Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5984

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
AWB - 20 / 4358
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder de demonstratie op het Malieveld op 28 juni 2020 van EORG niet verantwoord heeft kunnen achten en de beperking heeft kunnen opleggen dat de demonstratie dient plaats te vinden op de Hofplaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/4358

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

Europese Organisatie ter bescherming van de rechtspositie Gedetineerden Nederland, verzoekster (gemachtigde: mr. P.J. Vleeming),

tegen

de Plaatsvervangend Voorzitter van de Veiligheidsregio Haaglanden, verweerder

(gemachtigde: mr. R.W.I. Alkema).

Procesverloop

Op 26 juni 2020 heeft verzoekster een kennisgeving gedaan van een demonstratie op 28 juni 2020 van 14:00 tot 15:00 uur op het Malieveld in Den Haag.

Bij besluit van 26 juni 2020 heeft verweerder aan de demonstratie van verzoekster de beperking opgelegd dat de demonstratie dient te worden gehouden op de Hofplaats in Den Haag.

Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. In verband met onverwijlde spoed heeft de voorzieningenrechter geen zitting gehouden. De stukken in deze zaak geven voldoende inzicht in de standpunten van partijen om uitspraak te kunnen doen. De voorzieningenrechter doet deze uitspraak daarom met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang in dit geval gegeven, nu de demonstratie plaatsvindt op 28 juni 2020.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de beperking opgelegd dat de demonstratie dient te worden gehouden op de Hofplaats. Daartoe heeft verweerder aangevoerd dat de demonstratie op het Malieveld niet verantwoord is ter bescherming van de gezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden.

3. Verzoekster is een vereniging die zich ten doel stelt de belangen van gedetineerden en tbs’ers te behartigen. Zij willen met honderd personen demonstreren tegen de minister van Justitie en Veiligheid over het strenge beleid betreffende het coronavirus.

4. Verzoekster kan zich niet vinden in de beperking en voert daartoe aan dat haar demonstratie niet mag lijden onder de gevolgen van de demonstratie van Viruswaanzin, die vorig weekend op 21 juni 2020 uit de hand liep. Verzoekster wil vreedzaam demonstreren met muziek en speeches. De demonstratie van Viruswaanzin voor aankomend weekend op 28 juni 2020 is verboden en het Malieveld is daarom beschikbaar voor de demonstratie van verzoekster. Op het Malieveld is voldoende ruimte om de anderhalve meter norm in acht te nemen. De Hofplaats is niet geschikt voor de demonstratie. De benodigde apparatuur past daar niet.

5. Het recht op betoging is een grondrecht. Niet in geschil is dat de kennisgeving dient te worden beoordeeld op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom). De Wom biedt regels waaronder beperkingen en verboden kunnen worden opgelegd.

Ingevolge artikel 2 van de Wom kunnen de bij of krachtens de bepalingen uit deze paragraaf aan overheidsorganen gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging en het recht tot vergadering en betoging, slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wom kan de burgemeester naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven.

Ingevolge artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wom kan een verbod slechts worden gegeven indien een van de in artikel 2 genoemde belangen dat vordert.

In het derde lid van artikel 5 is bepaald dat een voorschrift, beperking of verbod geen betrekking kan hebben op de inhoud van hetgeen wordt beleden, onderscheidenlijk van de te openbaren gedachten of gevoelens.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder de demonstratie op het Malieveld op 28 juni 2020 niet verantwoord heeft kunnen achten en de beperking heeft kunnen opleggen dat de demonstratie dient plaats te vinden op de Hofplaats.

6.1

Verweerder heeft hierbij op het volgende kunnen wijzen. Ondanks het verbod voor een demonstratie op dezelfde dag van Viruswaanzin moet rekening worden gehouden dat er veel personen naar het Malieveld zullen komen om te demonstreren. Aannemelijk is dat de demonstratie van verzoekster zou kunnen samenvallen met de komst van andere demonstranten. Uit informatie van de politie is gebleken dat meerdere groeperingen plannen hebben zich daarbij aan te sluiten, zoals harde kern voetbalsupporters, Gele Hesjes, motorrijders/OMG leden en de actiegroep ‘Bouw in verzet’. Voor de politie is het ondoenlijk om groepen gescheiden te houden. Gelet op ervaringen moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat hun aanwezigheid leidt tot wanordelijkheden. Hierdoor bestaat het gevaar dat moet worden opgetreden door de politie, hetgeen een onveilige situatie voor alle aanwezigen kan opleveren. Daarbij levert het een en ander een gevaar voor de volksgezondheid op nu het aanhouden van de anderhalve meter norm niet mogelijk zal zijn.

6.2

Verzoekster heeft nog aangevoerd dat op de Hofplaats geen ruimte is voor de benodigde apparatuur. De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat de beperking van de demonstratie onredelijk is. Verzoekster heeft in haar kennisgeving niet gewezen op de aanwezigheid van apparatuur of de daarvoor benodigde ruimte, noch is gebleken dat de Hofplaats onvoldoende ruimte biedt.

7. Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat het recht op betoging door de opgelegde beperking niet disproportioneel is. Niet kan worden gezegd dat de beperking het recht op betogen illusoir maakt. De demonstratie kan worden gehouden op de Hofplaats, waar verzoekster haar gedachten en gevoelens aan een groot publiek kenbaar kan maken.

8. Gelet op vorenstaande wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is gedaan op 26 juni 2020.

griffier voorzieningenrechter

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.