Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5246

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
NL20.8402
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo Dublin afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.8402


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W. Griffioen).


Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, waarbij de behandeling van het beroep kan worden aangehouden.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL20.8401, plaatsgevonden op 26 mei 2020. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening ter voorkoming van zijn overdracht aan Oostenrijk totdat op zijn beroep is beslist. Verweerder verzet zich niet (langer) tegen toewijzing van dit verzoek. Onder verwijzing naar de inhoud van een brief van 8 april 2020 inhoudende een algemene standpuntbepaling van de IND/JZ in Dublin beroeps- en vovo procedures, heeft verweerder toegelicht waarom hij zich niet verzet tegen toewijzing van de door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening. Toewijzing daarvan leidt ertoe dat de termijn van zes maanden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (de termijn waarbinnen de vreemdeling na acceptatie van de zogenoemde Dublinclaim moet worden overgedragen alvorens de verantwoordelijkheid van de behandeling van de asielaanvraag overgaat naar de lidstaat die de Dublinclaim heeft gelegd, in casu Nederland), wordt gestuit zolang de vreemdeling niet kan worden overgedragen. Overdracht van verzoeker aan Oostenrijk is momenteel, als gevolg van de door Nederland en Oostenrijk getroffen Corona-maatregelen, niet mogelijk.

  2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geeft het geen pas en is het niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht om een verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen om een belang veilig te stellen dat niet aan de kant van de verzoeker is gelegen, maar aan de kant van het bestuursorgaan dat het besluit heeft geslagen waartegen het aan de gevraagde voorziening connexe beroep zich richt.

  3. Omdat de rechtbank het beroep bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.8401, ongegrond heeft verklaard is ook geen voorlopige voorziening meer nodig.

  4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.