Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5926

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
C/09/593989 / FA RK 20-3590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnummer: C/09/593989 / FA RK 20-3590

Datum beschikking: 22 juni 2020

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie van [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. S.V. Jansen te Leiden.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 04 juni 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging te verlenen.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een op 3 juni 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht en niet bij zijn behandeling betrokken was;

  • -

    een zorgkaart van 3 juni 2020;

  • -

    een zorgplan van 14 mei 2020;

  • -

    een beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan van 4 juni 2020;

  • -

    een uittreksel uit de justitiële documentatie;

  • -

    een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

  • -

    [waarnemend psychiater] voor [behandelend psychiater]
    in aanwezigheid van betrokkene;

  • -

    de advocaat van betrokkene;

  • -

    de [curator] namens Stichting Nu voor Later.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten
De psychiater heeft verklaard dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en psychoses met uitgebreide wanen en hallucinaties. Daarnaast is er sprake van middelengebruik, hetgeen de psychose kan verergeren. Het toestandsbeeld is gedurende de opname positief veranderd met de juiste medicatie en het niet gebruiken van alcohol of drugs. Het streven is dat betrokkene op korte termijn naar huis kan, waarbij de behandeling ambulant voortgezet wordt met de zorgmachtiging als stok achter de deur. In de thuissituatie is het met name van belang dat betrokkene niet terugvalt in middelengebruik en dat hij het medicatiedepot krijgt toegediend. Daarom is het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en andere medische handelingen verplicht noodzakelijk voor de gehele duur van de zorgmachtiging. De overige verzochte zorgvormen zien op de situatie dat betrokkene opnieuw opgenomen moet worden bij decompensatie. De inzet van die zorgvormen zal ten alle tijden zo kort mogelijk zijn, conform de protocollen.

Betrokkene heeft verklaard dat de medicatie effect heeft en dat hij zich er rustig door voelt. Hij verzet zich niet tegen voortzetting van de behandeling en het medicatiedepot. Aan hem is medegedeeld dat de verwachte ontslagdatum 29 juni 2020 is, of zoveel eerder als mogelijk. De advocaat heeft zich grotendeels gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank omdat betrokkene geen bezwaar heeft, met het verzoek om een voorbehoud te maken voor wat betreft de duur van de zorgvormen in de situatie waarbij betrokkene opnieuw is opgenomen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, waarbij sprake is van uitgebreide paranoïde wanen. Betrokkene is jarenlang bekend met psychoses en hallucinaties. Daarnaast is er sprake van middelengebruik (waaronder alcohol, cannabis en cocaïne) wat de toestand van betrokkene kan verergeren.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstige psychische schade;

  • -

    ernstige materiële schade;

  • -

    ernstige financiële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

  • -

    de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Daarbij overweegt de rechtbank dat betrokkene voorafgaand aan de huidige opname zorgmijdend is geweest waardoor de ambulante behandelaren hem moeilijk konden bereiken en beoordelen. Daarnaast wordt de verslavingsproblematiek niet erkend door betrokkene en is het risico aanmerkelijk dat hij in gebruik zal terugvallen, wat het toestandsbeeld opnieuw kan verslechteren. Op dat moment heeft betrokkene beperkt ziektebesef en –inzicht en kan hij de gevolgen van zijn gedragingen onvoldoende overzien. De verplichte zorg is daarom noodzakelijk om zicht te houden op betrokkene en psychoses te voorkomen, dan wel tijdig te kunnen ingrijpen.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank alle vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding. Daarbij zijn het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, onderzoek een kleding of lichaam en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek enkel noodzakelijk bij (her)opname. De machtiging zal worden afgegeven voor het waarborgen van de huidige opname, voor de duur van één week, en de mogelijkheid tot heropname bij decompensatie. Iedere heropname dient maximaal twee maanden te duren. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorbehoud te maken voor wat betreft de duur van de zorgvormen bij opname, omdat de zorg conform de protocollen voor zo kort mogelijke duur – maar zo lang als nodig – zullen worden ingezet.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Daarbij overweegt de rechtbank dat betrokkene jarenlang bekend is met psychoses en zorgmijdend is geweest. Mede in combinatie met middelengebruik is het ziektebeeld de afgelopen jaren wisselend geweest waarbij geen adequate behandeling van de grond is gekomen. De huidige opname en behandeling hebben het psychiatrische beeld gestabiliseerd. Het is van belang dat deze behandeling wordt voortgezet, waarbij de verplichte zorg noodzakelijk is om te voorkomen dat betrokkene opnieuw terugvalt.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Met betrekking tot de heropname overweegt de rechtbank dat de geneesheer- directeur slechts kan beslissen tot opname als betrokkene niet meewerkt aan de uitvoering van voormelde vormen van verplichte zorg en er dientengevolge ernstig nadeel dreigt, dan wel er op andere wijze ernstig nadeel dreigt dat voortkomt uit de stoornis. De geneesheer-directeur zal – alvorens tot opname te beslissen – de betrokkene (doen) horen en de opname zal alsdan niet langer duren dan nodig is om het dreigend ernstig nadeel af te wenden, voor de maximale duur van twee maanden per opname.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

De rechtbank zal bij de bepaling van de geldigheidsduur rekening houden met het feit dat de behandeling van voornoemd verzoek heeft plaatsgevonden na de expiratiedatum van de laatst geldende machtiging. Op 15 mei 2020 is door de rechtbank een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 5 juni 2020.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[de man]

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • -

    toedienen van medicatie;

  • -

    verrichten medische controles;

  • -

    andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

  • -

    beperken van de bewegingsvrijheid (uitsluitend bij opname);

  • -

    insluiten (uitsluitend bij opname);

  • -

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    onderzoek aan kleding of lichaam (uitsluitend bij opname);

  • -

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    beperken van het recht op het ontvangen van bezoek (uitsluitend bij opname);

  • -

    opnemen in een accommodatie (huidige opname voor de duur van één week, daarna heropname mogelijk bij decompensatie waarbij iedere heropname maximaal twee maanden duurt);

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 december 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. van der Kleijn, rechter, bijgestaan door mr. S.T. Viezee als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juni 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juni 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.