Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5855

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
09/777277-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing vordering verlenging PIJ-maatregel en toewijzing vordering vaststellen bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09/777277-13

Datum uitspraak: 11 juni 2020

Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Vaststellen bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke beëindiging maatregel

Beslissing op de vorderingen van de officier van justitie van 28 april 2020, ingekomen bij de griffie van deze rechtbank op 1 mei 2020.

De vorderingen

De eerste vordering strekt tot verlenging van de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) met een maand, waarmee de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. De tweede vordering strekt tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

[adres] .

De rechtbank heeft kennis genomen van het dossier waartoe voormeld vonnis behoort alsmede van na te melden adviezen.

De adviezen

Het op grond van artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van Forensisch Centrum Teylingereind, waarbij de aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde zijn overgelegd, strekt primair tot verlenging van de PIJ-maatregel voor de maximale duur. Daartoe is aangevoerd dat de betrokkenheid van zijn begeleiders van Teylingereind voor de veroordeelde van meerwaarde is om op terug te kunnen vallen. Zij bieden de benodigde sturing en begeleiding, teneinde hem steviger in de maatschappij neer te zetten. Teylingereind fungeert voorts als een brug tussen de veroordeelde en de reclassering, waarmee hij een minder goede samenwerkingsrelatie heeft. Subsidiair strekt het advies tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, conform het hieronder vermelde en door Teylingereind overgenomen advies van Reclassering Nederland.

Het advies (tevens voorgangsverslag) van Reclassering Nederland, strekt tot verlenging van de PIJ-maatregel voor de maximale duur, zodat het STP kan worden voortgezet met de betrokkenheid van het behandelteam van Teylingereind totdat de ambulante behandeling bij een andere organisatie start. Tevens strekt het advies tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de vervolgens startende voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, te weten: meewerken aan reclasseringstoezicht, het volgen van een ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een drugsverbod, een alcoholverbod, meewerken aan middelencontrole, een inspanningsverplichting tot het hebben en houden van een zinvolle dagbesteding en een inspanningsverplichting tot het hebben en behouden van een legaal inkomen met inzage en indien nodig begeleiding.

De behandeling in raadkamer

Op 11 juni 2020 is gedurende de behandeling in raadkamer het volgende naar voren gebracht.

De veroordeelde heeft zich verzet tegen een verlenging van de maatregel. De betrokkenheid van Forensisch Centrum Teylingereind is niet langer nodig. Er zijn genoeg andere instanties betrokken. Hij is toe aan de volgende fase. De veroordeelde heeft verklaard in te stemmen met het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Hij kan zich vinden in de formulering van de voorwaarden door Reclassering Nederland. De geadviseerde voorwaarden heeft hij grotendeels zelf aangekaart, zoals ambulante hulpverlening van De Waag. Hij werkt hard aan zichzelf en is goed op weg om op een gegeven moment een normaal leven te kunnen gaan leiden. Hij is toe aan meer vrijheid.

Mevrouw [naam 1] , GZ-psycholoog verbonden aan F.C. Teylingereind, is als deskundige gehoord. In tegenstelling tot wat in het schriftelijke advies staat, is er geen noodzaak meer tot een verlenging van de PIJ-maatregel met de betrokkenheid van Teylingereind. Toen het advies werd geschreven, was er nog veel onduidelijk en waren er instabiele factoren. De veroordeelde heeft te maken gehad met een aantal tegenslagen en zat in een neerwaartse spiraal, maar die is doorbroken gedurende zijn week time-out in Teylingereind. De veroordeelde is nu stabieler en hij blijft doorzetten. Voorts heeft de veroordeelde lang moeten wachten op psychische ondersteuning van TopZorg van de Waag, maar dit zal nu toch gaan starten. Het voelt wellicht voor de veroordeelde alsof er nog veel personen en instanties aan hem trekken, maar daarin is reeds een verbeterslag gemaakt en het wordt in de praktijk steeds minder. De veroordeelde heeft grote stappen gemaakt in zijn hele traject, vanaf het moment dat hij ontvankelijk werd voor coaching en begeleiding. De komende periode zal er naar verwachting nog sprake zijn van ups en downs. Het belangrijkste gedurende de voorwaardelijke beëindiging is niet het zich houden aan de voorwaarden op zich, maar dat de levensgebieden van de veroordeelde stabiel zijn.

De heer [naam 2] , werkzaam bij Reclassering Nederland, is als deskundige gehoord. Hij heeft aangegeven dat een maand verlenging niet noodzakelijk is. De afgelopen periode is er van alles opgestart. Dat verliep niet vlekkeloos. Het duurde lang voordat De Waag kon starten, er gingen dingen mis met de uitkering van de veroordeelde, meermalen ging een baan niet door terwijl aan de veroordeelde beloftes waren gedaan en hij is vier á vijf weken ziek geweest. Daarnaast zijn er plannen gemaakt voor een dagbesteding, omdat dit onvoldoende bleek te zijn ingekaderd. Er is verder een schuldenregeling getroffen met de zorgverzekeraar en er wordt nog onderzocht of het klopt dat de veroordeelde geld aan de gemeente moet terugbetalen vanwege een onterecht gekregen bedrag aan uitkering, omdat hij te veel zou hebben verdiend. De reclassering heeft daar twijfels over. Vorige week is een urinecontrole ten aanzien van alcohol en cannabis gedaan en die was schoon.

De officier van justitie, mr. M.J. Mos, heeft afwijzing van de vordering strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel verzocht, gelet op de inhoud van de bovengenoemde adviezen van Forensisch Centrum Teylingereind en Reclassering Nederland, zoals mondeling toegelicht en aangevuld met de meest recente informatie. Daaruit blijkt dat een verlenging geen toegevoegde waarde heeft. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering strekkende tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De gevorderde voorwaarden zijn gebaseerd op het advies van Reclassering Nederland. Feitelijk houdt de veroordeelde zich reeds aan deze voorwaarden in het kader van zijn STP-traject.

De raadsman van de veroordeelde, mr. B.J. de Bruijn, heeft afwijzing van de vordering strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel bepleit en daarbij verwezen naar de inhoud van de verklaringen van de deskundigen. De vordering strekkende tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel kan worden toegewezen. De veroordeelde staat open voor ondersteuning, doet zijn best en werkt goed mee. Hij maakt grote stappen, ook al gaat dat gepaard met vallen en opstaan. Er moet voor gewaakt worden dat de veroordeelde wordt overbelast door het aantal regels en betrokken personen.

Beoordeling van de vordering

De PIJ-maatregel is opgelegd bij vonnis van deze rechtbank op 23 januari 2014 en onherroepelijk geworden op 7 februari 2014. Bij beschikking van 5 maart 2020 heeft de rechtbank de maatregel laatstelijk verlengd voor de duur van twee maanden.

De rechtbank constateert dat de PIJ-maatregel is opgelegd terzake van misdrijven, die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen en gepleegd in april 2013, zodat verlenging mogelijk is.

Op grond van de adviezen van de deskundigen en het verhandelde ter zitting is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel, dat de veiligheid van anderen dan wel algemene veiligheid van personen, niet de verlenging van de PIJ-maatregel eist en een verlenging ook niet in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.

De rechtbank zal daarom de vordering strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel afwijzen. De maatregel zal daarmee voorwaardelijk eindigen op 13 juni 2020.

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat het gelet op het verloop van de resocialisatie van de veroordeelde tot nu toe, noodzakelijk is dat hij zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, naast de van rechtswege geldende voorwaarden tevens houdt aan de gevorderde bijzondere voorwaarden.

De rechtbank overweegt daartoe dat uit de adviezen van de deskundigen is gebleken dat, hoewel zijn STP per 20 december 2019 in eerste instantie positief is gestart, de ontwikkeling van de veroordeelde op bepaalde gebieden stagneerde. Het traject viel de veroordeelde tegen. Er kwam veel op hem af en hij moet zich ondanks de vrijheden veel verantwoorden. Hij had moeite met ontspannen, er zat achteraf te weinig structuur in zijn dag en hij had moeite met het aangaan en behouden van sociale contacten. Er was sprake van ups en downs. Dit leidde tot spanningen en een teleurstelling in zichzelf, wat weer leidde tot middelengebruik. De veroordeelde belandde in een vicieuze cirkel en er is in maart 2020 sprake geweest van een kortdurende time-out. Tegelijkertijd kwam hij - afgezien van het middelengebruik - zijn voorwaarden steeds na, stond hij open voor hulp en begeleiding en spande hij zich daarvoor in. Het is naar het oordeel van de rechtbank te prijzen dat de veroordeelde ondanks de tegenslagen die hij gedurende het STP meemaakte, heeft doorgezet, kijkt naar de toekomst en stappen in de goede richting blijft maken. De situatie van de veroordeelde blijft echter kwetsbaar en de positieve lijn dient nog te worden bestendigt, om het risico op een terugval bij de veroordeelde te verkleinen. De gevorderde bijzondere voorwaarden zullen daar naar verwachting gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel allemaal aan bijdragen.

De rechtbank zal daarom de gevorderde voorwaarden overnemen in deze beschikking, waarbij inhoudelijk wordt aangesloten bij de tekst van het advies van Reclassering Nederland van 3 april 2020. De rechtbank overweegt tot slot dat deze voorwaarden ter zitting met de veroordeelde zijn besproken en dat hij zich bereid heeft verklaard om zich eraan te houden.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel af;

stelt naast de van rechtswege geldende voorwaarden dat de veroordeelde

  • -

    zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit,

  • -

    voor het vaststellen van zijn identiteit meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs laat zien,

  • -

    en medewerking verleent aan het toezicht door de reclassering,

als bijzondere voorwaarden vast, dat de veroordeelde gedurende de voorwaardelijke beëindiging van PIJ-maatregel:

  1. zich op door de reclassering te bepalen tijdstippen meldt op afspraken bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

  2. zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering;

  3. meewerkt aan huisbezoeken;

  4. zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;

  5. aan de reclassering inzicht geeft in de voortgang van de begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

  6. meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dit van belang is voor het toezicht;

  7. zich onthoudt van het gebruik van drugs, zoveel en zolang de reclassering nodig acht, en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, zo vaak als de reclassering dat nodig acht;

  8. zich onthoudt van het gebruik van alcohol, zoveel en zolang de reclassering nodig acht, en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, zo vaak als de reclassering dat nodig acht;

  9. verblijft in Stichting Maaszicht of een soortgelijke instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, en zich houdt aan de huisregels en het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

  10. zich onder behandeling stelt van De Waag of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven;

  11. een inspanningsverplichting heeft voor het hebben en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van (betaald) werk en/of scholing;

  12. een inspanningsverplichting heeft voor het hebben en behouden van een legaal inkomen, met inzage voor de reclassering en werkt indien nodig mee aan begeleiding van schuldhulpverlening.

Deze beslissing is gegeven te Den Haag door

mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, voorzitter,

mr. J. Holleman, rechter,

en mr. Y.N. van den Brink, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. R. Westerhof, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2020.

Mr. Y.N. van den Brink kan deze beslissing niet ondertekenen.