Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:7863

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-08-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
C/09/18/382 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot tussentijdse beëindiging wordt schone lei op grond van artikel 354a Fw

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

Vonnis van 14 augustus 2020

in de schuldsaneringsregeling van:

[schuldenaar],
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],
wonende [adres, postcode woonplaats].
schuldenaar.

1 Verloop van de procedure

1.1

Ten aanzien van schuldenaar is bij vonnis van 6 november 2018 de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van, laatstelijk,

mr. H.J. van Harten tot rechter-commissaris. B. van Huessen ( Van der Linden c.s.), kantoorhoudende te Zwijndrecht, is benoemd tot bewindvoerder.

1.2

De rechter-commissaris heeft schuldenaar vrijgesteld van de sollicitatieverplichting voor 20 uur per week vanaf aanvang schuldsaneringsregeling tot 28 oktober 2020.

1.3

Op 9 oktober 2019 heeft een verhoor plaatsgevonden, omdat schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting.

1.4

Bij beschikking van 28 november 2019 heeft de rechter-commissaris de looptijd van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar verlengd met 12 maanden, derhalve tot 6 november 2022.

1.5

Op 25 mei 2020 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend strekkende tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 350 van de Faillissementswet (Fw). De bewindvoerder heeft, kort samengevat, aan het verzoek ten grondslag gelegd dat schuldenaar wederom tekort is geschoten in de nakoming van zijn sollicitatieverplichting. Daarnaast is schuldenaar tekortgeschoten in de nakoming van de informatieverplichting, enkele specificaties ontbreken nog steeds. Tot slot is sprake van een nieuwe schuld aan de gemeente [X], wegens teveel ontvangen bijstandsuitkering in verband met genoten inkomsten uit werk ad € 185,84.

1.6

Vooruitlopend op de mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 350 lid 2 Fw heeft de bewindvoerder de rechtbank bij e-mail van 27 juli 2020 geïnformeerd over de laatste stand van zaken.

1.7

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

10 augustus 2020. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:

- schuldenaar, bijgestaan door zijn beschermingsbewindvoerder J.H. Verton, werkzaam bij BilancioBudget;

- R. de Geus namens de bewindvoerder.

1.8

De rechtbank heeft vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Van personen ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is, mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen en dat zij de uitvoering van de regeling door doen of nalaten ook niet anderszins belemmeren dan wel frustreren. Niet nakoming van één of meer van deze verplichtingen kan leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling.

2.2

Ter beoordeling staat of hetgeen schuldenaar wordt tegengeworpen gegrond is en zo ja, of dit dient te leiden tot de door de bewindvoerder verzochte tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

2.3

Op grond van het verhandelde ter zitting is gebleken dat schuldenaar de nieuwe schuld aan gemeente Den Haag volledig heeft ingelopen. Er is derhalve geen sprake meer van een nieuwe schuld.

2.4

Uit de laatste stand van zaken volgt dat schuldenaar nog diverse stukken aan de bewindvoerder diende over te leggen. Ter zitting is gebleken dat schuldenaar de ontbrekende stukken heeft verstrekt, zodat ook ten aanzien van dit punt geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting.

2.5

Voor wat betreft de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht volgt uit de laatste stand van zaken dat schuldenaar vanaf oktober 2019 tot en met juli 2020 niet heeft voldaan aan zijn aanvullende sollicitatieverplichting voor 6 uur per week.

2.6

Schuldenaar heeft dit ter zitting ook erkend. Schuldenaar verklaart dat hij sinds april 2019 voor 10 uur per week werkt op de [X] markt. Hij heeft niet aantoonbaar aanvullend gesolliciteerd, maar hij heeft wel gesprekken gehad met zijn werkgever tot uitbreiding van zijn dienstverband. Vanwege de Corona-crisis is deze uitbreiding in maart/april 2020 niet doorgegaan. Schuldenaar zegt ook nu in gesprek te zijn om tot een uitbreiding van zijn dienstverband te komen tot 16 uur per week. Woensdag 12 augustus 2020 hoopt hij hierover duidelijkheid te krijgen van een andere werkgever. Schuldenaar geeft aan dat hij niet heeft gesolliciteerd naar een functie buiten de [X] Markt vanwege zijn medische klachten. Schuldenaar geeft aan dat hij mee helpt bij het opbouwen van de markt en dit is zo inspannend dat hij daarna moet rusten. Schuldenaar geeft aan dat hij COPD heeft en onder behandeling is bij een cardioloog vanwege hartklachten. Tevens gebruikt hij diverse medicatie die hem beperken in zijn dagelijks functioneren. Verder erkent hij dat zijn fout niet is goed te praten, maar dat hij voor het overige al zijn verplichtingen uit de regeling nakomt.

2.7

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat schuldenaar wederom tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting om aanvullend te solliciteren en te komen tot een uitbreiding van zijn dienstverband naar 16 uur per week.

De vraag is echter of deze tekortkoming dusdanig ernstig is dat thans tot beëindiging van de regeling moet worden gekomen, zoals door de bewindvoerder is verzocht. Uit de tot het dossier behorende GGD-keuringen van 12 juni 2018 en 28 oktober 2019, blijkt dat schuldenaar al jaren kampt met vermoeidheidsklachten, longklachten, slecht slaapt en veel piekert. Het is algemeen bekent dat COPD-klachten na verloop van tijd toenemen en dat schuldenaar hierdoor dus steeds meer beperkingen in zijn functioneren zal ondervinden. Op basis van de bij schuldenaar bestaande problemen valt met voldoende zekerheid te concluderen dat hij bij een hernieuwde medische keuring, wederom gedeeltelijk arbeidsongeschikt zal worden verklaard. Het inkomen dat schuldenaar maandelijks ontvangt ligt onder het vrij te laten bedrag. Ter zitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat een uitbreiding van het dienstverband met 6 uur per week, tot een hogere afdracht capaciteit aan de boedel leidt. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat de schuldeisers door de tekortkoming in de sollicitatieplicht niet worden benadeeld, zodat geen reden bestaat om tot een tussentijdse beëindiging van de regeling te komen.

2.8.

De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting namens schuldenaar verzocht om op grond van artikel 354a Fw aan schuldenaar de schone lei te verlenen. Ten aanzien van dit verzoek oordeelt de rechtbank als volgt.

2.9

Door de bewindvoerder is ter zitting mondeling verslag uitgebracht. Het advies van de bewindvoerder houdt onder meer in dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en dat van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid, onder c, d, e, f en/of g van de Faillissementswet niet is gebleken.

2.10

De rechtbank deelt het standpunt van de bewindvoerder. Schuldenaar is momenteel 10 uur per week werkzaam. Nu het vrij te laten bedrag aanmerkelijk hoger is dan het inkomen van schuldenaar, bestaat er geen afdracht capaciteit. Zelfs als schuldenaar16 uur per week werkt zal zijn afdracht capaciteit daardoor niet stijgen. Schuldenaar heeft daarnaast voldaan aan alle verplichtingen uit de regeling en het saldo op de boedelrekening bedraagt minder dan € 2.000,-. Er is nog geen datum voor een verificatievergadering bepaald.

2.11

Op grond van hetgeen is beschreven onder 2.9 tot en met 2.10 zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 354a van de Faillissementswet beëindigen. Kort gezegd brengt deze beslissing mee dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenaar eindigt met de zogenoemde “schone lei”.

2.12

De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder bij latere beschikking vaststellen.

3. De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [schuldenaar], voornoemd;

- stelt vast dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en dat van omstandigheden als bedoeld in 350, derde lid, onder c, d, e, f en/of g van de Faillissementswet niet is gebleken;

- beëindigt de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 354a van de Faillissementswet;

- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast bij latere beschikking.

Gewezen door mr. A.C.M. Höppener, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 augustus 2020 in aanwezigheid van C.D. Woodley, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.