Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:6061

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
09-837470-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het bezit van vuurwapens en munitie. Deze lagen in een tas in zijn woonboot, waar ook zijn gezin woont.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/837470-19

Datum uitspraak: 30 juni 2020

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn, locatie Eikenlaan

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 24 maart 2020 (pro-forma) en van

16 juni 2020 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.H.J. Dooijeweert naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een automatisch vuurwapen, van het merk Ceska Zbrojovka, type VZ 58P, kaliber 7,62 x 39 zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk,

- een wapen van categorie II, onder 3, te weten een gewijzigd vuurwapen, van het merk Remington, kaliber 12, zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en/of dat de aanvalskracht werd verhoogd, en/of

- munitie van categorie III, te weten zes hagelpatronen,

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, een wapen van categorie 1, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten

- gasdrukpistool (fabrikant Walther, merk Walther, model CP88, zwart, kaliber 4,5 mm) en/of

- veerdrukpistool (fabrikant onbekend, merk onbekend, model onbekend, zwart, kaliber 6mm BB),

zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en daarna hier niet op terug gekomen is.

Deze opgave luidt als volgt:

  1. Proces-verbaal van bevindingen, p. 27 t/m 31;

  2. Proces-verbaal van bevindingen. p. 32 t/m 34;

  3. Proces-verbaal van bevindingen, p. 53 t/m 55;

  4. Proces-verbaal, p. 56 t/m 58;

  5. Proces-verbaal, p. 59 t/m 62;

  6. Proces-verbaal, p. 63 t/m 65;

  7. Proces-verbaal, p. 66 t/m 67;

  8. De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2020.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een automatisch vuurwapen, van het merk Ceska Zbrojovka, type VZ 58P, kaliber 7,62 x 39, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk,

- een wapen van categorie II, onder 3, te weten een gewijzigd vuurwapen, van het merk Remington, kaliber 12, zijnde een vuurwapen dat zodanig was gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en/of dat de aanvalskracht werd verhoogd, en

- munitie van categorie III, te weten zes hagelpatronen,

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

4.

hij op 10 december 2019 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, wapens van categorie I onder 7°, te weten

- een gasdrukpistool (fabrikant Walther, merk Walther, model CP88, zwart, kaliber 4,5 mm) en

- een veerdrukpistool (fabrikant onbekend, merk onbekend, model onbekend, zwart, kaliber 6mm BB),

zijnde voorwerpen die, voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens,

voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van achttien maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en ten aanzien van feit 3 een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en op de persoonlijke belangen van de verdachte. Hiertoe heeft zij onder meer opgemerkt dat de twee zwaarste wapens zijn aangetroffen in een kruipruimte en daarmee niet goed zichtbaar of benaderbaar waren.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens; een automatisch vuurwapen en een zogenaamde shot gun die is aangepast om het dragen daarvan minder zichtbaar te maken en/of de aanvalskracht daarvan te vergroten. Bij de shot gun zat bijbehorende munitie. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee voorwerpen die zo op echte vuurwapens lijken dat ze op het oog daarvan niet te onderscheiden zijn. Ook heeft hij een boksbeugel voorhanden gehad.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een enorme maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt immers maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. Daarbij komt dat de verdachte deze wapens in zijn woonboot aanwezig had. Een woonboot waarin ook zijn gezin met (jonge) kinderen woont. Bovendien e was de shot gun doorgeladen en daarmee dus klaar voor gebruik. De rechtbank weegt dat ten nadele van de verdachte mee bij het bepalen van de hoogte van de straf. Dat de vuurwapens in de kruipruimte van de woning zijn aangetroffen maakt dit alles niet anders. De wapens waren namelijk te bereiken voor iedereen die toegang had tot de woonboot van de verdachte. Daarbij komt dat de verdachte heeft verklaard dat hij de wapens had om zijn gezin te beschermen, Het lijkt er dan ook sterk op dat de verdachte het daadwerkelijke gebruik van dergelijke zware wapens niet schuwt. Dit alles acht de rechtbank buitengewoon zorgelijk.

De rechtbank merkt voorts nog op dat de problematiek van het ongecontroleerde bezit van (zware) vuurwapens aan het groeien is en dat daartegen derhalve streng opgetreden dient te worden.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 18 mei 2020. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Als laatste merkt de rechtbank op dat zij de indruk heeft gekregen dat de ernst van de gepleegde feiten niet tot de verdachte lijkt te zijn doorgedrongen. De verdachte heeft desgevraagd verklaard dat hij niet weet of hij nogmaals vuurwapens zou aanschaffen, mocht er weer dreiging uitgaan naar zijn gezin. De rechtbank vreest dan ook voor herhaling en ziet in die omstandigheid aanleiding om een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd niet kan worden volstaan met een andere straf dan een forse (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank kennis genomen van de LOVS-oriëntatiepunten die als uitgangspunt hebben dat voor het bezit van een automatisch vuurwapen 9 maanden gevangenisstraf wordt opgelegd en voor geweren 3 maanden. Voor het voorhanden hebben van voorwerpen die gelijkenis hebben met een vuurwapen worden boetes opgelegd, evenals voor het voorhanden hebben van een boksbeugel. Gelet op de hiervoor genoemde groeiende problematiek met betrekking tot vuurwapens acht de rechtbank de huidige LOVS-oriëntatiepunten echter niet meer op zijn plaats en zal daarom een hogere straf opleggen. Nu de rechtbank oplegging van een voorwaardelijk deel belangrijk vindt, zal zij een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

Alles overwegende komt de rechtbank ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 tot de hierna genoemde gevangenisstraf waarvan een gedeelte voorwaardelijk zal worden opgelegd. Voor de onder 3 bewezenverklaarde overtreding zal zij na te noemen boete opleggen. Bij het bepalen van de hoogte van de boete heeft de rechtbank acht geslagen op de draagkracht van de verdachte.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwerpen op de beslaglijst onttrokken worden aan het verkeer.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt over het beslag ingenomen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de voorwerpen op de beslaglijst aan het verkeer onttrekken. Deze voorwerpen zijn daarvoor vatbaar. Zij behoren immers aan de verdachte toe en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36d, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 26, 54, 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III;

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 13 eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de straf, te weten 4 (vier) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit,

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte ten aanzien van feit 3 voorts tot:

een geldboete van € 250,-;

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen

door hechtenis voor de tijd van 5 dagen;

beslist ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen als volgt:

onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de op de beslaglijst d.d. 8 mei 2020 vermelde goederen:

  1. 6 stuks munitie hagelpatroon;

  2. Vuurwapen K1: zwart REMINGTON Shotgun;

  3. Vuurwapen K1: grijs, CZ Vz58 met patroonmagazijn.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.G.P. Glas, voorzitter,

mr. R.E. Perquin, rechter,

mr. N.I.S. Wallet, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.M Wal – de Zoeten griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juni 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2019343554, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden - Bollenstreek, districtsrecherche Leiden - Bollenstreek (doorgenummerd blz.1 t/m 293).