behoort. Mecanoo heeft niet (gemotiveerd) bestreden dat het zelfstandig acquireren voor 2017 niet van [verweerster] werd verlangd. Mecanoo heeft enkel gesteld dat zij daar geen zicht op had omdat [verweerster] voor andere partners werkte. Mecanoo miskent hiermee dat die andere partners toen ook tot Mecanoo behoorden en het dus Mecanoo zelf is geweest die deze situatie in het leven heeft geroepen. In ieder geval staat vast dat [verweerster] voorafgaand aan het vertrek van deze partners nooit op het ontbreken van acquisitievaardigheden is aangesproken, terwijl zij al geruime tijd in functieniveau N9 werkte. Het gaat niet aan dat een werkgever eerst zelf een werknemer bevordert tot een bepaald functieniveau (hoewel deze werknemer kennelijk bepaalde aspecten van dat niveau niet uitvoert), deze vervolgens jarenlang laat werken in dat functieniveau zonder de werknemer te begeleiden naar het wel uitvoeren van deze aspecten en ten slotte de werknemer verwijt dat deze die aspecten niet uitvoert. Voor zover (associate) partners niet met [verweerster] willen werken omdat haar uren te duur zijn, geldt ook dat Mecanoo zelf de situatie in het leven heeft geroepen dat zij [verweerster] een hoger niveau salarisniveau toekende, terwijl zij nog onder (associate) partners werkte. Dat kan [verweerster] niet verweten worden.

5.16.

Met het oog op hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat Mecanoo [verweerster] op 3 april 2019 heeft overvallen met de mededeling dat [verweerster] niet goed functioneerde. Dit heeft Mecanoo gedaan zonder concreet te benoemen aan welke objectiveerbare criteria het functioneren van [verweerster] niet voldeed. Dit heeft Mecanoo wederom niet duidelijk gemaakt in het gesprek van 1 juli 2019. Daarmee heeft Mecanoo niet zorgvuldig gehandeld. Dat heeft Mecanoo ook vanaf augustus 2019 niet gedaan omdat zij [verweerster] toen geen serieuze en reële mogelijkheid heeft geboden om haar functioneren te verbeteren. Voor zover er concrete functie-eisen zijn benoemd waaraan [verweerster] niet voldoet, is die situatie gecreëerd door de werkgever. Het is onzorgvuldig dat aan [verweerster] te verwijten. Door meerdere keren niet zorgvuldig te handelen heeft Mecanoo, mede gelet op het feit dat [verweerster] al ongeveer 24 jaar in dienst was bij Mecanoo en [verweerster] in 2017 en 2018 nog een positieve beoordeling heeft gekregen, zich niet als een goed werkgever gedragen. Daarmee heeft Mecanoo de uit de arbeidsovereenkomst voorvloeiende verplichtingen grovelijk geschonden en is de arbeidsverhouding uiteindelijk door Mecanoo onherstelbaar verstoord geraakt. [verweerster] wordt daarom gevolgd in haar stelling dat Mecanoo ernstig verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:671b lid 9, onderdelen a en c, BW.

5.17.

De arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden met ingang van 1 november 2020. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden na heden), zonder dat daar de tijd van deze procedure op in mindering wordt gebracht. Naast de transitievergoeding zal bovendien ten laste van Mecanoo aan [verweerster] een billijke vergoeding worden toegekend.

De transitievergoeding

5.18.

Omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van Mecanoo zal worden ontbonden, is zij op grond van artikel 7:673 lid 1, onderdeel a, subonderdeel 2, BW een transitievergoeding verschuldigd aan [verweerster] (hetgeen Mecanoo overigens ook heeft erkend). [verweerster] gaat voor de berekening van de transitievergoeding uit van een loon van € 5.160,- bruto per maand (inclusief 8% vakantietoeslag). Dit is niet door Mecanoo bestreden. Op de ontbindingsdatum (1 november 2020) is zij 25 jaar, twee maanden en 19 dagen in dienst geweest. De transitievergoeding bedraagt dan op grond van artikel 7:673 lid 2 BW € 47.374,50 bruto. Mecanoo zal worden veroordeeld om dit bedrag aan [verweerster] te betalen.

De billijke vergoeding

5.19.

Hiervoor is overwogen dat aan [verweerster] , naast een transitievergoeding, ook een billijke vergoeding zal worden toegekend. Ten aanzien van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding overweegt de kantonrechter als volgt.

5.20.

Uit de wetsgeschiedenis van de WWZ volgt dat de hoogte van de billijke vergoeding – naar haar aard – in relatie moet staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever, en niet tot de gevolgen van het ontslag voor de werknemer (zie: Kamerstukken II 2013/2014, 33818, nr. 3, p. 32-34 en Kamerstukken II, 2013/2014, 33818, nr. 7, p. 91). Uit het New Hairstyle-arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1187) volgt evenwel dat dit niet hoeft te betekenen dat de gevolgen van een beëindiging van het dienstverband bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding geen rol mogen spelen in een geval waarin de wet een werknemer een aanspraak geeft op zo'n vergoeding

omdat de werkgever een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de reden dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Als ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, dan dient de werknemer hiervoor volgens die wetsgeschiedenis te worden gecompenseerd, ook om dergelijk handelen of nalaten van de werkgever te voorkomen. Bij de begroting van de billijke vergoeding komt het aan op alle omstandigheden van het geval. De kantonrechter dient in de motivering van haar oordeel inzicht te geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid. Uitgaande van het voorgaande zal de kantonrechter de billijke vergoeding vaststellen op een bedrag van € 300.445,50 bruto, waarbij de volgende omstandigheden en schadecomponenten in aanmerking worden genomen.

5.21.

Zoals hiervoor al in rechtsoverweging 5.16. is overwogen, getuigt de wijze waarop Mecanoo met de ontstane situatie is omgegaan niet van goed werkgeverschap en is het handelen van Mecanoo te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster] gecompenseerd dient te worden voor het ernstig verwijtbaar handelen van Mecanoo. Er zijn geen richtlijnen voor het bepalen van deze component van de billijke vergoeding. De wetgever heeft dit ook zo gewenst. Alles afwegende acht de kantonrechter in dit geval een bedrag van € 15.000,- bruto (circa drie maanden salaris) een billijke compensatie voor deze component van de billijke vergoeding.

5.22.

Daarnaast weegt mee dat [verweerster] – die haar gehele werkzame leven bij Mecanoo heeft gewerkt – noodgedwongen op zoek moet naar een andere baan. Voor de tijd die deze zoektocht zal duren lijdt [verweerster] inkomensschade. Daarbij acht de kantonrechter de kans klein dat de 59-jarige [verweerster] met haar eenzijdige arbeidsverleden bij Mecanoo op oudere leeftijd ooit nog werkzaam zal raken in een vergelijkbare baan in de (jonge en dynamische) creatieve sector zoals zij die had bij Mecanoo. De inkomensschade die [verweerster] als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van Mecanoo lijdt, begroot de kantonrechter daarom op het loon dat [verweerster] zou hebben verdiend vanaf 1 november 2020 (de ontbindingsdatum) tot aan 14 april 2028. Dat is de datum waarop [verweerster] 67 jaar wordt en (vermoedelijk) de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het loon dat [verweerster] zou hebben verdiend over deze periode en [verweerster] aan inkomensschade lijdt, bedraagt zodoende € 456.660,- bruto (88,5 maanden x € 5.160,- bruto).

5.23.

De inkomensschade van € 456.660,- bruto wordt echter deels gecompenseerd door de transitievergoeding van € 47.374,50 bruto. De transitievergoeding is immers bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van activiteiten om weer een baan te vinden en de inkomensschade. De kantonrechter acht het daarom redelijk dat de transitievergoeding in mindering wordt gebracht op de hiervoor becijferde inkomensschade. Daarnaast zal op de inkomensschade ook het bedrag van in totaal € 123.840,- in mindering worden gebracht. Dat is het bedrag dat [verweerster] , zoals zij zelf heeft opgemerkt in haar verweerschrift, in de twee jaar na haar ontslag aan WW-uitkering zal ontvangen.

5.24.

Op grond van de schadecomponenten die zijn besproken, becijfert de kantonrechter de billijke vergoeding op een bedrag van € 300.445,50,- bruto (€ 15.000,- plus € 456.660,- min € 47.374,50- min € 123.840,-). Mecanoo zal worden veroordeeld om dit bedrag aan [verweerster] te betalen.

De proceskosten

5.25.

Nu Mecanoo (grotendeels) in het ongelijk is gesteld, zal zij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 november 2020;

- veroordeelt Mecanoo tot betaling van € 47.374,50 bruto ter zake van de transitievergoeding;

- veroordeelt Mecanoo tot betaling van € 300.445,50 bruto ter zake van de billijke vergoeding;

- veroordeelt Mecanoo in de proceskosten, tot op heden begroot op € 480,- als het aan de gemachtigde van [verweerster] toekomende salaris;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. I.D. Bellaart, kantonrechter, en op 8 juni 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.