Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:6212

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-07-2020
Datum publicatie
09-07-2020
Zaaknummer
NL20.5157
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Dublin Malta, AIDA-update 2019, vwd heeft onvoldoende gemotiveerd waarom n.a.v. diverse door (-) overgelegde rapporten vwd nog steeds uit zou kunnen gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel t.o.v. Malta. Gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.5157


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. A.W. Eikelboom),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigden: mr. M.P. de Boo en mr. E. Bicer).

Procesverloop

Bij besluit van 27 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Malta verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 28 mei 2020 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020 en is vervolgens geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen te reageren op het door eiser ingebrachte AIDA Country Report: Malta, Update 2019. Verweerder heeft op 2 juni 2020 op het rapport gereageerd. Op 24 juni 2020 heeft de gemachtigde van eiser hier schriftelijk op gereageerd.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 25 juni 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Het onderzoek is vervolgens ter zitting gesloten en de rechtbank heeft de uitspraak bepaald op vandaag.

Overwegingen

1. Eiser stelt de [nationaliteit] nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Malta een verzoek om terugname gedaan. Malta heeft dit verzoek op 4 februari 2020 aanvaard.

3. Eiser voert aan dat verweerder ten aanzien van Malta niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. In Malta is sprake van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen zodat er bij overdracht aan Malta een reëel risico bestaat op een behandeling van eiser in strijd met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) en artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Hij voert hiertoe het volgende aan.

Detentie

3.1

Eiser voert aan dat Malta in strijd met de Opvangrichtlijn handelt.

Eiser heeft in zijn gehoor verklaard dat hij de eerste maanden na zijn aankomst opgevangen is in een detentiecentrum. Aan eiser is geen informatie verstrekt over de opvangvoorzieningen en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn. Dit is in strijd met artikel 5 van de Opvangrichtlijn. Eiser verwijst naar de zorgen die de EU Fundamental Rights Agency (FRA) recent daarover heeft uitgesproken.1 Uit het AIDA-rapport, Update 2018 blijkt dat asielzoekers die op een irreguliere manier in Malta aankomen, automatisch worden gedetineerd op de grond dat ze illegaal het land in zijn gekomen.2 Uit het meest recente AIDA-rapport, Update 2019, blijkt dat de Maltese autoriteiten de wettelijke detentiegronden van artikel 8 van de Opvangrichtlijn misbruiken om terugkerende Dublinclaimanten te detineren:

“Indeed, in 2019, NGOs assisting migrants reported that most Dublin returnees who flee Malta were detained upon return. They are usually detained under the Reception Conditions Directive as the authorities consider that elements of their claim could not be gathered without enforcing detention due to the risk of absconding.”3

Hieruit blijkt dat Dublinclaimanten op systematische wijze worden gedetineerd, waarbij de Opvangrichtlijn wordt toegepast ook zonder dat daadwerkelijk sprake is van een ‘risk of absconding’. Voorts volgt uit het AIDA-rapport, Update 2019 dat de Maltese autoriteiten een nieuwe rechtsgrond hebben toegevoegd op grond waarvan zij Dublinclaimanten kunnen detineren, namelijk bij verdenking van het kunnen verspreiden van ziekten. Ook dit is in strijd met de Opvangrichtlijn.

Uit informatie van UNHCR blijkt bovendien dat de gronden van artikel 8 van de Opvangrichtlijn meer als excuus worden gebruikt en niet proportioneel worden toegepast. Voorts wordt op ontoereikende manier gebruik gemaakt van alternatieven voor detentie.4

Verweerder miskent dat deze praktijken neerkomen op een regelrechte schending van artikel 5 van het EVRM en de Opvangrichtlijn door de Maltese autoriteiten.

3.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat ook in Nederland een terugkerende Dublinclaimant in bewaring kan worden gesteld als sprake is van een risico op onttrekking bijvoorbeeld door eerder met onbekende bestemming uit Nederland te zijn vertrokken. Dit betekent niet zonder meer dat er sprake is van systematische tekortkomingen. Nu eiser niet heeft aangetoond dat de detentie-omstandigheden in Malta in strijd zijn met artikel 3 EVRM leidt, daargelaten of eiser bij overdracht aan Malta daadwerkelijk in detentie zal komen, een mogelijke detentie niet tot het oordeel dat Nederland de behandeling van het asielverzoek van eiser onverplicht aan zich zal moeten trekken.

3.3

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op eisers standpunt dat Malta in strijd met de Opvangrichtlijn handelt. Eiser heeft meerdere objectieve en gezaghebbende bronnen aangehaald om dit standpunt te onderbouwen. Zo heeft eiser verwezen naar pagina 65 en 66 van het AIDA-rapport, Update 2019, waarin het volgende staat:

“However, in the vast majority of cases, the detention of asylum-seekers is not in line with the recast Reception Conditions Directive. Throughout 2019, Malta relied on national health legislation to deprive asylum-seekers of their liberty, on the ground that there is a reasonable suspicion that they might spread contagious diseases – Article 13 of the Prevention of Disease Ordinance (CAP. 36). This article provides that “Where the Superintendend has reason to suspect that a person may spread disease he may, by order, restrict the movement of such person or suspend him from attending to his work for a period not exceeding four weeks, which period may be extended up to ten weeks for the purpose of finalising such microbiological tests as may be necessary.

This article, therefore, authorises the Chief Medical Officer to restrict a person’s movements for up to four weeks, the period of which may be extended for up to ten weeks, on suspicion that a disease may be spread.

No form of assessment is conducted and applicants are only provided with a document – often in a language the applicant does not understand – stating that they are detained for a period of four weeks that might be extended up to ten weeks under the Health Regulations.

NGOs immediately condemned this new detention regime and expressed a series of concerns, namely:

  • -

    The suspicion that a disease may be spread is not a valid ground for detaining asylum-seekers under international, EU and national law;

  • -

    Even in such situation, the authorities should not be entitled to deprive someone of his/her liberty, as the Health Regulations do not authorise detention but merely a restriction of free movement;

  • -

    No effective legal remedy is available and the applicants have no way to challenge such decision.

UNHCR also condemned this new policy, describing the reintroduction of automatic detention as a big “setback”, commenting on the very poor conditions of the detention centres and underlining the fact that UAMs were being unlawfully detained with adults.

No data has been made available on the number of applicants detained under this new policy in 2019.

According to official data, 250 asylum seekers were placed in detention. However, the vast majority of the 3,046 persons rescued at sea and disembarked in Malta in 2019 were placed in de facto detention, and therefore not included within the 250.

Moreover, it was observed that applicants would not be released even after they were medically screened and cleared. Instead, individuals would only be released when a place is made available in the open centres.

Towards the end of 2019, a series of administrative decisions were adopted leading to a situation where detained persons are no longer receiving information about their status. No information regarding the reason for their detention is provided, neither on the expected duration of the detention and their rights. Information about the asylum procedure is provided by EASO and RefCom but only during the registration of their application, often several weeks after arrival. In the meantime, applicants rely on UNHCR, the officials of which visit the centres regularly and provide general information, and on NGOs such as JRS Malta and aditus foundation, also visiting detention and providing information and legal advice.”5

Uit het rapport volgt dat sprake is van een ‘overgrote meerderheid’ (‘vast majority’) van gevallen waarin detentie van asielzoekers niet in lijn is met de Opvangrichtlijn. Ter zitting heeft verweerder hierop gereageerd met de stelling dat het kan voorkomen dat vreemdelingen in detentie worden geplaatst, maar niet dat het op dermate ernstige en systematische wijze gebeurt dat ‘iedere’ asielzoeker daarmee te maken krijgt. Deze stelling acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd, nu niet valt in te zien waarom in het geval dat de detentie van een ‘overgrote meerderheid’ in strijd is met de Opvangrichtlijn, niet voldoende zou zijn om te spreken van een systematische en structurele tekortkoming.

3.3.1

Verder heeft verweerder ter zitting naar voren gebracht dat de meeste Dublinclaimanten worden gedetineerd omdat er risico is op onttrekking aan het toezicht, iets dat in Nederland ook gebeurt indien dat risico bestaat. Uit het AIDA-rapport, Update 2019 volgt echter ook dat de grond om asielzoekers in detentie te plaatsen, indien er redelijke verdenking zou bestaan dat zij besmettelijke ziektes zouden verspreiden, in strijd is met de Opvangrichtlijn. Dit gebeurt bij een ‘enorme meerderheid’. Verder volgt uit het rapport ook dat is gebleken dat vreemdelingen niet worden vrijgelaten nadat zij medisch zijn getest en negatief zijn bevonden, maar dat dat alleen gebeurt indien er een plaats vrij is in het open centrum. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze informatie niet de conclusie rechtvaardigt dat Malta in strijd met de Opvangrichtlijn handelt. De reactie van verweerder ter zitting acht de rechtbank onvoldoende, nu nauwelijks wordt ingegaan op de passages uit het AIDA-rapport en de zorgen die daarin worden geuit. De verwijzing van verweerder naar een viertal uitspraken van deze rechtbank6 leidt niet tot een ander oordeel, nu het meest recente AIDA rapport in die uitspraken niet is beoordeeld. Voor zover verweerder stelt dat het meest recente AIDA rapport niet wezenlijk verschilt van het rapport dat in voornoemde uitspraken is beoordeeld, deelt de rechtbank deze conclusie niet. Zo rapporteert het AIDA-rapport update 2018 enkel over het invoeren van nieuwe detentiegrond, maar niet over de uitwerking en het effect hiervan.
Voor zover verweerder stelt dat eiser over de toepassing van deze grond detentiegrond dient te klagen bij Malta, merkt de rechtbank op dat het rapport vermeld dat er geen effectief rechtsmiddel beschikbaar is en er dus geen mogelijkheid is hiertegen op te komen. 7

3.3.2

De stelling van verweerder dat eiser in het algemeen over de detentie kan klagen, kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet slagen, nu eiser onder 4.2 terecht heeft verwezen naar een drietal uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin het EHRM heeft geoordeeld dat er geen effectief rechtsmiddel bestaat in Malta die in overeenstemming is met artikel 5 EVRM. Verweerders verwijzing naar de uitspraak Ojei t. Nederland van het EHRM heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende van de hand gewezen door aannemelijk te maken dat het hier ging om een zaak die niet zodanig uitgebreid was onderbouwd met stukken als onderhavige zaak. Voorts kan de verwijzing van verweerder naar andere recente uitspraken van deze rechtbank waarin is geoordeeld dat de drempel van zwaarwegendheid niet is gehaald, niet slagen, nu de onderbouwing in die zaken eveneens niet zodanig is onderbouwd als in onderhavige en het meest recente AIDA rapport niet bij de beoordeling is betrokken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser uitgebreid gemotiveerd en onderbouwd waarom sprake is van een schending van de Opvangrichtlijn als het gaat om het detineren van asielzoekers, en heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom daar geen sprake van zou zijn. De beroepsgrond slaagt.

Detentie-omstandigheden/opvangomstandigheden

4. Eiser voert voorts aan dat de detentie- en opvangomstandigheden in Malta zeer slecht zijn. Eiser heeft dit zelf ervaren. Eiser verbleef in de Hal Far opvangvoorziening. In Hal Far was geen medische zorg beschikbaar.8 Dit komt overeen met het algemene beeld van Hal Far, waarbij voorts is gerapporteerd over aanwezigheid van ongedierte, zeer slechte hygiëne en een onveilige situatie:

“Overall, the living conditions in the Open Centres, save for a few exceptions, are extremely challenging. Low hygiene levels, severe over-crowding, lack of physical security, location of most centres in a remote area of Malta, poor material structures and occasional infestation of rats and cockroaches are the main general concerns expressed in relation to the Open Centres. According to NGOs regularly visiting the centres, the situation has not improved in recent years and the living conditions in the reception centres remain deplorable in 2018, especially in the Hal Far centres. The UN Working Group on Arbitrary Detention visited the Hal Far Open Centre in 2015 and expressed concerns about the situation in the prefabricated container housing units. It is reported that residents are suffering uncomfortable living conditions given inadequate ventilation and high temperature in the summer months and inadequate insulation from cold temperature in the winter, in addition to the overcrowded conditions in each unit.”9

Eiser verwijst hiertoe eveneens naar de FRA:

“In Malta, material conditions in open reception centres and in the Safi Barracks detention facility remained substandard, leading to several riots during the reporting period. Serious concerns include overcrowding, very poor hygienic conditions and the lack of mental health care, the Office of the Commissioner for Children, several NGOs and various media sources reported. Another persisting concern was the exclusion of subsidiary protection status holders from family reunification and the excessive length of such procedures.”10

Deze beschrijvingen verschillen niet wezenlijk van de manier waarop in eerdere jaren door AIDA is gerapporteerd over de omstandigheden in opvangvoorzieningen in Malta. De reguliere opvangvoorzieningen zijn zodoende gedurende een dusdanige periode ondermaats dat wel degelijk kan worden gesproken van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen. Bovendien volgt uit het AIDA-rapport, Update 2019, dat er in Malta inmiddels een evidente verslechtering heeft plaatsgevonden met betrekking tot opvangfaciliteiten:

“The reception system is under intense pressure and has reached its full capacity throughout 2019. As a result, newly-arrived applicants in 2019 could not access reception centres and were systematically held in detention instead. The lack of space and resources have led to overcrowded reception centres and a severe deterioration of reception conditions. Several riots took place throughout the year as residents complains about the extreme degradation of conditions. Evictions have taken place to make space for new residents resulting in a number of asylum-seekers becoming homeless.”11

Ook ten aanzien van de detentie-omstandigheden volgt uit het AIDA-rapport, update 2019 dat sprake is van een verslechtering:

“Detention conditions remain very difficult and precarious and have deteriorated greatly in 2018 and 2019 due to overpopulation. (…) Asylum seekers and other third-country nationals, who have over-stayed their visa, are detained in the military barracks, which offer inadequate sanitation and hygiene facilities, and allow no privacy for the detainees. (…) Moreover, there is little to no heating or ventilation, exposing migrants to extreme cold and heat. (…) In recent years there have been a number of incidents within the centres which have raised concerns because of allegations of excessive use of force, as well as the lack of any systematic review of DS conduct and of any effective remedies to provide redress wherever abuse or ill-treatment by DS staff is alleged. (…) As mentioned, the conditions in detention centres in 2019 deteriorated and became extremely challenging with severe overcrowding, insanitary conditions, limited availability of shared toilets and showers and no privacy. Applicants enjoy limited time in the open, or with access to fresh air and sunlight. They also have hardly any contact with the outside world. (…) Practical difficulties arise for asylum seekers who are detained, as the detention system seriously hinders their access to health services.”12

Dit zijn nieuwe ontwikkelingen, die niet worden genoemd in het vorige AIDA-rapport en nog niet zijn getoetst door de rechtbank. De omstandigheden zoals beschreven, worden bovendien bevestigd door de eigen ervaringen van eiser, die zelf onrechtmatig is gedetineerd en mishandeld door de politie naar aanleiding van een van de ‘riots’. Daardoor kan eiser ook niet klagen bij de Maltese autoriteiten, nu hij zelf slachtoffer is geworden van politiegeweld. Met de overweging van verweerder dat eiser bij de Maltese autoriteiten moet klagen over de structurele tekortkomingen en over het disproportionele handelen van de Maltese politie, wordt miskend dat eiser zich dan zou moeten beklagen bij dezelfde politie door wie hij ernstig is mishandeld. Er bestaat voor eiser dan ook geen effectief rechtsmiddel om zich te beklagen over de structurele tekortkomingen in de Maltese opvangvoorzieningen. In het licht van deze recente informatie kan verweerder niet volstaan met de niet-onderbouwde stelling dat er ‘geen evidente verslechtering’ heeft plaatsgevonden wat betreft de opvangvoorzieningen. Dit geldt ook voor de detentie-omstandigheden. Verweerders stelling dat kan worden geklaagd over de detentie-omstandigheden, kan eiser niet volgen, nu uit het AIDA-rapport 2019 volgt dat er onvoldoende toegang is tot een procedure en rechtsbijstand daarbij:

“Although there are a number of remedies available to detainees to challenge their detention, in addition to the remedy introduced in 2014, the ECtHR clearly stated in Louled Massoud v. Malta, in Abdullahi Elmi and Aweys v. Malta and in Susa Musa v. Malta that three of these remedies do not qualify as ‘speedy, judicial remedies’ in terms of Article 5(4) ECHR.”13

4.1

Verweerder stelt zich, samengevat, op het standpunt dat in vergelijking met het AIDA-rapport, Update 2018, uit het AIDA-rapport, Update 2019 niet dat in Malta inmiddels een evidente verslechtering heeft plaatsgevonden met betrekking tot de opvangfaciliteiten. Nu eerder is geoordeeld dat geen sprake is van structurele tekortkomingen ten aanzien van het opvangvoorzieningen, is er, gelet op de geringe wijzingen tussen de rapporten, geen grond voor het oordeel dat nu wel gesproken kan worden over structurele tekortkomingen. Bovendien heeft het EHRM in het arrest van 14 maart 2017 in de zaak Ojei tegen Nederland (nr. 64724/10) dat overdracht aan Malta onder de Dublinverordening geen strijd oplevert met artikel 3 EVRM. De detentieomstandigheden in de gevangenis in Paola zijn niet in strijd met artikel 3 EVRM. Dat geldt ook ten aanzien van de omstandigheden waaronder asielzoekers worden opgevangen in Malta. Ook heeft verweerder in dit kader verwezen naar de onder 3.3.1 genoemde uitspraken van diverse verschillende zittingsplaatsen.

4.2

De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder ter zitting heeft erkend dat er sprake is van gebreken in de opvang-/detentieomstandigheden en daarbij ook heeft erkend dat de situatie vergelijkbaar is met de situatie in Italië. Het standpunt dat reeds is geoordeeld dat deze gebreken de drempel van zwaarwegendheid niet halen, kan naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet slagen, omdat deze uitspraken allemaal dateren van voor het AIDA rapport, Update 2019. Onder verwijzing naar hetgeen eiser heeft aangevoerd onder 5., heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van een verslechtering van de opvangomstandigheden. Zo is op pagina 13 van het AIDA-rapport, Update 2019 het volgende opgenomen:

“The lack of space and resources have led to overcrowded reception centres and a severe deterioration of reception conditions. Several riots took place throughout the year as residents complained about the extreme degradation of conditions. Evictions had taken place to make space for new residents resulting in a number of asylum-seekers becoming homeless.”

Dit wordt ook bevestigd in onderstaande citaten:

“As mentioned, the conditions in detention centres in 2019 deteriorated and became extremely challenging with severe overcrowding, insanitary conditions, limited availability of shared toilets and showers and no privacy. Applicants enjoy limited time in the open, or with access to fresh air and sunlight. They also have hardly any contact with the outside world.”14

en

“In 2019, the conditions in the reception centres continues to deteriorate significantly, due to over-crowding and a lack of resources. Issues include a lack of cleaning, difficult access to bathrooms, very limited hot water, of air conditioning and heating not being available.”15

In het licht van de hiervoor genoemde informatie, is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom met betrekking tot de opvang en detentieomstandigheden niet gesproken kan worden van structurele systematische tekortkomingen. Dit klemt te meer nu uit de aangehaalde bronnen volgt dat de omschreven situatie al jaren duurt en alleen maar verslechterd. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat niet zou blijken dat ook Dublinterugkeerders onder de omschreven omstandigheden worden opgevangen, oordeelt de rechtbank als volgt. Nog daargelaten dat dit niet van belang is voor de vraag of sprake is van structurele tekortkomingen, is de rechtbank van oordeel dat uit de aangehaalde bronnen niet kan worden opgemaakt dat de opvang en detentieomstandigheden voor Dublinterugkeerders beter zijn. De beroepsgrond slaagt.

Asielprocedure en schending non-refoulementbeginsel

5. Eiser voert verder aan dat aan hem nauwelijks informatie is verstrekt met betrekking tot de asielprocedure. Hij was niet op de hoogte van het feit dat de asielprocedure in gang was gezet. Dit is in strijd met artikel 12 Procedurerichtlijn, waarmee gewaarborgd is dat verzoekers worden geïnformeerd over de procedure en hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure. Dat dit gebeurt volgt ook uit het meest recente AIDA-rapport, Update 2019:

“Towards the end of 2019, a series of administrative decisions were adopted leading to a situation where detained persons are no longer receiving information about their status. No information regarding the reason for their detention is provided, neither on the expected duration of the detention and their rights.”16

Eiser was, door de slechte informatievoorziening, niet op de hoogte van het feit dat hij überhaupt een asielverzoek had ingediend. Verder is hij niet op de hoogte gehouden van de voortgang van dit verzoek. Ook was er nog geen beslissing op het verzoek genomen voordat hij Malta verliet. Uit de beschikbare landeninformatie over Malta blijkt dat vertrek van een asielzoeker uit Malta, zonder toestemming van de autoriteiten, wordt gezien als intrekking van dit verzoek. Bij terugkeer zal eiser daarom vatbaar zijn voor uitzetting naar Soedan zonder dat hij de kans krijgt een opvolgende aanvraag in te dienen.

“The main impact of the transfer on the asylum procedure relates to the difficulties in accessing the procedure upon return to Malta. If an asylum seeker leaves Malta without permission of the Immigration authorities, either by escaping from detention or by leaving the country irregularly, the Refugee Commissioner will consider the application for asylum to have been implicitly withdrawn, in pursuance of Regulation 13 of the Procedural Regulations, transposing the provisions of the recast Asylum Procedure Directive. Consequently, an asylum seeker who is transferred back will in almost all cases find that his or her asylum application has been implicitly withdrawn leaving him susceptible to return by the Immigration authorities.”17

De asielaanvraag door een teruggekeerde Dublinclaimant wordt behandeld als ware het een opvolgende aanvraag. De Maltese autoriteiten voorzien niet in rechtsbijstand bij een opvolgende aanvraag.18 Dit is niet in strijd met artikel 28, eerste lid, Procedurerichtlijn. Echter, tussen het moment van terugkeer, waarna de vreemdeling in detentie wordt geplaatst, en de heropening van de asielaanvraag zit gewoonlijk een periode van enkele maanden waarin vreemdelingen geen juridische status hebben, en het terugkeerbesluit hangende is. In de tussentijd zijn de vreemdelingen zodoende vatbaar voor uitzetting in strijd met het absolute non-refoulementbeginsel:

“Removal orders are only suspended once the applicant has formally been confirmed to be an asylum seeker by the Refugee Commissioner, since this confirmation triggers the general protection from nonrefoulement guaranteed to all asylum seekers. (…) There are two main obstacles faced by asylum seekers in respect of subsequent applications. The first is a lack of information. Information on the possibility to lodge a subsequent application is never communicated to asylum seekers whose appeal at the RAB has been rejected. The second obstacle is the lack of free legal assistance when submitting a subsequent application. The only alternative for asylum seekers is to approach JRS, which is the main NGO offering a free legal service in the field of asylum.”19

Verweerder weerspreekt dat sprake is van een risico op refoulement op basis van het claimakkoord van de Maltese autoriteiten. Hiermee gaat verweerder voorbij aan het feit dat dit een gestandaardiseerd formulier betreft en zodoende geen bevestiging is dat de Maltese autoriteiten in dit individuele geval hun Unierechtelijke plichten zullen respecteren, te meer niet nu sprake is van contra-indicaties. Eiser wijst hierbij op de structurele tekortkomingen in de Maltese asielprocedure die hij zelf heeft ondervonden.

5.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit artikel 28, eerste lid, Procedurerichtlijn volgt dat Malta, voor zover daar de eerdere asielaanvraag van eiser als ingetrokken wordt beschouwd doordat eiser Malta met onbekende bestemming heeft achtergelaten, niet in strijd met de internationale verplichtingen handelt. Het door eiser gestelde risico op refoulement wordt weersproken door het claimakkoord van Malta, dat waarborgt dat de autoriteiten van Malta de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen wanneer hij daarnaar terugkeert. Verder volgt uit het AIDA-rapport, Update 2018 (pagina 29) dat Dublinclaimanten recht hebben op een advocaat en juridische bijstand en hoewel de opvangvoorzieningen voor verbetering vatbaar zijn, is van strijd met de internationale verplichtingen zoals die voortvloeien uit de Opvangrichtlijn niet gebleken.

5.2

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de landeninformatie en met name uit het AIDA-rapport, Update 2019, niet dat sprake is van een structurele systematische tekortkoming in de asielprocedure ten aanzien van terugkerende Dublinclaimanten in die zin dat er een risico bestaat op refoulement bij terugkeer naar Malta. Uit de informatie volgt weliswaar dat er een feitelijke mogelijkheid bestaat om te worden uitgezet zolang de (opvolgende) aanvraag nog niet in behandeling is genomen, maar niet dat dit ook daadwerkelijk gebeurd. Bovendien volgt uit de aangedragen informatie niet dat er (voor Dublinterugkeerders) geen mogelijkheid bestaat om een opvolgende aanvraag in te dienen en dat er (in het geheel) geen informatie wordt verstrekt over het verloop van de procedure. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

6. Gelet op het hiervoor onder 3.3, 3.3.1, 3.3.2, en 4.2 geoordeelde, is het beroep gegrond.

7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit op grond van artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.312 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1,5 punten voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.312,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Gall, griffier.

De uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nog niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 EU Fundamental Rights Agency, Migration: Key Fundamental Rights Concerns, 2020, https://fra.europa.eu/sites/files/fra_uploads/fra-2020-migration-bulletin-1_en.pdf, p. 14.

2 AIDA, Country Report: Malta, 2018 Update, http://www.asylumineurope.org/sites/default/files/report-download/aida_mt_2018update.pdf, p. 57.

3 AIDA, Country Report: Malta, 2019 Update, p. 35.

4 UNHCR Progress report 2018: A Global Strategy to Support Governments to End the Detention of Asylum Seekers & Refugees, 2014 – 2019, p. 70 en UNHCR, Universal Periodic Review, Malta, juli 2018, p.3.

5 AIDA, Country Report: Malta, 2019 Update, p. 65 en 66.

6 Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, 24 oktober 2019 en 6 november 2019, NL19.23039, zittingsplaats ’s Hertogenbosch, 6 april 2020, NL20.5727 en zittingsplaats Rotterdam, 21 april 2020, NL20.6695.

7 AIDA, Country Report: Malta, 2019 Update, p. 65 en 66.

8 Gehoor Dublin, p. 5.

9 AIDA, Country Report: Malta, 2018 Update, p. 51.

10 FRA, Migration: Key Fundamental Rights Concerns, 2020, p. 4.

11 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 13.

12 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 70-72.

13 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 75.

14 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 71.

15 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 58.

16 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 66.

17 AIDA Country Report: Malta, Update 2018, p. 29.

18 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 47.

19 AIDA Country Report: Malta, Update 2019, p. 46 en 47.