Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5646

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
NL20.5969
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

4e asielaanvraag, N-O omdat het asielmotief eerder naar voren gebracht had moeten worden. Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL20.5969 en NL20.5970

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. G.E. Jans),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL20.5969). Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen (NL20.5970).

Het onderzoek ter zitting in beide zaken heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en A.M.R. Zeevaarder als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting hebben de rechtbank en de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Eiser heeft in deze vierde asielprocedure gezegd dat hij slachtoffer is van mensenhandel door de Black Axe Confraternity en bij terugkeer naar Nigeria vreest voor zijn leven.

2. Verweerder heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser dit asielmotief eerder naar voren had moeten brengen.

3. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder zich op dit standpunt stellen. Eiser is vanaf de eerste procedure duidelijk gemaakt dat zijn verklaringen vertrouwelijk worden behandeld. Dat eiser vanwege een afgelegde eed aanvankelijk niet durfde te verklaren en dat pas kon toen hem duidelijk werd dat hij terug moest keren naar Nigeria, heeft verweerder niet hoeven volgen. Eiser was al eerder duidelijk dat hij niet in Nederland kon blijven, namelijk na de uitspraak van de rechtbank in zijn eerste procedure in juli 2018. En niet is begrijpelijk waarom hij ook bij zijn tweede en derde aanvraag Black Axe niet heeft genoemd. Anders dan eiser stelt, vindt de rechtbank - met verweerder - niet dat de druk van deze eed vergelijkbaar is met de schroom of de blokkade om te verklaren over seksuele geaardheid. Eiser kan dus worden verweten dat hij niet eerder heeft verklaard over Black Axe.

4. Voor zover eiser een beroep doet op de Bahaddar-exceptie, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn verklaringen over mensenhandel en Black Axe niet heeft onderbouwd anders dan met algemene, niet op eiser betrekking hebbende, informatie over Black Axe. Verweerder heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat de vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM niet reëel is.

5. De conclusie is dat het beroep ongegrond is.

6. Nu het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.

7. In beide zaken is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2020 door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van Y.D. Ancion, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover het de hoofdzaak betreft, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.