Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5181

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
11-06-2020
Zaaknummer
NL20.9063
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Italie. Verzoek om aanhouding beroep afgewezen. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.9063


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H.W.F. Klarenaar),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Slutsky).

Procesverloop

Bij besluit van 17 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer NL20.9064, plaatsgevonden op 3 juni 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Njie. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Nigeriaanse te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het

verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Italië een verzoek om terugname gedaan. Italië heeft hierop niet tijdig gereageerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat.

3. Verweerder heeft primair, zoals nader toegelicht ter zitting, verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden en de verzochte voorlopige voorziening toe te wijzen. De overdracht van asielzoekers in het kader van de Dublinverordening is door het coronavirus tijdelijk opgeschort. Het gaat om een tijdelijk beletsel voor de feitelijke overdracht en de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit (en de reeds tot stand gekomen verantwoordelijkheidsvaststelling tussen de lidstaten) wordt in zoverre hierdoor niet geraakt. De Dublinverordening voorziet echter niet in de mogelijkheid om in buitengewone omstandigheden, zoals de onderhavige, van de voorgeschreven overdrachtstermijnen af te wijken. Door het toewijzen van de voorlopige voorziening en het aanhouden van het beroep wordt de overdrachtstermijn echter gestuit, zodat verweerder, als de feitelijke overdracht weer mogelijk is, eiser aan Italië kan overdragen.

2.1

De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding af. Vooropgesteld dient te worden dat in de considerans van de Dublinverordening (de punten 4 en 5) wordt aangegeven dat het doel van de Dublinverordening met name is om snel te kunnen vaststellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, om de daadwerkelijke toegang tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming te waarborgen. Daarnaast heeft de Europese Commissie in de “Mededeling van de Commissie – COVID-19: Richtsnoeren betreffende de uitvoering van de relevante EU-bepalingen op het gebied van de asiel- en terugkeerprocedures en betreffende hervestiging” van 17 april 2020 (2020/126/02) het volgende aangegeven: “Wanneer een overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd, verschuift de verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de Dublinverordening naar de lidstaat die om de overdracht heeft verzocht. De verordening bevat geen bepaling die toestaat van deze regel af te wijken in een situatie zoals die welke als gevolg van de COVID-19-pandemie is ontstaan.”. Daarmee is niet te verenigen dat het beroep, en dus de beoordeling van het overdrachtsbesluit, wordt aangehouden enkel om de overdrachtstermijn te stuiten terwijl de omvang van het geschil duidelijk is en verweerder zich ook op het standpunt stelt dat het besluit rechtmatig is en inhoudelijk kan worden beoordeeld.
De rechtbank zal het bestreden besluit inhoudelijk beoordelen.

3. Eiser voert aan dat situatie in Italië al precair was, maar dat deze door het coronavirus is verslechterd zodat er op dit moment niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de individuele omstandigheden van eiser. Eiser is uit Italië vertrokken omdat zijn asielaanvraag in Italië twee maal is afgewezen. Bij terugkeer zal hij illegaal in Italië moeten verblijven, waar het leven niet makkelijk is en het moeilijk is om een toekomst op te bouwen. Eiser heeft Nigeria verlaten omdat hij als goede voetbalspeler ergens wil spelen. Hij is misleid door de mensensmokkelaar omdat deze persoon heeft gezegd dat hij een goede kans had in Europa. Verder wordt er niet meer op Italië gevlogen en betreft het geen tijdelijk beletsel. Niemand weet immers hoe de uitbraak van het coronavirus zal verlopen.

4. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, verweerder er in zijn algemeenheid vanuit mag gaan dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van onder meer 19 december 2018, (ECLI:NL:RVS:2018:4131), 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1861), 22 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2845) en 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:986 en ECLI:NL:RVS:2020:987). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser is hierin niet geslaagd. Eiser heeft enkel gesteld dat de situatie in Italië in het algemeen en in zijn geval slecht is, maar heeft zijn betoog dat de situatie slechter is geworden niet met stukken onderbouwd.
De rechtbank overweegt verder dat de omstandigheid dat eiser op dit moment niet kan worden overgedragen aan Italië een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel is. Dit maakt de vaststelling van Italië als de verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dat beletsel is opgeheven, eiser in beginsel alsnog kan worden overgedragen.

4.1

Ook in hetgeen eiser voor de rest heeft aangevoerd, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken. De beroepsgrond slaagt niet.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Pronk, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.