Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:6867

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-07-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
C/09/569603 / HA ZA 19-249
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Feitelijke beoordeling inbreuk op gemeenschapsmodel of auteursrecht. De door gedaagde aangeboden sneaker maakt geen inbreuk op een op naam van Puma geregistreerd gemeenschapsmodel voor een schoenzool. Wat betreft de auteursrechtelijke bescherming van twee schoenen van Puma gaat het om een combinatie van elementen die als zodanig bekend zijn in het vormgevingserfgoed. Als die combinatie auteursrechtelijke bescherming toekomt, is de beschermingsomvang beperkt en maakt de door gedaagde aangeboden sneaker een andere totaalindruk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/569603 / HA ZA 19-249

Vonnis van 22 juli 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

PUMA SE,

te Herzogenaurach, Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. C.S. Mastenbroek te Ouderkerk aan de Amstel,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Lof te Alkmaar.

Partijen zullen hierna Puma en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 29 januari 2019;

  • -

    de akte houdende overlegging producties 1-11 zijdens Puma van 6 maart 2019;

  • -

    de conclusie van antwoord van 15 mei 2019 met producties 1-44;

  • -

    het tussenvonnis van 31 juli 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de akte houdende overlegging aanvullende producties 12-27 zijdens Puma van 26 september 2019;

  • -

    het bij brief van 25 september 2019 toegezonden proceskostenoverzicht zijdens [gedaagde];

  • -

    de bij e-mailbericht van 9 oktober 2019 toegezonden productie 28 zijdens Puma betreffende de proceskosten;

  • -

    de bij e-mailbericht van 9 oktober 2019 toegezonden productie 29 zijdens Puma betreffende de proceskosten;

  • -

    het bij B8-formulier van 9 oktober 2019 toegezonden aanvullende proceskostenoverzicht zijdens [gedaagde];

  • -

    de akte van depot van 11 oktober 2019 betreffende een roze sneaker ‘Abria’;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 11 oktober 2019.

1.2.

Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld naar aanleiding van het toegezonden proces-verbaal schriftelijk opmerkingen te maken met betrekking tot onjuistheden of onvolledigheid ervan. [gedaagde] heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 22 oktober 2019 en Puma bij een tweetal brieven van 23 oktober 2019. Voor zover de inhoud van deze brieven bij de beoordeling wordt betrokken, komt dat in het navolgende aan de orde.

1.3.

Ten slotte is een nadere datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Puma is één van de grotere sport- en lifestylemerken ter wereld. Zij houdt zich bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van (sport)schoenen, (sport)kleding en accessoires.

2.2.

Puma is houdster van het gemeenschapsmodel met nummer 001286116-0003, ingeschreven op 20 juli 2011 voor soles for footwear (Locarno-klasse 02.04), hierna: het model:

2.3.

Het model is onderdeel van een depot dat de volgende modellen omvat (het model met nummer -3 is het model dat door Puma aan haar vorderingen ten grondslag is gelegd):

Application Number: RCD 1286116-3

Application Number: RCD 1286116-5

Status: Registered

2.4.

Puma heeft op enig moment na registratie van het model schoenen in verschillende uitvoeringen op de markt gebracht, allemaal onder de naam NRGY, waaronder de volgende (drie schoenen zijn aangeduid met Schoen A of Schoen B; dat zijn de schoenen waarvan Puma de auteursrechtelijke bescherming inroept):

Schoen B

Schoen A

Schoen A

2.5.

[gedaagde] heeft onder de naam [handelsnaam gedaagde] een webshop voor mode-artikelen en accessoires. Daarop heeft zij schoenen onder de naam sneakers Abria aangeboden die zij op haar beurt had ingekocht bij een groothandel (hierna: sneakers Abria). Op 30 oktober 2018 heeft Puma een proefaankoop gedaan van een paar sneakers Abria; de rechter schoen ziet er als volgt uit:

3. Het geschil

3.1.

Puma vordert – na vermindering van eis ter comparitie – :

[gedaagde] te veroordelen om met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis:

I a. Primair: iedere inbreuk op de in de dagvaarding genoemde geregistreerde modelrechten van Puma in de gehele Europese Unie te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen te staken en gestaakt te houden het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of gebruiken van de sneakers Abria, en van andere schoenen met een identieke algemene indruk, alsmede het voor deze doeleinden in voorraad hebben van deze schoenen;

b. Subsidiair: iedere inbreuk op de in de dagvaarding genoemde auteursrechten van Puma en ieder onrechtmatig handelen jegens Puma in Nederland te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen te staken en gestaakt te houden het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of gebruiken van de sneakers Abria, en van andere schoenen met overeenstemmende totaalindruk, dan wel een vrijwel identiek uiterlijk, alsmede het voor deze doeleinden in voorraad hebben van deze schoenen;

een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 1.000,- per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, dat [gedaagde] aan deze veroordeling geheel of gedeeltelijk geen gevolg geeft, met een maximum van EUR 100.000,-;

II. de sneakers Abria, evenals andere schoenen met een identieke algemene indruk dan wel uiterlijk uit het handelsverkeer in Europa voor zover het de sneakers Abria betreft terug te roepen (“recall”), door middel van het sturen van duidelijk leesbare brief aan alle afnemers, waarin aan de afnemers wordt gevraagd om zo spoedig mogelijk de nog resterende voorraad van de betreffende schoenen te retourneren aan [gedaagde], op haar kosten;

en voorts om [gedaagde] te veroordelen om:

III. op eigen kosten binnen 1 (één) maand na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis aan de advocaat van Puma, mr. C.S. Mastenbroek, een door een deskundige derde – op basis van door hem/haar zelfstandig verricht onderzoek in de administraties van gedaagde – opgestelde schriftelijke opgave te doen, gerangschikt per type/soort/kleur product en per leverancier, producent of distributeur en commerciële afnemer, welke opgave ter staving vergezeld dient te zijn van goed leesbare en niet-geanonimiseerde kopieën van alle relevante brondocumenten (waaronder in ieder geval maar niet beperkt tot facturen, paklijsten, vrachtbrieven, orders, orderbevestigingen, voorraadadministraties op alle relevante data, douanestukken, e-mails en overige correspondentie), van:

a. de leverancier(s), maker(s), producent(en), distributeur(s), verkoper(s), vervoerder(s) en afnemer(s) (niet zijnde consumenten), van de sneakers Abria die zijn vervaardigd, aangeboden, in de handel gebracht, ingevoerd, uitgevoerd, gebruikt en/of voor deze doeleinden in voorraad zijn of zijn gehouden;

b. de aan [gedaagde] geleverde totale aantallen van de sneakers Abria onder vermelding van de inkoopprijzen en leverdata;

c. de aantallen van de sneakers Abria die [gedaagde] aan commerciële afnemers en/of aan consumenten hebben verkocht en/of geleverd, onder vermelding van de verkoopprijzen en verkoop-/leverdata;

d. de door [gedaagde] met de verkoop van de sneakers Abria behaalde totale bruto-omzet en de behaalde bruto-winst;

één en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 500,- per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, dat [gedaagde] aan deze veroordeling geheel of gedeeltelijk geen gevolg geeft, met een maximum van EUR 50.000,-;

en [gedaagde] voorts te gebieden om:

IV. binnen 14 (veertien) dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis de volledige voorraad van de sneakers Abria zich (nog) bevindend onder [gedaagde] dan wel onder één of meer derden ten behoeve van [gedaagde], op een nader door Puma aan te geven locatie om niet aan Puma over te dragen ter vernietiging op kosten van [gedaagde] , een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 500,- per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, dat [gedaagde] aan deze veroordeling geheel of gedeeltelijk geen gevolg heeft gegeven, met een maximum van EUR 50.000,-;

en ten slotte [gedaagde] te veroordelen om:

V. de schade van Puma te betalen, nader op te maken bij staat;

VI. aan Puma te betalen binnen 5 (vijf) werkdagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis van de door volledige door Puma gemaakte proceskosten ex artikel 1019h Rv1, vermeerderd met de nakosten in het geval dat betekening van het vonnis nodig blijkt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 (veertien) dagen na datum van het in deze zaak te wijzen vonnis.

3.2.

Puma voert daartoe aan dat [gedaagde] met het aanbieden en verhandelen van de sneakers Abria inbreuk maakt op het model omdat de zool van de sneakers Abria een kopie is van het model. Voorts beroept Puma zich op auteursrechtelijke bescherming omdat de sneakers Abria geen andere totaalindruk zouden wekken dan de schoenen die Puma onder de naam NRGY op de markt brengt. Ten slotte handelt [gedaagde] volgens Puma onrechtmatig jegens haar omdat de sneakers Abria nodeloos verwarring wekken met de door Puma onder de naam NRGY op de markt gebrachte schoenen.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Puma in de kosten van procedure op grond van artikel 1019h Rv.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Gelet op de woonplaats van [gedaagde] (Nederland) is deze rechtbank (internationaal en relatief) bevoegd kennis te nemen van de vorderingen voor zover die gebaseerd zijn op inbreuk op het modelrecht op grond van de artikelen 80 lid 1, 81 aanhef en onder a) en c) en artikel 82 lid 1 GModVo2 in combinatie met artikel 3 van de Uitvoeringswet van de EG-Verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. De bevoegdheid strekt zich, gezien het bepaalde in artikel 83 lid 1 GModVo, uit tot handelingen in de gehele Europese Unie.

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op inbreuk op auteursrecht en slaafse nabootsing is de Nederlandse rechter bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I-bis Vo3. De rechtbank is relatief bevoegd, alleen al omdat de bevoegdheid van deze rechtbank niet is betwist (artikel 110 Rv).

Inbreuk op Gemeenschapsmodel?

4.3.

Artikel 4 GModVo bepaalt dat een geregistreerd model wordt beschermd voor zover het nieuw is en een eigen karakter heeft. Dat eigen karakter wordt volgens artikel 6 GModVo aangenomen indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die eerder voor het publiek beschikbaar zijn gesteld. In artikel 10 GModVo is bepaald dat de beschermingsomvang elk model omvat dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt.

4.4.

Volgens Puma is het eigen karakter van het model voornamelijk gelegen in de bolletjesstructuur waarbij de bolletjes los lijken te liggen van elkaar en gelijkmatig zijn verspreid over de zijkant van de zool. Die bolletjesstructuur wordt verduidelijkt door de rafelige rand in het model. Daarnaast is kenmerkend dat de zool hoog en breder is aan de achterzijde en laag en smal uitloopt naar de voorzijde van de schoen.

4.5.

[gedaagde] bestrijdt niet dat het model geldig is. Wel wijst zij er op dat de omstandigheid dat de zool hoog en breder is aan de achterzijde en laag en smal uitloopt naar de voorzijde van de schoen, niet of slechts zeer beperkt bijdraagt aan het eigen karakter van het model, aangezien veel sportschoenen een zool met een dergelijke vorm hebben. [gedaagde] heeft zich in dat verband beroepen op een uitgebreid vormgevingserfgoed waaronder de volgende afbeelding:

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat uit het overgelegde vormgevingserfgoed blijkt dat de door Puma bedoelde vorm van de zool daar reeds in voorkomt. Het eigen karakter – en daarmee de beschermingsomvang van het model – wordt in dit geval, zoals [gedaagde] terecht stelt, daarom met name bepaald door de bolletjesstructuur.

4.7.

Het komt vervolgens aan op de vraag in hoeverre voor de geïnformeerde gebruiker de algemene indruk van het model als ingeschreven verschilt van de algemene indruk van de zool van de sneakers Abria. De rechtbank merkt daarbij op dat hoewel in beginsel het daadwerkelijk verhandelde voortbrengsel waarop het ingeschreven model is toegepast in aanmerking mag worden genomen ter verduidelijking van het model, daar in deze zaak geen plaats voor is. [gedaagde] heeft er onder overlegging van verschillende afbeeldingen onweersproken op gewezen dat de schoenen uit de Puma NRGY-lijn zolen hebben die onderling verschillen en Puma heeft geen afbeeldingen kunnen overleggen waarvan vaststaat dat het een uitvoering betreft waarin het model verwerkt is. De rechtbank kan derhalve geen concreet voortbrengsel bij de beoordeling van de algemene indruk betrekken.

4.8.

Partijen zijn het erover eens dat de geïnformeerde gebruiker kan worden geïdentificeerd in de Europese modebewuste vrouw. Volgens [gedaagde] zou deze een andere algemene indruk hebben van het model ten opzichte van de zool van de sneakers Abria op grond van de volgende punten van verschil:

a. a) het model heeft aan de bovenzijde een rafelige rand terwijl de zool van de sneakers Abria aan de bovenkant in een rechte lijn is afgesneden;

b) de vorm van de bolletjes in de zool is verschillend;

c) de zool van de sneakers Abria is ongeveer in het midden voorzien van een smalle horizontale verdikking over de volledige lengte van de zool; het model heeft een dergelijke rand niet.

4.9.

Wat betreft punt a) is tussen partijen in debat wat de rafelige rand aan de bovenzijde van het model, zoals die daarop zichtbaar is, precies aanduidt. Puma betoogt dat de rafelige weergave van de bovenlijn uitsluitend de bolletjesstructuur accentueert en dat die rand niet aangeeft dat sprake is van een rafelige in plaats van een rechte afwerking van de zool aan de bovenkant. De rechtbank overweegt als volgt. Het model toont een rafelige lijn aan de bovenzijde van de zool op de plaats waar die bevestigd moet worden aan de zogenaamde upper; ook aan de achterkant is de lijn rafelig weergegeven. Aan de onderkant is de zool echter begrensd door een strakke lijn, waaronder met een stippellijn is aangegeven dat er nog een onderzool onder geplaatst kan worden. Zowel aan de bovenzijde als aan de onderzijde van de zool is het de bedoeling om er ander materiaal aan te bevestigen voor de constructie van de upper (aan de bovenzijde) en de onderzool (aan de onderzijde). De rechtbank ziet niet in waarom er gekozen zou zijn voor een verschillende weergave van de grenslijnen aan boven- en onderkant, als dat niet iets zegt over de uiterlijke verschijningsvorm van het model. Als de bedoeling was om met een rafelige lijn de bolletjesstructuur te accentueren en dat niets zou zeggen over de afwerking, had het voor de hand gelegen om ook de lijn aan de onderkant van de zool rafelig weer te geven. Dat vindt ook steun in de wijze waarop het vijfde en zesde model uit het meervoudig depot zijn weergegeven: beide modellen die wel degelijk een bolletjesstructuur hebben, worden aan zowel boven als onderzijde afgetekend met een rechte lijn. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de rafelige weergave van de bovenlijn aangeeft dat de scheiding tussen de zool en de upper niet strak maar rafelig is vormgegeven. Daarmee verschilt de zool van de sneakers Abria van het model, nu de zool van de sneakers Abria aan de bovenrand, waar de upper is bevestigd, eindigt in een strak afgesneden lijn. Overigens stelt de rechtbank vast dat Puma in haar brief naar aanleiding van het proces-verbaal aangeeft dat andere in de conclusie van antwoord genoemde Puma-modellen verschillen door “het ontbreken van de (minieme) rafelige rand”; dat sluit aan bij het oordeel van de rechtbank terwijl het in tegenspraak is met het hier besproken, bij dagvaarding en ter comparitie ingenomen, standpunt.

4.10.

Puma erkent dat de vorm van de bolletjes in de zool van belang is voor de vraag of inbreuk wordt gemaakt op het model. In haar brief naar aanleiding van het proces-verbaal wijst zij erop dat de andere modellen van Puma die [gedaagde] noemt in de conclusie van antwoord verschillen door de “andere vormen van bolletjes (deze zijn veel kleiner en platter)”. De in het model weergegeven bolletjes hebben allemaal dezelfde vorm, namelijk die van een cilinder die aan beide uiteinden is voorzien van een halve bol (gelijkend op het snoepje tictac). De bolletjes in de zool van de sneakers Abria zijn hoekiger en ongelijkmatiger gevormd: deze zijn niet rond, maar drie-, vier-, vijf- of zeshoekig met veelal ongelijke zijden.

4.11.

In haar brief als reactie op het proces-verbaal stelt Puma dat zij heeft aangegeven dat eveneens een kenmerk van het model is de horizontale verdikte lijn in de zool die ook zichtbaar is in de zool van de sneaker Abria. De rechtbank stelt echter vast dat ook als in de database van het EUIPO4 het model wordt opgezocht en vergroot wordt weergegeven, dat geen verdikte lijn laat zien. Dat geldt overigens ook voor de modellen 1, 2, 4 en 6 van het meervoudig depot; alleen bij model 5 is iets van een lijn te zien. Dat de zool van de sneakers Abria deze verdikte lijn wel toont, is tussen partijen niet in geschil, zodat ook dit een punt van verschil is.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat de hierboven besproken verschillen ertoe leiden dat het model voor de modebewuste vrouw een andere algemene indruk wekt dan de zool van de sneakers Abria. Zoals hiervoor overwogen wordt het eigen karakter in belangrijke mate bepaald door de bolletjesstructuur. Juist de vormgeving van de bolletjes is verschillend en zal de geïnformeerde gebruiker, die geacht wordt in hoge mate aandachtig te zijn5, niet ontgaan. Voorts ontbreekt de voor het model kenmerkende rafelige rand aan de bovenzijde en is in de zool van de sneakers Abria een verdikte lijn verwerkt die ontbreekt in het model. Daarmee komt de rechtbank tot het oordeel dat [gedaagde] met de verhandeling van de sneakers Abria geen inbreuk maakt op het geregistreerde model.

Inbreuk op auteursrecht?

4.13.

Puma heeft zich bij dagvaarding beroepen op auteursrechtelijke bescherming van “de Puma NRGY” zoals hiervoor sub 2.4 afgebeeld. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat Puma dient te specificeren op welk exemplaar zij zich beroept. In dat verband heeft Puma voorafgaand aan de comparitie de volgende twee tabellen overgelegd waarin zij de sneakers Abria vergelijkt met twee oudroze uitvoeringen van Puma NRGY-schoenen (hierna: Schoen A en Schoen B):

4.14.

De kenmerkende elementen van haar Schoen A en Schoen B zijn volgens Puma de volgende:

- een zool

a. a) met een zijkant die uit bolletjes lijkt te bestaan

b) met een dunne knik halverwege de dikte van de zool

c) die wijd uitloopt naar achteren en naar voren in een tapse punt

- een onderzool

d) met een contrasterende kleur

e) met ribbels

f) die in een vierkante punt over de neus omhoog loopt

- een upper

g) die sokachtig is door een instap nauwsluitend aan de enkel

h) van materiaal dat gebreid lijkt te zijn

i. i) met eenvoudige belijning

j) met veters in dezelfde kleur die op een koord lijken

k) in de kleurstelling oudroze met wit

4.15.

[gedaagde] betwist dat Schoen A en Schoen B auteursrechtelijke bescherming genieten, vanwege het ontbreken van het daarvoor vereiste eigen (oorspronkelijk) karakter en persoonlijk stempel van de maker, terwijl de zool louter bestaat uit een technisch effect. [gedaagde] heeft zich in dat kader beroepen op vormgevingserfgoed, waaronder een blauw/zwart paar schoenen uit de Boost-lijn van het merk Adidas (hierna: Adidas Boost) dat in 2013 op de markt is gebracht en verschillende andere schoenen in roze kleurstelling:

Adidas Boost

New Balance

Adidas 1

Adidas 2

Nike

Van Haren

4.16.

Het door [gedaagde] overgelegde vormgevingserfgoed is weliswaar ongedateerd, maar Puma heeft niet aangegeven op welke datum Schoen A en Schoen B openbaar zijn gemaakt. Nu Puma voorts niet heeft weersproken dat de hiervoor sub 4.15 weergegeven schoenen zowel ten aanzien van Schoen A als Schoen B tot het vormgevingserfgoed behoren, gaat de rechtbank daarvan uit. Beoordeeld dient derhalve te worden of Schoen A en Schoen B kunnen worden aangemerkt als beschermde werken in het licht van het door [gedaagde] overgelegde vormgevingserfgoed.

4.17.

De rechtbank stelt vast dat de zool van de afgebeelde Adidas Boost sterke gelijkenis heeft met de zool van Schoen A en Schoen B waarop Puma zich beroept. Puma heeft gesteld dat zij en Adidas in een langdurige juridische strijd zijn verwikkeld met betrekking tot de bolletjesstructuur van de zolen die beide gebruiken, maar in deze procedure is niet gebleken dat Puma eerder dan Adidas een schoen met specifiek deze zool openbaar heeft gemaakt, laat staan dat Puma zich op auteursrechtelijke bescherming van die schoen heeft beroepen. De zool van de afgebeelde Adidas Boost heeft alle kenmerkende elementen waarop Puma zich beroept in het kader van het auteursrecht van Schoen A en Schoen B, namelijk een zool a) met een zijkant die uit bolletjes lijkt te bestaan, b) met een dunne knik halverwege de dikte van de zool die c) wijd uitloopt naar achteren en naar voren in een tapse punt alsmede een onderzool d) met een contrasterende kleur, e) met ribbels en f) die in een vierkante punt over de neus omhoog loopt.

4.18.

Wat betreft de door Puma genoemde kenmerkende elementen die zichtbaar zijn op de upper van Schoen A en Schoen B, stelt de rechtbank vast dat deze voorkomen in de roze schoenen die volgens [gedaagde] behoren tot het vormgevingserfgoed. Zowel de twee roze modellen van Adidas als de schoen van het merk New Balance hebben een upper g) die sokachtig is door een instap nauwsluitend aan de enkel. Deze drie en de schoen van het merk Nike hebben een upper h) van materiaal dat gebreid lijkt te zijn. De schoen van het merk New Balance heeft j) veters in dezelfde kleur die op een koord lijken en alle vijf de afgebeelde roze schoenen hebben i) eenvoudige belijning en k) een kleurstelling oudroze met wit.

4.19.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de door Puma genoemde kenmerkende elementen van Schoen A en Schoen B als zodanig reeds voorkwamen in het vormgevingserfgoed en dus niet beschermd zijn. Echter, ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Auteurswet en daarmee voor bescherming in aanmerking komen. Daarvoor is een voorwaarde dat die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt.6

4.20.

De rechtbank stelt vast dat geen van de in het vormgevingserfgoed opgenomen schoenen alle door Puma genoemde kenmerkende elementen in zich heeft. De schoen van het merk New Balance voldoet wat de upper betreft aan alle kenmerkende elementen en de Adidas 1 en 2 missen in de upper alleen veters die op een koord lijken. Hoewel de afbeeldingen van beide Adidas schoenen niet gedetailleerd genoeg zijn om te zien of de zolen ervan inderdaad de kenmerkende bolletjesstructuur en horizontale knik hebben, zijn de andere kenmerken van de zool en onderzool aanwezig. Ervan uitgaande dat de bolletjesstructuur en horizontale knik ontbreken, betekent dit dat de combinatie van de elementen c, d, e, f, g, h, i en k niet beschermd is, maar dat de combinatie met enerzijds de kenmerken a en b (een zool met een zijkant die uit bolletjes lijkt te bestaan en met een dunne knik halverwege de dikte van de zool) en anderzijds kenmerk j (veters in dezelfde kleur die op een koord lijken) mogelijk auteursrechtelijke bescherming kan geven. Er veronderstellenderwijs vanuit gaande dat die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt en van auteursrechtelijk beschermde werken sprake is, is de beschermingsomvang daarvan in ieder geval beperkt. De bescherming betreft dan de combinatie van de hiervoor genoemde bekende kenmerken. Waar deze combinatie niet in haar geheel is ontleend, leidt dit al snel tot een andere totaalindruk.

4.21.

Derhalve dienen de totaalindrukken van zowel Schoen A als Schoen B met de totaalindruk van de sneakers Abria te worden vergeleken, waarbij het gaat om de totaalindruk zoals die bepaald wordt door de combinatie van enerzijds de reeds eerder samengevoegde kenmerken van de upper (met uitzondering van de veters), de vorm van de zool en de vormgeving van de onderzool met anderzijds de veters en de bolletjesstructuur en de knik in de zool.

4.22.

De bolletjesstructuur in de afbeeldingen van zowel Schoen A als Schoen B is niet goed waar te nemen. Echter, ook als er vanuit wordt gegaan dat deze gelijk is aan de bolletjesstructuur in de zool van de sneakers Abria, is de rechtbank van oordeel dat de totaalindruk van Schoen A anders is dan die van de sneakers Abria, en dat geldt evenzo voor Schoen B. Daartoe is doorslaggevend dat de sneakers Abria geen veters hebben die op een koord lijken, maar in plaats daarvan een opvallend anderhalve centimeter breed en glanzend sierlint. Het sierlint geeft de sneakers Abria een opvallend niet-sportief versieringselement waardoor de totaalindruk van de schoen minder vlot is ten opzichte van de redelijk sportieve uitstraling van Schoen A en Schoen B. Gelet op de beperkte beschermingsomvang van beide schoenen, komt de rechtbank daarmee tot het oordeel dat de sneakers Abria geen auteursrechtinbreuk maken op Schoen A dan wel Schoen B.

Slaafse nabootsing?

4.23.

Puma beroept zich voorts op onrechtmatig handelen van [gedaagde] door het verhandelen van de sneakers Abria, nu deze lijken op de door Puma aangeboden Schoen A en daarmee verwarring wekken. Uit hetgeen hiervoor in het kader van het auteursrecht is besproken blijkt dat op de markt gelijksoortige schoenen verkrijgbaar zijn waarvan Schoen A zich in uiterlijke verschijningsvorm nauwelijks onderscheidt. Daarmee heeft Schoen A geen eigen gezicht op de markt zodat alleen al daarom geen sprake kan zijn van ongeoorloofd nabootsen.7 Bovendien wijken de sneakers Abria in meerdere opzichten – waaronder de veter – af van Schoen A. Zoals hiervoor in het kader van het auteursrecht besproken geeft het brede sierlint een ander voorkomen aan de sneakers Abria in vergelijking met Schoen A zodat geen sprake is van verwarringsgevaar. Dat ook Puma in sommige van door haar aangeboden schoenen sierlint gebruikt als veter maakt dat oordeel niet anders, nu het gaat om de vraag of een concreet object, in dit gevoel Schoen A, wordt nagemaakt. Ook het beroep op slaafse nabootsing wordt derhalve verworpen.

Slotsom en proceskosten

4.24.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen van Puma worden afgewezen. Puma wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde]. Partijen zijn het eens dat 90% van de proceskosten toegerekend kunnen worden aan het IE-deel en dus voor vergoeding op grond van artikel 1019h Rv in aanmerking komen en dat 10% in aanmerking komt voor vergoeding op grond van het liquidatietarief. Dat komt de rechtbank redelijk voor zodat daarbij wordt aangesloten.

4.25.

[gedaagde] heeft een kostenspecificatie overgelegd die – na aftrek van BTW – sluit op € 6.488,70. Puma heeft bezwaar gemaakt tegen deze opgave omdat de specificatie niet voldoet aan het in de Indicatietarieven IE-zaken8 onder punt 5 genoemde vereiste sub b, namelijk dat duidelijk moet zijn welke werkzaamheden zijn verricht in de gedeclareerde tijd. De rechtbank gaat gelet op de specifieke omstandigheden van deze zaak aan dat bezwaar voorbij. Daartoe is het volgende redengevend. De in de indicatietarieven neergelegde regels waaraan een proceskostenopgave dient te voldoen, dienen ertoe de redelijkheid en evenredigheid van de kosten te kunnen beoordelen. Puma heeft niet gesteld dat de door [gedaagde] gemaakte kosten niet redelijk en evenredig zijn, laat staan nader aangegeven waarom dat zo zou zijn. Dat had in dit geval wel van haar gevergd kunnen worden. Immers, uit de kostenspecificatie blijkt in welke maand hoeveel tijd en tegen welk tarief aan de zaak is gewerkt. Vast staat dat één advocaat bij de zaak betrokken is geweest en dat slechts een beperkt aantal proceshandelingen zijn verricht, namelijk het nemen van een conclusie van antwoord en aanwezigheid ter comparitie. Op basis daarvan had Puma moeten en kunnen aangeven waarom de gemaakte kosten niet redelijk en evenredig zijn. Daarbij komt dat het totaalbedrag dat door [gedaagde] in rekening is gebracht beduidend lager ligt dan het maximale bedrag dat redelijk en evenredig wordt geacht voor een eenvoudige bodemzaak als de onderhavige, namelijk € 8.000, en dat Puma zelf ruim € 14.000 in rekening heeft gebracht. Zelfs indien van dat bedrag de kosten van het beslagrekest worden afgetrokken, blijft Puma ruim boven de kosten van [gedaagde].

4.26.

Van de door [gedaagde] gemaakte kosten ad € 6.488,70 komt 90% voor vergoeding in aanmerking, te vermeerderen met griffierecht ad € 297. Voor het verweer tegen de vordering op grond van slaafse nabootsing stelt de rechtbank de vergoeding conform het liquidatietarief vast op 10% van (€ 543 x 2 punten=) € 108,60. De totale proceskostenveroordeling sluit daarmee op € 6.245,43.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen van Puma af;

5.2.

veroordeelt Puma in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] te bepalen op € 6.245,43;

5.3.

bepaalt de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken door

mr. D. Nobel op 22 juli 2020.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen

3 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

4 European Union Intellectual Property Office

5 HvJ EU 20 oktober 2011, ECLI:EU:C:2011:679, C-281/10 (PepsiCo & Grupo Promer/BHIM)

6 HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529, (Stokke/H3), met daarin de verdere verwijzingen naar jurisprudentie van het HvJEU

7 Zie in dit verband Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NLHR:2017:938 (Mi Moneda)

8 Versie april 2017