Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5121

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-04-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1665
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo afwijzing bijstand; voorliggende voorziening Wajong; verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/1665


uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 april 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. O. Sahin),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder(gemachtigde: M.J. Logan).

Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om bijstand afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Verzoeker voert aan dat sinds zijn Wajong-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) is beëindigd en ingetrokken en verweerder de aanvraag om bijstand heeft afgewezen, hij over geen enkele vorm van inkomen beschikt. Als gevolg hiervan komt verzoeker in grote financiële problemen en beschikt hij niet over de middelen om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Er ontstaat hierdoor een schrijnende situatie.

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat aannemelijk is dat de financiële situatie van verzoeker zodanig is dat er sprake is van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen.

4. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn.

5. In het besluit van 19 november 2019 - het besluit waarmee het UWV de Wajong uitkering van verzoeker heeft ingetrokken omdat verzoeker in Spanje verbleef - heeft het UWV laten weten dat verzoeker, wanneer hij weer in Nederland woont, weer een Wajong-uitkering kan aanvragen. Blijkens de Rapportage Levensonderhoud die aan het primaire besluit ten grondslag ligt, heeft het UWV dit op 23 januari 2020 bevestigd. Dat betekent dat vooralsnog kan worden aangenomen dat verzoeker aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening en verweerder de aanvraag om een bijstandsuitkering terecht heeft afgewezen.

6. Dat betekent dat de verwachting is dat het bestreden besluit in bezwaar stand zal houden. Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan op 24 april 2020 door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.