Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:7575

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-07-2020
Datum publicatie
10-08-2020
Zaaknummer
NL20.10544 en NL20.10545
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep. Asiel. Brazilie veilig derde land. Terugkeer Gulenisten naar Brazilie. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL20.10544 en NL20.10545

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] (eiser) en [eiseres] (eiseres), gezamenlijk te noemen: eisers mede voor hun minderjarige dochter [minderjarige] V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Arslan),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.H.M. Post).

Procesverloop

Bij separate besluiten van 6 mei 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten gezamenlijk beroep ingesteld. Het beroep van eiser is geregistreerd onder zaaknummer NL20.10544. Het beroep van eiseres is geregistreerd onder zaaknummer NL20.10545.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2020. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen W. Woning. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers hebben de Turkse nationaliteit. Zij hebben in december 2016 in Brazilië asiel aangevraagd. Voordat er een beslissing op hun asielaanvraag was genomen, hebben eisers Brazilië verlaten en zijn zij in april 2018 naar Nederland gereisd. Zij hebben hier op 18 april 2018 asiel aangevraagd. In dat verband hebben zij onder meer aangevoerd dat zij zogenoemde Gülenisten zijn en dat zij om die reden voor vervolging door de Turkse autoriteiten te vrezen hebben. Verweerder heeft de aanvraag van eisers niet-ontvankelijk verklaard, omdat Brazilië voor eisers als veilig derde land wordt beschouwd.

2. In beroep is het volgende aangevoerd. Het is voor eiseres en de dochter niet mogelijk om terug te keren naar Brazilië, omdat hun paspoorten zijn verlopen. Van eisers kan niet verwacht worden dat zij zich tot het Turkse consulaat wenden om deze paspoorten te verlengen, omdat zij vrezen voor vervolging door de Turkse autoriteiten. Zonder geldig paspoort zullen eiseres en hun dochter niet worden toegelaten tot Brazilië. Ter onderbouwing van dat standpunt wijzen eisers op een e-mail van het Braziliaanse consulaat in Nederland in een andere zaak. In deze e-mail staat dat reizigers zonder geldig paspoort niet worden toegelaten tot Brazilië. Eisers hebben tevens een e-mail overgelegd van het Braziliaanse consulaat in Nederland die is gericht aan eiser. In deze e-mail staat dat eisers niet naar Brazilië kunnen reizen wanneer zij niet over geldige paspoorten of reisdocumenten beschikken. Omdat eiseres en de dochter geen toegang tot Brazilië zullen krijgen, kan van eiser niet verwacht worden dat hij alleen terugkeert naar Brazilië.

3. De rechtbank stelt vast dat het niet in geschil is dat Brazilië als veilig derde land kan worden aangemerkt, ook in het bijzonder voor Gülenisten. Aan de orde is de vraag of eiseres en de dochter toegang tot Brazilië kunnen krijgen.

4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat dit in beginsel het geval is, als eiseres en de dochter in Brazilië opnieuw een asielaanvraag willen indienen. Daartoe dienen zij een visumaanvraag in te dienen bij de Braziliaanse autoriteiten in Nederland. Eisers hebben niet aangetoond dat zij zich met een dergelijke concrete visumaanvraag tot die Braziliaanse autoriteiten hebben gewend. De ingebrachte e-mails geven wat dat aangaat geen uitsluitsel. Uit deze e-mails is namelijk slechts af te leiden dat reizigers zonder geldig paspoort geen toegang tot Brazilië krijgen. Deze mededelingen laten dus ruimte voor de mogelijkheid dat eiseres en de dochter op basis van een visum of een laissez passer toch toegang tot Brazilië kunnen krijgen. Eisers hebben niet aangetoond dat deze optie voor eiseres en de dochter niet open zou staan. De beroepsgrond faalt dus.

5. Al door wat onder 4. is overwogen, is aannemelijk dat eiseres en de dochter een geldig reisdocument kunnen krijgen. De vraag of zij via een andere weg, namelijk door een verzoek bij de Turkse autoriteiten, hun paspoorten kunnen laten verlengen of vernieuwen, laat de rechtbank daarom onbesproken.

6. Aangezien eiseres en de dochter in beginsel naar Brazilië kunnen vertrekken, zal er voor eiser geen situatie ontstaan dat hij gedwongen wordt om zonder zijn gezin naar dat land af te reizen. De beroepsgrond die eiser in dit verband heeft aangedragen, kan daarom niet slagen.

7. Eisers voeren twee gevallen aan die naar hun stelling gelijkenis vertonen met hun situatie. In beide gevallen heeft verweerder beslist om de asielaanvragen in behandeling te nemen en heeft verweerder Brazilië niet aangemerkt als een veilig derde land. Eisers doen een beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder afdoende toegelicht dat de door eisers aangevoerde gevallen niet vergelijkbaar zijn met hun situatie. In het ene geval had verweerder nagelaten om te onderzoeken of Brazilië als veilig derde land kon gelden en had hij de asielaanvraag inhoudelijk in behandeling genomen. In het andere geval was het op het moment van beslissen voor verweerder niet duidelijk hoe de situatie voor Gülenisten in Brazilië was. Om die reden heeft verweerder de asielaanvraag inhoudelijk in behandeling

genomen. Volgens verweerder is die situatie inmiddels wél duidelijk en kan Brazilië als veilig derde land kan worden aangemerkt. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat in het geval van eisers van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur geen sprake is. De beroepsgrond van eisers slaagt niet.

9. De rechtbank komt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is. De bestreden besluiten blijven in stand. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen in de zaken NL20.10544 en NL20.10545 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

13 juli 2020

Mr. R.J.A. Schaaf

Rechter

Rechtbank Midden-Nederland

M. van Ettikhoven

Griffier

Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.