Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5522

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
Awb 18/8430
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Visum kort verblijf, Marokko, niet aangevoerd waarom bestreden besluit niet in stand kan blijven, ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/8430

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2020 in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [1981] , van Marokkaanse nationaliteit, eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: [referent] )

en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juli 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bij zijn neef, [referent] (referent), afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 16 oktober 2018 is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is vervangen door het besluit van 22 augustus 2019 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiser ongegrond heeft verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek heden,

vóór het doen van de uitspraak, gesloten.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op twee afwijzingsgronden genoemd in artikel 32 van de Visumcode:

- a, onder II: Verweerder vindt dat eiser het doel van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond omdat eiser zijn gestelde familierelatie met referent niet heeft aangetoond met objectieve bewijsstukken en ook niet anderszins aannemelijk heeft gemaakt. De bij de visumaanvraag overgelegde ‘Attestation de Relation Familiale’ is geen objectief verifieerbaar document omdat niet is gebleken dat hetgeen erin staat op grond van brondocumenten is vastgesteld. Omdat de familierelatie niet aannemelijk is gemaakt en omdat eiser wel broers en zussen in Spanje zou hebben, acht verweerder het ook niet aannemelijk dat het hoofdverblijf van eiser in Nederland zou liggen.

- b: Verweerder vindt dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiser om het Schengengebied vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten, nu niet is gebleken van een wezenlijke sociale en economische binding met het land van herkomst. Uit de door eiser overgelegde ‘Attestation Agricole’ blijkt enkel dat hij boer is en land exploiteert. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zelf landeigenaar is en ook niet dat hij daadwerkelijk regelmatige inkomsten uit arbeid heeft. Verder blijkt uit de door eiser overgelegde bankafschriften dat er een aantal hoge stortingen zijn gedaan, waarvan de herkomst onduidelijk is. Dat eiser wel enige sociale binding heeft met zijn vrouw en twee kinderen is onvoldoende, aldus verweerder.

2. Nu sprake is van zelfstandige afwijzingsgronden was de afwijzing van de aanvraag al terecht als één van de afwijzingsgronden in stand blijft.

3. Eiser heeft aangevoerd dat hij graag zijn familie in Nederland wil bezoeken. Daarnaast wil hij ook Nederland bezoeken en wil hij kennismaken met de Nederlandse samenleving.

4. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan afdoen aan het bestreden besluit omdat eiser hiermee niet heeft aangevoerd waarom het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 16 juni 2020.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Op grond van artikel 84, onder b, van de Vw staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.