Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5807

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
NL20.4307
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:57 uitspraak. Asiel, Guinee. Relaas is ongeloofwaardig. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.4307


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.J. Portegies),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Brand).


Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting stond gepland op 26 maart 2020. De zitting is niet doorgegaan wegens de Corona-uitbraak in Nederland en de sluiting van de rechtbank.

De rechtbank heeft partijen vervolgens bericht dat een zitting achterwege zal worden gehouden tenzij een van de partijen aangeeft dat zij op zitting wenst te worden gehoord.

De rechtbank heeft met toestemming van partijen het onderzoek gesloten zonder het houden van een nadere zitting, conform het bepaalde in artikel 8:57, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Eiser stelt de Guineese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn vader problemen had met de Guineese autoriteiten, waardoor de autoriteiten het op zijn hele familie hadden gemunt. Eisers vader was militair, maar hij had geen speciale of hoge functie. Zijn vader en moeder hebben eiser nooit verteld wat voor problemen zijn vader met de overheid had. Na het overlijden van zijn vader in 2010, is eisers moeder gearresteerd en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf vanwege medeplichtigheid bij een mislukte couppoging. Ook heeft eiser via zijn moeder gehoord dat de autoriteiten hem wilde doden of in de problemen wilden brengen zodat hij ook in de gevangenis terecht zou komen. Zelf heeft eiser geen problemen ondervonden met de autoriteiten, anders dan dat hij met een smoesje over het niet betalen van de huur uit huis is gezet door de autoriteiten in verband met de problemen van zijn vader.

3. Verweerder heeft de volgende elementen uit eisers asielrelaas in het bestreden besluit als relevant aangemerkt:
- eiser verklaarde dat zijn naam [eiser] is, hij geboren is op [geboortedatum] te Conakry, Guinee, en behoort tot de bevolkingsgroep Fula;
- eiser verklaarde dat zijn vader problemen had met de autoriteiten waardoor zijn familie in de negatieve belangstelling is geraakt.
Eiser wordt vooralsnog gevolgd in de door hem opgegeven identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser wordt echter niet gevolgd in zijn verklaringen over de problemen die hij zou hebben ondervonden met de Guineese autoriteten. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw op grond van deze verklaringen.

4. Eiser voert (samengevat) aan dat verweerder ten onrechte zijn problemen ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft met zijn verklaringen een helder en geloofwaardige weergave gegeven van wat hem is overkomen en duidelijk aangegeven dat hij niet terug kan naar Guinee. Ten onrechte stelt verweerder dat eiser niet consistent heeft verklaard over zijn leeftijd, terwijl dit wel van hem verwacht mag worden. Eiser kan niet rekenen zodat hij er steeds naast zit. Eiser heeft verklaard dat hij op zeventien jarige leeftijd zijn land heeft verlaten. Een eenvoudige rekensom leert dat dit op zestien jarige leeftijd moet zijn geweest. Dat is een zeer jonge leeftijd. In het bestreden besluit worden een aantal passages aangehaald waarin hij aangeeft dat hij niet op de hoogte was van de problemen die zijn ouders hebben ondervonden. Hij verklaart daar eerlijk en open over. Weliswaar heeft hij gezegd dat zijn moeder hem in de gevangenis veel over het verleden en over zijn vader vertelde, maar dat ging niet over wat zijn vader was overkomen, maar over wat voor man hij is geweest. Over de problemen heeft zij hem niets verteld, zoals hij heeft aangegeven in het nader gehoor. Eiser weet niet wat er precies met zijn ouders aan de hand was. Dat zij in de problemen waren, weet hij wel degelijk en dat hij in de problemen zit, weet hij ook. Eiser vreest dat hij bij terugkeer, net als zijn moeder, onmiddellijk in de gevangenis zal komen.

5. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit (samengevat) op het standpunt gesteld dat het relaas ongeloofwaardig wordt geacht omdat eiser tijdens het nader gehoor niet in staat is om over essentiële zaken concrete informatie te verstrekken. Zo weet eiser niet met wie zijn vader problemen zou hebben gehad en weet hij ook niet wat de aard van

deze problemen was. Bovendien heeft eiser zelf niets vernomen van deze problemen. De verklaringen van eiser hierover zijn gestoeld op vermoedens, omdat hij verklaarde dat de problemen misschien door zijn vader zijn ontstaan. De verklaringen over de arrestatie, veroordeling en detentie van zijn moeder heeft eiser voorts niet onderbouwd met enig document. Dat zijn moeder onterecht zou zijn veroordeeld vanwege de problemen die zijn vader met de autoriteiten had, is blijkens zijn verklaringen ook enkel gebaseerd op een vermoeden van eiser zelf. Ook de verklaring dat hij uit huis is gezet om oneigenlijke redenen, namelijk vanwege de problemen van zijn vader, is niet nader onderbouwd. Eiser verklaarde niet te weten van wie zijn moeder heeft gehoord dat de overheid eiser in de problemen wilden brengen en dat hij ook niet weet wie de persoon is die hem deze informatie heeft verschaft. Evenmin strookt het met elkaar dat eiser stelt te vrezen voor dezelfde overheid waarvan hij zegt dat zijn moeder daar vele connecties heeft. Bovendien bevreemdt het dat eiser met zo weinig informatie het besluit neemt om zijn huis, familie en land van herkomst achter zich te laten. Ook is ook onduidelijk hoe oud eiser was op het moment dat hij Guinee heeft verlaten. Eiser is geboren op [geboortedatum] en hij verklaarde eind 2015 uit Guinee te zijn vertrokken toen hij zeventien jaar oud was. Echter, als hij op [geboortedatum] geboren is, kan hij geen zeventien jaar oud geweest zijn bij zijn vertrek uit Guinee eind 2015. Eiser verklaarde tijdens zijn gehoren bovendien dat hij zeventien jaar oud was toen hij van school ging. Gelet op de opgegeven geboortedatum en het opgegeven vertrek uit Guinee, kan dit niet mogelijk zijn. Eiser is meermaals in de gelegenheid gesteld om te verklaren over zijn vertrek en zijn schoolgang en is voorts tijdens zijn nader gehoor geconfronteerd met zijn strijdige verklaringen hierover. Eiser heeft toen echter geen inzicht gegeven in zijn verklaringen. Uit het medisch advies van FMMU blijkt weliswaar dat eiser moeite heeft met het benoemen van exacte data, maar dat het bij benadering wel lukt om deze te benoemen. Daarom wordt van eiser verwacht dat hij eenduidig concreter kan verklaren over zijn leeftijd, schoolgang en moment van vertrek uit zijn land van herkomst. In de correcties en aanvullingen is aangegeven dat hij zestien jaar oud was toen hij Guinee verliet, maar eiser heeft nagelaten om uit te leggen waarom hij zijn verklaring wil wijzigen en wat de reden is geweest dat hij niet direct juist heeft kunnen antwoorden. Ten slotte blijft staan dat eiser in ieder geval niet op een dusdanige jonge leeftijd uit Guinee is vertrokken dat van hem niet verwacht mag worden dat hij concrete en consistente verklaringen aflegt over (onder meer) de gestelde problemen van zijn vader, de detentie en vrijlating van zijn moeder, en zijn gestelde eigen problemen. Daarbij komt dat dat eiser heeft verklaard dat toen hij wat ouder werd (in 2015) zijn moeder hem tijdens bezoeken in de gevangenis veel vertelde over het verleden van zijn vader.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met voorgaande motivering in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat eisers relaas ongeloofwaardig wordt geacht omdat eiser zijn relaas niet heeft onderbouwd met documenten en hij in zijn verklaringen tijdens het nader gehoor niet in staat is gebleken om over essentiële onderdelen van zijn relaas concrete informatie te verstrekken. Dat eiser met zijn verklaringen een helder en geloofwaardige weergave heeft gegeven van zijn asielrelaas, wordt daarom niet gevolgd. Voorts heeft verweerder zich niet ten onechte op het standpunt gesteld dat, los van de vraag of eiser zestien of zeventien was ten tijde van zijn vertrek uit Guinee, hij in ieder geval niet op een dusdanige jonge leeftijd uit Guinee is vertrokken dat van hem niet verwacht mag worden dat hij concrete en consistente verklaringen aflegt over de gestelde problemen van zijn vader, de detentie en vrijlating van zijn moeder en zijn gestelde eigen problemen. Ten slotte wordt de stelling dat eisers moeder hem weliswaar in de gevangenis veel over zijn vader vertelde maar dat dat niet ging over wat zijn vader was overkomen, maar over wat voor man hij is geweest, niet gevolgd. In het vrije relaas heeft eiser immers als volgt verklaard:
“In 2015 was ik iets ouder en als wij onze moeder gingen bezoeken, vertelde mijn moeder veel over het verleden en over mijn vader. Ze gaf mij veel advies. Op een gegeven moment had ik opgemerkt, gezien mijn leeftijd, dat ik voorzichtig moest doen.” In de correcties en aanvullingen is deze verklaring niet gecorrigeerd. De beroepsgrond faalt.

7. De aanvraag is daarom terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier.

De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.