Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5765

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3305
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Geen spoedeisend belang. Zoon verleent ook zonder pgb nog steeds zorg. Daarnaast kan verzoekster gebruik maken van zorg in natura, dat zij er voor heeft gekozen daar geen gebruik van de maken, dient voor haar rekening en risico te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/3305

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. H. Polat),

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, verweerder

(gemachtigde: V.M.M. Albers).

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster een maatwerkvoorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) toegekend in de vorm van zorg in natura.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, alsmede door [echtgenoot] (echtgenoot). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3. Verzoekster heeft over het gestelde spoedeisend belang aangevoerd dat haar zoon de zorg die hij nu verleent niet meer kan verlenen als verweerder geen persoonsgebonden budget (pgb) toekent. Zorg in natura is een lege huls omdat verzoekster moeite heeft met het opbouwen van een vertrouwensband met (meerdere) externe zorgverleners. Ook is zij bang om door de externe hulpverleners te worden besmet met corona.

4.1

De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoekster heeft aangevoerd geen zodanig spoedeisend belang dat de beslissing in de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht en overweegt daartoe het volgende. Bij bestreden besluit heeft verweerder een indicatie voor zorg in nature afgegeven voor hulp bij sociaal en persoonlijk functioneren trede 2, financiƫn trede 4 en ondersteuning en regie in het huishouden trede 2. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat verzoekster contact kan opnemen met haar Wmo-consulente, teneinde een passende zorgverlener in te schakelen. Dat verzoekster om haar moverende redenen aanleiding heeft gezien om geen gebruik te maken van dat aanbod, kan niet tot een spoedeisend belang leiden.

4.2

Daarnaast is gebleken dat verzoekster niet verstoken is van hulp, omdat haar zoon ondanks het feit dat verweerder geen pgb heeft verleend, alsnog zorg aan verzoekster verleend. Van een levensbedreigende en onomkeerbare situatie is derhalve geen sprake.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Kraan, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 26 juni 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.