Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:7686

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4960
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Het spoedeisend belang ontbreekt omdat de connexe bodemzaken voor de openbare verkoop van de woning van verzoeker zullen worden behandeld. Het verzoek wordt daarom afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 20/4943, SGR 20/4945, SGR 20/4948, SGR 20/4951, SGR 20/4953, SGR 20/4955, SGR 20/4956, SGR 20/4957, SGR 20/4958, SGR 20/4959, SGR 20/4960, SGR 20/4963, SGR 20/4964, SGR 20/4965, SGR 20/4966, SGR 20/4967, SGR 20/5007, SGR 20/5008, SGR 20/5009, SGR 20/5011, SGR 20/5016, SGR 20/5013, SGR 20/5017, SGR 20/5019, SGR 20/5021, SGR 20/5022, SGR 20/5020, SGR 20/5023

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 augustus 2020 op de verzoeken om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

tegen

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder

(gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum).

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht, de herziening van een besluit omtrent bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht, de eigen bijdrage voor een advocaat, een terugvordering woonkostentoeslag en een weigering om een correctie van een verrekening uit te voeren, in de zaken die zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt.

Connex aan deze beroepen heeft verzoeker de voorzieningenrechter op 8 maart 2020 voor de eerste maal verzocht voorlopige voorzieningen te treffen in de zaken die eveneens zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt.

De voorzieningenrechter heeft die verzoeken om een voorlopige voorziening op 8 juni 2020 afgewezen, op de grond dat het spoedeisend belang was komen te vervallen.

Op 25 en 26 juli 2020 heeft verzoeker voor de tweede maal verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in de zaken die zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt.

Overwegingen

1. Verzoeker is, overigens net als in de eerste verzoeken om voorlopige voorzieningen waarin op 8 juni 2020 uitspraak is gedaan (SGR 20/3346, SGR 20/3149, SGR 20/3151, SGR 20/3155, SGR 20/3160, SGR 20/3163, SGR 20/3168, SGR 20/3170, SGR 20/3173, SGR 20/3187, SGR 20/3189, SGR 20/3341, SGR 20/3219, SGR 20/3217, SGR 20/3212, SGR 20/3210, SGR 20/3206, SGR 20/3204, SGR 20/3201, SGR 20/3198, SGR 20/3194, SGR 20/3349, SGR 20/3352, SGR 20/3354, SGR 20/3357, SGR 20/3361, SGR 20/3363, SGR 20/3365), in deze procedures (SGR 20/4943, SGR 20/4945, SGR 20/4948, SGR 20/4951, SGR 20/4953, SGR 20/4955, SGR 20/4956, SGR 20/4957, SGR 20/4958, SGR 20/4959, SGR 20/4960, SGR 20/4963, SGR 20/4964, SGR 20/4965, SGR 20/4966, SGR 20/4967, SGR 20/5007, SGR 20/5008, SGR 20/5009, SGR 20/5011, SGR 20/5016, SGR 20/5013, SGR 20/5017, SGR 20/5019, SGR 20/5021, SGR 20/5022, SGR 20/5020, SGR 20/5023) vrijgesteld van het betalen van griffierechten. Dat betekent dat verzoeker in deze procedures geen griffierecht hoeft te betalen.

2.1

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemgedingen niet.

2.2

Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2.2 Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

3. Verzoeker stelt thans, en de voorzieningenrechter citeert:

“Op 8 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter van uw rechtbank uitspraak gedaan in (…) een verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bodemgeding met zaaknummer (…). Met deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter mijn verzoek om een voorlopige voorziening, in verband met de dreigende openbare verkoop (executieveiling) van mijn woning, afgewezen. Als reden voor deze afwijzing heeft de voorzieningenrechter gesteld dat hij/zij van oordeel was dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening was komen te ontbreken, omdat niet zeker was of de openbare verkoop van mijn woning nog zou plaatsvinden, nu de onherroepelijke datum van 20 april 2020 was verstreken zonder dat de veiling had plaatsgevonden. Deze veiling was namelijk uitgesteld vanwege de uitbraak van de corona-crisis en er was op dat moment (nog) geen (nieuwe) concrete datum voor een voorgenomen veiling in de afzienbare toekomst, Hierbij heeft de voorzieningenrechter opgenomen dat hij/zij met het oog op het belang van verzoeker zou bevorderen dat de behandeling van het bodemgeding in het najaar van 2020 zal plaatsvinden. Maar per e-mail van 24 juli 2020 (…) heeft Krans Notarissen mij geïnformeerd dat deze veiling inmiddels opnieuw is ingepland nu de corona-regels zijn versoepeld en dat de nieuwe veilingdatum is vastgesteld op 7 september 2020. Dit betekent nu dat er per direct weer sprake is van een spoedeisend belang en om die reden doe ik hierbij derhalve een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening (…).”

4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker als gevolg van het te laat beslissen door verweerder in een (financiële) noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen.

5. De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat, met de ophanden zijnde openbare verkoop van de woning van verzoeker op 7 september 2020, sprake is van een spoedeisend belang.

6. De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat de onderhavige verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn ingediend op zaterdag 25 juli 2020 en zondag 26 juli 2020. De rechtbank had inmiddels - invulling gevend aan de in de uitspraken van 8 juni 2020 vermelde inspanning om de connexe bodemzaken in het najaar van 2020 op een zitting te behandelen - een zittingsdatum in de bodemzaken bepaald. Die zittingsdatum is 25 augustus 2020 om 09.30 uur. Op 30 juli 2020 heeft de griffier de uitnodigingen voor de zitting (aangetekend) aan partijen verzonden.

7. Een en ander betekent dat de connexe bodemzaken vóór 7 september 2020 ter zitting zullen zijn behandeld. Ervan uitgaand dat de rechtbank in staat zal zijn om spoedig na die zitting uitspraak te doen in de bodemzaken, betekent dit dat zich geen (financiële) noodsituatie, als bedoeld in punt 4 hiervoor, zal voordoen voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen. Reeds om die reden is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken zullen daarom worden afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is op 11 augustus 2020 gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

BIJLAGE

Beroepsprocedure

Voorlopige voorziening I

Voorlopige voorziening II

Onderwerp

SGR 20/3343

SGR 20/3346

SGR 20/5013

BB voor griffierecht

SGR 20/3146

SGR 20/3149

SGR 20/4943

BB voor griffierecht

SGR 20/3150

SGR 20/3151

SGR 20/4945

BB voor griffierecht

SGR 20/3153

SGR 20/3155

SGR 20/4948

BB voor griffierecht

SGR 20/3159

SGR 20/3160

SGR 20/4951

BB voor griffierecht

SGR 20/3162

SGR 20/3163

SGR 20/4953

Terugvordering woonkostentoeslag

SGR 20/3167

SGR 20/3168

SGR 20/4955

BB voor griffierecht

SGR 20/3169

SGR 20/3170

SGR 20/4956

Herziening besluit omtrent BB voor griffierecht

SGR 20/3172

SGR 20/3173

SGR 20/4957

Herziening besluit

SGR 20/3186

SGR 20/3187

SGR 20/4958

BB voor griffierecht

SGR 20/3188

SGR 20/3189

SGR 20/4959

BB voor griffierecht

SGR 20/3340

SGR 20/3341

SGR 20/5011

BB voor griffierecht

SGR 20/3218

SGR 20/3219

SGR 20/5009

BB voor griffierecht

SGR 20/3216

SGR 20/3217

SGR 20/5008

BB voor griffierecht

SGR 20/3211

SGR 20/3212

SGR 20/5007

BB voor griffierecht

SGR 20/3207

SGR 20/3210

SGR 20/4967

BB voor griffierecht

SGR 20/3205

SGR 20/3206

SGR 20/4966

BB voor griffierecht

SGR 20/3203

SGR 20/3204

SGR 20/4965

BB voor griffierecht

SGR 20/3200

SGR 20/3201

SGR 20/4964

BB voor griffierecht

SGR 20/3196

SGR 20/3198

SGR 20/4963

BB voor griffierecht

SGR 20/3193

SGR 20/3194

SGR 20/4960

BB voor griffierecht

SGR 20/3348

SGR 20/3349

SGR 20/5016

BB voor griffierecht

SGR 20/3351

SGR 20/3352

SGR 20/5017

Weigering correctie van een verrekening

SGR 20/3353

SGR 20/3354

SGR 20/5019

BB voor griffierecht

SGR 20/3356

SGR 20/3357

SGR 20/5020

BB voor griffierecht

SGR 20/3358

SGR 20/3361

SGR 20/5021

BB voor griffierecht

SGR 20/3362

SGR 20/3363

SGR 20/5022

BB voor griffierecht

SGR 20/3364

SGR 20/3365

SGR 20/5023

EB voor een advocaat

Afkortingen

BB = bijzondere bijstand

EB = Eigen Bijdrage

SGR = Rechtbank Den Haag