Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5333

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
17-06-2020
Zaaknummer
NL20.5474
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel, Kameroen, ongeloofwaardig asielrelaas, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.5474


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Mackic).


Procesverloop
Bij besluit van 16 oktober 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 29 april 2019 (NL18.21264) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard en het besluit van 16 oktober 2018 vernietigd.

Bij besluit van 4 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Madu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Hij heeft de Kameroense nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Hij heeft in zijn land van herkomst problemen ondervonden omdat hij voorstander is van de onafhankelijkheid van het Engelstalige Zuid-Kameroen. Eiser is lid van de Southern Cameroons National Council (SCNC) sinds oktober 2016. Hij heeft deelgenomen aan een demonstratie op 1 oktober 2017 om te pleiten voor een onafhankelijk Zuid-Kameroen. Hij heeft tijdens de demonstratie foto’s gemaakt en heeft deze foto’s doorgestuurd naar een Zuid-Afrikaans televisiestation. Hij is daarbij betrapt door een dorpsgenoot genaamd Grand Paddi die op handen was van de Franstalige overheid. Deze Paddi heeft zo’n 200 namen, waaronder die van eiser, doorgespeeld aan de Kameroense autoriteiten. Hierdoor is een groep zo boos geworden dat auto’s in brand zijn gestoken, het magazijn van Paddi in brand is gestoken en Grand Paddi is doodgeslagen. Eiser heeft hierin geen actieve rol gespeeld, maar was hierbij aanwezig. Eisers naam is doorgespeeld aan de autoriteiten. Er zijn foto’s opgehangen met een lijst van namen, daar staat eiser op vermeld. Ook is op 4 oktober 2017 de woning van eiser doorzocht. Voorts zijn bij de grootschalige protesten eind september 2017 en begin oktober 2017 in Kameroen de twee broers van eiser vermoord en is in oktober 2017 zijn zusje verkracht door militairen. Eiser vreest voor de autoriteiten bij terugkeer naar Kameroen.

2. Verweerder heeft in het asielrelaas de volgende elementen als relevant aangemerkt:

1. Nationaliteit/identiteit;

2. Lidmaatschap SCNC;

3. Deelname demonstratie en groepsaanval op Grand Paddi;

4. Negatieve belangstelling autoriteiten vanwege deelname demonstratie en groepsaanval;

5. Verkrachting zus en moorden op broers begin oktober 2017.

2.1

Verweerder gelooft niet dat eiser lid was of is van het SCNC en ook gelooft verweerder niet dat eiser, na de demonstratie en de groepsaanval op Paddi, in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Daarom komt eiser niet in aanmerking voor de gevraagde verblijfsvergunning.

Lidmaatschap SCNC

3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte niet gelooft dat hij lid is van het SCNC.

3.1

De rechtbank volgt eiser daarin niet. Eiser heeft geen documenten overgelegd ter staving van zijn lidmaatschap. Voorts heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser ook niet met zijn verklaringen zijn lidmaatschap aannemelijk heeft gemaakt. Zo weet eiser niet waar de afkorting SCNC voor staat en ook weet eiser niet dat de partij al sinds 2001 is verboden. Verder weet eiser niet te vertellen wat het motto van het SCNC is, wie de huidige voorzitter is en wanneer de SCNC is opgericht. Omdat eiser heeft verklaard al sinds oktober 2016 lid te zijn van de partij heeft verweerder van eiser mogen verwachten dat eiser dergelijke elementaire kennis van de partij heeft. Verweerder heeft in eisers toelichting, dat van hem dergelijke kennis niet mag worden verwacht omdat hij geen opleiding heeft genoten en analfabeet is, geen aanleiding hoeven zien om tot een andere conclusie te komen. Voor het hebben van de gevraagde kennis van de partij hoeft eiser niet te kunnen lezen en schrijven, omdat eiser deze kennis heeft moeten kunnen vernemen door er naar te vragen, wat gezien zijn gestelde motivatie om lid te worden van de partij door verweerder verwacht mag worden. Ook heeft eiser dergelijke kennis moeten kunnen opvangen tijdens zijn deelname aan een bijeenkomst en de demonstratie.

De beroepsgrond slaagt niet.

Negatieve belangstelling autoriteiten vanwege deelname demonstratie en groepsaanval

4. Eiser voert voorts aan dat verweerder ten onrechte niet gelooft dat hij na de deelname aan de demonstratie en de groepsaanval op Grand Paddi in de negatieve belangstelling is komen te staan van de autoriteiten. Ter onderbouwing heeft eiser een aantal documenten overgelegd, namelijk een arrestatiebevel van 2 oktober 2017, een tweetal verklaringen van een advocaat en een verklaring van zijn moeder van 23 oktober 2017. Gelet op de inhoud van deze documenten, in het licht van eisers verklaringen en de algemene situatie in Kameroen heeft verweerder niet voldoende gemotiveerd waarom de documenten afbreuk doen aan geloofwaardigheid. Verweerder heeft niet voldaan aan zijn vergewisplicht en heeft niet voldaan aan hetgeen de rechtbank in de uitspraak van 29 april 2019 in rechtsoverweging 5.2 heeft overwogen. Op grond van de geplaatste foto’s op Facebook moet eiser worden aangemerkt als een refugié sur place.

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser heeft deelgenomen aan een demonstratie op 1 oktober 2017 en dat op die dag een groepsaanval heeft plaatsgevonden op Grand Paddi. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van deze deelname in de negatieve aandacht van de Kameroense autoriteiten is komen te staan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.1.1

Verweerder heeft de door eiser ingebrachte documenten laten onderzoeken door Bureau Documenten. In de verklaring van onderzoek van 17 december 2019 heeft Bureau Documenten ten aanzien van de verklaring van eisers moeder geconcludeerd dat wegens het ontbreken van voldoende betrouwbaar vergelijkingsmateriaal geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid van het document en kan niet worden vastgesteld of het document bevoegd is opgemaakt en afgegeven.

Ten aanzien van de twee verklaringen van MBI-Nchenge Law Chamber “Without Prejudice”, van de advocaat ( [naam] ) heeft Bureau Documenten met betrekking tot de ongedateerde verklaring geconcludeerd dat in dit document essentiële onderdelen ontbreken en dat de opmaak en afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal en dat het document daarom mogelijk niet echt is. Met betrekking tot de verklaring gedateerd 26 november 2018 heeft Bureau Documenten geconcludeerd dat de verschijningsvorm, opmaak en afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal en dat daarom dit document mogelijk evenmin echt is.

Met betrekking tot het arrestatiebevel heeft Bureau Documenten geen uitspraak kunnen doen over de echtheid van het document omdat niet het originele document voor onderzoek is aangeboden maar een fotokopie.

4.1.2

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 mag verweerder in beginsel ervan uitgaan dat de verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dit laat onverlet dat zich situaties kunnen voordoen waarin de vergewisplicht van verweerder als bedoeld in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke situatie hier geen sprake. Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat de bevindingen van Bureau Documenten helder zijn en dat de conclusies daarop aansluiten. Uit de verklaring van Bureau documenten blijkt hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden en wat de uitkomst van het onderzoek is geweest. Namelijk dat in het document: Verklaring MBI-Nchenge Law Chamber "Without Prejudice", essentiële onderdelen ontbreken en dat de opmaak en afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Bureau Documenten komt gelet hierop tot de conclusie dat het document mogelijk niet echt is. De rechtbank ziet daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder in dit geval bij Bureau Documenten heeft moeten nagaan hoe de conclusies tot stand zijn gekomen. Verweerder heeft de verklaring van onderzoek daarom kunnen betrekken in de besluitvorming. Eiser heeft de conclusies van Bureau Documenten niet bestreden door een contra-expertise over te leggen.

4.1.3

Nu het een eerste asielaanvraag van eiser betreft, betekent het feit dat Bureau Documenten de echtheid van deze documenten niet (met zekerheid) heeft kunnen vaststellen, niet dat aan deze documenten geen enige bewijswaarde kan worden toegekend. De stukken kunnen dienen als nadere ondersteuning van het asielrelaas. Het ligt dan wel op de weg van eiser om zijn relaas eerst met zijn verklaringen aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser daarin niet is geslaagd.

Zo heeft eiser verklaard dat na de demonstratie en de aanval op Grand Paddi zijn huis op 4 oktober 2017 door militairen is doorzocht. Verweerder heeft in dit verband terecht betrokken dat eiser bij deze doorzoeking niet zelf aanwezig was, maar dat hij dit heeft gehoord van zijn vrouw. Voorts heeft verweerder niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser vaag over deze gebeurtenis heeft verklaard. Ondanks dat eiser meerdere specifieke vragen zijn gesteld over wanneer de huiszoekingen hebben plaatsgevonden en of zijn vrouw op dat moment thuis was, heeft eiser vaag verklaard2. Zo heeft eiser tot tweemaal toe ontwijkend geantwoord op de vraag wanneer zijn huis werd doorzocht en heeft eiser ontwijkend en vaag verklaard op de vraag of zijn vrouw tijdens de huiszoeking thuis aanwezig was. Eiser heeft verklaard dat hij van zijn vrouw heeft vernomen dat militairen meerdere malen bij hem thuis langs zijn geweest. Gelet daarop mag verweerder van eiser verlangen dat hij meer details kan geven en uitgebreider kan verklaren.

Voorts heeft verweerder niet ten onrechte opgemerkt dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat iemand die stelt actief te worden gezocht door de autoriteiten tot tweemaal toe legaal zijn land weet uit te reizen. Eiser is volgens zijn eigen verklaringen op 15 oktober 2017 – toen hij naar eigen zeggen al twee weken werd gezocht – legaal per vliegtuig naar Benin afgereisd met zijn eigen paspoort. Vervolgens is eiser een week na zijn vertrek naar Benin weer naar Kameroen teruggekeerd. Gezien eisers verklaringen dat actief naar hem wordt gezocht, heeft verweerder dit vreemd kunnen vinden. De verklaring van eiser voor zijn terugkeer, dat hij in geldnood zat en omdat hij dacht dat het in Kameroen wat rustiger was geworden na zijn vertrek, heeft verweerder niet als een logische toelichting hoeven aanmerken. Allereerst omdat eiser ook verklaard heeft dat hij in Benin gefrustreerd was omdat hij niks te doen had, maar te meer omdat deze toelichting niet weg neemt dat niet valt in te zien dat eiser om deze redenen zou terugkeren naar een land waarvan hij stelt dat kort daarvoor een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd, zijn naam en foto door de autoriteiten zouden zijn verspreid en zijn huis meerdere malen door militairen zou zijn doorzocht. Ook de verklaringen van eiser over het definitieve vertrek uit Kameroen heeft verweerder niet hoeven volgen. Eiser heeft verklaard dat hij met de auto naar Nigeriaanse grens is gereden en dat hij op zijn woord werd geloofd dat hij Nigeriaan was en geen identiteitsbewijs hoefde te tonen. Daarentegen heeft eiser ook verklaard dat een ieder bij de grens zijn ID-kaart moet laten zien en heeft hij verklaard dat zijn tas werd onderzocht. Gezien het feit dat op dat moment al een arrestatiebevel tegen eiser zou zijn uitgevaardigd en dat zijn naam en foto op alle politiebureaus zou circuleren, heeft verweerder niet aannemelijk hoeven achten dat eiser op deze wijze zonder problemen het land uit heeft kunnen reizen.

Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder op grond van de verklaringen van eiser aan de kopie van het arrestatiebevel en de verklaringen van de advocaat en eisers moeder niet die bewijswaarde heeft hoeven toekennen die eiser daaraan wenst te zien, omdat deze documenten onverlet laten dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Kameroense autoriteiten en dat er actief naar hem wordt gezocht, aangezien hij tot tweemaal toe op legale wijze zonder problemen Kameroen heeft kunnen verlaten.

4.1.4

De actuele algemene informatie over de situatie in Kameroen betreffende de mensenrechtenschendingen heeft verweerder niet tot een ander besluit hoeven brengen. De situatie in Kameroen is niet zodanig dat iedere asielzoeker uit dat land zonder meer als vluchteling moet worden aangemerkt. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat voor hem persoonlijk sprake is van feiten en omstandigheden die maken dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging. Zoals hiervoor al is overwogen heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser daarin niet is geslaagd.

4.1.5

Wat betreft de stelling van eiser dat hij moet worden aangemerkt als refugié sur place vanwege het feit dat hij video’s en afbeeldingen op zijn Facebookaccount heeft geplaatst, is de rechtbank van oordeel dat - daargelaten de vraag of aannemelijk is gemaakt dat dit betreffende account van eiser is - verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Kameroense autoriteiten op de hoogte zijn van de op zijn Facebookpagina geplaatste afbeeldingen.

De beroepsgrond slaagt niet.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:628

2 Zie nader gehoor p. 11 en 12