Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5331

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-06-2020
Datum publicatie
17-06-2020
Zaaknummer
NL19.27645
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel, biseksuele geaardheid, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.29917


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Mackic).


Procesverloop
Bij besluit van 18 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen I. Ringelé. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Hij heeft in 2008 zijn land van herkomst verlaten vanwege een geschil over de grond van zijn vader, welke grond eiser van zijn vader in eigendom heeft gekregen. Voorts is eiser biseksueel.

3. Verweerder gelooft niet de door eiser gestelde problemen met de regering als gevolg van het verkrijgen van eigendom van zijn vader. Ook gelooft verweerder niet de door eiser gestelde biseksualiteit. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor de gevraagde verblijfsvergunning.

Problemen met autoriteiten over eigendom

4. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte niet de problemen geloofwaardig heeft bevonden als gevolg van het verkrijgen van de grond van zijn vader. Ter onderbouwing van zijn problemen heeft eiser verklaringen overgelegd met betrekking tot het overlijden van zijn broers en verklaringen van zijn vader. Het onderzoek dat door Bureau Documenten is verricht naar deze documenten is niet voldoende inzichtelijk en concludent.

4.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn gestelde problemen door de verkrijging van grond van zijn vader niet geloofwaardig heeft gemaakt.

4.1.1

Zo heeft verweerder in zijn beoordeling kunnen betrekken dat eiser vaag en summier heeft verklaard over deze problemen en dat hij niet kan verklaren wanneer de gestelde problemen zijn begonnen. De stelling van eiser, dat hij nog erg jong was toen de problemen begonnen en hij daarom niet volledig op de hoogte was, heeft verweerder niet als een verschoonbare reden hoeven aanmerken. Immers, eiser was 18 jaar oud op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet. Op die leeftijd mag verweerder er vanuit gaan dat eiser voldoende op de hoogte is van de problemen die er voor hem en de meeste van zijn broers en zussen toe hebben geleid om zijn land te verlaten.

4.1.2

Ook heeft verweerder niet ten onrechte betrokken dat eiser verschillende verklaringen heeft afgelegd over de verdeling van de grond van zijn vader en hoeveel grond eiser zelf bezit. Voor de stelling van eiser, dat zijn verklaringen verkeerd vertaald zijn, dan wel door de gehoorambtenaar onjuist in het verslag van gehoor zouden zijn weergegeven, geeft het verslag van het nader gehoor geen concrete aanknopingspunten. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder niet op de verklaringen van eiser heeft kunnen afgaan.

4.1.3

Voorts heeft verweerder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat twee van zijn broers zijn vermoord vanwege de grond van eisers vader. Eiser heeft twee verklaringen overgelegd die zijn afgelegd bij een notaris, waarvan eiser heeft gesteld dat deze afkomstig zijn van zijn vader, waarbij verklaring van de politie is gehecht. Ook heeft eiser twee overlijdensaktes van zijn broers overgelegd. Verweerder heeft deze documenten ter beoordeling op echtheid voorgelegd aan Bureau Documenten. Uit de verklaring van onderzoek van 27 september 2019 blijkt dat Bureau Documenten heeft geconcludeerd dat de twee medische verklaringen betreffende het overlijden van de broers hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven en dat de eigen verklaringen met de aangehechte verklaring van de politie waarschijnlijk frauduleus zijn verkregen.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3221), is een door het Bureau Documenten opgestelde verklaring van onderzoek een deskundigenadvies waarvan een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan. Indien en voor zover een bestuursorgaan een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, strekt de door de rechtbank te verrichten toetsing, indien de desbetreffende belanghebbende geen eigen deskundigenadvies overlegt, niet verder dan dat zij naar aanleiding van een aangevoerde beroepsgrond beoordeelt of het bestuursorgaan zich overeenkomstig artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht ervan heeft vergewist dat het deskundigenadvies naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is.

In de stelling dat in de verklaring van onderzoek niet inzichtelijk is gemaakt waarvan de opmaak en afgifte van de medische verklaringen afwijken en waarom dit tot de conclusie leidt dat deze verklaringen hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd zijn afgegeven, heeft de rechtbank geen grond gezien voor het oordeel dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de redenering en bevindingen in de verklaring van onderzoek begrijpelijk zijn en dat de conclusies daarop aansluiten. Het Bureau Documenten hanteert methodes en technieken die van dien aard zijn dat het openbaar maken daarvan (toekomstige) onderzoeksprocessen schaden kan worden toegebracht. Met het openbaar maken van deze informatie kunnen eventuele vervalsers deze informatie immers gebruiken om in volgende vervalsingen hun technieken te verfijnen of aan te passen. Daarbij komt dat uit het onderzoek van Bureau Documenten wel voldoende inzichtelijk blijkt op welke onderdelen de documenten zijn beoordeeld, te weten dat de variabele gegevens handmatig met pen zijn ingevuld en dat de opmaak en de afgifte van de documenten afwijken. Voorts heeft eiser niet concreet onderbouwd dat de wijze van totstandkoming van het onderzoek tekort is geschoten.

Dat betekent dat verweerder de verklaring van onderzoek aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Daarbij komt dat verweerder met betrekking tot de overlijdensaktes terecht in aanmerking heeft genomen dat daarin andere oorzaken van overlijden van de twee broers staat vermeld, namelijk beroerte en nierfalen. Dit komt niet overeen met de verklaring van eiser dat zijn broers zijn vermoord door de ex-gouverneur. In de stelling van eiser, dat een beroerte en nierfalen de directe oorzaken zijn waaraan zijn broers zijn overleden, maar dat dit een gevolg is van het feit dat de broers in opdracht van de ex-gouverneur zijn beschoten, heeft verweerder geen afdoende verklaring hoeven zien voor deze tegenstrijdigheid. Met betrekking tot de verklaringen afgelegd bij de notaris heeft verweerder kunnen opmerken dat deze zijn opgesteld op verzoek van eisers vader. Verweerder heeft dan ook niet die bewijswaarde aan de documenten hoeven toekennen die eiser daaraan wenst te zien.

4.1.4

Voorts kan verweerder gevolgd worden in zijn standpunt dat eiser ook niet met zijn eigen verklaringen aannemelijk heeft gemaakt dat ex-gouverneur verantwoordelijk is voor de moord op zijn broers. Verweerder heeft gemotiveerd aangegeven dat eiser op dit punt tegenstrijdig heeft verklaard. De enkele stelling van eiser dat geen sprake is van een tegenstrijdigheid, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

4.1.5

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen betrekken dat het vreemd is dat een zus van eiser, die ook een gedeelte van de grond zou hebben geërfd, nog steeds in Nigeria woont en daar kennelijk kan wonen, terwijl eiser niet zou kunnen terugkeren. Dat eiser niet weet of zijn zus problemen heeft en dat zijn zus maar een klein deel van de grond in eigendom zou hebben waardoor ze minder gevaar zou lopen dan eiser, heeft verweerder niet tot een ander standpunt hoeven brengen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Biseksuele geaardheid

5. Voorts voert eiser aan dat verweerder ten onrechte zijn biseksuele geaardheid niet geloofd.

5.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook dit onderdeel van het asielrelaas ongeloofwaardig kunnen achten.

5.1.1

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat van eiser verwacht mag worden dat hij dieper inzicht verschaft in zijn persoonlijke beleving en zijn ervaringen dan hij heeft gedaan. Eiser heeft slechts summier en oppervlakkig over zijn geaardheid verklaard. Zo is eiser op verschillende wijze gevraagd hoe hij erachter is gekomen dat hij biseksueel is. Eiser blijft steken in verklaringen als dat hij ‘mannen interessanter vindt dan vrouwen’, dat zijn ‘gevoelens en gedachtes altijd bij jongens waren’ en dat hij ‘het in zijn speelgroep fijner vond met de jongens’. Als eiser wordt gevraagd uit te leggen hoe hij zich heeft gerealiseerd dat hij meer van jongens hield dan van meisjes, verklaart hij dat de gevoelens die hij had meer met jongens te maken hadden dan met meisjes. Ook is eiser gevraagd hoe hij geconcludeerd heeft dat hij biseksueel was. Eiser heeft hierop verklaard dat hij dit wist door zijn eenzaamheid en verwarring en angst over hoe hij alles moest gaan doen. Gelet op het referentiekader, te weten dat eiser heeft gestudeerd, dat hij ten tijde van het bestreden besluit 29 jaar oud is en dat hij heeft verklaard sinds zijn schooltijd bewust te zijn van zijn geaardheid, heeft verweerder van eiser mogen verwachten dat hij meer inzicht weet te verschaffen. Eiser betwist dat hij geen inzicht heeft gegeven. Zo heeft hij verklaard dat zijn geaardheid hem veel zorgen gaf, dat hij eenzaam en verward was, dat hij angst had over hoe hij alles moest gaan doen, dat hij niet wilde worden afgewezen door zijn familie of worden gestraft, dat er veel angst in hem zat en dat hij niet wist hoe hij er mee om moest gaan. Deze verklaringen brengen de rechtbank niet tot het oordeel dat verweerder niet op goede gronden aan eiser heeft mogen tegenwerpen, dat hij te weinig inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke beleving.

5.1.2

De rechtbank stelt vast dat verweerder zich in zijn verweerschrift op het standpunt heeft gesteld dat de relaties met [naam 1] en [naam 2] geloofwaardig worden geacht. Wel handhaaft verweerder het standpunt dat eiser zijn relaties met de mannen [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser ten aanzien van deze relaties vaag, summier en niet logisch heeft verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder daarin worden gevolgd. Ten aanzien van [naam 3] heeft eiser verklaard dat hij twee jaar een relatie met hem had, maar eiser weet niet wat zijn achternaam is en hij weet ook niet zeker wat de seksuele geaardheid is van [naam 3] . Ook kan eiser niet verklaren hoe [naam 3] heeft ontdekt dat eiser op jongens valt. Wat er ook zij van de stelling van eiser, dat het niet vreemd is dat [naam 3] direct tegenover eiser zou hebben toegegeven dat hij meer op jongens valt, omdat ook in een land als Nigeria homo- en biseksualiteit voorkomt ook al is het niet geaccepteerd, is de rechtbank van oordeel dat verweerder van eiser meer concrete verklaringen over [naam 3] heeft mogen verlangen. Dat eiser destijds nog erg jong was en dat het geen serieuze relatie betrof, zoals eiser heeft betoogd, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Ook op een leeftijd van 16 jaar mag verweerder enige concrete verklaringen verlangen, te meer omdat eiser heeft verklaard dat de relatie met [naam 3] twee jaar heeft geduurd.

5.1.3

Ook ten aanzien van [naam 4] heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser vaag en onlogisch heeft verklaard. Zo heeft eiser verklaard dat hij [naam 4] heeft ontmoet op 22 december 2008 en dat hij op 25 december 2008 een relatie met hem had. Over hoe eiser en [naam 4] na drie dagen een relatie kregen heeft eiser verklaard ‘we stelden elkaar voor

en gingen telefoonnummers uitwisselen’, ‘we hadden het heel fijn samen’, wij voelden ons snel verbonden’ en ‘we deden alles samen’. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser met deze verklaringen geen inzicht heeft gegeven over het ontstaan en het verloop van de relatie, terwijl eiser heeft verklaard dat ze ruim twee jaar een relatie hebben gehad. Eiser heeft dit niet gemotiveerd bestreden.

5.1.4

Voorts heeft verweerder ook ten aanzien van [naam 5] niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser vage en onlogische verklaringen heeft afgelegd. Zo weet eiser niet wanneer hij [naam 5] heeft ontmoet, eiser stelt mogelijk begin 2017. Ook heeft eiser niet kunnen toelichten hoe het mogelijk is dat [naam 5] twee vrouwen heeft maar daarnaast ook bijna elke dag na de dienst van eiser met eiser kon afspreken. Voorts heeft eiser weinig verklaard over hoe de relatie eruit zag. Eiser heeft verklaard dat hij [naam 5] altijd in zijn huis bezocht en dat zij eigenlijk nooit samen buitenshuis gingen. Gelet op het feit dat eiser heeft verklaard dat de relatie met [naam 5] meer dan een jaar zou hebben geduurd en dat zij elkaar bijna elke dag zagen, heeft verweerder niet ten onrechte van eiser verwacht dat hij meer inzicht zou hebben moeten geven over hoe eiser en [naam 5] hun tijd doorbrachten. Ook in dit kader is de rechtbank van oordeel, dat wat er ook zij van de stelling van eiser, dat het niet vreemd is dat [naam 5] vrij snel tegenover eiser zou hebben aangegeven wat zijn seksuele geaardheid is, omdat ook in een land als Abu Dhabi homo- en biseksualiteit voorkomt ook al is het niet geaccepteerd, is de rechtbank van oordeel dat verweerder van eiser meer concrete verklaringen over [naam 5] heeft mogen verlangen.

5.1.5

De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser zijn biseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Dat eiser enige kennis heeft over de LHBT-gemeenschap in Nederland en deelneemt aan bijeenkomsten en enige kennis heeft over de situatie met betrekking tot de LHBT-gemeenschap in Nigeria, doet niet af aan het oordeel dat verweerder op grond van het voorgaande de gestelde biseksualiteit niet geloofwaardig heeft kunnen vinden.
De beroepsgrond slaagt niet.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier.

Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.