Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5462

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
C/09/593531 / FA RK 20-3363
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/593531 / FA RK 20-3363

Datum beschikking: 09 juni 2020

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1952 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. M. Verkijk te Haarlem.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 mei 2020, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 28 april 2020 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging van 15 mei 2020 door [verpleegkundig specialist] , zorgverantwoordelijke;

- een advies van de geneesheer-directeur van 18 mei 2020;

- een op 25 maart 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 15 mei 2020 met bijlagen;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 09 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

- betrokkene, in het bijzijn van de psychiater;

- de advocaat;

- de [psychiater 2] ;

- de [verpleegkundig specialist] .

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene wil dat de opname beëindigd wordt. Hij heeft al, zoals overeengekomen, zes weken in de instelling gezeten voor het neuropsychologisch onderzoek (NPO) en hij wil nu terug naar huis. Als hij thuis is zal hij zich aan zijn woord houden om niet meer te gaan drinken. Hij meent dat hij daarbij geen hulp nodig heeft, dat hij dat op eigen kracht kan doen en dat wat hij heeft beloofd, ook na zal komen.

Zijn advocaat heeft aangegeven dat nu het onderzoek al is afgerond, een langer verblijf in de instelling niet meer zinvol is en dat betrokkene ook thuis de resultaten van het onderzoek af kan wachten.

De psychiater heeft aangegeven dat voor een betrouwbaar onderzoek er sprake moet zijn van zes weken abstinentie. Nu bij de opname is gebleken dat er nog sprake was van drankgebruik van betrokkene is het onderzoek veel later gestart met het gevolg dat het vervolgonderzoek morgen pas kan plaatsvinden. Pas als het gehele onderzoek is afgerond zal het nog vier weken duren voordat de uitslag ervan bekend is en wat dan de te nemen vervolgstappen moet zijn. Een onmiddellijke terugkeer naar de thuissituatie zal er naar haar oordeel ertoe leiden dat betrokkene zal terugvallen in drankgebruik, temeer omdat er een sterk vermoeden is van ernstig neurocognitieve stoornis en omdat bij de opname is gebleken dat betrokkene niet betrouwbaar is in zijn toezeggingen. Om die reden kan zij ook niet aangeven hoelang de opname nog zal duren.

De verpleegkundig specialist heeft verklaard dat betrokkene buitenshuis een andere versie vertelt over zijn drankgebruik. Hij wil wel dat betrokkene voor zo kort mogelijk dan wel voor zolang het nodig is opgenomen blijft.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 28 april 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.

Volgens het behandelend team van de [verblijfplaats] waar betrokkene vanaf 1 mei 2020 verplicht verblijft, lijkt er, vooruitlopend op het neuropsychologisch onderzoek, vrijwel zeker sprake te zijn van cognitieve stoornissen en is de verplichte zorg die eerder werd toegekend voor 6 weken niet toereikend. Na 6 weken detoxificatie en een aansluitend gedegen neuropsychologisch onderzoek heeft het behandelend team en de ambulant

behandelaar meer tijd nodig om gepaste hulp te organiseren en te kunnen verwijzen naar een

vervolgtraject. Dit zal geruime tijd in beslag nemen en het is noodzakelijk om betrokkene tot die tijd opgenomen te houden in de kliniek. Het is onwenselijk om betrokkene na de huidige 6 weken verplichte zorg terug naar huis te laten keren. De kans op terugval in overmatig alcoholgebruik is erg groot in verband met het gebrek aan ziekte-inzicht en -besef en zijn echtgenote is al erg overbelast.

Teneinde deze situatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

Gebleken is dat deze vormen van zorg, die deels niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van die zes weken moeten worden voortgezet.

Betrokkene verzet zich tegen deze (aanvullende) vormen van verplichte zorg. Hij wil na de zes weken verplichte zorg, opnemen in de accommodatie, weer terug naar huis.

Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg in duur wordt verlengd en wordt uitgebreid met:

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en

gevaarlijke voorwerpen,

voor de duur van de geldende zorgmachtiging.

Beslissing

De rechtbank:

wijzigt de op 28 april 2020 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:

[de man] ,

geboren op [geboortedag] 1952 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en

gevaarlijke voorwerpen;

- opnemen in een accommodatie,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 oktober 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Bruining, rechter, bijgestaan door A.U. Hatuina als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 09 juni 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 juni 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.