Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:6322

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
21-07-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 8255
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vovo - pkv uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/8255 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juni 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Erik),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van de proceskosten.

Verweerder heeft op 1 april 2020 aangegeven dat hij bereid is de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €699,-.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 24 oktober 2019 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan en heeft ook om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 1 april 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 24 oktober 2019 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft aangegeven bereid te zijn om de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €699,-, omdat hij, gelet op de samenhang tussen het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, deze zaken als één zaak beschouwt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekster heeft de procedures daarop ingetrokken en de rechtbank verzocht te bepalen dat verweerder ook de griffierechten in de voorzieningenprocedure dient te vergoeden.

2. De voorzieningenrechter overweegt dat op het betaalde griffierecht van het verzoek om voorlopige voorziening artikel 8:82, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit griffierecht wordt door de griffier terugbetaald, als het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft meegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit tijdens de procedure over de hoofdzaak op te schorten of de gevraagde voorlopige maatregel te zullen nemen. Omdat verweerder het besluit heeft ingetrokken kan dit niet worden aangemerkt als een opschorting of als een voorlopige maatregel tijdens de procedure over de hoofdzaak. Uit de wet volgt voor deze zaak niet dat het griffierecht wordt terugbetaald door de griffier. De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat verweerder ook het betaalde griffierecht ter hoogte van € 174,- moet vergoeden.

3. De voorzieningenrechter bepaalt met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder nader onderzoek als volgt.
Beslissing

De voorzieningenrechter:

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoekster heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2020.

griffier voorzieningenrechter

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.