Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5647

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
NL20.7178
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Spanje, ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.7178


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C. Chen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft repliek ingediend.

De rechtbank heeft met toestemming van partijen het onderzoek gesloten zonder het houden van een nadere zitting, conform het bepaalde in artikel 8:57, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

  1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1993 en van Ivoriaanse nationaliteit te zijn. Verweerder stelt dat zij is geboren op [gestelde geboortedag] 1989.

  2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

3. Eiseres voert aan dat zij niet naar Spanje kan omdat zij daar werd bedreigd door de kapitein van het smokkelschip en zijn bemanning. Zij stelt daartegen geen bescherming te krijgen.

3.1

Zoals verweerder reeds in het voornemen en bestreden besluit heeft gemotiveerd heeft eiseres niet onderbouwd dat er concrete aanwijzingen zijn dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt en eiseres niet de benodigde hulp zal bieden voor zover zij in Spanje problemen ondervindt. Haar enkele stelling is niet voldoende. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres zich bij voorkomende problemen tot de Spaanse (hogere) autoriteiten dan wel geëigende instanties kan wenden. Ook in beroep is niet aannemelijk gemaakt dat zij eiseres niet kunnen of willen helpen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

4. Eiseres voert aan dat het, gelet op de situatie omtrent het Coronavirus in Spanje, van een onevenredige hardheid zou getuigen om haar nu terug te sturen naar Spanje. Daarnaast is het de vraag of Spanje nog overdrachten accepteert. Eiseres doet expliciet een beroep op artikel 83a Vw waarin is bepaald dat de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek doet naar zowel de feitelijke als de juridische gronden van het beroep.

Eiseres meent dat verweerder haar asielaanvraag ten onrechte niet zelf in behandeling neemt en wijst op paragraaf C2/5.1 van de vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Daarin staat :“De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te

behandelen in ieder geval in de volgende situaties: (..)

bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt;”

In het geval dat niet gesproken kan worden van “individuele omstandigheden” kan er zeker wel gesproken worden over “bijzondere omstandigheden”. Nu de uitbraak van het coronavirus is bestempeld als een pandemie hebben (bijna) alle landen ter wereld het openbare leven stilgelegd. Overal ter wereld geldt “code Oranje”. Overigens noemt verweerder de corona uitbraak zelf ook een bijzondere omstandigheid. Dat de situatie voor verweerder wel uitzonderlijk genoeg is om zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening maar niet uitzonderlijk genoeg is om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid, valt niet met elkaar te rijmen, althans, is niet voorzien van een deugdelijke motivering. Ten onrechte heeft verweerder geen gebruik gemaakt van de discretionaire bevoegdheid. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom sprake zou zijn van een “tijdelijk beletsel”. Alles lijkt erop te wijzen dat de wereld nog lang niet van het coronavirus af is. Daar komt nog bij dat nog een lange tijd gaat duren voordat er een vaccin beschikbaar is. Gelet op het hoge aantal besmettingen en doden in Spanje zou het getuigen van een onevenredige hardheid om eiseres nu terug te sturen naar Spanje. Ten onrechte gaat verweerder er vanuit dat er sprake is van een tijdelijk beletsel.

4.1

De rechtbank overweegt het volgende. Het is de rechtbank bekend dat de Spaanse autoriteiten vanwege de uitbraak van het Covid-19 virus momenteel geen Dublinclaimanten accepteren. Dit maakt echter niet dat Spanje niet meer verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek van eiseres om internationale bescherming. Dat de overdracht op dit moment niet kan worden uitgevoerd is een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel. Dit maakt de vaststelling van Spanje als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dat beletsel is opgeheven, eiseres in beginsel alsnog kan worden overgedragen. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1032). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee voldoende gemotiveerd waarom hij op dit moment geen gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid. Pas als de overdrachtstermijn dreigt te verstrijken, is verweerder gehouden nadere actie te ondernemen. Dat is in het geval van eiseres nog niet aan de orde. Deze beroepsgrond slaagt niet.

5. Het beroep is kennelijk ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.

De uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.