Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5810

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
NL20.5223 en NL20.5229
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AKT. Marokko veilig land van herkomst en veilig derde land. Beroepen ongegrond. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:5808)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL20.5223 en NL20.5229

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser], v-nummer: [V-nummer 1] , eiser

[eiseres] , v-nummer: [V-nummer 2] , eiseres, mede voor hun kinderen:

[minderjarige 1] , v-nummer: [V-nummer 3] [minderjarige 2], v-nummer: [V-nummer 4] [mindjerjarige 3], v-nummer: [V-nummer 5] gezamenlijk te noemen eisers (gemachtigde: mr. I.M. Hagg),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.5224 en NL20.5230, plaatsgevonden op 15 juni 2020 door middel van een Skype-beeldverbinding. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen

H. Al Sudani. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Eiser is van Syrische nationaliteit en hij is geboren op [geboortedatum 1] 1969. Eiseres is van Marokkaanse nationaliteit en zij is geboren op [geboortedatum 2] 1978. Eisers zijn op [trouwdatum] 2009 gehuwd in Libië. Samen hebben zij drie kinderen. Dochter [minderjarige 1] is geboren op

[geboortedatum 3] 2010, dochter [minderjarige 2] is geboren op [geboortedatum 4] 2011 en dochter [mindjerjarige 3] is geboren op [geboortedatum 5] 2016. De dochters zijn van Syrische nationaliteit.

Eisers hebben op 19 maart 2018 asiel aangevraagd. Bij besluiten van 14 juni 2018 heeft verweerder de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de aanvragen. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 13 juli 2018, is het door eisers ingediende beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 augustus 2018 is het door eisers ingestelde hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard.

Op 24 oktober 2018 hebben eisers onderhavige opvolgende aanvraag asiel ingediend.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond afgewezen omdat Marokko als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt en omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te vrezen heeft voor eerwraak. Verweerder heeft de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat Marokko voor eiser als veilig derde land wordt beschouwd.

3. Eisers voeren in beroep aan dat zij als gezin naar Marokko willen terugkeren maar dat eiser als Syriër niet wordt toegelaten tot Marokko. Ook de kinderen kunnen zonder toestemming van eiser niet naar Marokko. Eisers kunnen als gezin daarom niet naar Marokko, hetgeen strijd oplevert met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser wijst op alle pogingen die hij tot nu toe tevergeefs heeft ondernomen om te zorgen dat hij wordt toegelaten tot Marokko. Volgens eiser is op alle brieven, e-mails en de visumaanvraag geen enkel bericht van de Marokkaanse autoriteiten ontvangen. Volgens eiser is verweerder ten onrechte voorbij gegaan aan zijn specifieke situatie. Eiser wijst erop dat verweerder een samenwerkingsverplichting heeft. Verweerder heeft ten onrechte geen onderzoek verricht naar de toelating tot Marokko en het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig genomen en onvoldoende gemotiveerd. Gelet op het feit dat eiser kort voor de zitting in het bezit is gekomen van een paspoort verzoeken eisers de rechtbank om aanhouding van het beroep. Volgens eisers dient onderzocht te worden of terugkeer naar Marokko mogelijk is.

4. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) volgt dat verweerder, indien hij tegenwerpt dat een land voor de vreemdeling een veilig derde land is, aannemelijk moet maken dat die vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en dient hij hiertoe aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van die vreemdeling, redenen aan te dragen waarom toegang in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens ligt het op de weg van de vreemdeling om aan te tonen dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land, in zijn geval niet aanwezig zijn.1

5. De rechtbank overweegt het volgende. Uit de door verweerder aangehaalde informatie blijkt dat het voor buitenlanders die met een Marokkaanse vrouw zijn getrouwd mogelijk is om in Marokko te verblijven wanneer zij een ‘certificate of residence’ hebben aangevraagd en wanneer er toestemming is gegeven voor het huwelijk. Verder blijkt dat er wettelijke statussen worden verleend aan migranten die in uitzonderlijke omstandigheden verkeren, zoals een wettelijke status aan buitenlandse echtgenoten en kinderen van

1. Zie een uitspraak van de ABRvS van 16 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:128)

Marokkaanse burgers. Verder blijkt dat vreemdelingen die een jaar getrouwd zijn met een Marokkaanse vrouw in Marokko worden beschermd en niet kunnen worden uitgezet. Gelet op deze informatie van verweerder ligt het dus op de weg van eiser om aan te tonen dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot Marokko in zijn geval niet aanwezig zijn.

6. De rechtbank acht van belang dat eiser geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij een volledige officiële aanvraag heeft ingediend om in Marokko toegelaten te worden. Eiser heeft weliswaar een ‘formulaire demande de visa’ ingevuld maar dit formulier is niet volledig ingevuld. Bovendien ontbreken de gevraagde bijlagen, zoals bijvoorbeeld een paspoort en twee recente foto’s. Hierbij is van belang dat is gebleken dat eiser kort voor deze zitting in het bezit is gekomen van een geldig paspoort. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiser middels de door hem overgelegde stukken niet heeft aangetoond dat het voor hem niet mogelijk is om aan de voorwaarden te voldoen, noch dat Marokko hem geen toegang zal verlenen. Omdat niet is gebleken dat eisers als gezin niet zullen worden toegelaten tot Marokko is van strijd met artikel 8 van het EVRM geen sprake. Evenmin is sprake van een onzorgvuldig genomen besluit. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep aan te houden.

7. De aanvraag van eiser is terecht niet-ontvankelijk verklaard. De aanvraag van eiseres is terecht afgewezen als kennelijk-ongegrond. De beroepen zijn ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:

18 juni 2020

Documentcode: DSR11919483

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.