Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:7096

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
09/857182-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar en tbs met voorwaarden voor het plegen van meerdere zedenmisdrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857182-19

Datum uitspraak: 3 augustus 2020

Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1993 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting] .

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 22 oktober 2019, 9 december 2019,

25 februari 2020, 28 april 2020 (alle pro forma) en 20 juli 2020 (inhoudelijke behandeling).

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. N.R. Riedijk, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. K. van Diemen heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 5 primair ten laste gelegde en bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6, 7, 8 primair, 9 en 10 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en dat hem de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden wordt opgelegd. Voorts heeft zij gevorderd dat een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) aan de verdachte wordt opgelegd. Tot slot heeft zij geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, en heeft zij gevorderd dat de op de beslaglijst genoemde voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.

De tenlastelegging


Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting van 25 februari 2020 en wijziging van die tenlastelegging ter terechtzitting van 20 juli 2020 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 mei 2018 te Gouda, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , te weten

- het plaatsen van zijn vinger op en/of in de vagina van [slachtoffer 1] en/of die vinger (vervolgens) op en neer bewegen en/of

- het likken van de schaamlippen en/of clitoris en/of vagina van [slachtoffer 1] en/of

- het plaatsen van zijn penis in de mond van [slachtoffer 1] en/of

- het plaatsen van zijn penis in de vagina van [slachtoffer 1] en/of deze (vervolgens) op en neer bewegen;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 oktober 2017 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens

-(een) afbeelding(en) (te weten video's en/of foto's) en/of

-(een) gegevensdrager(s) (te weten een telefoon) bevattende afbeeldingen,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:

het met de/een voorwerp vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger en/of penis oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren

van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(proces-verbaal pagina 452, 456, 457

bestandsnaam: [bestand 1]

en/of [bestand 2] )

en/of

het betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of likken van de eigen borst door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(proces-verbaal pagina 452, 454,

bestandsnaam: [bestand 3] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel,

de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(proces-verbaal pagina 454, 455, 456

bestandsnaam: [bestand 4] en/of

[bestand 5] )

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(proces-verbaal 453, 456

bestandsnaam [bestand 6] en/of [bestand 7] )

en/of hij (aldus) van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 maart 2016 tot en met 21 mei 2018 te Schoonloo en/of Gouda en/of Apeldoorn en/of Drachten en/of Leeuwarden, in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan (een) perso(o)n(en), te weten

- ( in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 21 mei 2018) aan [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 en/of

- ( in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 24 september 2017) aan [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002 en/of

- ( in of omstreeks de periode van 27 februari 2017 tot en met 2 maart 2017) aan [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2004 en/of

- ( in of omstreeks de periode van 16 maart 2016 tot en met [geboortedatum 11] 2016) aan [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2001

die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen, met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te plegen en/of een afbeelding van een seksuele gedraging te vervaardigen,

waarbij een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt was betrokken, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door

- Via internet/chatprogramma's contact te leggen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- Zich (daarbij) voor te doen als jongen van 16-19 jaar oud, althans jonger dan zijn daadwerkelijke leeftijd en/of

- ( daarbij) aan te sturen op een ontmoeting en/of

- te bespreken welke seksuele handelingen ze zouden kunnen verrichten tijdens die ontmoeting en/of

-zich naar de locatie van die ontmoeting te begeven;

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 21 juli 2019 te Rotterdam, althans in Nederland, met [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum 6] 2006 die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 5] , te weten

- Het (door [slachtoffer 5] ) inbrengen van een haarborstel en/of vinger(s) in haar vagina en/of

- Het (door [slachtoffer 5] ) betasten van de eigen vagina;

5.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 21 juli 2019 te Rotterdam, althans in Nederland, met [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 7] 2013, die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, welke handelingen bestonden uit

- Het (door een persoon genaamd [slachtoffer 5] ) likken van de vagina van [slachtoffer 6] en/of

- Het (door een persoon genaamd [slachtoffer 5] ) betasten van de vagina van [slachtoffer 6] en/of

- Het (door een persoon genaamd [slachtoffer 5] ) opzij trekken van de onderbroek van [slachtoffer 6] ;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 21 juli 2019 te Rotterdam, althans in Nederland in het plegen van ontucht door een minderjarige, te weten [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum 6] 2006), in elk geval een minderjarig kind, met [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum 7] 2013), opzettelijk heeft bevorderd en/of teweeggebracht, door, meermalen, althans eenmaal, (via Instagram) (een) bericht(en) te sturen aan [slachtoffer 5] met daarin (onder meer) de volgende teksten:

- " doe iets bij haar. Bij kutje. Met vingers" en/of

- " laat haar kutje dan zien" en/of

- " bene weid. En dan dr kutje. Op haar buik en dan bene weid. Laat zien as lukt" en/of

- " Nice kun je t weid uit elkaar doeb. Vraag of je door mag gaan" en/of

- " of kun je dat ni voelen" en/of

- " en over haar clit wrijfe dan en kun je haar clirtje al wel zien dan"

bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit

- het likken van de vagina van [slachtoffer 6] en/of

- het betasten van de vagina van [slachtoffer 6] en/of

- het opzij trekken van de onderbroek van [slachtoffer 6] ;

6.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 augustus 2017 tot en met 24 september 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] , te weten

- Het vingeren van [slachtoffer 2] en/of

- Het brengen van zijn, verdachte's, penis in de anus en/of mond van [slachtoffer 2] en/of

- Het likken van de vagina van [slachtoffer 2] en/of

- Het zich door [slachtoffer 2] laten aftrekken;

7.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 maart 2016 tot en met 13 november 2016 te Leeuwarden en/of Drogeham, althans in Nederland, met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2001, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4] , te weten het brengen van zijn, verdachte's, penis in de anus en/of vagina en/of mond van [slachtoffer 4] ;

8.

hij op of omstreeks 2 maart 2017 te Grou, althans in Nederland, met, [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum 4] 2004, die leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, welke handelingen bestonden uit het betasten van de borsten en/of billen en het kussen van [slachtoffer 3] ;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 maart 2017 te Grou, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum 4] 2004, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen te plegen, opzettelijk met [slachtoffer 3] een afspraak heeft gemaakt voor het plegen van ontuchtige handelingen en/of (vervolgens) zich naar die afspraak heeft begeven en/of (vervolgens) [slachtoffer 3] daar vervolgens heeft ontmoet/aangesproken en/of [slachtoffer 3] gevraagd om voornoemde ontuchtige handelingen te verrichten, althans kenbaar heeft gemaakt dat hij, verdachte, deze ontuchtige handelingen wilde verrichten en/of heeft geprobeerd [slachtoffer 3] te betasten en/of te kussen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 oktober 2017 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo en/of elders in Nederland (een) afbeelding(en), te weten foto's, heeft verspreid en/of aangeboden, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van die persoon in beeld gebracht wordt

(proces-verbaal pagina 362, 365, 368,

bestandsnaam [bestand 8] en/of

[bestand 9] en/of

[bestand 10] en/of

[bestand 11] );

10.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 maart 2016 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo en/of elders in Nederland, een afbeelding(en) te weten foto's en/of video's, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, te weten:

- [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum 6] 2006) en/of

- [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum 7] 2013) en/of

- [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2004) en/of

- [slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum 8] 2007) en/of

- [slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum 9] 2004) en/of

- [slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum 10] 2006) en/of

- [slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum 11] 2005) en/of

- [slachtoffer 11] , (geboren [geboortedatum 12] 2006) en/of

- [slachtoffer 12] (geboren [geboortedatum 13] 2004)

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het met de/een voorwerp en/of vinger vaginaal penetreren van het eigen lichaam door [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 9] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(proces-verbaal 172, 513)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij deze perso(o)n gekleed is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of in een

erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze perso(o)n(en) in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(proces-verbaal pagina 172, 243/244, 270, 382, 497, 513, 600, 611)

en/of hij (aldus) van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Vrijspraak

Feit 5 primair

Met de officier van justitie acht de rechtbank het onder 5 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal de verdachte van dit feit vrijspreken.

Feit 4

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank ook het onder 4 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Alhoewel de chatgesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 5] zonneklaar een ontuchtig karakter hebben en de verdachte evident ontuchtig heeft gehandeld jegens de destijds pas dertienjarige [slachtoffer 5] , is in het dossier geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat de verdachte zelf ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 5] . Meer of anders is er niet tenlastegelegd. Zelfs als de rechtbank in de tenlastelegging zou inlezen1 dat de verdachte: ‘via seksueel getinte chatgesprekken, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 5] heeft opgedragen, verzocht, althans bewogen om ontuchtige handeling(en) bij zichzelf te verrichten en/of (hiervan) foto's en/of filmpjes te maken en op te sturen’, dan nog blijkt uit het dossier onvoldoende dat de verdachte [slachtoffer 5] heeft bewogen tot het verrichten van de in de tenlastelegging genoemde binnendringende handelingen of haar daarom heeft gevraagd. Hoewel [slachtoffer 5] in haar verhoor bij de politie heeft verklaard dat een jongen (de rechtbank begrijpt: de verdachte) haar had gezegd zichzelf te vingeren met een haarborstel, volgt uit de in het dossier gevoegde screenshots van de chatgesprekken dat zij dit uit eigen beweging deed. Uit de gesprekken blijkt ook niet dat de verdachte [slachtoffer 5] heeft bewogen tot het inbrengen van vingers in haar vagina. Weliswaar zou de rechtbank het betasten van haar vagina door [slachtoffer 5] , bij welwillend lezen van de tenlastelegging, bewezen kunnen verklaren, maar deze handeling valt op zichzelf buiten het bereik van artikel 245 Sr, zodat ook dat niet kan leiden tot een bewezenverklaring.

Daarbij overweegt de rechtbank nog het volgende. Zo de rechtbank had geoordeeld dat de verdachte [slachtoffer 5] wel had bewogen tot binnendringende handelingen, komt uit het zogeheten Pollepel-arrest2 van de Hoge Raad naar voren dat seksuele handelingen die zijn gepleegd door een ander dan degene die de dwang heeft uitgeoefend, geen verkrachting in de zin van artikel 242 Sr oplevert. Het ‘plegen’ wordt door de Hoge Raad dus zeer beperkt uitgelegd.

In het WODC-onderzoek ‘Herziening van de zedendelicten? Een analyse van Titel XIV, Tweede Boek, Wetboek van Strafrecht met het oog op samenhang, complexiteit en normstelling’ van mr. dr. K. Lindenberg en mr. dr. drs. A.A. van Dijk uit 2015 wordt beredeneerd dat “hetgeen de Hoge Raad in het Pollepel‐arrest aanvoert over de wetsgeschiedenis met betrekking tot artikel 242 Sr, evenzeer, gezien die wetsgeschiedenis, lijkt te moeten gelden voor de artikelen 243, 244 en 245 Sr. Ook die bepalingen waren vóór 1991 beperkt tot de ‘vleselijke gemeenschap’ en ook bij die bepalingen is niet gebleken van een wens tot het creëren van een ruimere strekking dan door de Hoge Raad beschreven. Tegen deze achtergrond kan het arrest dus van betekenis worden geacht voor alle delicten die op enigerlei wijze een seksueel binnendringen strafbaar stellen. In deze richting wijst ook de recente jurisprudentie van de Hoge Raad over de aard van het binnendringen (de nieuwe Tongzoen‐arresten), waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen artikel 242 Sr enerzijds en de andere delicten met het bestanddeel ‘seksueel binnendringen’ anderzijds.”

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de betekenis die de Hoge Raad in het Pollepel‐arrest aan het ‘plegen’ heeft gegeven, van toepassing is in alle gevallen waarin de verdachte het binnendringen niet zelf ‘pleegt’, waardoor in dit geval artikel 245 Sr toepassing mist. Ook daarom dient de verdachte te worden vrijgesproken van het hem onder 4 tenlastegelegde.

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel met een opgave daarvan, zal dit plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 5 subsidiair, 6, 7, 8 primair, 9 en 10 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 21 mei 2018 te Gouda, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , te weten

- het plaatsen van zijn vinger op en in de vagina van [slachtoffer 1] en die vinger vervolgens op en neer bewegen en

- het likken van de vagina van [slachtoffer 1] en

- het plaatsen van zijn penis in de mond van [slachtoffer 1] en

- het plaatsen van zijn penis in de vagina van [slachtoffer 1] en deze vervolgens op en neer bewegen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 17 januari 2018 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo telkens

- ( een) afbeelding(en), te weten video's en/of foto's

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:

het met een voorwerp vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger en/of penis oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of likken van de eigen borst door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel,

de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 16 maart 2016 tot en met 21 mei 2018 te Schoonloo en Gouda en Apeldoorn en Drachten en Leeuwarden, in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst aan personen, te weten

- in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 21 mei 2018 aan [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 en

- in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 24 september 2017 aan [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002 en

- in of omstreeks de periode van 27 februari 2017 tot en met 2 maart 2017 aan [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2004 en

- in of omstreeks de periode van 16 maart 2016 tot en met 13 november 2016 aan [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2001

die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen, met die personen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, te plegen, waarbij personen die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt waren betrokken, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door

- via internet/chatprogramma's contact te leggen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- zich daarbij voor te doen als jongen van 16-19 jaar oud, althans jonger dan zijn daadwerkelijke leeftijd en

- daarbij aan te sturen op een ontmoeting en

- te bespreken welke seksuele handelingen ze zouden kunnen verrichten tijdens die ontmoeting en

-zich naar de locatie van die ontmoeting te begeven;

5. subsidiair

hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 21 juli 2019 te Rotterdam, althans in Nederland het plegen van ontucht door een minderjarige, te weten [slachtoffer 5] , geboren

[geboortedatum 6] 2006, met [slachtoffer 6] , geboren [geboortedatum 7] 2013, opzettelijk heeft bevorderd en teweeggebracht, door meermalen via Instagram berichten te sturen aan [slachtoffer 5] met daarin onder meer de volgende teksten:

- " doe iets bij haar. Bij kutje. Met vingers" en

- " laat haar kutje dan zien" en

- " bene weid. En dan dr kutje. Op haar buik en dan bene weid. Laat zien as lukt" en

- " Nice kun je t weid uit elkaar doeb. Vraag of je door mag gaan" en

- " of kun je dat ni voelen" en

- " en over haar clit wrijfe dan en kun je haar clirtje al wel zien dan"

bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit

- het likken van de vagina van [slachtoffer 6] en

- het betasten van de vagina van [slachtoffer 6] en

- het opzij trekken van de onderbroek van [slachtoffer 6] ;

6.

hij op tijdstippen in de periode van 27 augustus 2017 tot en met 24 september 2017 te Apeldoorn met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] , te weten

- het vingeren van [slachtoffer 2] en

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en mond van [slachtoffer 2] en

- het likken van de vagina van [slachtoffer 2] en

- het zich door [slachtoffer 2] laten aftrekken;

7.

hij op tijdstippen in de periode van 16 maart 2016 tot en met 13 november 2016 te Leeuwarden en Drogeham, althans in Nederland, met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2001, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4] , te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of vagina en/of mond van [slachtoffer 4] ;

8. primair

hij op 2 maart 2017 te Grou met, [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum 4] 2004, die leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, welke handeling bestond uit het betasten van de borsten van [slachtoffer 3] ;

9.

hij op tijdstippen in de periode van 17 januari 2018 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo en/of elders in Nederland (een) afbeelding(en), te weten foto's, heeft verspreid, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van die persoon in beeld gebracht wordt;

10.

hij op tijdstippen in de periode van 16 maart 2016 tot en met 23 juli 2019 te Schoonloo en/of elders in Nederland, (een) afbeelding(en) te weten foto's en/of video's, heeft vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, te weten:

- [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum 6] 2006 en/of

- [slachtoffer 6] , geboren [geboortedatum 7] 2013 en/of

- [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum 4] 2004 en/of

- [slachtoffer 7] , geboren [geboortedatum 8] 2007 en/of

- [slachtoffer 8] , geboren [geboortedatum 9] 2004 en/of

- [slachtoffer 9] , geboren [geboortedatum 10] 2006 en/of

- [slachtoffer 10] , geboren [geboortedatum 11] 2005 en/of

- [slachtoffer 11] , geboren [geboortedatum 12] 2006 en/of

- [slachtoffer 12] , geboren [geboortedatum 13] 2004

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het met een voorwerp en/of vinger vaginaal penetreren van het eigen lichaam door [slachtoffer 5] en [slachtoffer 10]

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij deze perso(o)n gekleed is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of in een

erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze perso(o)n(en) in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

De strafoplegging en oplegging van maatregelen

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal zedenmisdrijven.

In de eerste plaats heeft de verdachte zich gedurende een periode van ongeveer twee jaar schuldig gemaakt aan grooming. De verdachte heeft via internet en chatprogramma’s contact gelegd met vier meisjes onder de zestien jaar oud - één meisje was pas elf jaar oud - en deed zich daarbij voor als een jongen van zestien tot twintig jaar, terwijl hij in werkelijkheid een volwassen man was. Hij stuurde aan op een ontmoeting met de meisjes en besprak met hen welke seksuele handelingen ze zouden kunnen verrichten tijdens de ontmoeting. Vervolgens heeft de verdachte de meisjes daadwerkelijk ontmoet en heeft hij met drie van hen seks gehad en een van de meisjes betast. De seks bestond uit het (anaal) seksueel binnendringen van het lichaam van de meisjes.

Dit zijn zeer kwalijke feiten. De verdachte deed het voorkomen alsof hij hun leeftijd had, er sprake was van een relatie in de zin dat hij hun vriend(je) was en bood daarbij een luisterend oor voor de meisjes, maar misbruikte hen vervolgens voor seksuele doeleinden. Hij heeft aldus op grove wijze inbreuk gemaakt op hun geestelijke en fysieke integriteit. Hij heeft bovendien het vertrouwen van de meisjes ernstig geschaad en hun recht op een normale en gezonde seksuele ontwikkeling doorkruist. De meisjes bevonden zich in de puberteit en daarmee in een zeer kwetsbare fase van hun (seksuele) ontwikkeling. De verdachte heeft doelbewust het risico genomen dat de seksuele contacten schadelijke gevolgen zouden kunnen hebben voor de nog niet volledig gerijpte jonge meisjes en zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld. Uit het dossier volgt dat de feiten inderdaad een grote impact op de meisjes (en hun naasten) hebben gehad. De rechtbank acht het aannemelijk dat deze meisjes ook in de toekomst nog psychisch nadeel van het misbruik zullen ondervinden. De rechtbank rekent dit alles de verdachte ernstig aan.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het teweegbrengen en bevorderen van ontucht door de destijds dertienjarige [slachtoffer 5] bij haar zusje [slachtoffer 6] van destijds pas vijf jaar oud. De verdachte heeft [slachtoffer 5] via Instagram berichten gestuurd waarin hij haar aanzette tot het seksueel misbruiken van haar eigen kleine zusje. Zo vroeg hij haar [slachtoffer 6] te likken, betasten en haar vagina aan hem te laten zien. [slachtoffer 5] heeft deze handelingen vervolgens uitgevoerd. Uit het dossier volgt dat [slachtoffer 5] het likken van haar zusje niet prettig vond en dat het zusje “nee” gilde toen [slachtoffer 5] aan haar voelde. De verdachte heeft aldus op grove wijze inbreuk gemaakt op de fysieke, maar ook de geestelijke integriteit van deze (zeer) jonge meisjes. Het behoeft geen betoog dat dit een zeer ernstig feit betreft, dat veel impact heeft gehad op de meisjes en hun ouders, en in de toekomst mogelijk nog zal hebben. Daarbij acht de rechtbank het extra kwalijk dat de verdachte met [slachtoffer 5] heeft besproken dat deze tegen haar zusje moest zeggen dat het hun geheimpje was en dat ze haar zusje wat lekkers moest geven.

Ook heeft de verdachte een gewoonte gemaakt van het verwerven en bezitten van ‘commerciële’ kinderpornografische afbeeldingen. Dit is een ernstig feit, dat de rechtbank de verdachte zwaar aanrekent. Bij de vervaardiging van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en geëxploiteerd door volwassenen, die hen juist behoren te beschermen. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die het slachtoffer zijn van kinderpornografie jarenlang, zo niet hun verdere leven, de psychiatrische en soms ook lichamelijke gevolgen ondervinden van het misbruik dat zij hebben moeten doorstaan. De verdachte moet hiervoor als afnemer medeverantwoordelijk worden gehouden, nu de vraag naar kinderpornografie bijdraagt aan de productie ervan en daarmee aan het daadwerkelijke misbruik van kinderen. De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaring weliswaar betrekking heeft op een relatief beperkt aantal afbeeldingen, maar dat zij bij de strafoplegging rekening houdt met het grootschalige karakter van het delict, zoals uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken en ook uit de bewezenverklaring van het gewoontebezit volgt.

Een deel van de afbeeldingen die bij de verdachte zijn aangetroffen heeft hij zelf verworven en vervaardigd door de meisjes te vragen hem foto’s en video’s te sturen en als dat via Snapchat gebeurde daarvan door middel van speciale software heimelijk screenshots te maken. De verdachte heeft hiermee het vertrouwen dat de meisjes in hem hadden ernstig geschaad. Zij waren in de veronderstelling dat zij hun naaktafbeeldingen stuurden naar een (tiener)jongen die zij konden vertrouwen, maar werden vervolgens door de politie geconfronteerd met de werkelijke identiteit en handelswijze van de verdachte. Uit het dossier en de toelichtingen bij de vorderingen tot schadevergoeding die een aantal van deze meisjes heeft ingediend, blijkt dat het handelen van de verdachte grote impact op hen heeft gehad. Zo beschrijft één van de meisjes dat zij dacht dat de verdachte haar beste vriend was en dat ze zich gebruikt en misbruikt voelt. De rechtbank kan zich dat heel goed voorstellen.

Tot slot heeft de verdachte op actieve wijze kinderpornografische afbeeldingen aangeboden en verspreid. Hij stuurde niet alleen links van afbeeldingen naar anderen, maar ook foto’s en filmpjes die meisjes naar hem hadden gestuurd of waarvan hij (heimelijk) screenshots had gemaakt. De meisjes en hun ouders moeten leren leven met het idee dat zij de controle over de verspreiding van de afbeeldingen kwijt zijn en met de schaamte, angst en het verdriet die deze situatie met zich meebrengt. De verdachte heeft zich hierbij geen enkel moment rekenschap gegeven van het leed dat hij de slachtoffers hiermee aandeed, maar zich enkel laten leiden door zijn eigen seksuele lustgevoelens.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een hem betreffend strafblad van 25 juli 2019. Hieruit volgt dat de verdachte tweemaal eerder met justitie in aanraking is geweest in verband met zedenfeiten, maar daar nog niet eerder voor is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de Pro Justitia-rapportages die op respectievelijk 18 mei 2020 en 20 mei 2020 door [psycholoog] en [psychiater] zijn opgesteld. Beide deskundigen hebben geconcludeerd dat bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van pedofilie van het exclusieve type, gericht op meisjes, terwijl in de voorgeschiedenis sprake is geweest van incest (door de verdachte van zijn zusjes). Beide deskundigen zijn van mening dat van deze stoornis ook sprake was ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten en dat de stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde beïnvloedde. [psycholoog] heeft voorts geconcludeerd dat bij de verdachte ook sprake is (en ten tijde van het bewezenverklaarde was) van hechtingsproblematiek en problemen op het gebied van coping, intimiteit en het aangaan van relaties.

Beide deskundigen adviseren de rechtbank het bewezenverklaarde de verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Zij schatten het recidiverisico in als matig tot hoog en achten het nodig dat de verdachte wordt behandeld. [psycholoog] adviseert de rechtbank de verdachte een klinische behandeling op te leggen, als voorwaarde in het kader van een tbs met voorwaarden dan wel als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Ook [psychiater] adviseert de rechtbank de behandeling te laten beginnen met een klinische behandeling, maar adviseert enkel het minder vrijblijvende kader van tbs met voorwaarden op te leggen. Hij overweegt hierover dat de verdachte een recidivist is met een hoog recidivegevaar, bij wie eerdere ambulante behandeling niet werkte. Bovendien bestaat het risico dat de verdachte onbehandeld in de maatschappij terechtkomt als hij net als tijdens eerdere behandeling geen openheid van zaken geeft.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport dat op 8 juli 2020 door Reclassering Nederland over de verdachte is opgesteld. De reclassering overweegt dat bij de verdachte sprake lijkt te zijn van erkenning van zijn problematiek, een vergroot zelfinzicht en bereidheid om mee te werken aan interventies en voorwaarden die nodig zijn om de kans op recidive te doen verminderen. Zij overweegt echter ook dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten grotendeels heeft gepleegd terwijl hij behandeld werd voor eerder seksueel overschrijdend gedrag en onder toezicht van de reclassering stond. Dit geeft de reclassering niet veel vertrouwen in de haalbaarheid van behandelmogelijkheden in een voorwaardelijk kader. De reclassering acht een behoorlijke stok achter de deur en een intensieve klinische behandeling dan ook noodzakelijk om de risico’s te kunnen inperken. Omdat de verdachte zijn problematiek lijkt te erkennen, hij zich ervan bewust is dat hij openheid van zaken zal moeten geven om de behandeling te doen slagen en daartoe al stappen heeft gezet en het voor hem in een (gespecialiseerde) kliniek moeilijker zal zijn om langdurig ‘mooi weer’ te spelen en behandelaren af te leiden, ziet de reclassering - met de nodige terughoudendheid - wel voldoende mogelijkheden om uitvoering te geven aan een tbs met voorwaarden.

Op te leggen maatregel

De rechtbank is van oordeel dat de rapportages van de psycholoog en psychiater deugdelijk zijn gemotiveerd en dat de overwegingen in de rapportages de conclusies kunnen dragen en neemt de conclusies ten aanzien van de ziekelijke stoornis en de toerekenbaarheid van de verdachte van de deskundigen over en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de bewezenverklaarde feiten verminderd aan de verdachte kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt ook de conclusies van de deskundigen over met betrekking tot het recidiverisico en de behandeling en legt die ten grondslag aan haar oordeel dat bij de verdachte sprake is van een matig/hoog recidiverisico en dat, teneinde dat risico te verminderen, een intensieve (klinische) behandeling van verdachte noodzakelijk is.

Met betrekking tot de vraag in welke vorm de behandeling dient plaats te vinden overweegt de rechtbank dat zij het met de psychiater eens is dat behandeling als bijzondere voorwaarde in het kader van een voorwaardelijk strafdeel een gepasseerd station is. De verdachte heeft meermalen te kennen gegeven dat hij een muur om zichzelf heeft opgebouwd en tijdens een eerdere behandeling niet het achterste van zijn tong heeft laten zien. Dat de behandeling niet is aangeslagen blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte de thans bewezenverklaarde feiten grotendeels heeft gepleegd tijdens die behandeling. Gelet op het hoge recidivegevaar en het risico dat de verdachte onbehandeld in de maatschappij terechtkomt als hij geen openheid van zaken geeft, acht de rechtbank het opleggen van enkel een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde. Daarbij komt dat de veelheid aan feiten en de ernst daarvan een voorwaardelijk strafdeel ook niet mogelijk maken.

Dat betekent dat de vraag resteert of tbs met voorwaarden of tbs met dwangverpleging aan de verdachte moet worden opgelegd. Gelet op de aard en ernst van vele feiten, gepleegd over een lange periode, het eerdere seksueel overschrijdend gedrag van de verdachte en het gegeven dat hij jarenlang zijn gang is gegaan terwijl hij onder behandeling stond, heeft de rechtbank serieus overwogen om aan de verdachte de maatregel van tbs met dwangverpleging op te leggen. Zij zal daar thans nog niet toe overgaan gelet op het volgende. Beide deskundigen adviseren de verdachte tbs met voorwaarden op te leggen en ook de reclassering ziet - zij het met terughoudendheid - mogelijkheden om uitvoering te geven aan tbs met voorwaarden. Bovendien heeft de verdachte meermalen aangegeven dat hij zal meewerken aan de behandeling en de te stellen voorwaarden, en is hem niet eerder een dergelijke maatregel opgelegd. Ook is hij niet eerder klinisch behandeld. De rechtbank zal de verdachte daarom tbs met voorwaarden opleggen. Aan de wettelijke voorwaarden daarvoor is voldaan, nu het gaat om bewezenverklaarde feiten waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd en de veiligheid van anderen oplegging van de maatregel eist.

Nu in deze zaak sprake is van misdrijven die evident zijn gericht tegen, en een gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen bepaalt de rechtbank dat indien de tbs met voorwaarden wordt omgezet in een tbs met dwangverpleging deze ongemaximeerd zal zijn.

Op te leggen straf

Naast de maatregel van tbs met voorwaarden dient aan de verdachte een straf te worden opgelegd. De rechtbank hecht eraan voorop te stellen dat de aard en de ernst van de feiten zonder meer aanleiding geven om de verdachte een (zeer) lange gevangenisstraf op te leggen. Zij overweegt echter dat op grond van artikel 38, derde lid, Sr, naast oplegging van tbs met voorwaarden ‘slechts’ een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar kan worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dat door een goede behandeling van de verdachte wordt gediend zwaarder moet wegen dan het belang van vergelding. Nu de rechtbank het opleggen van tbs met voorwaarden passend en geboden vindt omdat daarbij behandeling is verzekerd, nu de verdachte - als hij niet meewerkt - alsnog tbs met dwangverpleging kan worden opgelegd en behandeling in het kader van de vervroegde invrijheidsstelling die garantie niet biedt, zal zij volstaan met het opleggen van die maximale gevangenisstraf van vijf jaar. De rechtbank ziet - gezien het voorgaande - geen enkele aanleiding deze maximum straf te matigen ondanks het feit dat zij, anders dan de officier van justitie, komt tot vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde feit.

Maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (38z) en contactverbod (38v)

De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z lid 1 Sr op te leggen. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan. De rechtbank gelast immers de terbeschikkingstelling van de verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank is de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen. De rechtbank zal de maatregel daarom opleggen.

Voorts ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte ex artikel 38v Sr een contactverbod op te leggen met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] ,

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] voor de duur van vijf jaren, op straffe van hechtenis voor de duur van twee weken bij elke overtreding van deze maatregel met een maximum van zes maanden. Een groot aantal van de meisjes had daar ook om gevraagd. De rechtbank acht deze maatregel geboden ter beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van strafbare feiten. De rechtbank zal dit verbod dadelijk uitvoerbaar verklaren, aangezien voldaan is aan het criterium van artikel 38v, vierde lid Sr dat, gelet op voornoemd recidiverisico, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend jegens genoemde personen zal gedragen.

De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

[slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor de onder 1 en 3 bewezenverklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000,-, ten behoeve van [slachtoffer 1] .

[slachtoffer 7]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.500,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.500,-, ten behoeve van [slachtoffer 7] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 9]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.500,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.500,-, ten behoeve van [slachtoffer 9] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 8]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.500,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.500,-, ten behoeve van [slachtoffer 8] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 10]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.762,60, bestaande uit € 1.750,- aan immateriële schade en

€ 12,60 aan materiële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering integraal toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.762,60, ten behoeve van [slachtoffer 10] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 11]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.250,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.250,-, ten behoeve van [slachtoffer 11] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 12]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.000,-, bestaande uit immateriële schade.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde feit. Gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering heeft aangevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen. Door of namens de verdachte is de (hoogte van de) vordering ook niet betwist.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 10 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,-, ten behoeve van [slachtoffer 12] . Anders dan de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank zal de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 36b, 36c, 36f, 38, 38a, 38v, 38w, 38z, 57, 240b, 245, 247, 248e en 250 van het

Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4 en 5 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 5 subsidiair, 6, 7, 8 primair, 9 en 10 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

ten aanzien van feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

ten aanzien van feit 3:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5 subsidiair:

het plegen van ontucht door een minderjarig kind met een derde opzettelijk teweegbrengen en bevorderen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 6:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 7:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8 primair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

ten aanzien van feit 9:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 10:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden:

1. de verdachte pleegt geen strafbare feiten;

2. de verdachte werkt mee aan reclasseringstoezicht. Dit houdt onder andere in:

 de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering, op door de reclassering te

bepalen tijdstippen;

  • -

    de verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien;

  • -

    de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering;

  • -

    de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

  • -

    de verdachte werkt mee aan huisbezoeken;

  • -

    de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

  • -

    de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

  • -

    de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;

  • -

    de verdachte geeft openheid over zijn gevoelsleven en eventuele risicosignalen;

3. de verdachte werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per kalenderjaar;

4. de verdachte begeeft zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland;

5. de verdachte laat zich opnemen in een FPK of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de behandelaar en de reclassering dat nodig vinden. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling en geeft openheid. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

6. de verdachte laat zich behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend op de klinische behandeling en duurt zolang de behandelaar en de reclassering dat nodig vinden. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling en geeft openheid. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

7. de verdachte verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

8. de verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

9. de verdachte gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

10. de verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de verdachte dat andere volwassenen hierbij aanwezig zijn;

11. de verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:

  • -

    het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

  • -

    gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

  • -

    gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

De verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. De verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (artikel 38z Sr);

legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 5 (vijf) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] (artikel 38v Sr);

beveelt dat vervangende hechtende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens bepaalde personen, beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, Sr, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

benadeelde partijen

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van € 5.000,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 5.000,- ten behoeve van [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] geheel toe tot een bedrag van € 1.500,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 1.500,- ten behoeve van [slachtoffer 7] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 9] geheel toe tot een bedrag van € 1.500,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 1.500,- ten behoeve van [slachtoffer 9] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] geheel toe tot een bedrag van € 1.500,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 1.500,- ten behoeve van [slachtoffer 8] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 10] geheel toe tot een bedrag van € 1.762,60;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 1.762,60 ten behoeve van [slachtoffer 10] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 27 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 11] geheel toe tot een bedrag van € 1.250,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 1.250,- ten behoeve van [slachtoffer 11] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 22 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 12] geheel toe tot een bedrag van € 2.000,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 2.000,- ten behoeve van [slachtoffer 12] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen door de verdachte aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen door de verdachte aan de benadeelde partijen doet vervallen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst met parketnummer 45/857182-19 onder 1, 2 en 3 genummerde voorwerpen, te weten:

1. STK Telefoontoestel Kl:grijs

SAMSUNG smartphone;

2. 1.00 STK Computer Kl:zwart

HP laptop;

3. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG A10

[pincode]

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.E. Perquin, voorzitter,

mr. M.M. Meessen, rechter,

mr. M.G.P. Glas, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. Walenkamp, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 augustus 2020.

1 In de door de officier van justitie in haar requisitoir aangehaalde jurisprudentie zijn dergelijke elementen wel in de tenlastelegging opgenomen.

2 HR 11 oktober 2005, NJ 2006/614.