Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:5000

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
08-06-2020
Zaaknummer
C/09/586175 / FA RK 19-9826
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ouders met gezamenlijk gezag strijden wederom, nu over onderdeel zorgregeling m.b.t. sporten van hun kind. Kinderrechter verzoekt raad voor de kinderbescherming ambtshalve onderzoek te doen naar eenhoofdig gezag, welke zorgregeling wenselijk is en of een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 19-9826

Zaaknummer: C/09/586175

Datum beschikking: 3 juni 2020

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 24 december 2019 ingekomen verzoek van:

[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] ,

advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te ’s-Gravenhage.

Feiten en onderhavige procedure

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [huwelijksdatum] 2010 tot [echtscheidingsdatum] 2014. Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] . Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [voornaam minderjarige] uit. [voornaam minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader.

Bij beschikking van deze rechtbank van 1 december 2016 is – voor zover van belang –:

- bepaald dat de moeder bij iedere voorgenomen verhuizing vooraf overleg heeft met de vader en haar verblijfplaats bekend maakt, waarbij de communicatie per e-mail zal plaatsvinden;

- de Raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) verzocht om een aanvullend onderzoek te verrichten over – kort gezegd – de zorgregeling;

- iedere verdere beslissing over de zorgregeling aangehouden.

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 februari 2017 is – voor zover hier van belang –

[voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming [Jeugdbescherming] van 10 februari 2017

tot 10 november 2017.

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 maart 2017 is, met wijziging van de onderling

getroffen regeling – voor zover hier van belang – bepaald dat [voornaam minderjarige] bij de moeder zal

zijn in een vierwekelijks cyclus:

- in de eerste en tweede week van maandag uit school tot donderdag naar school;

- in de derde week van maandag uit school tot woensdag naar school en van vrijdag uit school tot (in de vierde week) donderdag naar school.

Bij beschikking van deze rechtbank van 7 november 2017 is – voor zover hier van belang –

de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 10 mei 2018, met behoud van de

Stichting Jeugdbescherming [Jeugdbescherming] als gecertificeerde instelling. In de beschikking is

overwogen dat sprake is van ernstige scheidingsproblematiek en dat Ouderschap Blijft moet

worden ingezet. De ondertoezichtstelling is hierna niet meer verlengd. Partijen hebben toen

afspraken gemaakt; moeder kon zich daar bij nader inzien niet in vinden.

Laatstelijk heeft deze rechtbank, bij beschikking van 5 juli 2019, bepaald dat [voornaam minderjarige] bij de moeder is:

- om de week van vrijdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school;

- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen.

In de beschikking is tevens overwogen dat ouders overeenstemming hebben bereikt met betrekking tot de sporten van [voornaam minderjarige] . Zodra de zwemles is afgelopen zal [voornaam minderjarige] op voetbal gaan op een club waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft. [voornaam minderjarige] blijft op zwemles in [plaats 1] . Moeder zal [voornaam minderjarige] naar zwemles en karate brengen als [voornaam minderjarige] bij haar is. De rechtbank heeft ten overvloede overwogen dat het de verantwoordelijkheid van moeder is om [voornaam minderjarige] naar sport te brengen en te halen en dat dit belangrijk is voor de opvoeding van [voornaam minderjarige] .

De vader heeft bij het, dit geding inleidend verzoekschrift, verzocht om:

- primair: de zorgregeling – vastgesteld bij beschikking van 5 juli 2019 van deze rechtbank – te wijzigen in die zin dat [voornaam minderjarige] iedere woensdag uit school tot vrijdagochtend naar school bij de moeder is;

- subsidiair: de moeder te verplichten om [voornaam minderjarige] naar sport te brengen en te halen als [voornaam minderjarige] bij haar verblijft en voor iedere keer dat zij weigert, aan de man een dwangsom te verbeuren van € 100,-, met een maximum van € 10.000,-,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht te bepalen dat [voornaam minderjarige] niet verplicht zal zijn om naar zwemles, karate of een andere sport te gaan gedurende de tijd dat hij bij de moeder verblijft, althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank juist acht.

De zaak is ter zitting van 30 januari 2020 behandeld.

Bij tussenbeschikking van 27 februari 2020 heeft deze rechtbank overwogen dat zij zich zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . Hij lijkt klem te zitten tussen zijn beide ouders, die nog geen modus hebben kunnen vinden om samen ouders te zijn van [voornaam minderjarige] die in het belang van [voornaam minderjarige] handelen. De ouders kunnen niet met elkaar communiceren en het onderlinge vertrouwen lijkt nihil. De rechtbank achtte zich onvoldoende geïnformeerd over (de wensen en de situatie van) [voornaam minderjarige] om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Daarnaast had ook in ieder geval de vader de wens om [voornaam minderjarige] te laten horen. De rechtbank heeft het om bovengenoemde redenen en in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk geacht dat er een deskundige in de vorm van een bijzondere curator met [voornaam minderjarige] zou spreken. Zij heeft hierop mevrouw drs. A. van Teijlingen tot bijzondere curator benoemd over de minderjarige. Daarbij is de bijzondere curator gevraagd het volgende te onderzoeken:

- Wat is de intrinsieke wens van [voornaam minderjarige] met betrekking tot zijn sporten en de zorgregeling?

- Hebben ouders voldoende op hun netvlies wat de impact op [voornaam minderjarige] is van deze strijd en de keuzes die daaruit voortvloeien?

- Is het nodig om een vorm van hulpverlening in te schakelen voor de ouders en/of

[voornaam minderjarige] ?

In afwachting van het verslag van de bijzondere curator heeft de rechtbank iedere verdere beslissing over de zorgregeling aangehouden tot 15 mei 2020 pro forma.

De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:

- het verslag van de bijzondere curator van 23 april 2020;

- de brief van 15 mei 2020, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

- het F9 formulier van 18 mei 2020, met bijlage, van de zijde van de vader.

Verdere beoordeling

De bijzondere curator heeft gesproken met [voornaam minderjarige] en met de ouders afzonderlijk en gezamenlijk en heeft in haar rapport antwoord gegeven op de vragen van de rechtbank. Hieronder worden de bevindingen van de bijzondere curator, voor zover van belang, geciteerd:

“5.2 Reflectie, beantwoording van de vragen en advies

1. Wat is de intrinsieke wens van [voornaam minderjarige] met betrekking tot zijn sporten en de zorgregeling?

Voor ondergetekende is het een heel verdrietige constatering dat [voornaam minderjarige] met betrekking tot sport eigenlijk géén eigen intrinsieke wens meer heeft. Hij wil heel graag dat zijn vader niet boos wordt en hij is bang om zijn moeder teleur te stellen. Daarom spreekt hij andere wensen uit bij iedere ouder. Bij ondergetekende geeft hij alleen maar aan dat hij niet meer wil dat zijn ouders er ruzie over maken.

Met betrekking tot de zorgregeling geeft [voornaam minderjarige] aan dat hij in het huidige wisselschema wenst te blijven. De enige kanttekening die hij heeft gemaakt betreft de wisseldag. Hij zou het prettig vinden om het weekend in het midden te hebben.

2 Hebben ouders voldoende op hun netvlies wat de impact op [voornaam minderjarige] is van deze strijd en de keuzes die daaruit voortvloeien?

De strijd om de sport lijkt, hoewel de argumenten van beide ouders steekhoudend zijn, een symbolische. Beide ouders wensen de regie over de gang van zaken.

Ondergetekende heeft geen ruimte gevoeld bij ouders om te kiezen voor een flexibele opstelling naar elkaar. Ouders kiezen voor een principiële opstelling, bij vader is dat met name: afspraak is afspraak en sport is noodzakelijk voor de ontwikkeling. Moeder vindt dat zij bij beslissingen in de afgelopen tijd steeds weer dingen opgelegd kreeg en vindt dat er keuzevrijheid moet zijn voor haar als moeder om te handelen zoals zij goed vindt.

Ouders lijken hiermee het belang van [voornaam minderjarige] uit het oog te zijn verloren. Tekenend is dat de belangrijkste afspraken die zijn gemaakt, het groeten en het overdragen op straat betreffen. Dit zijn zaken die vanzelfsprekend zouden moeten zijn als het belang van het kind voorop wordt gesteld. Tijdens de gesprekken met ouders, lukte het niet om het welzijn van [voornaam minderjarige] centraal te stellen, ouders voelen hiervoor teveel verwijt en boosheid naar elkaar.

3 Is het nodig om een vorm van hulpverlening in te schakelen voor ouders en/of [voornaam minderjarige] ?

[voornaam minderjarige] geeft aan dat hij het heel moeilijk heeft met de scheiding en de strijd van zijn ouders. Hij zou het heel fijn vinden om iemand te hebben om mee te praten. Ouders zijn overeengekomen dat hij wordt aangemeld bij [naam organisatie] voor een buddy. Dit is in ogen van ondergetekende niet voldoende. Gezien de onwrikbare houding die ouders vooralsnog tegenover elkaar innemen, zal [voornaam minderjarige] weerbaar moeten worden en moeten leren omgaan met het enorme innerlijke loyaliteitsconflict.

Ouders hebben inmiddels tweemaal een traject Ouderschap Blijft gevolgd, zonder dat zij hier een bevredigend resultaat uit hebben gehaald. Er ligt nog veel oude pijn. Tijdens de gesprekken lukte het niet om met ouders te kijken naar het eigen aandeel, het aandeel van de ander werd steeds naar voren gebracht.

Het is voor mij duidelijk dat de voorliggende problematiek niet de sport, noch de zorgregeling betreft. [voornaam minderjarige] wordt vermalen in de strijd tussen ouders en zal uiteindelijk in dit loyaliteitsconflict het onderspit delven. Hulpverlening voor ouders is volgens mij noodzakelijk, voorgaande trajecten zijn echter weinig hoopvol voor een goede afloop.

Gezien de zorgen, die tijdens dit traject naar voren zijn gekomen, verzoek ik u te overwegen om een zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming bij de zitting uit te nodigen.”

De vader heeft een reactie gegeven op het rapport, voor zover van belang inhoudende:

“Na het rapport gelezen te hebben, heb ik het gevoel dat de bijzonder curator partij heeft gekozen voor moeder. Vooraf waarschuwde ik de bijzonder curator voor de rol die moeder aanneemt en werkelijk alles gebruikt om haar eigen belang voorop te stellen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat moeder geen gehoor hoeft te geven aan afspraken, ook al zijn deze gezamenlijk gemaakt waarbij dit zelfs in samenspraak met de rechter heeft plaatsgevonden en dit ook is opgenomen in een beschikking. Dit afdoen zonder consequenties geeft moeder een vrijbrief om elke verantwoordelijkheid als moeder zijnde na te laten. Om duidelijkheid in het geheel te scheppen, het gaat hier niet om oude pijn. Het gaat hier om het niet nakomen van afspraken en [voornaam minderjarige] op een negatieve manier beïnvloeden wat tot de dag van vandaag nog steeds plaatsvindt.

Uit het rapport is het volgende op te merken:

Bij vader gelden er regels, er is structuur aanwezig en er wordt verantwoordelijkheid gedragen voor de zorg van [voornaam minderjarige] . Er is al sinds 2014 sprake van een samengesteld gezin bestaande uit vader met partner en vier kinderen (waaronder [voornaam minderjarige] ), allen jongens. Er is een duidelijke opvoedingsstructuur waarbij de kinderen ruimte krijgen om kind te zijn, gemotiveerd worden om goed te presteren in alles wat ze ondernemen (school en sport) en zich kunnen ontwikkelen om later in een zelfstandige en verantwoordelijke rol te kunnen functioneren in de maatschappij.

Het rapport laat zien dat bij moeder een ander beeld zichtbaar is dan dat bij vader het geval is. Er is geen sprake van structuur of verantwoordelijkheid. Dit wordt voor [voornaam minderjarige] op geen enkele wijze gecreëerd of gestimuleerd. Dit is onder andere te herleiden uit het opzettelijk aanzetten van [voornaam minderjarige] tot liegen en het simpelweg niet willen brengen van [voornaam minderjarige] naar sporten. Afgaande op de gesprekspassage van moeder is overduidelijk te lezen dat moeder vasthoudt aan het verleden en vasthoudt aan valse beschuldigen aan het adres van vader. De aangedragen onderwerpen zijn in diverse procedures ontkracht, maar worden in deze procedure weer gebruikt om de slachtofferrol aan te nemen en vader in een slecht daglicht te plaatsen en hem schade toe te brengen, in welke vorm dan ook. Dit wordt mede benadrukt door op [voornaam minderjarige] in te praten. Dit heeft zich geuit in het aanzetten van [voornaam minderjarige] tot liegen. Maar dit is ook zeker terug te zien in sommige passages uit de

gesprekken met [voornaam minderjarige] . Als een moeder haar kind voor haar en namens haar kan laten liegen, dan is het niet gek dat dat met meerdere zaken gebeurd en dat het kind op een verkeerde wijze wordt beinvloed door moeder. Het ligt dan ook in die lijn dat moeder het zwaar opneemt dat vader [voornaam minderjarige] dingen zou opleggen wat wel en niet goed is. Eén van de basisprincipes van een ouder is om een kind te leren wat goed en niet goed is. In mijn ogen is liegen of een kind aan zetten tot liegen in elk opzicht niet goed!

Het mislukken van de verschillende trajecten voor vader en moeder en [voornaam minderjarige] tot heden toe.

Wat in het verleden is gebleken en wat nu ook weer blijkt is dat de verschillende trajecten niets hebben opgeleverd. Het is veel praten, maar er wordt geen onderzoek gedaan naar waarheidsbevinding. Een feitelijke benadering ontbreekt in ieder opzicht. Zo ook in deze gesprekken. Het creëert een gevoel alsof er met spoed een oplossing gezocht moet worden, maar er niet naar de aanleg van het probleem wordt gekeken. Zo zijn er diverse feiten (waaronder [voornaam minderjarige] nooit naar sport brengen, het aanzetten van [voornaam minderjarige] tot liegen, [voornaam minderjarige] zonder toestemming meenemen naar het buitenland, [voornaam minderjarige] alleen bij een man laten slapen zonder mijn medeweten) aangehaald en heb ik tijdens de gesprekken moeder hierop aangesproken en om opheldering gevraagd. Dit werd door de bijzonder curator als niet van belang afgedaan. Als een kind wordt aangezet tot liegen door moeder, dit zelf ook aangeeft, dan zouden er op zijn minst toch wel zorgen gewekt moeten zijn bij een deskundige die het belang van een kind voorop heeft staan. Als vader zijnde voel je je op zo'n moment totaal niet serieus genomen. Dit is helemaal aan de hand wanneer voornoemde zaken niet eens in het rapport onder de gesprekspassages ouders samen zijn opgenomen. Hoe onwerkelijk is het dan dat moeder zich zielig doet voorkomen en allerlei verhalen kan ophangen zonder ook maar te verifieren of dit waar is, maar toch aannemen als waarheid.

Dit is exact wat moeder juist zo goed bevalt en waarom zij dus ook een voorstander van dit soort trajecten is. Er kan worden gekletst, gelogen en er kunnen onzinnige voorstellen worden gemaakt, omdat niemand door heeft wat er gebeurd en zij zich niet aan het voorgestelde hoeft te houden. De verantwoordelijkheid hierin ontbreekt volledig. Dit is al het geval bij gerechtelijke uitspraken, laat staan bij gesprekken met instanties. Op deze manier probeert ze tijd voor zichzelf te winnen om iedere keer maar niets te hoeven doen voor de ontwikkeling en opvoeding van [voornaam minderjarige] . Ze beschouwt [voornaam minderjarige] als haar bezit waarbij het voor haar belangrijk is dat [voornaam minderjarige] haar maar niet teleurstelt. Dit is een uiterst gevaarlijke eigenschap om te hebben als moeder zijnde ten opzichte van het kind. [voornaam minderjarige] lijdt hier onder en wordt tevens geslingerd van het ene warverhaal in het andere warverhaal. Op basis hiervan kom je nooit tot afspraken die ook worden nagekomen. Dit is wel uiterst belangrijk voor de opvoeding van [voornaam minderjarige] . Hij weet dan ook waar hij aan toe is.

Omwille van de ontwikkeling en opvoeding van [voornaam minderjarige] zijn de gemaakte en tevens door de rechtspraak bekrachtigde afspraken voorgelegd aan de rechterlijke macht om de verantwoordelijkheid van de moeder van [voornaam minderjarige] af te dwingen. Als afspraken en uitspraken niet ter harte worden genomen en aan de laars worden gelapt, welke vertrouwensbasis is er dan om iemand op haar woord te geloven.

Dit spelletje moet nu eens afgelopen zijn en er moet niet meer worden doorgemodderd! De tijd voor [voornaam minderjarige] dringt om zijn ontwikkeling en opvoeding eens serieus te nemen. Om terug te komen op het sporten. Het voorstel van moeder om [voornaam minderjarige] op voetbal gaat in [plaats 2] dient als afleiding. Toen [voornaam minderjarige] zijn zwemlessen in [plaats 2] had (op 2 minuten loopafstand) heeft ze [voornaam minderjarige] bijna nooit naar zwemles gebracht. Ook naar de karatelessen (op 7 minuten loopafstand) heeft ze [voornaam minderjarige] bijna nooit gebracht. Waarom zou ze dan wel [voornaam minderjarige] naar het voetballen brengen. Zwemmen en karate is in een verwarmde ruimte, terwijl voetballen voor pupillen veelal betekent dat die op zaterdagochtend om 08.00 of eerder op de voetbalclub in regen en wind, weer of geen weer moeten voetballen. Hetzelfde geldt voor trainen op woensdag in weer of geen weer. En voetballen vindt voornamelijk plaats in de doorsnee slechtste maanden van het jaar, namelijk september tot en met mei. En dan zou [voornaam minderjarige] niet naar het zwemmen in [plaats 1] gebracht kunnen worden (wat om 09:30 is) omdat hij moe is (wie is er eigenlijk moe)? Of niet naar karate gebracht worden, wat ook binnen is, maar wel naar voetbal? Feit is en blijft dat moeder niet in staat is om verantwoordelijkheid te tonen waarbij ze [voornaam minderjarige] enkel naar de sporten hoeft te brengen, want op financieel vlak wordt de verantwoordelijkheid ten allen tijde vermeden.

Dit is een van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat ze met gesprekken en trajecten kan zeggen wat ze wilt, zonder dat er enige waarheidsbevinding aan te pas komt. Dit bleek helaas ook tijdens de gezamenlijke gesprekken met de bijzonder curator wanneer moeder werd gevraagd naar het opzettelijk aanzetten van [voornaam minderjarige] tot liegen (bv. zomervakantie) of [voornaam minderjarige] opzettelijk niet brengen naar de 1° verjaardag van zijn broertje (iets waar hij al heel lang naar uitkeek) maar dan ervoor koos om hem, zonder in het bijzijn van moeder, te laten logeren bij een voor vader onbekende man. Hierop werd elk antwoord schuldig gebleven en werd tevens door de bijzonder curator afgekapt en zelfs niet in het rapport opgenomen onder de gesprekspassages van ouders samen.

Feit blijft wel dat:

• [voornaam minderjarige] door moeder niet naar sporten wordt gebracht;

• [voornaam minderjarige] zonder het bijzijn van zijn moeder bij voor vader onbekende mannen slaapt

zonder medeweten van vader;

• [voornaam minderjarige] voor en namens moeder moet liegen;

• [voornaam minderjarige] door moeder naar het buitenland is gebracht zonder toestemming van vader;

• Moeder zich niet houdt aan afspraken.

Tot slot

Tijdens de gesprekken heb ik voorstellen gedaan die ervoor zorgen dat de omgang met zijn ouders wat makkelijker moet maken voor [voornaam minderjarige] . Maar dit neemt niet weg dat de aanleg van het probleem is opgelost. Om er voor te zorgen dat [voornaam minderjarige] niet verder klem komt te zitten en niet gebruikt wordt als pion in een machtsstrijd, dient er op een andere manier naar een oplossing gekeken te worden. Het lijkt mij zonder meer dat een ouder de verantwoordelijkheid dient te dragen voor de zorg van een kind. Zeker wanneer het zaken betreffen die zijn ontwikkeling en groei ondersteunen en dit moet op geen enkele wijze worden gedwarsboomd. Er zijn duidelijke afspraken waar ook aan gehouden moet worden. Dit is een van de basisprincipes voor elke samenwerking. Ik verzoek u dan ook vriendelijk om de feiten nader te bekijken en op basis hiervan een conclusie te trekken.”

Ook de moeder heeft een reactie op het rapport ingediend, voor zover van belang inhoudende:

“3. De vrouw betreurt de door mevrouw van Teijlingen gedane bevindingen en conclusies. Zij zou graag zien dat het anders was en dat partijen in staat zouden zijn om dezelfde lijn te trekken waar het gaat om de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] . De vrouw zou ook graag zien dat partijen beter zouden communiceren en dat zij onderling in staat zouden zijn om tot sluitende afspraken te komen, bijvoorbeeld over het sporten.

4. Sinds de uitbraak van het corona virus kon [voornaam minderjarige] niet meer naar karate en zwemles. Vanaf zondag 17 mei zullen de karatelessen hervat worden, op een buitenlocatie. De zwemlessen in zwembad het [naam zwembad] in [plaats 1] zullen waarschijnlijk met ingang van 25 mei hervat worden, als het zwembad de nodige 1,5 meter aanpassingen heeft doorgevoerd. De vrouw zal [voornaam minderjarige] weer naar de sportlessen brengen en zij zal zich daarbij ook zoveel als mogelijk houden aan de aanwijzingen die de bijzonder curator meldt in haar verslag.

5. De vrouw is ook bereid om [voornaam minderjarige] aan te melden bij [naam organisatie] .”

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een ernstige situatie waarin [voornaam minderjarige] in feite wordt vermalen tussen de vader en de moeder en klem komt te zitten tussen hen. Er is sprake van een ernstig loyaliteitsconflict. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank zal een beslissing van de rechtbank op de tot nu toe in dit geding gedane, hiervoor geciteerde, verzoeken geen oplossing bieden die deze situatie voor [voornaam minderjarige] (voldoende) ten positieve kan keren. Bovendien springt in het oog dat de ouders in het geheel niet op één lijn zitten voor wat betreft de opvoeding van [voornaam minderjarige] en dat zij niet in staat zijn om in het belang van [voornaam minderjarige] over hun schaduw heen te springen. De ouders zijn niet compatibel; waar de moeder in deze situatie geneigd is om zich om wille van de lieve vrede maar bij de wensen van de vader neer te leggen, ook als zij het daarmee niet (geheel) eens is, hanteert de vader een dwingende toon en eist hij dat de zaken gaan op de manier die hij in het belang van [voornaam minderjarige] acht. Deze manier van reageren is ter zitting gebleken en kan ook uit de hiervoor geciteerde reacties van de ouders op het verslag van de bijzondere curator worden afgeleid. Er is al een kinderbeschermingsmaatregel geweest en hulpverleningstrajecten die in het kader van deze maatregel zijn opgestart, hebben niets opgeleverd. De bijzondere curator acht het opnieuw opstarten van hulpverlening voor de ouders wel noodzakelijk, maar is niet hoopvol gestemd over het verloop van een nieuw traject. Vooralsnog lijkt dit ook de rechtbank geen begaanbare weg.

Inderdaad is de tijd van ‘doormodderen’ voorbij. De rechtbank geeft daarom ambtshalve opdracht aan de raad om te onderzoeken of voldaan is aan het bepaalde in artikel 1:253n BW juncto art. 1:251a lid 1 sub a en/of b BW, het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat het eenhoofdig gezag aan één van de ouders wordt toegewezen en welke ouder daarmee het best kan worden belast, ermee rekening houdend dat [voornaam minderjarige] zich bij de bewuste ouder veilig moet voelen, zich optimaal kan ontplooien en dat tevens het contact met de andere ouder behouden blijft.

Tevens wordt opdracht gegeven om te onderzoeken welke zorgregeling met de andere ouder het meest in het belang van [voornaam minderjarige] is. Hierbij dienen mogelijke trefpunten waarbij geschillen en spanningen kunnen ontstaan tussen de ouders in het belang van [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk te worden vermeden.

Volledigheidshalve dient de raad tevens onderzoek te doen naar de wenselijkheid en mogelijkheid van het (opnieuw) opleggen van een kinderbeschermingsmaatregel, en daartoe, indien hij dit noodzakelijk acht, een verzoek te doen. Bij zijn rapportage dient de raad er immers rekening mee te houden dat geen van de ouders nog een verzoek om eenhoofdig gezag heeft gedaan. Niet kan worden uitgesloten dat, ook na kennisname van het raadsrapport, uiteindelijk geen van de ouders hiertoe overgaat. De rechtbank kan het eenhoofdig gezag niet ambtshalve toekennen, maar ook in die omstandigheid dient de situatie van [voornaam minderjarige] substantieel te worden verbeterd.

De ouders zullen in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk op het raadsrapport te reageren en om hun in dit geding geformuleerde verzoeken desgewenst daaraan aan te passen. Ook daarop mogen de ouders dan nog over en weer schriftelijk reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De rechtbank:

*

verzoekt de raad een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; de raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] (mr. J. de Koning, advocaat van de vader) en [telefoonnummer 2] (mr. E.J.W. Schuijlenburg, advocaat van de moeder);

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de raad zal toesturen;

uiterlijk op 15 november 2020 dient de raad zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

*

bepaalt dat beide ouders met kopie aan de andere ouder uiterlijk op 1 december 2020 schriftelijk mogen reageren op het raadsrapport en daarbij desgewenst hun verzoeken kunnen aanpassen;

bepaalt dat partijen hierop over en weer schriftelijk mogen reageren uiterlijk op

1 januari 2021;

*

bepaalt dat, ná ontvangst van het raadsrapport en na ontvangst van de reacties daarop van partijen, dan wel na het verloop van de reactietermijnen, de behandeling ter zitting, zo dat nodig is, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de raad;

beveelt de griffier partijen alsdan tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter zitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;

*

houdt iedere verdere beslissing pro forma aan tot 1 januari 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Alt-van Endt, kinderrechter, bijgestaan door

mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 juni 2020.