Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5800

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
NL20.6249
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

asiel, plakvovo bij beroepszaak, vovo afgewezen (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:5802)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6249

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. Bi├žer).

Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting was, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.6248 (het beroep), gepland op 24 maart 2020. Naar aanleiding van de sluiting van de rechtbank vanwege de maatregelen die zijn getroffen in verband met het coronavirus is deze zitting komen te vervallen.

Partijen hebben de rechtbank vervolgens ten aanzien van de behandeling van het beroep toestemming verleend om uitspraak te doen zonder nadere zitting.

Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de voorzieningenrechter bepaald uitspraak te doen zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1990.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.6248, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. de Jong, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

22 juni 2020

Documentcode: DSR11949627

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.